Hoewel de noodzaak van sterke basisvaardigheden voor iedereen vanzelfsprekend lijkt, roept dit in de praktijk talloze vragen op. Wat betekent het concreet voor docenten en schoolleiders? Welke rol spelen zij in het waarborgen van de kwaliteit van taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap? Hoe kun jij, als onderwijsprofessional, jouw steentje bijdragen aan deze gezamenlijke taak? En wat levert het je op?
In de whitepaper Basisvaardigheden in het vo lees je de twaalf meestgestelde vragen over basisvaardigheden. In enkele alinea’s wordt elke vraag beantwoord, waar nodig met aanvullende bronnen, praktische handvatten en concrete strategieën die je helpen om de ontwikkeling van deze essentiële competenties in jouw klaslokalen te ondersteunen.
Elke maand lichten we op onderwijsvanmorgen.nl een vraag uit en delen we inzichten die je direct kunt toepassen. Deze maand beantwoorden we de vraag: Wat vragen de basisvaardigheden van de docent?

Complete whitepaper ontvangen?
Wil je alle twaalf antwoorden meteen lezen? Download de volledige whitepaper en ga er vandaag nog mee aan de slag.
Vraag 4: Wat vragen de basisvaardigheden van de docent?
De ontwikkeling van basisvaardigheden valt of staat bij de inzet van docenten, die dagelijks met leerlingen werken. Met hun vakkennis en pedagogische vaardigheden kunnen zij kleine maar effectieve interventies implementeren die passen bij hun leerlingen.
De kern van de bijdrage van docenten is samenwerking, zowel binnen de eigen sectie als met collega’s van andere vakken. Ga op zoek naar mogelijkheden die aansluiten bij de geactualiseerde kerndoelen van je vak en begin klein.
Klein beginnen, groots effect.
Praktische tips voor docenten:
1. Samenwerken en verbinden
- Zet samenwerking op de agenda van je vakgroep.
- Bedenk gerichte interventies voor jouw vak en wissel ideeën uit met andere secties.
- Vraag het management om tijd voor overleg (opnemen in taakbeleid).
2. Uniformiteit creëren
- Zoek naar overeenkomsten tussen vakken: welke eisen stelt een docent Nederlands aan een werkstuk en hoe verhoudt dit zich tot de eisen bij andere vakken?
- Gebruik bij alle vakken dezelfde lijst met schooltaalwoorden.
- Maak gezamenlijke afspraken over handschrift, formulering, spelling en zinsbouw.
3. Vaktaal expliciet maken
- Stel samen met collega’s lijsten op van vaktaalwoorden met definities.
- Laat leerlingen zelf deze lijsten aanvullen en bijwerken.
- Gebruik deze woorden consequent in je lessen.
4. Structuur aanbrengen
- Leer leerlingen gestructureerde antwoorden geven met signaalwoorden.
- Geef oplossingsstappen voor complexe taken.
- Maak om rekenen consistent over alle vakken te houden een overzicht met rekenregels dat alle docenten gebruiken (zie ook vraag 8 in de whitepaper).
5. Actualiteit benutten
- Koppel je vakinhoud aan actuele onderwerpen en teksten.
- Integreer burgerschap en digitale geletterdheid natuurlijk in je lessen.
Meer lezen
- Informatie over vaktaal en schooltaalwoorden.

