De leesvaardigheid van scholieren daalt en de kloof tussen sterke en zwakke lezers groeit; er is sprake van PISA-paniek. Lezen staat daarom weer in het middelpunt van de belangstelling. Hoe kunnen we kinderen en jongeren weer meer en beter laten lezen? In deel 1 schreven we al over een rijke leesomgeving voor kinderen. In dit tweede deel gaat het over tekstbegrip: wat zijn rijke teksten, waarom zijn deze zo belangrijk en hoe bied je deze aan in je lessen?
Scholen zullen en moeten hun focus verleggen naar (nog) meer lezen om het leesniveau onder basis- en middelbarescholieren te verbeteren. We spreken hierover met Marjolein Korstanje en Marleen van Rossum, twee van de conceptauteurs van de nieuwe Taal actief voor zowel taal, spelling als tekstbegrip.
Wat zijn rijke teksten en waarom zijn ze zo belangrijk?
‘Rijke teksten zijn authentiek: het zijn teksten die je ook buiten school kunt tegenkomen. Ze zijn niet versimpeld voor het onderwijs en bevatten rijke taal. Deze teksten laten kinderen kennismaken met allerlei vormen van taal en bevorderen de ontwikkeling van woordenschat. Rijke teksten geven hun complete inhoud niet meteen prijs. Ze vragen om denkwerk en om uitwisseling van gedachten en ideeën. Het zijn teksten waarin je veel kunt ontdekken en waar je echt in moet duiken. De inhoud maakt nieuwsgierig en prikkelt. Ook bieden rijke teksten handvatten om je kennis over de wereld, over taal en over jezelf uit te breiden.
Lezers in de groei hebben rijke teksten nodig. Rijke teksten maken lezen afwisselend, interessant, uitdagend en leerzaam. Herhaald lezen helpt om tot dieper begrip van een rijke tekst te komen. Dat gebeurt in de les bij voorkeur op een motiverende manier, bijvoorbeeld aan de hand van tekstgerichte opdrachten.’
Hoe lees je een rijke tekst?
‘Goed lezen moet je leren. Gun de kinderen de tijd en ervaringen in het lesrooster, in het leerjaar en in de hele schoolloopbaan om zelf lezen steeds meer te waarderen. Luisteren naar voorgelezen verhalen is daarbij belangrijk, net als vrij lezen. Op school wordt daarnaast aandacht besteed aan begrijpend lezen, maar die term staat de laatste tijd nogal onder druk. Dit komt omdat de lessen begrijpend lezen nogal “mechanisch” werden ingestoken. Jarenlang stonden niet de inhoud van de tekst en het gesprek over de tekst centraal, maar vaak een leesstrategie en een set met goed/fout-vragen over onder meer tekstkenmerken, het doel en de structuur.
Onderzoek wijst echter uit dat samen lezen, nadenken en praten over een tekst een veel effectievere manier is om tot tekstbegrip te komen. Een gesprek zorgt niet alleen voor verbreding en verdieping van de inhoud van de tekst, maar ook voor nuances in de waardering en beleving van de tekst. Daarbij is een leerkracht die modelt en helpt van groot belang. De leerkracht moet de verschuiving maken van “opdrachtmodus” naar “tekstgerichte dialoog”. Hij of zij neemt een nieuwsgierige houding aan, stelt vaak de waarom-vraag en stimuleert het gesprek tussen de kinderen. Goed doordachte “LOTS- en HOTS-opdrachten” helpen bij dat gesprek.’
Wat zijn LOTS- en HOTS-opdrachten?
‘De afkorting LOTS staat voor Lower Order Thinking Skills; de lagere-orde denkvaardigheden. LOTS-opdrachten helpen kinderen informatie te vinden die letterlijk in de tekst staat. Ze zijn belangrijk voor letterlijk tekstbegrip. Soms vormen ze een opstapje naar HOTS-opdrachten.
De afkorting HOTS staat voor Higher Order Thinking skills: de hogere-orde denkvaardigheden. HOTS-opdrachten dragen bij aan niet-letterlijk, dieper tekstbegrip. Dit zijn opdrachten over het afleiden van wat niet letterlijk in de tekst staat, het leggen van verbanden, het verwoorden van de bedoeling van de schrijver, het evalueren, waarderen en reflecteren. Dit type opdrachten daagt kinderen uit om weloverwogen en zelfgeformuleerde antwoorden te geven met een goede argumentatie.’
Zijn rijke teksten wel haalbaar voor zwakke lezers?
‘Ja, juist wel! Je kunt op twee manieren uitleggen wat een zwakke lezer is. Je kunt leeszwak zijn, omdat je moeite hebt met het technisch lezen van de tekst. Om die reden is het belangrijk dat de leerkracht bij een les tekstbegrip de rijke tekst altijd zelf voorleest. Je kunt ook leeszwak zijn, omdat je moeite hebt met het begrijpen van een tekst. Of je een tekst meteen al goed begrijpt, kan bijvoorbeeld afhankelijk zijn van het onderwerp van de tekst. Wanneer het onderwerp je niet aanspreekt of je hebt nog weinig kennis over het onderwerp, dan zal het lezen van die tekst je waarschijnlijk moeilijker afgaan. De oplossing hiervoor ligt in het herhaald lezen en het samen denken, praten en schrijven over een gevarieerd aanbod aan rijke teksten over uiteenlopende onderwerpen.
Alle kinderen profiteren van het samen werken aan tekstbegrip en het gezamenlijk nabespreken, dus ook de zwakkere lezers. Zij ontdekken door het gesprek wat de tekst voor hen nog verborgen hield.’
Dit was deel 2 in de serie over Tekstbegrip, na deel 1 over een rijke leesomgeving. Deel 3 verschijnt op 10 maart online op OnderwijsvanMorgen. Hierin praten we verder over de weg van visie naar praktijk: hoe biedt Taal actief rijk leesonderwijs?

