Column Erno Mijland: Cijfers of levels?

15

Adviseur, trainer en onderwijsjournalist Erno Mijland over leren voor de toekomst.

Een proefwerk. Even later: een 4. Balen. Maar wat zegt het eigenlijk over wat ik al wél ken en kan? Die 4 geeft me slechts de boodschap: je hebt gefaald! Lekker motiverend. Oké, ik zal volgende keer proberen iets beter mijn best te doen.
Een game. Ik ben nog niet zo goed, maar ik krijg een uitdaging op mijn niveau, level 1 in dit geval. De uitdaging zit in mijn zone van naaste ontwikkeling. Met wat extra inzet of wat langer oefenen moet het lukken. Dus ik ga door tot ik level 1 gehaald heb. En dan ben ik trots op wat ik bereikt heb.

Hakken over de sloot
In het onderwijs beoordelen we leerlingen vooral met cijfers. Ik vraag me af of dat wel zo krachtig is. Een enkeling voelt zich inderdaad uitgedaagd een 9 of een 10 te halen. Het merendeel calculeert (op een rekenmachine!) welk cijfer er gehaald moet worden om met de hakken over de sloot te komen. Onderaan bungelen de leerlingen die niet zo goed meekunnen. Ze hebben de hoop al opgegeven. Tot ze bij lotgenoten geplaatst worden, waarop een nieuwe verdeling volgt tussen de drie typen presteerders.

De kracht van games
Games leren ons een belangrijk lesje: levelling motiveert. Ik zie kinderen en jongeren urenlang geconcentreerd bezig op hun xBox, computer of Nintendo. Uiteraard niet alleen vanwege dat te behalen level, maar toch. Denk eens even mee… Leerlingen werken op hun eigen niveau en krijgen vooral positieve feedback. Ze mogen pas verder als ze het voorgaande echt begrepen hebben. Belangrijk, anders gaat het later alsnog (of weer) mis. En de docent? Die hoeft slechts op het juiste moment te signaleren dat het Peterprincipe voor de betreffende leerling van kracht wordt.

Een klas vol strebertjes
Levelling in het onderwijs is niet eens nieuw. AVI is in feite een systeem voor het levellen van je leesvaardigheid. We weten dus hoe het werkt. We weten dus dát het werkt. Een bijkomend voordeel: we zijn meteen van die zesjescultuur af.

Hoe zou je lesstof in jouw vak in kunnen delen in levels?

15 REACTIES

  1. Beste Erno,

    Leuk idee, maar ik denk dat het effect van levellen gering is. Uiteindelijk moet er toch een grens getrokken worden tussen blijven zitten of overgaan en zakken of slagen. En of je voor overgaan of slagen een 6 nodig hebt of minimaal level 6 moet halen, maakt helemaal niets uit. Je moet nog steeds een bepaalde hoeveelheid kennis en vaardigheden bezitten. Levellen is gewoon een andere verpakking.

    Daarnaast zijn de leerlingen, en mijns inziens iedereen, graag lui, of liever, efficiënt. Als met minder moeite en inzet het volgende level kan worden gehaald, wordt er echt niet harder gewerkt. In de sport zie je dat ook. Er wordt vaak gewonnen door even te ‘vlammen’ en daarna ‘achterover te leunen’.

    Het klinkt leuk, maar je kunt van kennis vergaren en vaardigheden leren geen game maken.

    Wil je van de zesjes af, dan moet er passie zijn voor het vak of datgene wat je aan het doen bent of wilt bereiken. Dan volgt de investering en hard werken vanzelf. De docent of tutor moet daarin meer begeleiden, sturen en enthousiasmeren, want passie is prestatie!

  2. Allereerst, de zesjecultuur is een probleem dat redelijk inherent is aan Nederland en de Nederlandse cultuur. Ik heb de afgelopen twee jaar in Canada mogen lesgeven en daar streven veel leerlingen er wel naar om een 90% of hoger te halen. Ook in Canadees onderzoek blijkt dat leerlingen daar gemotiveerd zijn om hoge cijfers te halen (de onderzoeken waarin dit wordt beschreven richten zich vooral op de redenen achter die motivatie en wat te doen op het moment dat een leerling niet aan zijn of haar eigen verwachtingspatroon voldoet, of het verwachtingspatroon van zijn of haar ouders)

    Nederlandse gezegdes zeggen eigenlijk al genoeg:
    1) doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg
    2) wie z’n hoofd boven het maaiveld uitsteekt……
    3) hoge bomen vangen veel wind

    Het is in Nederland gewoon niet ‘cool’ om goed te zijn. Er zijn de laatste tijd veel mensen bij allerlei instituten waar veel te veel geld aan uit gegeven wordt die allemaal “nieuwerwetse” oplossingen hebben, maar het lijkt er toch op dat veel van die oplossingen niet werken, waarop we weer meer geld uitgeven aan die mensen en leraren ondertussen onderbetaald met klassen van meer dan 30 leerlingen laten zitten. Die oplossingen zijn dan vaak ook nog eens op een gevoel gebaseerd of op beperkt of slecht onderzoek.

    Ik gebruik graag nieuwe inzichten in mijn klassen, maar dan wel inzichten die onderbouwd zijn met wat onderzoek. Het Peter principe lijkt dat niet te zijn, getuige de geciteerde (Wikipedia, ugh!) bron, want het boek van Peter staat vol met “fictieve en hilarisch geformuleerde voorbeelden van deze situaties”.

    Uiteindelijk bestond, bestaat en zal een werkzaam leven niet bestaan uit spelletjes spelen. Het zal ook niet bestaan uit een maatschappij die om het individu heen gebouwd is, je wordt als kind uiteindelijk deel van een maatschappij. Onderwijs egocentrisch inrichten en verschillende latten neerleggen voor leerlingen en die keer op keer te verlagen, dat draagt niet bij aan het onderwijs in Nederland.

    Sorry Erno, ik heb nog een nuttig boek van je liggen waar ik veel uit gebruikt heb, maar ik vrees toch dat we minder geld moeten uitgeven aan experts en meer geld moeten investeren in docenten, leeromgeving, ICT en kleinere klassen. DIt soort ongefundeerde proefballonnetjes hebben mij op mijn dertigste al behoorlijk sceptisch gemaakt over de “trends” in het onderwijs, die er vooral lijken te zijn om een gehele beroepsgroep van “deskundigen” te voorzien van een goed belegde boterham.

  3. Erno,

    zit wat in, inderdaad motivatie factor wordt verhoogd, zeker bij jongens is mijn inschatting. Voor het PO betekent het dat de traditionele structuur van groepsindeling moet worden aangepakt. Als je per vak met levels gaat werken kan je ook niet zeggen tegen een leerling je hebt het hoogste level gehaald voor deze leeftijdsgroep dus stop er maar mee. Dat betekent een doorkruising van de (leeftijds) groepsindeling op vakniveau, want je instructie moet je dan ook aanpassen aan de levels. Je gaat dus individueler lesgeven binnen een groep. Of zet per vak kinderen met zelfde level bij elkaar..
    Voor VO werkt het makkelijker, ook daar een aantal hoofdbrekertjes (inschatting schooltype/niveau? overgaan/zittenblijven/eindexamen?)

    Als voldoende aangetoond kan worden dat de resultaten en motivatie verbeteren, vind ik dat structuren daarop kunnen worden aangepast.
    Ben benieuwd naar reacties van leraren
    groet

  4. Hoewel het gamen waanzinnig populair is bij jongeren, denk ik dat het niet het spel-element is waar we in het onderwijs aan moeten beginnen, maar op uitdagingen stellen op het eigen niveau. In plaats van cijfers (die voor verreweg de meesten niet stimulerend werken) werken met een ‘medal and mission’ feedback model: werk van de leerling niet met cijfer beoordelen, maar specifieke, opbouwende feedback geven, benoemen wat goed ging en dan met een ‘mission’ weer aan de slag sturen. Doelen op maat! (ook dat doen de computerspellen wel). Dit komt niet uit de lucht vallen, dit is wat de allerbeste resultaten geeft, Het is hoog tijd dat er in NL wat meer aandacht komt voor evidence based teaching, zoals oa word beschreven in het zeer praktische ‘Evidence Based Teaching” van Geoff Petty. Ik ben omscholer op weg om leraar wiskunde te worden, maar evidence based onderwijs ben ik alleen maar tegen gekomen omdat ik me graag breed oriënteer.

  5. Een cijfer geven is arbitrair. Het is eerlijker vooruitgang te meten. Dan pas wordt inspanning echt beloond. Als jouw werk wordt vergeleken met anderen en daarop het cijfers wordt verleend, kweek je ego-oriëntatie (veldloopmodel). Het is eerlijker en motiverender vooruitgang te meten en te belonen (expeditiemodel).

  6. Je snijdt twee kwesties aan. De eerste is motivatie en de tweede is toetsing.

    Omdat een toets niet halen demotiveert, stel je voor om de toets dan maar te vervangen door iets wat wel motiveert? Sorry, maar daarmee ben je niet meer in staat om de toetsen inhoeverre de leerstof beheerst wordt, en ten tweede verwijder je daarmee de mogelijkheid tot exceleren.

    Toetsen zijn in principe niet bedoeld als motiverend middel. Men gaat niet aan een cursus of schooljaar beginnen met de gedachte “ik ga nu even lekker een toets halen”. Nee, het zijn gedachten als “ik ga wat leren, hierna weet of kan ik meer” of “ik kan met dit diploma een goede baan krijgen”, die motiverend werken. Een toets is een meting of wat geleerd is ook beheerst wordt (formatief). En het is selecterend om bijvoorbeeld een diploma of certificaat waarde te geven (summatief). Ooit een cursus gedaan zonder examen maar met certificaat? Iedereen weet dan dat het certificaat niets meer betekent dan fysieke-aanwezigheid-bij-de-cursus, waardeloos dus.
    Je meent dat onvoldoendes voor toetsen demotiverend werken. Demotivatie bij een ‘4’ betekent simpelweg een gebrek aan motivatie al bij aanvang van de lessen, want er was immers niets geleerd tijdens de cursus waarvan de onvoldoende een droog bewijs is.

    Calculerend gedrag (zesjescultuur) is het gevolg van gebrek aan waardering voor prestatie of competitie. Een 6 is nu eenmaal voldoende om een diploma te halen.
    Sporters die aan wedstrijden beginnen met het idee een zesje te halen worden niet serieus genomen, om voorstelbare redenen. We weten dat niet iedereen de top kan bereiken in een sport, maar velen menen wel dat iedereen de aangeboden leerstof kan beheersen. Dat is onzin, en dat weet iedereen ook wel. Maar om te voorkomen dat sommigen afhaken en gefrustreerd achterblijven wordt dan maar het competitie-element zo veel mogelijk vermeden. Funest voor onderwijs en voor degenen die wel goed zijn in wat ze kennen en kunnen.

    Dat is volgens mij ook een van de redenen dat jongens zo slecht ‘scoren’ in het onderwijs. Er is geen competitie. Als ik als leraar voor een klas merk dat jongens niets doen of verveeld voor zich uitstaren dan leg ik een koek of een reep op tafel met de mededeling dat de eerste die klaar is de winnaar is. Dat krijgt de jongens zeer ijverig aan het werk. Competitie motiveert ze. Is een koek of reep flauw? Ja, dat vind ik zeker, maar het laat zien dat competitie werkt en “winnen” motiveert.

  7. volgens mij zijn “levels” en “cijfers” van een andere orde. Daarnaast vraag ik me af of het beoordelen van toetsen met cijfers wel beantwoord aan het doel waarvoor we die toetsen houden. Een toets is altijd een momentopname over een stukje van de lesstof. Te vaak heb ik gezien dat iemand blijft zitten op basis van 1 zo een slechte momentopname. Misschien omdat de leerling op dat moment een slechte dag had, of op dat moment nog niet aan de toets voor dat stukje lesstof toe was. En hoeveel toetsen moet je afnemen om te weten of een leerling voldoende lesstof voldoende beheerst?
    Werken met levels of ontwikkelingsniveaus veronderstelt een ander didactisch principe (ontwikkelingsgericht). Door de opleiding heen komt de leerling op een steeds hoger niveau (het voorbeeld van de AVI-niveaus). Dat hogere niveau wordt overigens bereikt door het maken van toetsen die passend zijn voor het bij behorende ontwikkelingsniveau. En die toetsen kun je m.i. Weer “gewoon” met cijfers beoordelen.
    Voordeel van werken met levels is dat je aan het eind van het jaar niet plotseling lager kan scoren dan halverwege het jaar. En dat is met de steekproefsgewijze momentopname die een toets eigenlijk is, wel mogelijk.

  8. Toetsen heeft een tweeledig doel: formatief en summatief. Niveau’s hebben ook een formatieve functie: het geeft aan waar iemand staat. De summatieve functie is selecterend, wat bij diplomering en toelating tot vervolgopleidingen nodig is. in de praktijk worden de tweeledige functie van toetsen door elkaar gehaald en vaak in 1 toets verwerkt. Dan zegt een onvoldoende zowel dat de stof niet beheerst wordt als dat niet overgegaan kan worden naar het volgende niveau.
    Ik krijg de indruk dat gedacht wordt vanuit een zieligheidsstandpunt. Misschien is het zielig voor kinderen dat ze niet over mogen, maar willen we doktoren, politici of ingenieurs die vanuit dat idee hun diploma’s gehaald hebben? Ik hoop toch van niet…

  9. Lieve mensen,

    ik probeer hier inspiratie op te doen en info te verzamelen, om afwegingen te maken.

    Ik kom echter bij sommige bovenstaande stukken tekst niet verder dan de derde zin. WAT een blokken tekst!

    Plz, probeer je gedachten iets bondiger en attractiever te presenteren!

  10. Levellen zoals ik het van Erno begrijp, stemt overeen met wat wij (in Vlaanderen) ‘permanente evaluatie’ zouden noemen en dit binnen ‘competentiegeticht onderwijs’. Dit laatste is een vlag die vele ladingen dekt. Wordt bedoeld: het zeer regelmatig (permanent) ‘aftoetsen’ (kan ook bv. door observatie) van deelstapjes die het traject vormen naar het doel, de te bereiken competentie. Vorderingsmeting, formatief toetsen, dus. 
    Maar daarnaast houdt formatief toetsen ook stand. Omdat nu eenmaal de noodzaak bestaat om leerlingen op de juiste plaats in het onderwijssysteem te krijgen en te houden.
    Lijkt dus eerder een en-en-kwestie dan of-of. Levellen en cijfertjes. En dat laatste, daar houden vooral ouders ook heel erg van. En cijfers zonder correcte interpretatie en zinvolle duiding (o.a. Welke vorderingen dit betekent voor jouw zoon of dochter), daar kan je alle kanten mee op … Of geen enkele kant.
    Daarnaast herken ik wat Telgip stelt: dat docenten vaak de doelen van toetsingsmomenten door elkaar halen, waardoor het interpreteren van de resultaten en de vervolgacties op basis van die resultaten helaas ernstig aan waarde inboeten. (Naar mijn bescheiden (Vlaamse) mening ;).)

  11. Auw! Uiteindelijk moet er toch een grens getrokken worden tussen overgaan of blijven zitten en zakken of slagen? Waarom? Het beste zou zijn om elke student op elk moment uit te dagen en te laten leren op zijn eigen niveau.

    Het jaarsysteem is niet iets wat je graag wil, maar iets waar (op de meeste scholen) nog geen andere oplossing voor is bedacht.

    Naar mijn mening is het heel om onze manier van beoordelen kritisch te bekijken. Lage cijfers geven is demotiverend.

    Op dit moment ben ik samen met een collega bezig met het opzetten van een beoordelingssysteem gebaseerd op achievements. Elke achievement heeft een aantal beoordelingscriteria. Een student kan op elk moment een vakdocent benaderen om aan te tonen dat hij aan de beoordelingscriteria van een achievement voldoet. De pilot start begin volgend schooljaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here