Motivatie: motivatie van docenten

1

In de vorige afleveringen van deze reeks ging het vooral over de motivatie van leerling. We maken nu de overstap naar de motivatie van docenten. Uiteraard is er een wisselwerking tussen (de motivatie van) de leraar en de leerlingen. De overtuigingen van de docent spelen hierbij een belangrijke rol, zullen we zien.

De wisselwerking tussen motivatie van de docent en de leerlingen is eenvoudig samen te vatten in de volgende stelling: de resultaten van leerlingen zijn het gevolg van de verwachtingen van leraren. Leraren die als grondhouding hebben dat zij de mogelijkheden van hun leerlingen positief beoordelen halen hogere resultaten met hun leerlingen dan leraren die negatief naar hun leerlingen kijken (“Ik vind die VMBO leerlingen maar dom”). De vraag die wij hier mogen stellen is: moeten leerlingen door leraren die een positieve grondhouding ten opzichte van hen hebben nog gemotiveerd worden tot betere prestaties?

Volgens onderwijskundige R.K. Sprenger in zijn boek De Motivatie Mythe (1996) is het antwoord op deze vraag ontkennend: “Het systeem van de motivering is gemethodiseerd wantrouwen. Mensen die menen anderen te moeten motiveren doen dat omdat zij een leemte veronderstellen of waarnemen tussen daadwerkelijke en mogelijke prestaties”. Leraren die in hun leerlingen geloven gaan er echter van uit dat deze leemte er niet is.  De positieve grondhouding van hun leraren wordt bewust of onbewust waargenomen door hun leerlingen. Omdat deze houding bijdraagt aan een prettige relatie, beantwoorden leerlingen ook weer bewust of onbewust deze houding door aan de verwachtingen te willen voldoen, dus door zich in te zetten.

Essentieel voor het verschijnsel van motiveren is dus dat het asymmetrisch is. Het wordt toegepast van boven naar beneden in de organisatie. Op de meeste scholen zul je zien dat de schoolleiding tracht de leraren te motiveren en niet andersom. Hiervoor kunnen diverse controlesystemen worden ingezet. Deze controlesystemen hebben de impliciete boodschap dat de leidinggevenden niet geloven dat (een deel van) de leraren leveren waarvoor zij worden betaald. Net als de leerlingen hierboven reageren leraren hier bewust of onbewust op. Zij gaan zich afzetten tegen de schoolleiding. Deze wordt hun natuurlijke vijand. Gevolg: er ontstaat een stammen-strijd binnen de school die niet alleen ten nadele is van de medewerkers, maar vooral ook van de leerlingen.

Sprenger adviseert daarom de “span of control” te vervangen door de “span of trust”. Hij adviseert een vlakke organisatie met duidelijke, gedeelde, fundamentele waarden. Waar leiding en medewerkers elkaar vrijelijk en met respect kunnen aanspreken op de dingen die fout gaan. Waar beloningen worden gegeven is de vorm van (openlijke) complimenten. Want wij weten dat een compliment, een schouderklopje, een meer permanente hormonale verandering teweeg brengt dan bijvoorbeeld geld.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here