Beleid, gebruik, digitalisering en ontwikkeling van leermiddelen

0

Onlangs publiceerde het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO) de leermiddelenmonitor 13/14. De monitor zoomt in op het leermiddelenbeleid, leermiddelengebruik, digitalisering van leermateriaal en het ontwikkelen en delen van leermiddelen in het primair- en voortgezet onderwijs. In dit artikel een aantal opvallende resultaten voor het voortgezet onderwijs.

Leermiddelenbeleid
In het voortgezet onderwijs zegt 53% van de docenten dat er op hun school een leermiddelenbeleid is. Dat is een lichte daling ten opzichte van 11/12. Toen was dat percentage namelijk bijna 60%. Van de docenten die de vragenlijst hebben ingevuld zegt 21% dat er geen leermiddelenbeleid is en 26% weet het niet. Veel meer leidinggevenden (85%) in het vo zeggen een leermiddelenbeleid te hebben. Dat zou kunnen betekenen dat lang niet alle docenten op de hoogte zijn van het leermiddelenbeleid op hun school. Volgens zowel docenten als leidinggevenden worden in het leermiddelenbeleid voornamelijk afspraken vastgelegd over het beschikbare budget, de verantwoordelijkheid voor de aanschaf van nieuwe leermiddelen en type leermiddelen dat gebruikt dient te worden. Voor wat betreft het nakomen van deze afspraken zijn leidinggevenden een stuk optimistischer dan de docenten zelf. Twee derde van de vo-leidinggevenden denkt dat alle afspraken worden nageleefd. Onder docenten ligt dat aantal lager, namelijk op een percentage van 40%.

Volgens het merendeel van de leidinggevenden – 60% in 13/14 ten opzichte van bijna 80% in 11/12 – beslist de schoolleiding of er nieuwe leermiddelen mogen worden aangeschaft. Wat dat dan voor leermiddelen zijn wordt volgens 82% (ten opzichte van bijna 90% in 11/12) van de leidinggevenden door docenten besloten. Het aantal leidinggevenden dat beslist voort de aanschaf van nieuwe leermiddelen is dan ook gestegen, van zo’n 10% in 11/12 naar 18% in 13/14.

Leermiddelengebruik
Docenten gebruiken voornamelijk lesmethoden die ze aanvullen met zelf ontwikkeld of elders gevonden lesmateriaal (70%). Het aandeel methodegebonden leermiddelen zal volgens docenten afnemen van 64% nu naar 57% over vijf jaar. Dat ten gunste van niet-methodegebonden middelen. Het grootste deel van de docenten maakt maar af en toe gebruik van de in de methode opgenomen opdrachten voor zwakkere/sterkere leerlingen. Tijdgebrek is voor de meeste docenten de belangrijkste reden om de opdrachten niet vaker te gebruiken. Opmerkelijk genoeg ziet een groot deel van de docenten graag meer opdrachten terug voor begaafde (55%) en zwakkere (49%) leerlingen. Maar ook aanwijzingen over welke opdrachten te gebruiken voor deze leerlingen zijn onder 35% van de docenten gewenst.

Digitalisering van leermateriaal
De computer, het digitale schoolbord en de laptop en/of tablet worden het vaakst gebruikt om filmpjes, geprinte of digitale tekst en methodegebonden software en opdrachten in te zetten. E-books, games en interactieve websites worden vooralsnog weinig gebruikt. Als meerwaarde van digitale leermiddelen noemt de helft van de docenten dat deze aantrekkelijker zijn voor leerlingen. Ook bieden digitale middelen meer variatie in leeractiviteiten en vinden docenten de combinatie tussen papier en digitaal krachtig.

Volgens leidinggevenden (70%) worden docenten gestimuleerd om gratis digitale leermiddelen te gebruiken. Die steun vanuit de school is met de jaren ook steeds iets toegenomen. Volgens leidinggevenden is het wel aan de docent zelf om gratis digitale middelen te gebruiken. Open materiaal is onder docenten populairder dan gesloten materialen. Volgens docenten is 60% van de door hen gebruikte digitale leermiddelen gratis.

Ontwikkelen en delen
Onder docenten ontwikkelt 51% soms en 27% vaak zelf leermiddelen. Als het om digitale leermiddelen gaat liggen de percentages anders, namelijk 45% (soms) en 14% (vaak). Het gaat dan vooral om losse lessen. Het bieden van meer differentiatiemogelijkheden is voor docenten een belangrijke reden om zelf lesmateriaal te ontwikkelen. Maar ook methodes die onvoldoende afwisseling bieden én professionele uitdaging zijn redenen voor docenten om zelf aan de slag te gaan. Bij het maken van leermiddelen hanteren docenten doorgaans kerndoelen of de referentieniveaus van het vak als richtinggevend kader. Opvallend: 38% van de leidinggevenden denkt dat docenten de schoolvisie gebruiken bij het ontwikkelen van lesmateriaal. Volgens docenten is daar maar in beperkte mate (9%) sprake van.

De resultaten van deze monitor zijn gebaseerd op een digitale vragenlijst die onder andere aan docenten (933) en leidinggevenden (163) in het voortgezet onderwijs zijn voorgelegd. Een representatieve steekproef waarbij voor docenten een betrouwbaarheidspercentage van 95% en voor leidinggevenden een percentage van 81% geldt.

Herken jij je als docent in bovenstaande resultaten of denk je anders over bepaalde onderwerpen? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here