Puberbrein 10 Het meisje op weg naar volwassenheid

17


Tip: bekijk de video voor u aan het artikel begint.

Prof. Dr. Michiel Westenberg heeft in zijn onderzoek bij een grote groep jongeren geconstateerd dat tijdens de adolescentie-periode op drie gebieden ontwikkeling plaats-vindt: de puberteitsontwikkeling (seksuele volwassenwording), de cognitieve ontwikke-ling en de ontwikkeling op psychosociaal gebied. In de vorige afleveringen hebben we ons bezig gehouden met deze gebieden van de puberteitsontwikkeling, zowel bij meisjes als bij jongens. We zijn nu aangekomen bij de vierde fase in het leven van de adolescent, en trekken deze door naar de volwassenheid.

In het filmpje is goed te zien dat de ontwikkeling op de drie gebieden schoksgewijs verloopt. Hoewel de jongeren op deze leeftijd al een heel volwassen indruk maken, liggen de seksuele, cognitieve en psychosociale sporen lang niet altijd parallel aan elkaar, en gaan ze dus ook niet vloeiend in elkaar over. En hiermee hebben we meteen de verkeerde studiekeuzes en verkeerde beroepskeuzes verklaard. Ook de oorzaken van de grote maatschappelijke en persoonlijke kosten die deze met zich meebrengen, worden nu duidelijk. En dat niet alleen! Het belang van de mentor van het vorige artikel komt nu in een nog duidelijker licht te staan. En er is nog meer; we zullen aan de persoon van de mentor belangrijke eisen moet gaan stellen. Welke? Hier kom ik na mijn volgende (slot)artikel over het puberbrein in een apart artikel nog op terug.

Beter luisteren naar het eigen geweten

Eveline Crone (2008) karakteriseert de egostadia van deze groep als opeenvolgend zelfbewust en verantwoordelijk. Jongeren beginnen zich meer naar binnen te richten, al blijven ze gevoelig voor waardering en bezorgd voor afwijzing en verlating. Ze blijven dus ook nog naar buiten gericht, maar hun zelfbewustzijn groeit. Zij kunnen bijvoorbeeld steeds beter hun emoties, hun innerlijk leven, beschrijven. Niet langer fungeert de groepsnorm of de externe autoriteit als richtinggevend, maar hun eigen geweten. Er vindt dus een duidelijk integratieproces plaats van de hiervoor genoemde gebieden van ontwikkeling.  De volwassenheid dient zich aan. Of om te eindigen met een parafrase van de bekende Prof. Dr. Jelle Jolles “Zo zal een jongvolwassene van wie de  prefrontale cortex al tamelijk ver ontwikkeld is, beter weerstand kunnen bieden aan druk van derden om iets te doen waar zij eigenlijk niet helemaal achter staat”.

Druk van leeftijdsgenoten – het is slimmer om niet al te slim te zijn

In voorafgaande artikelen hebben we gezien dat de ontwikkeling van meisjes steeds voorloopt op die van jongens. Ik ga hier daarom even kort in op hoogbegaafde meisjes en de invloed die de egostadia hebben op hun keuzes en hun ontwikkeling. Meer nog dan jongens camoufleren hoogbegaafde meisjes hun talenten. De groepsdruk onder meisjes is namelijk hoger dan bij jongens. Om erbij te kunnen horen, passen ze zich aan het groepsgemiddelde aan. Ze maken een keuze tussen het halen van academische doelen en populariteit. En vaak winnen sociale relaties het van intellectuele interesses. Hoogbegaafde jongens doen dat minder, omdat zij minder snel de sociale richtlijnen van de groep kunnen oppikken dan meisjes.
Om anderen plezier te doen, hebben meisjes de neiging onder hun niveau te gaan zitten, vaak ervoor kiezend anderen te helpen in plaats van te leren. Terwijl jongens over het algemeen geen contact zoeken met jongens die een lager cognitief niveau hebben dan zijzelf, doen meisjes moeite zich in de groep te mengen zodat hun talenten niet opvallen.

De meest kritische periode waarbij talent verloren gaat is rond 10-14 jaar. In deze periode ontdekken hoogbegaafde meisjes dat hun academische prestatie ten koste kan gaan van acceptatie binnen de groep. Meidengroepen belonen conformisme en kunnen het meisje dat goed presteert verbannen. Hierdoor gaat veel vrouwelijk talent verloren. Mijn vraag aan u: kunnen opvoeders hier iets aan doen?

 

17 REACTIES

  1. Dr. Witteman. Uw uitleg over de reden waarom meisjes uiteindelijk weer ingehaald worden door de jongens, was voor mij een complete verrassing. Maar ik snap het wel. Ik heb heel wat talentvolle meisjes genoegen zien nemen met eenvoudige baantjes omdat ze bijvoorbeeld bij hun vriend wilden blijven

  2. We ontvingen de volgende mail van Mw. A. Jansma uit Groningen:
    Geachte redactie. Ik heb uw artikel over het puberbrein gelezen. Ik volg deze serie met belangstelling, omdat ik een zoon en een dochter heb van respectievelijk 9 en 11 jaar. Ze zijn beiden uitstekende leerlingen en doen het dus goed op school. Nu las ik in uw artikel dat meisjes tussen 10 en 14 jaar het risico lopen dat ze hun leerprestaties gaan verminderen om hun vriendinnen niet te verliezen. Ik merk zoiets de laatste tijd ook bij mijn dochter. Vroeger was ze altijd trots op haar hoge cijfers, maar nu werkt ze minder en haalt zij dezelfde mindere cijfers als haar vriendinnetjes. Kan ik hier wat aan doen? Wat is verstandig? Heeft u een advies?

  3. Hoogbegaafdheid heeft positieve kanten, maar ook veel negatieve zoals ik tot mijn spijt bij twee van mijn kinderen heb moeten constateren. Ik heb me er de afgelopen jaren in verdiept en heb voor u een lijste gevonden met plus en min punten.
    Positieve kenmerken van hoogbegaafdheid
    •Begrijpt en onthoudt moeilijke informatie wanneer het wel geïnteresseerd is;
    •Leest veel en verzamelt in vrije tijd op andere manieren veel informatie.
    •Presteert significant beter op mondelinge overhoringen dan op schriftelijke overhoringen.
    •Kent veel feiten, heeft grote algemene ontwikkeling.
    •Komt goed uit de verf bij individueel onderwijs op maat.
    •Is creatief met levendige verbeelding.
    •Ontwikkelt thuis op eigen initiatief allerlei activiteiten.
    •Heeft een brede belangstelling en vindt het leuk dingen te onderzoeken.
    •Is gevoelig.
    Negatieve kenmerken van hoogbegaafdheid
    •Presteert op school redelijk tot slecht (soms alleen onder eigen niveau).
    •Huiswerk niet af of slecht gemaakt.
    •Is vaak ontevreden over eigen prestatie.
    •Heeft een hekel aan inprenten.
    •Vermijdt nieuwe leeractiviteiten uit angst te mislukken.
    •Heeft minderwaardigheidsgevoelens, kan wantrouwend of onverschillig zijn
    •Doet niet graag mee aan groepsactiviteiten, heeft het gevoel dat niemand hem mag
    •Is minder populair bij leeftijdgenootjes. Het zoekt vriendjes onder gelijkgestemden.
    •Doelen worden door het kind te hoog gekozen (zodat falen hieraan geweten kan worden) of te laag gekozen (zodat mislukken voorkomen wordt)
    •Is snel afgeleid en impulsief
    •Staat afwijzend of onverschillig tegenover de school
    •Wil niet geholpen worden, wil zelfstandig zijn
    •Voelt zich hulpeloos, neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen daden (wijt mislukken aan anderen of aan de situatie).
    •Verzet zich tegen autoriteit.
    Bron: Nelissen. J. & Span, P. (red.) (1999) Begaafde kinderen op de basisschool: suggesties voor didactisch handelen. Baarn: Bekadidact. 2e druk.
    Lag niet alle punten zijn gelijk aan mijn arvaringen. Kinderen verschillen nu eenmaal. Maar mischien hebben de lezers hier houvast aan.

  4. Het filmpje van Prof. Westenberg sprak me aan. Ik ben van een oudere generatie (57 jaar) en ik heb alle problemen mee gemaakt die hier beschreven worden. In mijn tijd hadden we nog nooit van egostadia gehoord. Ik mislukte op de HBS en pas jaren later, toen ik al 25 was, heb ik mijn MO A Duits kunnen halen. Dat was geen gemakkelijke tijd. Men had toen weinig oog voor kwajongensstreken. Het heeft me wel geholpen bij mijn leraarschap. Ik heb steeds veel oog gehad voor leerlingen met leer- en andere pronlemen. Gelukkig is het leven ook een school.

  5. Het is inderdaad typerend vooor hoogbegaafde meisjes om genoegen te nemen met een groep met lagere status om maar niet verstoten te worden. Mannen zijn als de dood voor vrouwen met een hogere status. Ik kwam de volgende ontboezeming tegen van een vrouwelijke hoogleraar:
    ‘Mannen zijn als parkeerplaatsen. De goeie zijn bezet en zij die nog vrij zijn, zijn die voor gehandicapten’, lacht ze. Ze is een late veertiger, leidt als professor haar eigen departement, geeft lezingen, publiceert wetenschappelijke artikels en ziet er ook nog eens goed uit. ‘Dat grapje maakte een vriendin onlangs. Ik weet het, het klinkt cru, maar er zit wel een grond van waarheid in. Ik zoek een man met wie ik serieus en diepgaand kan praten, die op mijn golflengte zit, die empathisch is en emotioneel intelligent. Maar ik heb hem nog niet gevonden, en ik denk niet dat dat snel gaat gebeuren. Een ronkende titel, een diploma, een goed gespijsde bankrekening of een hoge functie hoeft hij niet te hebben. Zelfs een huisman kan — graag zelfs — als het maar iemand is die intelligent is en een ernstig gesprek kan voeren en bij wie ik wederzijds respect voel.’

  6. Den volgende woorden uit het SER-artikel van 10 november spreken mij erg aan: Zo heeft onderwijskundige Henk Witteman een expeditiemodel ontwikkeld dat de af- en uitstroom – leerlingen die een niveau dalen of helemaal uitvallen – in het voortgezet onderwijs moet verkleinen. In het expeditiemodel zijn leerling en docent gezamenlijk verantwoordelijk voor de goede afloop. In tegenstelling tot het huidige veldloopmodel, waarbij de leerkracht slechts een inspanningsverplichting heeft en alleen de sterkste leerlingen overleven. Ik vind dat dit model, zij het in afnemende mate, moet gelden voor de gehele jeugdige populatie. Volledige verantwoordelijkheid dus pas vanaf ongeveer het 20e jaar. Ik heb ooit een Masterclass gevolgd van Prof. Monique Boekaerts. Noemde zij dit niet onderwijsregime 3, hr Witteman? U was daar ook bij in Breukelen?

  7. Bert van der Broek. Klopt Bert. Onderwijsregime III is bestemd voor leerlingen/studenten die al heel goed in staat zijn hun leerproces in eigen hand te houden. Zo hebben wij het geleerd van Prof. Monique Boekaerts tijdens de masterclasses van Universiteit Leiden/TSM in Breukelen. Monique Boekaerts is onla”ngs met pensioen gegaan. Al haar promovendi (en daar was ik er een van) hebben haar uitgezwaaid. Maar we zullen beslist nog van haar horen. Want “Old soldiers never die” en voor haar geldt “She WILL NOT fade away.

  8. Bert van der Broek. Klopt Bert. Onderwijsregime III is bestemd voor leerlingen/studenten die al heel goed in staat zijn hun leerproces in eigen hand te houden. Zo hebben wij het geleerd van Prof. Monique Boekaerts tijdens de masterclasses van Universiteit Leiden/TSM in Breukelen. Monique Boekaerts is onla”ngs met pensioen gegaan. Al haar promovendi (en daar was ik er een van) hebben haar uitgezwaaid. Maar we zullen beslist nog van haar horen. Want “Old soldiers never die” en voor haar geldt “She WILL NOT fade away.

  9. Op 1001gedichten.nl vond ik dit gedicht dat ik zelf geschreven kon hebben.

    de weg naar volwassenheidWat een ontroerende gedichten kan jij maken,
    het zijn gedichten die mij raken.
    Ik denk terug aan mijn eigen tijd, toen ik zo jong was
    Een verloren meisje in de klas.

    Altijd onzeker zijn,
    Niet voor jezelf durven opkomen
    en maar blijven dromen
    dat die dag zou komen.
    De dag dat ik mijzelf zou mogen zijn.

    Nu 15 jaar verder …….
    en nog moet ik veel leren
    Moeilijke momenten uit het leven leren accepteren.
    Een lange weg naar volwassenheid.
    Met veel opstakels maar ook mooie momenten vol met tederheid.

    Meid, je hebt nog een lange weg te gaan.
    Geniet van ieder moment en laat dit door niemand in de weg staan.
    Probeer de juiste keuzes te maken, en blijf bij jezelf
    Want jij bent uniek, een bijzondere meid
    ook jij zult je weg moeten vinden, de lange weg naar volwassenheid.

    Laat mensen maar over je praten, trek je er niks van aan.
    Keer ze gewoon de rug toe en doe net of ze niet bestaan.
    Wees trots op wat je hebt bereikt, want je bent een top meid!

    Ik heb mijzelf na een lange weg gevonden,
    en nog leer ik elke dag.
    Maar ik kijk terug op een leerzame tijd met een lach!

    Complimenten. Prachtige artikelen en zo herkenbaar!

  10. Ik vind de verklaringen voor ons gedrag en de verschillen tussen mannen en vrouwen vanuit de evolutieleer spannend en logisch. Zo heb ik weleens gehoord dat wij maximaal 200 mensen kennen en dat dit gebaseerd is op het feit dat we honderdduizenden jaren lang geleefd hebben in stammen die nooit groter waren dan 200 mensen. Als een dorp groter werd, trok het wild weg. Er werd dan een te groot beslag gelegd op de natuur. Eerst wilde ik het niet geloven dat ik niet meer dan 200 mensen zou kennen. Maar na enig onderzoek bleek dat toch wel te kloppen. Mijn logische vraag is dan ook, moeten wij het onderwijs ook rond eenheden van maximaal 200 leerlingen organiseren? Dan kunnen we elkaar allemaal kennen.

  11. Ik vond de Nederlandse versie van het boek van Louann Brizendine. Het wordt uitgegeven door MMboeken, Amsterdam.. Ik heb het in één keer uitgelezen. Wat ik interessant vond was de zinsnede op pagina 127. Ik heb namelijk altijd gedacht dat testosteron een mannelijk hormoon was. Maar nu las ik het volgende: “Eigenlijk is het een geslachts- en agressiehormoon die bij zowel mannen als vrouwen in overvloed voortkomt. Het wordt aangemaakt in de testikeles en bijniaren van de man; bij de vrouw in de eierstokken en de bijnieren. Bij mannen én vrouwen is testosteron de chemische brandstof in die in de hersenen de seksuele motor aandrijft. Als er genoeg brandstof is, voert testosteron de hypothalamus op en ontsteekt erotische gevoelens, opwindende seksfanatsieën en fysieke sensaties in de erogene zones. Het procédé verloopt bij mannen en vrouwen hetzelfde, maar het verschil tussen de geslachten is gigantisch als je kijkt naar de hoeveelheid testosteron die beschikbaar is om de hersenen aan te zwengelen. Mannen hebben gemiddeld tien tot honderd keer meer testosteron dan vrouwen”. Einde citaat.

  12. Het filmpje spreekt boekdelen. Het is gewoon waar dat veel jongeren, ook als ze 18 of 19 zijnj, nog steeds niet in staat zijn een juiste keuze te maken. Waarom zijn beleidsbepalers zoals bij OCW hier nauwelijks mee bezig? Althans ik merk er weinig van. Gevolg: steeds oplopende studoeschulden en nog erger veel jongeren die geen kans zien hun talenten werkelijk te ontwikkelen.

  13. Nathalie, Ik ben het helemaal met je eens. Het lijkt wel of de situatie steeds slechter wordt. Passend onderwijs!? Hoe kan je onderwijs passend maken als je niet eens weet hoe jonge mensen in elkaar zitten? Weleens van puberbreinen gehoord? Wat weten leraren hiervan? en krijgen ze wel tijd en middelen om zich aan te passen? Ik vraag het me af.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here