Steeds meer middelbare scholen halen zorgprofessionals in huis om leerlingen met angst, stress of somberheid te ondersteunen, zo blijkt uit een reportage van Nieuwsuur. Tegelijk staat de financiering onder druk nu tijdelijke middelen wegvallen. Wat betekent dit voor de schoolpraktijk?
In de afgelopen jaren groeide het aantal functies ter ondersteuning op school. Veel scholen konden die extra inzet betalen uit NPO-gelden (Nationaal Programma Onderwijs), een overheidspotje dat is opgezet tijdens de coronapandemie om achterstanden in te halen en leerlingen te ondersteunen. Nu die stoppen, vreest de sector dat scholen moeten afschalen terwijl de vraag niet verdwijnt.
Ook de VO-raad pleit voor structureel geld: niet alleen om hulp te organiseren als het misgaat, maar juist om preventief en collectief te kunnen werken aan welbevinden.
Wat zijn zorgmedewerkers op school?
Bij zorgmedewerkers op school gaat het om professionals die naast het onderwijsteam bijdragen aan leerlingwelzijn. Ze helpen leerlingen met allerlei problemen die niet onder schoolwerk vallen door bijvoorbeeld faalangsttraining en psychologische hulp. Hun meerwaarde zit in het ondersteunen, signaleren, kortere lijnen met ouders en ketenpartners en docenten ontlasten bij complexe casuïstiek.
Tegelijk is het belangrijk dat de school geen zorginstelling wordt. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) benadrukt dat je mentale klachten serieus moet nemen, maar ook moet waken voor overmedicaliseren: niet elke dip is een stoornis. ‘Het is belangrijk om kinderen en jongeren te leren dat tegenslag bij het leven hoort. Het is normaal dat jongeren niet alles al weten, dat ze onzeker zijn en dat ze dingen lastig vinden. Door deze normale emoties als mentale ziekte te beschrijven kunnen klachten groter worden.’ Wél is elke leerling gebaat bij een veilige omgeving waarin signalen gezien worden en hulp vindbaar is.
Mentale gezondheid jongeren in cijfers
Mentale gezondheid van jongeren staat al langer op de agenda. Uit actuele onderzoeken blijkt dat ruim 1 op de 3 jongeren last heeft van mentale klachten. In scholen vertaalt dit zich vaak naar heel concrete zorgen: leerlingen die vastlopen op toetsdruk, vaker uitvallen, slechter slapen of zich terugtrekken.
‘We maken ons echt zorgen over jonge mensen,’ zegt Marith Volp, directeur Volksgezondheid en Zorg bij het RIVM. Dat het niet goed gaat met de mentale gezondheid van jongeren, kwam ook in andere onderzoeken naar voren. Vooral meisjes hebben veel last van bijvoorbeeld depressiviteit.
Een getrapte aanpak
In de praktijk kun je mentaal welzijn aanpakken via een getrapte methode: laagdrempelig waar het kan, specialistisch waar het moet. Zorgmedewerkers op school zijn cruciaal in die tweede trede (begeleiding en ondersteuning), maar een school heeft ook baat bij een duidelijke ‘eerste trede’ die leerlingen helpt om woorden te geven aan stress en om op tijd steun te zoeken.
Een voorbeeld van zo’n laagdrempelig startpunt is In je bol: een gratis platform voor jongeren met betrouwbare uitleg over mentale klachten en praktische tools om zelf of met begeleiding aan de slag te gaan. Het is nadrukkelijk géén behandeling, maar kan wél helpen om stress te herkennen, gevoelens te ordenen en de drempel naar hulp te verlagen, bijvoorbeeld als startpunt in een mentorles of als routekaartje dat je meegeeft.
Op de pagina zelf aan de slag staan korte activiteiten die goed passen bij jongeren. Denk aan een check-in die leerlingen helpt om hun gedachten te ordenen, een spanningsschaal om signalen van oplopende stress te herkennen of een gedachte-experiment van een minuut voor wie regelmatig tegen zijn gedachten vecht. Ook is er op de website een toolkit voor onderwijsprofessionals te vinden om mentale gezondheid zichtbaar te maken op school.
De belangrijkste afspraak blijft: als klachten ernstig zijn of lang aanhouden, of als er zorgen zijn over veiligheid, hoort daar specialistische ondersteuning bij. Juist dan is de rol van zorgmedewerkers op school waardevol: zij kunnen sneller schakelen, samen met mentor en ouders passende vervolgstappen kiezen en waar nodig doorverwijzen richting huisarts, wijkteam of jeugdhulp.
Tot slot
Zorgmedewerkers op school kunnen het verschil maken. Maar zonder structurele financiering blijft die ondersteuning kwetsbaar. Ondertussen kun je als school wél zorgen voor een stevig fundament: normaliseren waar het kan, signaleren waar het moet en leerlingen een laagdrempelig startpunt geven met een heldere route naar specialistische hulp als dat nodig is.

