Erno Mijland: Losse flodders én diepgang

1

Deel 3 van de reeks columns van onderwijsjournalist Erno Mijland: controle over je concentratie.

Als moderne mens verstouwen we dagelijks enorme hoeveelheden informatie. En dat wordt alleen maar meer. De apparaten waarmee die informatie naar ons toe komt, gebruiken slimmigheden als een ‘ping’, een ringtone of een trilling om onze aandacht te vangen. Bovendien zijn ze altijd binnen handbereik en is de spreekwoordelijke druk op de knop vaak niet eens meer nodig. De informatie zelf kent vele gedaanten: van een tweet van 140 tekens tot een interessant achtergrondartikel, van een nauwelijks onderbouwde mening tot het doorwrochte verslag van een gedegen, grootschalig onderzoek.

Continu verdeelde aandacht
De manier waarop informatie momenteel op ons afkomt, brengt ons een ultieme uitdaging. Hoe jongleren we tussen de aandacht voor kleine brokjes losse informatie (een tweet, een sms, een blogpost) enerzijds en die voor grotere eenheden (een boek, een volledige symfonie of een film) anderzijds? En vooral: hoe zorgen we ervoor dat het eerste niet interfereert met het tweede. Dat laatste is namelijk een nogal moeilijke opdracht voor ons brein, constateerde schrijfster Linda Stone al in 1998, toen ze het begrip ‘continu verdeelde aandacht’ introduceerde. En onlangs verscheen ‘Het Ondiepe’, waarin Nicholas Carr wetenschappelijk bewijs verzamelt voor de stelling dat de moderne informatietechnologieën onze spanningsbogen korter en ons denken ondieper maken. Terwijl Carr tegelijkertijd aangeeft hoe het surfen, mailen en chatten zijn denken en werken verrijkt.

Kies je aandachtsmodus
Als het om leren en onderwijs gaat, hoor je al snel de klacht dat leerlingen zich steeds moeilijker langdurig kunnen concentreren en dat hun spanningsboog zo kort is. Dat dat aandacht vraagt, onderschrijf ik. Tegelijkertijd denk ik dat we leerlingen ook strategieën moeten leren om slim om te gaan met de continue stroom van losse flodders informatie. Simpelweg omdat die bestaat en nog altijd groeit. En omdat die waardevol kan zijn. ‘The best of both worlds’ betekent in dit geval: zelf bewust je aandachtsmodus kiezen, passend bij je (leer)doelen. Vragen zijn dan: op welke momenten laat je die losse prikkels toe, hoe filter je ze, hoe pik je er de krenten uit en hoe construeer je er kennis uit?

Merkt u dat kinderen zich moeilijker voor langere tijd kunnen concentreren? En dat ze soms in de war raken van al die losse flodders informatie? Hoe zou je daar in het onderwijs aandacht aan kunnen besteden?

Erno Mijland: Alles kan altijd beter

1 REACTIE

  1. Enno Mijland. Ik las met interesse dit artikel over losse flodders en diepgang. Ik moest toen ineens denken aan Robert Kegan wiens ideeën ik aan het uitwerken ben via een serie artikelen over het volwassen brein en met name die van de docent. Kegan maakt onderscheid tussen een curriculum van formeel leren en een “hidden”, dus verborgen curriculum. Terwijl wij ons focussen op de ons opgelegde of zelfgekozen taken houdt het brein contact met zijn opgeving en neemt de dingen waar die wij niet (bewust) opnemen. Zo lees ik je losse flodders al geef ik toe dat dit een ruime interpretatie is. Ik zie de losse flodders ook als het product van de rechterhersenhelft. Waar de linkerhersenhelft zich concentreert op de gedetailleerde kennis van het officiële curriculum, neemt de holistische, niet-talige rechterhersenhelft onbewust informatie op. Zo interpreteer ik het groeiende bewustzijnsniveau waarover Kegan spreekt,

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here