Motivatie: acceptatie door je omgeving

2

De zomervakantie is voorbij, maar Onderwijsvanmorgen gaat verder met de reeks over motivatie. In de vorige aflevering zagen we dat het ideale zelfbeeld een belangrijke factor is van de lange termijn dimensie van motivatie. Leerlingen laten zich bij het nemen van beslissingen die gevolgen hebben voor de lange termijn (bijvoorbeeld schoolkeuze) mede leiden door de verschillende beelden van het ideale zelf dat ze hebben. Sterker nog: kinderen zonder deze beelden niet geneigd zijn bij hun schoolkeuze hoog in te zetten.

Maar voordat een leerling zich kan bezig houden met toekomstige idealen, moet aan een belangrijke voorwaarde zijn voldaan. Een positief zelfbeeld ontstaat bij jonge mensen wanneer zij onvoorwaardelijk worden geaccepteerd door belangrijke mensen zoals hun ouders, hun leeftijdgenoten, hun leraren. Als de waarde van jou als leerling afhankelijk is van je vermogen hoe je in een competitieve omgeving presteert, dan loopt je zelfbeeld grote risico’s. Dit is het geval op school: daar worden leerlingen beoordeeld in cijfers. Eerder lazen we al dat goede cijfers het leren bevorderen en slechte cijfers het leren (uiteindelijk) verhinderen. Een extreem model van cijfers toekennen is het volgende: in een klas krijgt standaard een kwart van de leerlingen een onvoldoende en drie kwart een voldoende. Het is duidelijk dat dit tot een onveilige leeromgeving schept leidt: als je het geluk hebt in een “zwakke”klas te zitten, kom je net boven de door de leraar bedachte voldoende-grens uit. Is je klas “sterk” dan scoor je sneller een onvoldoende.

Op veel scholen wordt succes dus gedefinieerd in termen van het beter presteren dan anderen. Kan dit niet anders? Volgens mij wel. We schaffen op de eerste plaats het systeem van herkansingen af. Dit leidt slechts tot gokken, uitstelgedrag en verzwaring van de taak van de leraar. Het sleutelwoord wordt  inzet van de leerling. Deze dient te worden beloond. In mijn definitie zet een leerling zich in als hij tenminste 90% van de lessen volgt en zijn huiswerk en taken op tijd uitvoert. Een leerling die voldoet aan de inzetcriteria en desondanks een onvoldoende scoort krijgt recht op een herkansing. Deze herkansing bestaat uit het maken van een foutenanalyse van de toets. Is deze analyse in orde, dan krijgt hij alsnog een zes. Het voordeel van dit systeem is dat de leerling zelf zijn fouten moet terugvinden, hierop reflecteren en daardoor hier beter van kan leren.

Zijn er al scholen die een ‘alternatief’ model van prestaties beoordelen gebruiken? We horen graag uw ervaringen of uw mening.

2 REACTIES

  1. Als docenten architectuur op Koning Willem 1 College geven wij na elk project een beschreven evaluatie waarin de verbeterpunten genoemd worden. Studenten worden op deze wijze graag beoordeeld en krijgen ook tips en tops

  2. Het systeem zonder herkansingen zou pas kans van slagen hebben als docenten toetscriteria formuleren en psychometrische eisen toepassen op de constructie van hun toets. Daarnaast is vereist dat een docent leert hoe een toets geconstrueerd moet worden en hoe en leerling beoordeeld moet worden. Helaas ontbreekt deze kennis vaak bij docenten waardoor de beoordeling niet betrouwbaar en valide is (Schoonman en Hendriks, 2003). Zonder vantevoren bepaalde toetscriteria te definieren, is inhoudelijke feedback feitelijk nietszeggend. Soms worden wel criteria gedefinieerd maar niet toegepast waardoor de leerling niets heeft aan de feedback van de docent (Sluijsmans). Het zou dan ook goed zijn als VO docenten getraind zouden worden in toetsen en beoordelen zowel tijdens hun opleiding als tijdens hun werk als docent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here