Een initiatief van Malmberg

Taalfouten?

“De taalprestaties van Nederlandse leerlingen moeten omhoog”, zegt minister Marja van Bijsterveldt. Haar focus op Taal (en Rekenen, beide met een hoofdletter) krijgt geregeld alle aandacht van de media. Het motto? Terug naar de basis.
Veel docenten Nederlands zijn het van harte met de minister eens. Zij ergeren zich aan het taalgebruik van hun leerlingen. En aan de vele fouten van hun collega’s. De recente discussie via de List Nederlands (van Kennisnet/de Digitale school) laat zien hoe hoog de gemoederen oplopen.

“Grijze haren krijg ik ervan,” schrijft een van de docenten Nederlands, “de ene helft van de docenten stoort zich er maar niet meer aan, de andere helft klaagt.”
In enkele uren tijd vlogen in december talloze mailtjes over het wereldwijde web. Docenten uit Nederland en Vlaanderen vonden herkenning bij elkaar: frustraties, kritische noten en suggesties werden uitgewisseld.

Hoe zorgen we ervoor dat leerlingen meer aandacht besteden aan hun taalgebruik? Niet alleen bij schrijfopdrachten voor het vak Nederlands, maar ook bij proefwerken, verslagen en presentaties voor andere vakken.

 

Een aantal suggesties
Een aantal in de discussie genoemde (en uitgeprobeerde) oplossingen:

 

–        Leerlingen houden in een vakje onderaan ieder proefwerk bij of ze op 4 punten t.b.v. correct taalgebruik hebben gelet (maar er zijn geen consequenties aan verbonden, leidt niet tot gewenste resultaat).

 

–        Iedere periode is er een vak waar leerlingen extra punten kunnen verdienen voor het onderdeel schrijfvaardigheid bij Nederlands (“Leuke suggestie,” schrijft een van de docenten, “maar wat een gedoe met het doorgeven van proefwerken.”)

 

–        We strepen in ieder geval fouten aan die we zien, meer kan ik niet van mijn collega’s verwachten. (“Fouten aanstrepen?,” verzucht een van de andere docenten, “daar zijn mijn collega’s niet toe in staat: ze herkennen fouten niet eens!”).

 

–        Stimuleer gebruik van www.beterspellen.nl of www.nederlandsetaaltest.nl. Zeker ook voor docenten: het onderwerp taal komt voorbij tijdens het koffiemoment. Dat stimuleert. Docenten die meer vertrouwen hebben in hun eigen kennis van het Nederlands zullen ook vlotter fouten van leerlingen corrigeren.

 

–        De sectie Nederlands voorziet de collega’s van andere vakken van criteria en beoordelingsformulieren (en ja, daar wordt goed gebruik van gemaakt).

 

–        De leerlingen bij Nederlands streng afrekenen op hun fouten (in spelling en formulering), maar de consequentie is dat leerlingen vooral korter gaan formuleren, omdat ze dan minder kans op aftrekpunten hebben (niet het juiste effect: leerlingen houden bovendien rekening met de ‘aftrekmarge’).

 

–        Aftrekregelingen werken niet (en soms zelfs averechts) en kosten heel veel tijd: zeker 5 tot 10 minuten per blaadje. Eén troost: in ieder geval heb je als docent het idee dat je er iets aan doet.

 

Taalbeleid?
Taalbeleid wordt vaak genoemd als mogelijke remedie voor het door veel docenten gesignaleerde probleem. En taalbeleid, suggereert gezamenlijkheid! Veel docenten Nederlands hebben echter het gevoel dat zij zich als enige verantwoordelijk voelen voor het correcte taalgebruik van leerlingen en dat andere secties het graag aan de sectie Nederlands overlaten.

Een gezamenlijk optrekken is beslist noodzakelijk. Dat is de kern van de oplossing: als alle docenten hun leerlingen zo veel mogelijk confronteren met correct taalgebruik en dit correcte taalgebruik gaat de strijd aan met het vele incorrecte taalgebruik waarmee leerlingen zich omringen (via msn, Hyves, Twitter), dan gloort er misschien nog licht aan de horizon (lees ook onderzoeksverslag van psycholinguistisch onderzoek van Frans Daems e.a.).

 

Ondertussen blijven docenten Nederlands zich zorgen maken. En zich verantwoordelijk voelen. Gelukkig! Zolang zij er zijn en zolang zij deze discussies voeren, blijft het onderwerp op de schoolagenda en op de taalbeleidsagenda staan. Het onderwerp is in goede handen bij de bevlogen docenten Nederlands.
En gezien het bijgevoegde filmpje hebben ze in ieder geval twee medestanders…

 

Hoe gaan docenten op uw school hiermee om? Is er sprake van taalbeleid?

 

Erika Welgraven
Uitgever Nederlands & Literatuur – Uitgeverij Malmberg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerd

Advertentie

Volg OvM

0 K
volgers
0 K
volgers
0 K
likes
0 K
volgers

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Onderwijs van Morgen. Dan houden we je maandelijks op de hoogte van onderwijs ontwikkelingen, trends en tips.