Denken met dilemma’s

0

Het leven zit vol dilemma’s. Ook voor kinderen. Sommige zijn klein en andere zijn groot. Ga ik nu naar de wc of straks? Ga ik mijn topo leren of voetballen? Uiteindelijk maak je een keuze, maar op basis waarvan? Er zijn in de filosofie en de speltheorie meerdere dilemma’s bedacht die je daarover laten nadenken. Dit kun je ook heel goed met kinderen doen.

Dit artikel is afkomstig uit het Praxisbulletin van maart 2019 en is geschreven door Fabien van der Ham. Praxisbulletin is een praktisch, onafhankelijk vakblad voor basis- en speciaal onderwijs en verschijnt 10 keer per jaar. Elke maand delen we een speciaal geselecteerd artikel uit de nieuwste editie! Meer weten? Kijk op Praxisbulletin.nl.

Als je met kinderen wilt nadenken over dilemma’s, moeten ze eerst begrijpen wat een dilemma is. Zet daarom voordat de kinderen terugkomen van een pauze een schaal koekjes neer op een opvallende plek in de klas. Zorg dat je zelf niet in het lokaal bent als de kinderen terugkomen. Kom na een paar minuten binnen en zeg je dat je je kunt voorstellen dat sommige kinderen misschien wel een koekje wilden pakken. Herkennen de kinderen dit? Als ze twijfelden, hebben ze voor een dilemma gestaan. Het dilemma is: Pak ik wel of geen koekje? Hebben de kinderen andere voorbeelden van zulke twijfels?

Vrijwilligersdilemma: één of geen koekje?

Nu voor alle kinderen duidelijk is wat een dilemma is, gebruik je de schaal met koekjes voor het vrijwilligersdilemma. De kinderen moeten de overweging maken of ze zichzelf opofferen voor de groep of niet. Het gaat als volgt: alle kinderen krijgen een blaadje en ze schrijven hierop of ze één koekje of vijf koekjes willen. Ze laten aan niemand zien wat ze hebben opgeschreven. Vertel vooraf: Als er minstens één kind is dat ‘één koekje’ heeft opgeschreven, krijgt iedereen het aantal koekjes dat op zijn papiertje staat.

Iedereen die ‘één koekje’ opschreef, krijgt dan dus maar één koekje. En iedereen die ‘vijf koekjes’ opschreef, krijgt dan vijf koekjes. Als niemand ‘één koekje’ opschreef, krijgt niemand een koekje. Iedereen schrijft tegelijk en laat op jouw teken tegelijk zien wat hij heeft opgeschreven.

Bespreek de activiteit na als iedereen zijn papiertje heeft laten zien. Zijn er kinderen die ‘één koekje’ hebben opgeschreven? Zo ja, wat waren hun motieven? Offerden ze zichzelf op voor de groep? Of dachten ze misschien dat ze van de andere kinderen als dank wel een extra koekje zouden krijgen? Vinden deze kinderen het groepsbelang altijd belangrijker? Wat vinden ze van de kinderen die ‘vijf koekjes’ hebben opgeschreven? Wat denken de kinderen in het algemeen over groepsbelang: wanneer is het groepsbelang belangrijk en wanneer het eigenbelang?

Prisoner’s dilemma

Bij het prisoner’s dilemma kan vriendschap een rol spelen. De vrienden Dirk en Jan zitten in voorarrest op verdenking van diefstal, maar het bewijs is nog niet rond. De kinderen beelden zich in dat ze Dirk of Jan zijn. Ze krijgen de volgende keuzes:

    • Als je bewijs geeft waarmee we je vriend kunnen opsluiten, krijgt je vriend tien jaar en ga jij als beloning voor je eerlijkheid vrijuit.
    • Als jullie allebei bekennen, krijg je allebei vijf jaar.
    • Als geen van jullie twee bekent, krijgen jullie allebei twee jaar, want dat is de straf voor diefstal. Het geweld is niet bewezen.

Je weet niet wat de ander doet. Wat beslis je?

Bespreek de verschillende antwoorden van Jan en Dirk. Welke opties kozen de kinderen het vaakst? Wat was daarvoor de reden? Hoe zwaar telde de vriendschap mee? Zouden ze dezelfde beslissing maken als het niet om een goede vriend ging? Dit waren enkele bekende voorbeelden, maar in het echte leven liggen de dilemma’s natuurlijk ook voor het oprapen. Meer over dilemma’s verbonden aan de actualiteit vind je in het volledige artikel op Praxisbulletin.

Welke keuze zou jij maken als je het vrijwilligersdilemma voorgelegd zou krijgen? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here