Gedragsproblemen in de klas: de traumasensitieve school

9

Er lopen heel wat kinderen rond die in hun korte leven al een ingrijpende gebeurtenis – Adverse Childhood Experience, ook wel ACE genoemd – hebben meegemaakt. Bij sommige kinderen leidt dit tot vroegkinderlijk trauma. Hun brein ontwikkelt zich letterlijk anders dan bij kinderen die veilig opgroeien en dat zie je terug in de klas.

Dit artikel is geschreven door Anton Horeweg, auteur van het boek De traumasensitieve school. Dit praktische boek biedt diepgaande kennis over de achtergrond van trauma en de gevolgen ervan op de ontwikkeling van het kinderbrein.

Kort gezegd kunnen kinderen problemen ontwikkelen op het gebied van zelfregulatie (emotieregulatie, impulsbeheersing), aandacht, aangaan en onderhouden van relaties, overtuigingen over henzelf, anderen en de wereld om hen heen. Deze leerlingen blijven moeilijker bij de les en vertonen vaak ‘probleemgedrag.’ Ze zijn druk, ongeconcentreerd en vaak snel boos. Belonen en straffen lijken niets uit te halen.

Neuronenpaden

Zelfregulatie – het vermogen om je emoties en impulsen onder controle te houden – leer je van je opvoeders. Als een klein kind verdrietig is, wordt het getroost door de opvoeder. Die kalmeert het kind en laat zien dat ook ‘erge dingen’ voorbijgaan. De opvoeder is co-regulator. Ook woede wordt op die manier getemperd. Doordat de opvoeder het kind helpt zichzelf te reguleren, worden er in het brein neuronenpaden aangemaakt. Uiteindelijk leert het kind zichzelf reguleren.

Geen ‘wil niet’, maar ‘kan niet’

Als een kind niet opgroeit in een veilige situatie, leert het dit niet en zijn er uiteindelijk letterlijk geen verbindingen in de hersenen aangemaakt die kunnen zorgen voor zelfregulatie. Het kind kan het dus niet zelf, omdat de fysieke mogelijkheid ervoor niet aanwezig is. Op school denken we dan vaak dat een leerling die zo ontregeld raakt gedurende een schooldag, gewoon niet wil meewerken. Uitspraken als ‘hij wil het maar niet leren’ of ‘hij maakt van kleine dingen een enorm drama’ komen dan al snel voor. Begrijpelijk misschien, maar het klopt niet. Het is geen ‘wil niet’, maar ‘kan niet.’

Overactief stresssysteem

Window of toleranceAls je veilig opgroeit en je ondervindt ‘gewone’ stress, dan is er niets aan de hand; je brein in optimal arousal. Je bent dan wat men noemt in je window of tolerance. Ook bij een beetje stress blijf je binnen dit ‘raampje.’ Als de stress te veel toeneemt, raakt je brein in hyper- of hypoarousal. Wanneer de stress dan weer afneemt, zak je vrij snel weer terug in de window of tolerance.

Als er vaak te veel stress is, raak je steeds sneller in een staat van hyperarousal. In deze staat vertoon je fight-, flight- of (active) freeze-gedrag. Bij kinderen die onveilig opgroeien is dit snel het geval. Zij zijn sneller dan anderen in staat van alarm – het brein staat dan op overleven. Gedragingen die normaal zijn in de klas – zoals beleefd zijn, aardig doen of rekeningen houden met anderen – zijn op dat moment amper of zelfs niet mogelijk.

Wat kan de leraar doen?

In ieder geval niet boos reageren: dit zorgt voor meer stress, en dus ook meer fight-gedrag. Wat wel helpt, is de stress wegnemen. De leraar als co-regulator, degene die de leerling kalmeert. Dit doe je door zelf rustig te blijven en niet-aanvallend te reageren. Vraag bijvoorbeeld niet ‘Waarom doe je dat?’ maar wel ‘Wat gebeurde er?’. En bovenal: laat zien dat het gedrag dan misschien niet oké is, maar het kind in wel.

Wat zou jij graag te weten willen komen over traumasensitief onderwijs? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

9 REACTIES

  1. Kan het niet aangelegd zijn van deze verbindingen in de hersenen als gevolg van ACE ook andere gevolgen hebben dan de in dit artikel genoemde gedragsproblemen?

    • Beste Antje, dat kan zeker. De mate van veilige interactie met een ander of bepaalde triggers kunnen zorgen voor verschil. Stel je voor dat de ene persoon iets zegt of doet dat aan de gebeurtenis doet denken of net zo reageert als..bijvoorbeeld je boze vader vroeger). Als de reactie ‘standaard’ anders is (negatiever) is het misschien goed om proberen uit te zoeken wat er achter zit.

  2. Kan het ook een cultuurgebonden probleem zijn? Waarbij ouders niet in staat zijn als co-regulator op te treden? Omdat zij bijvoorbeeld vinden dat het kind zich niet moet aanstellen, zich moet gedragen etc? Dus van huis uit bestaat er geen sturing in de emotieregulatie?
    Ik zie dit namelijk bij heel veel kinderen, en dan ook een enorme discrepantie tussen school en thuis, maar waarbij heftig gedrag op school heel erg toeneemt.
    Hoe ga je daar dan als school mee om?

  3. Ik durf niet te zeggen of ‘geen coregulator zijn’ cultuurgebonden is. Er zijn wel meer masculiene culturen waar men dus ‘mannelijker’ reageert.(je moet niet zeuren en doorgaan/ huilen is voor vrouwen en watjes). Het kan ook individueel bepaald zijn, maar je krijgt inderdaad een enorm verschil tussen thuis en school. Kinderen die thuis niemand hebben die als coregulator optreedt (net zoals bij kinderen die onveilig opgroeien), leren dit dus niet thuis. Ze kunnen het echter uiteindelijk wel op school leren van de kalme leerkracht, maar dit heeft heel veel tijd nodig. Er moeten letterlijk nieuwe verbindingen in het brein gevormd worden om dit te kunnen. Voor de leerkracht betekent dit stug volhouden en de relatie vooral in stand houden. dit is zeker niet makkelijk en je moet er zelf goed voor in je vel zitten om dit te kunnen volhouden.

  4. Hoi,

    Onze vierjarige dochter met een ziekenhuisverleden (meerdere trauma’s) en een schooltrauma van haar broer ging op ontdekkingstocht op school en deed iets wat niet mocht. De juf heeft haar flink aangesproken en omdat ze niet reageerde en geen sorry zei moest ze bijna een uur op de stoel zitten. Ook daarna reageerde ze niet.

    We kennen haar natuurlijk goed en kunnen thuis goed met onze pittige kleuter overweg. Op de peuterspeelzaal bevroor ze soms ook maar wisten ze er goed mee om te gaan.

    Hoe kunnen we school en onze dochter nu zo goed mogelijk helpen hiermee? Wat te doen bij een freeze?

    Groetjes,
    Een bezorgd moeder

  5. Hoi bezorgde moeder,
    misschien kun je op school vertellen hoe jullie er thuis mee omgaan, omdat je zoals je zelf zegt, ‘thuis goed overweg kunnen met onze pittige kleuter.’ Wellicht kun je ook uitleggen waar zo’n ‘bevriezingsreactie’ door komt en dat een kind daar niet voor ‘kiest.’ Dat laatste is namelijk kennis die nog lang niet algemeen bekend is. De leerkracht moet eigenlijk leren om wel ‘in verbinding te blijven’ met je dochter. Even op een stoel zetten kan dus best, maar liefst niet langer in minuten dan ze qua kalenderleeftijd oud is en dicht bij de leerkracht. Hiermee geef je aan: gedrag nu niet oké, maar jij als kind zéker nog wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here