Puinhoop

Als ik ’s ochtends de klas binnenkom, ruikt het wat muf. Gek. Maar ach, het is weekend geweest, alles zat dicht, misschien moet ik de boel gewoon even luchten. Ik zet een raam open en ga door met mijn ochtendritueel.

Een halfuurtje later druppelen de eerste kinderen binnen. Niemand merkt iets. De eerste moet-je-horen-verhalen worden verteld en de voetballers zoeken elkaar op om de wedstrijden nog even na te bespreken. Om half negen kruipen de kinderen op hun plek. Net als ik het weekend wil bespreken, wordt er op de deur geklopt. Twee moeders steken hun hoofd om de hoek. ‘Hier is de luizencontrole!’

Dat is waar ook. Terwijl ik naar ze toe loop om wat spulletjes aan te nemen, ruik ik die muffe lucht weer. Hm, vreemd. Geen tijd om op jacht te gaan: de haren moeten gecheckt, de klas moet in het gareel. Opeens kijkt een van de moeders op. Ze graait in haar zak en houdt een sleutel omhoog. Ze werpt ’m naar haar dochter. ‘Lieverd, deze zat nog in je fiets.’ Ik grinnik. Het past bij Keet, onze kleine chaoot. Terwijl ze haar laatje opent om haar sleutel op te bergen, vliegt er een klein fruitvliegje naar buiten. Raar. Ik laat het even bezinken. Wacht eens. Héél raar.

‘Keet?’
‘Ja?’
‘Maak je la nog eens open?’

Een puinhoop van propjes, stompjes potlood, boeken, Donald Ducks en stukken gum valt naar buiten. Mijn hemel. Werkboeken, schriften, nog meer vliegjes, twee linialen, een haarband en twee leesboeken. En daar, in de uiterste hoek, tussen de oude weektaken en geverfde zakdoekjes, een fruittrommeltje.
Keet begint te blozen. ‘Die was ik al kwijt.’ Haar moeder, even verderop, slaat het tafereel gade en werpt me een ongeruste blik toe. Ze kent haar dochter. Zodra Keet het bakje uit haar la peutert, lekt er een bruinig goedje uit. De geur van deze morgen wordt sterker. Oh nee.
Inmiddels kijkt de hele klas toe. Keets buurvrouw schuift geschrokken met haar stoel naar achteren als het dekseltje opengaat. ‘IEH! Wat is DAT?!’ We zien, en ruiken, de resten van een heel, heel oude banaan.

‘Weg met dat ding!’ roept Keets moeder. ‘En haal even een sopje,’ voeg ik eraan toe. Met een hoofd als een biet loopt Keet naar de prullenbak. Haar moeder en ik kijken elkaar aan en schieten in de lach. ‘Sorry,’ zegt ze, ‘voor dit inkijkje in ons leven met deze rommelkont.’ Ik wuif het weg en zie het als een mooie gelegenheid.
‘Jongens en meisjes,’ roep ik door de klas. ‘Pak je laatjes en zet ze op tafel.’
Tijd om op te ruimen. Voordat we opnieuw kolonies beestjes kweken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde artikelen

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.