Puberbrein – het impulsieve egostadium

12

Dit zou wel eens een spannende serie kunnen worden. De voortgaande groei van de kennis over het brein in ontwikkeling gaat ons mogelijk tot het inzicht brengen dat we in het onderwijs, maar ook in het jeugdbeleid, niet goed bezig zijn.

Mythe
Ons beleid stoelt nog op de inzichten uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. In deze periode zijn de huidige beleidsbepalers opgegroeid. Zij zijn geboren in de wilde jaren ’60, in de tijd van de anti-autoritaire opvoeding, toen ‘alles moest kunnen’. In die tijd dacht men nog dat de hersenen van een kind aan het begin van de pubertijd af waren en dat het nu tijd werd het kind los te laten om het de kans te geven in vrijheid op te groeien. Maar Nelis & Sark (2009) spreken van een mythe als wij denken dat de huidige pubers in deze fase van hun leven al goed met deze vrijheid om kunnen gaan.

In deze serie artikelen over het puberbrein en het adolescentenbrein gaan we aan de hand van nieuwe inzichten de ontwikkeling van het kind in de tijd volgen. Aan het eind van deze serie zullen we onze conclusies trekken. Misschien zullen we moeten concluderen dat zelfstandig leren niet zonder meer mogelijk is.

Egostadia
Voor de goede orde zal ik u de opeenvolgende stadia noemen die E. Crone (2008) gebruikt.

  • Impulsief: 6–9 jaar
  • Zelfbeschermend: 10–13 jaar
  • Conformistisch: 13–17 jaar
  • Zelfbewust: 18–22 jaar
  • Verantwoordelijk: vanaf 23 jaar

Het is belangrijk te vermelden dat nieuwe stadia voortbouwen op de oude. Dit wil zeggen dat bijvoorbeeld elementen van het impulsieve stadium ook nog aanwezig zijn in het verantwoordelijke stadium. Zo kun je het kind nog steeds terugzien in de bejaarde.
Ik denk dat het ook belangrijk is onderscheid te maken tussen jongens en meisjes. De ontwikkeling van jongens en meisjes tonen grote overeenkomsten, maar ook belangrijke verschillen. Hierop werd door enkele lezers bij het voorafgaande inleidende artikel al gewezen.

Het impulsieve egostadium – 6 tot 9 jaar – Het kind trekt aan de bel: ik kom er aan!!

Dit stadium gaat aan de pubertijd vooraf. Maar het is een stadium dat een belangrijke rol blijft spelen in de verdere ontwikkeling. Daarom neem ik er even de tijd voor in dit artikel en het volgende om hierop in te gaan.
Het impulsieve stadium kenmerkt zich door:

  • Externe gestuurdheid: doelen en daden vallen in belangrijke mate onder de verantwoordelijkheid van de opvoeders;
  • Agressieve en empathische impulsen: het kind kan zo maar boos worden of in tranen uitbarsten;
  • Volgzaamheid en afhankelijkheid: geconfronteerd met kritiek reageert het kind emotioneel en zoekt steun bij ouderen.

Verschillen tussen de hersens van jongens en meisjes
De linkerhersenhelft groeit bij baby’s langzamer dan de rechter. Maar bij jongens is dit nog sterker. Dit is het gevolg van hormonen. Het testosteron in het bloed van een jongen heeft namelijk een vertragende werking op de groei in de linkerhersenhelft. Het oestrogeen, het hormoon dat bij meisjes overheerst, stimuleert hier juist een snellere groei van de hersencellen. Volgens Biddulph (2002) is de groei van de linkerhersenhelft bij jongens later klaar. Gevolg is dat er aanvankelijk geen verbindingen plaats vinden van hersencellen vanuit de rechterhersenhelft naar de linkerhersenhelft. Deze gaan dan weer terug naar  de rechterhersenhelft, waardoor deze bij jongens meer interne verbindingen heeft, maar minder dan met de linkerhersenhelft.
Dit heeft gevolgen voor leren en gedrag. Maar dat is voor de volgende keer.

Vraag aan u: ziet u verschil in ontwikkeling tussen jongens en meisjes?

Literatuur:
1. Biddulph, S. (2002), Jongens, Hoe voed je ze op? Rijswijk: Uitgeverij Elmar
2. Crone, E. (2008),  Het Puberende Brein. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker
3. Loevinger, J. (1976), Ego Development. San Francisco: Jossey-Bass
4. Nelis, H. & van Sark, Y. (2009), Puberbrein binnenstebuiten. Utrecht – Antwerpen: Kosmos Uitgevers

12 REACTIES

  1. Mijn ervaring as moeder is dat jongens de eerste 5 jaar van hun leven zich sterk op hun moeder richten. Daarna gaan ze steeds meer richten op hun vader.

  2. Ik mis nog een zesde stadium die volgens mij voor het impulsieve stadium komt. In Kennislink noemt men dit het presociale stadium. Deze begint vanaf de geboorte en is niet te meten omdat baby’s nu eenmaal niet kunnen praten volgens Kennislink. Dit vind ik eigenlijk wel vreemd, omdat met kinderen vanaf 3 jaar steeds beter te communiceren valt. Weet iemand hier meer van?

  3. Yvonne, je mist niet alleen een zesde stadium, maar Jane Loevinger noemt er zelfs 9. In de loop van deze discussie zal ik deze aan de orde stellen als er aanleiding toe is. Laat ik reageren op het stadium dat je presociaal noemt. Wat bedoelt zij hiermee? Zij noemt als één van de kenmerken dat het kind geen onderscheid kan maken tussen zichzelf en zijn of haar omgeving. Typisch is dat men dit al wist in de 18e eeuw. Engels dichters, zoals William Blake (1757-1827) spraken hier al over. Het is een van de redenen waarom de Engelse Romantici zeiden het kind deze fase ervaart als de hoogste staat van menselijk geluk. Het kind was namelijk één met de totaliteit vvan het ZIJN en dat was God, althans volgens deze literaire stroming. Dit duurde tot ongeveer de 3-jarige leeftijd. Dan zei het kind voor het eerst IK. Dit betekende dat het kind zich losmaakte van het Universum en dus van God. Hij stelde zijn eigen EGO tegenover die van GOD en dit volgens literatoren van die tijd was HYBRIS, hoogmoed en stond gelijk aan de ERFZONDE. Immers het kind had zich losgemaakt van het universum en dus van God.

  4. Mijn dochter zit in groep 7. Ze doet het best goed. Maar waar ik me ongerust over maak is haar passie voor computerspelletjes. Ze kan daar urn mee bezig zijn. Ik dacht eerst da dit wel over zou gaan, maar van vriendinnen hoor ik dat het soms veel erger wordt. Gisteren bij een uitzending op de TV hoorde ik dat de hersenen van een kind zich aanpasten bij alles wat ze meemaken. Ik maak me echt zorgen. Wat moet ik doen? Ik kan haar niet straffen omdat ze het op school zo goed doet. Kan ik het verbieden? Wat doen andere ouders? Wie heeft ervaring met dit probleem, wie weet raad?

  5. Melanie, investeer ook eens anders in je dochter. Loop de opdrachten van het boek ‘Gelukskunde’ door met je dochter en je zult zien dat zij ontdekt dat er meer is op deze aarde dan alleen spelletjes.

  6. Gisteren zag ik Leo Beenhakker op de TV. Daarna las ik dit artikel op school. Laat ze bij Feyenoord deze stukjes maar eens lezen. Dan snappen ze het. 10-0 is een schande.

  7. Er is zeker verschil in de ontwikkeling van jongens en meisjes. Meisjes zijn in ieder geval sneller en laten de jongens achter. Meisjes zijn wel faalangstiger en worstelen meer met hun zelfbeeld dan nongens. Dit geldt zeker in de puberteit. Als mentor van een VO-school ervaar ik dit soort problemen. Ik ben daarom dan ook blij met deze artikelen.

  8. Ik zag het jongensopvoedingsboek van Steve Biddulph voorbij komen. Als het gaat om ontwikkelingsverschillen tussen jongens en meisjes is ook zijn boek “Heel de man” een aanrader.

  9. Gisteren was ik bij een docentenvergadering van de brugklassen. Er kwamen twee gevallen ter sprake van jongens die zo maar om kleine dingen begonnen te huilen. Betekent dit dat zij nog n het impulsieve stadium zitten?

  10. Ik herken de externe gestuurdheid bij mijn 8-jarige dochter dochter. Mijn zoon was veel zelfstandiger toen hij die leeftijd had. Ik kijk uit naar de volgende artikelen.

  11. Er wordt steeds meer over hersenen gepraat. Je ziet dat op de TV en op internet. Ook op onderwijsvanmorgen is een discussie aan de gang over nature en nurture. Er wordt naar meningen gevraagd. Ik hoop dat deze serie wat meer ingaat op dit onderwerp. In hoeverre speelt nurture een rol en in hoeverre nature?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here