Heeft de tienerschool toekomst?

0

Iedereen herinnert zich de brugklas: een spannende, en voor sommigen ook moeilijke tijd. Om de overgang van het po naar het vo minder groot maken, openen steeds meer tienerscholen hun deuren. Het afgelopen schooljaar is het aantal zelfs verdubbeld. Maar wat zijn het nou precies?

In totaal telt Nederland op dit moment twaalf tienerscholen. Zij doen mee aan een experiment van het Ministerie van Onderwijs, waarin wordt onderzocht of kinderen baat hebben bij een meer geleidelijke overgang van po naar vo. Tienerscholen zijn bedoeld voor kinderen van tien tot veertien jaar. Daarna stromen zij door naar het reguliere vo.

Wat zijn tienerscholen?

Tienerscholen zijn in bijna alle gevallen een samenwerking tussen een basis- en een middelbare school. Er geven zowel docenten uit het po als docenten uit het vo les. Er zijn geen vaste niveaus en geen vaste klassen. Kinderen van verschillende leeftijden zitten samen in de klas en werken allemaal aan een persoonlijk leerplan.

De scholen zijn bedoeld voor kinderen die nog niet toe zijn aan de stap naar het vo – bijvoorbeeld door een taalachterstand of problemen thuis. Ook tieners die zich eerst nog verder willen ontwikkelen zijn welkom. Dat is tenslotte de directe aanleiding voor het ontstaan van tienerscholen: de definitieve schoolkeuze in groep acht komt voor veel twaalfjarigen te vroeg.

Tijd voor ontwikkeling

Sommige docenten noemen niet de overgang van po naar vo als probleem, maar juist het starre schoolsysteem waarin het – eenmaal gekozen – moeilijk is om nog te wisselen van onderwijsniveau. Op twaalfjarige leeftijd kiezen kinderen welk type vervolgonderwijs ze gaan doen. Dat is relatief vroeg, vergeleken met de landen om ons heen.

Zo’n vroege schoolkeuze kent tekortkomingen. Omdat de ontwikkeling bij kinderen van twaalf jaar nog alle kanten op kan gaan, bestaat het risico op verkeerde schooladviezen. Juist de leeftijd van tien tot circa vijftien jaar is een nieuwe fase: kinderen leren zichzelf en hun talenten kennen. Pas daarna kunnen ze ook zelf betere keuzes maken, zegt Jan Willem Jonker, adviseur bij Edunamics in vakblad KaderPrimair.

Docent op een tienerschool

Met behulp van een tienerschool heb je langer de tijd om het niveau van een leerling te bepalen. De school is echter niet noodzakelijkerwijs bedoeld voor kinderen met een lager niveau. Volgens Jonker krijgen juist ook begaafde kinderen meer kansen en uitdagingen binnen de veiligheid van het basisonderwijs. Omdat kinderen bij tienerscholen juist niet op niveau worden ingedeeld, moet je als docent kunnen omgaan met grote diversiteit in je klas. Maatwerk en differentiatie en talentontwikkeling zijn de kernwoorden van een tienerschool. Als docent op een tienerschool gaat de aandacht bovendien uit naar de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn.

Overgangsproblemen

De problemen die leerlingen bij de overgang in groep acht ervaren ontstaan volgens expertisecentrum SLO omdat leerdoelen van groep 7 en 8 niet aansluiten bij die van klas 1 en 2. Om tienerscholen tot een succes te maken, is het belangrijk dat er een doorlopende leerlijn is die aansluit bij groep 6 van het po en klas 3 van het vo. Want: uiteindelijk moeten leerlingen alsnog een overstap maken, maar het doel is op deze manier de ‘knip’ na groep acht te verzachten. Of de tienerscholen daarvoor ook daadwerkelijk een oplossing zijn, zal blijken in 2020. Dan komt het Ministerie van onderwijs met de eindresultaten van het onderzoek.

Zijn tienerscholen volgens jou een goede oplossing voor een meer geleidelijke overgang naar het vo? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here