Motivatie: negatieve motivationele opvattingen

0

“Al besteed ik nog zoveel tijd aan wiskunde, ik snap het echt niet”. “Franse woordjes leren vind ik niet moeilijk, het gaat eigenlijk vanzelf”. In de vorige aflevering van de motivatie-reeks lazen we dat motivationele opvattingen belangrijk zijn in het denken van leerlingen over leren. Er zijn positieve en negatieve motivationele opvattingen. In deze aflevering komen de negatieve opvattingen aan bod. In de volgende afleveringen richten we ons op de positieve opvatttingen.

 

Voor een docent is het van belang dat hij de motivationele opvattingen van zijn of haar leerlingen kent. Als een docent deze opvattingen namelijk kent, kan hij deze opvattingen waar nodig bijstellen. Maar dat blijkt moeilijker dan gedacht: leerlingen zijn vaak heel goed in het verbergen en maskeren van hun motivationele opvattingen.

 

Het is geen verrassing dat het niet positief voor het leren is als een leerling negatieve motivationele opvattingen heeft. Leerlingen zijn namelijk niet gemotiveerd om te leren als ze verwachten te falen en zijn daarom ook bang zijn om te falen. Klinkt logisch, maar het is wat complexer dat dit. Volgens hoogleraar onderwijskunde Monique Boekaerts leidt angst om te falen niet automatisch tot passiviteit of vermijdingsgedrag. Dat hangt af van de motivationele opvattingen. De motivationele opvattingen zijn domeinspecifiek. In sommige domeinen kan de leerling mislukkingsgeoriënteerd zijn, bij andere daarentegen succesgeoriënteerd. Angst om te falen kan verschillende oorzaken hebben. Evelien is bang een slecht cijfer voor Frans te halen, omdat ze denkt dat ze aanleg mist. Het kan ook zijn omdat ze weet dat ze zich niet genoeg heeft ingespannen. Leerlingen die falen toeschrijven aan gebrek aan talent verwachten dat ze steeds opnieuw zullen falen en zullen vermijdingsgedrag gaan vertonen. Leerlingen die falen toeschrijven aan gebrek aan inzet kunnen besluiten hun inzet te verhogen.

 

Wanneer negatieve gedachten steeds in verband worden gebracht met een bepaald vak of vakkengebied dan zullen leerlingen zich van dit vak afwenden. Maar is hier ook iets aan te doen? Leerlingen die aangeven dat ze er nooit in zullen slagen een taak met succes af te ronden zien niet langer een relatie tussen inzet en een positief resultaat. Met deze leerlingen zou je een proces van succesbeleving kunnen ingaan. Zij moeten opnieuw de schakel vinden tussen inzet en resultaat. Bij mislukkingsgeoriënteerde  leerlingen is het belangrijk dat ze niet alleen goede antwoorden weten te produceren (resultaatgericht), maar dat ze zien dat de stappen op weg naar dit resultaat in orde zijn (procesgericht). Procesgeoriënteerde feedback geeft hun het gevoel dat ze vooruitgang boeken.

 

Het model van van de Amerikaanse psycholoog Harter van begeleide succesbeleving kan hierbij een handleiding zijn. Het doel van dit model is de leerling het gevoel te geven dat inzet daadwerkelijk loont. Het model bestaat uit vier stappen:

1.      Geef de leerling een gemakkelijke taak die hij zeker aan kan.

2.      Toon aan dat hij deze stof dan ook werkelijk beheerst.

3.      Voer de moeilijkheidsgraad geleidelijk op. Beloon de leerling met complimenten en een goed cijfer.

4.      Het is belangrijk dat u als docent vertrouwen in de leerling uitstraalt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here