Home » In zeven jaar tijd van zwak naar excellent: deze school deed het

In zeven jaar tijd van zwak naar excellent: deze school deed het

Scholen moeten binnen twee jaar de basisvaardigheden op niveau krijgen, meldt de Onderwijsinspectie in De Staat van het Onderwijs van 2022. Zij noemt als voorbeelden Ierland en Zweden. Maar in Nederland kan het ook. Basisschool De Touwladder in Sint Michielsgestel ging onder leiding van directeur Jacqueline Kenter in zeven jaar tijd van zwak naar excellent.

Toen Kenter in 2013 op basisschool De Touwladder begon, waren de eindtoetsen niet op niveau en het begrijpend lezen onder de maat. Een duidelijke lesstructuur en doorgaande leerlijn ontbraken. Het klassenmanagement was in elke klas anders en het zicht op de kinderen was beperkt. ‘De basis was niet op orde en de werkdruk was enorm hoog, omdat alles als even belangrijk werd gezien. Dan krijg je slordigheid, ondanks dat de leraren gewoon goed waren’, aldus Kenter. En toen kwam er nog de teleurstelling van het predicaat ‘zwak’. ‘Iedereen had heel hard gewerkt en toch lukte het niet. Het team voelde zich echt verslagen.’

Schril contrast

Het is een schril contrast met hoe het nu gaat op De Touwladder. Kenter stelde zichzelf de vraag ‘waar gaat het nu écht om?’ Toen is ze een nieuwe basis gaan leggen, die voor het belangrijkste deel bestaat uit goed klassenmanagement. De school gebruikte hiervoor al het GIP-model en een duidelijke lesstructuur met het Directe instructiemodel. Deze basis kan op iedere school in een jaar gelegd zijn, volgens Kenter. Haar school heeft daarna nog vijf jaar nodig gehad om op het niveau ‘goed’ te komen.

Team schoolt zichzelf: gespreid leiderschap

Om te beginnen is het organiseren van de feesten en excursies uitbesteed aan werkgroepen van ouders, die worden begeleid door steeds één leerkracht. Leraren hebben zo meer tijd voor focus op de kernvakken en hun specialisatie. Zij specialiseren zich in een van de vijf expertiseteams: didactiek, taal, rekenen, pedagogiek en thematisch onderwijs (ict, wereldoriëntatie en kunst). De teams doen zelf onderzoek naar de beste lesmethodes en andere onderwijsverbeteringen. Ze gebruiken hiervoor actieonderzoek, waarbij ze actief op zoek gaan naar kennis om hun onderwijspraktijk te verbeteren. Petra Ponte schreef hier het boek Onderwijs en onderzoek van eigen makelij over.

Zo vond het taal-expertiseteam de spellingmethode Staal van Malmberg, die werkt met de spellingaanpak van orthopedagoog José Schraven. De methodes van Schraven kenden ze al en Staal bleek een goede methode om de basisvaardigheden verder te verbeteren. Voor rekenen werd De wereld in getallen aangeschaft.

Het is de bedoeling dat alle kennis kan worden overgedragen op het hele team. Hiermee wil Kenter voorkomen dat zij externe partijen moet inhuren die vervolgens weer vertrekken, waarna de kennis vervliegt. ‘Het is een uitdaging en een mogelijkheid om je vak te verdiepen’, zegt zij over de expertiseteams. ‘Mijn taak hierin is om suggesties aan te dragen, kritisch te zijn en interesse te tonen. Maar in principe schoolt het team zichzelf.’

Feedback geven

Ieder expertiseteam stelt naar aanleiding van hun onderzoek kwaliteitskaarten op, waarop een voorstel staat hoe zij gaan werken. Nadat het expertiseteam akkoord heeft gekregen van het hele team, verwachten de teamleden van elkaar dat er volgens de kwaliteitskaarten gewerkt gaat worden. Op basis hiervan kijken leerkrachten met elkaar mee in de lessen, waarna ze elkaar feedback geven. Op deze manier houden collega’s elkaar verantwoordelijk voor de afgesproken doelen en kwaliteitsstandaarden. ‘Hier moet je voor open staan, want dit is niet zonder meer gewoon op scholen’, zegt Kenter, die aangeeft dat best wat discipline nodig is voor deze manier van werken. ‘Gelukkig is iedereen heel gemotiveerd. Dat komt omdat ze zelf bepalen hoe de kwaliteitskaarten er inhoudelijk uitzien. Ze hebben ze met elkaar gemaakt, ze staan erachter.’

De lessen hebben een vaste structuur. De lesvoorbereiding gebeurt vanuit de PDCA-cyclus (Plan-do-check-act) en iedere dag evalueren leraren of de leerlingen hun doelen behalen, volgens de methodiek van het dynamisch groepsplan (PDCA). ‘Het is gewoon echt goed vakmanschap wat we op school zien’, zegt Kenter. ‘Je moet een teamplayer willen zijn om het op dezelfde manier te doen als anderen. Maar ik zie het net als vakmanschap bij hout bewerken: om het goed te kunnen doen, heb je nu eenmaal bepaalde technieken nodig.’ Er is volgens haar daarnaast nog genoeg ruimte voor eigenheid. ‘Je levert weliswaar iets in op je autonomie, maar je persoonlijkheid neem je altijd mee.’

Duidelijke aanpak creëert rust, veiligheid en ruimte voor rijk onderwijs

Leerkrachten op De Touwladder weten dus precies waar ze aan toe zijn, werken in teamverband en zijn actief bezig met het verbeteren van het onderwijs en zichzelf. Kenter leidt haar school haast als een bedrijf. ‘Onze opdracht is om kinderen klaar te maken voor de toekomst, met goede lessen, een veilig pedagogisch klimaat, behaalde kerndoelen en een goed onderbouwd advies in groep’, zegt zij. ‘Maar dat kan ik niet alleen. Juist doordat de teamleden verantwoordelijkheid nemen voor de onderwijskwaliteit, kunnen we dit realiseren.’

Haar gestructureerde manier van werken zorgt voor meer rust en focus, waardoor de leraren juist minder werkdruk ervaren. In het team van dertig man was in de afgelopen jaren − op de pensioengerechtigden na − dan ook amper personeelsverloop. Er blijft tijd over voor andere zaken naast het op niveau houden van de basisvaardigheden, zoals muziek, techniek, kunst en cultuur. ‘Ik zou het een enorme verschraling vinden als er alleen nog taal en rekenen gegeven werd’, zegt Kenter, die voorstander is van rijk onderwijs. ‘Maar we willen dat wát we doen, goed onderbouwd is. Daar halen we voor een belangrijk deel onze inspiratie en idealisme uit, naast de energie die we krijgen van de kinderen.’

Er een klap op geven

Kenters basis van goed klassenmanagement en een duidelijke structuur is dus bewezen effectief om de basisvaardigheden weer op peil te krijgen. Waarom pakt dan niet iedere school het zo aan? ‘Dat weet ik niet’, zegt de schoolleider. ‘Om de een of andere reden hebben wij concurrentie in het onderwijs en zijn we bang dat anderen er met onze ideeën vandoor gaan. Als ik een kleine school had, dan zou ik juist gaan samenwerken met één of twee scholen. Je kunt dan samen nadenken over hoe je je taal- en rekenlessen invult en er samen een klap op geven. Het gaat er toch om dat leerlingen goed onderwijs krijgen? Ik deel mijn kennis daarom met wie maar horen wil.’

Laatste onderwijsnieuws

Een kind dat vermoeid op zijn bureau ligt met een bordje Help!

Lied van de maand: Ik heb het zo druk!

Even lekker klagen: we hebben het zo druk! Hier vind je een liedtekst, een ingezongen lied, een karaokeversie en tips voor je les.

Bekijk
Een klas vol jongens in een oude jongensschool

Luistertip: De Jongensschool

In de documentaire De jongensschool onderzoekt Jan Maarten Deurvorst zijn herinneringen aan een van de laatste jongensscholen.

Bekijk
Drie kinderen rennen op blote voeren door het gras

Zomerse zot- en zaligtijd

Ben jij direct in de vakantiestemming of moet je nog even wennen? Met deze tips ben je verzekerd van een zalige zomertijd!

Bekijk

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.