Home » Lezers maken met voorlezen

Lezers maken met voorlezen

Een leerkracht leest een groep kinderen voor

Ademloos luisteren de kinderen naar je verhaal. Als je het boek dichtslaat na een spannende cliffhanger, heb je de hele groep op tilt. ‘Juf! Je kunt echt niet stoppen, hoor, hoe gaat het verder?!’ Voorlezen is de beste en makkelijkste manier om lezen te promoten.

Liselotte Dessauvagie geeft trainingen en lezingen over leesbevordering en jeugdliteratuur en werkt bij Stichting Lezen. Ze was jaren leerkracht in het basisonderwijs.

Voorlezen: goed voor jong tot oud!

Voorlezen is de beste en makkelijkste manier om leesbevordering te stimuleren. Met een goed boek en je eigen stem hangt je groep aan je lippen. En het is nog goed voor de kinderen ook! Hoe zit dat? Kinderen die van jongs af aan voorgelezen worden, hebben een voorsprong in hun taal- en leesontwikkeling. Ook hun cognitieve, sociaal-emotionele, lichamelijke én creatieve ontwikkeling heeft er baat bij. Drukke kinderen vinden rust in een voorleesritueel. Voorlezen heeft invloed op de schoolprestaties. Vooral bij het leren lezen is dat merkbaar: wie thuis al in aanraking is geweest met letters en woorden gaat het leren lezen gemakkelijker af. Maar álle kinderen hebben profijt van het voorlezen.

Het is de rijke en gevarieerde boekentaal die kinderen helpt. Gesprekken tussen volwassenen en kinderen bevatten veel minder verschillende woorden dan er in boeken voorkomen. Door boeken voor te lezen kunnen kinderen hun woordenschat flink vergroten. Ook leren ze nieuwe uitdrukkingen en complexe zinnen.

Een vroege start met voorlezen werpt dus zijn vruchten af. Een vervolg met voorlezen op de basisschool is belangrijk en stimulerend voor de taal- en leesontwikkeling. Kinderen uit groepen waarin regelmatig wordt voorgelezen, lezen vaker zelf. Ook op de middelbare school helpt voorlezen jongeren bij hun woordenschat, leesvaardigheid en leesmotivatie. Voorlezen wekt interesse in verhalen en is een uitnodiging om zelf te (leren) lezen. Voorlezen doet lezen!

Wie van voorlezen een dagelijkse activiteit maakt, als onderdeel van het taal- en leesonderwijs, doet zichzelf en de groep een groot plezier. Zeker als dit een vast ritueel wordt; de groep weet wat ze kan verwachten en kijkt ernaar uit.

  • Bespreek het verhaal of boek dat je gaat lezen altijd even van tevoren. Wie heeft het geschreven en wie heeft het getekend? Wie kent het al? Wie kent ander werk van deze makers?
  • Stel eventueel vooraf een luistervraag, over de inhoud van het verhaal of over de taal. Dit kan sommige kinderen helpen zich extra op het verhaal te concentreren.
  • Zorg tijdens het voorlezen voor regelmatig oogcontact met de groep en lees in een rustig tempo. Sluit het voorleesmoment af met een korte nabespreking. Daarin kunnen zowel de luistervraag als moeilijke woorden of passages als de beleving van het verhaal centraal staan.
  • Markeer bij jonge kinderen eventueel het moment van voorlezen door middel van een belletje, geluidje of liedje of met behulp van een voorleesknuffel.

De boekenkeuze doet ertoe!

Welk boek lees je dan voor aan je groep? Kies bij voorkeur een boek dat jou aanspreekt. Jij bent immers degene die het tot leven gaat brengen met je stem. Lees het boek eerst zelf, om te ontdekken hoe het verhaal gaat en wat jij ervan vindt. Dan kom je ook niet voor verrassingen te staan. Bovendien kom je zo alvast de moeilijke woorden tegen en kun je bedenken waar je eventueel met de groep over wilt doorpraten.

Kies voor jongere kinderen prentenboeken of afgeronde verhalen, of langere verhalen met afgeronde hoofdstukken. Kies voor de midden- en bovenbouw boeken die kinderen ook zelf zouden kunnen lezen of net iets boven hun niveau. Kies afwisselend voor wat meer literaire boeken en voor boeken die kinderen zelf aandragen. Kies in ieder geval boeken die uitdagend zijn; wat betreft woordenschat en taalgebruik en/of wat betreft onderwerp en plot. Dat zijn de boeken waarover kinderen willen praten en die hen helpen bij de taalontwikkeling. Wissel in groep 3 en 4 ook regelmatig af met een avi-boekje. Zo leren ze wat er te koop is en help je de kinderen om zelf een keuze te maken als ze gaan lezen.

  • Kijk voor je boekenkeuze in de (school)bibliotheek of lokale boekhandel en laat je adviseren door de leesconsulent of bibliothecaris. Of zoek een passend boek met behulp van de filters in de collectie Lekker lezen.
  • Sta je met een duo voor de groep? Lees dan ieder je eigen boek voor. Wie voorleest geeft namelijk altijd eigen kleuring aan het verhaal en de personages. Voorlezen is jouw interpretatie. Dat is juist mooi aan voorlezen. Zo beleef je zelf het verhaal met je groep en mis je niets.

Prentenboeken zijn kijk- en praatboeken

Prentenboeken zijn bij uitstek kijk- en praatboeken. Het verhaal wordt immers zowel door de tekeningen als door de tekst verteld. De prenten nodigen uit tot taalontwikkeling en taalproductie, maar ook tot vertellen wat er allemaal te zien is en wat er gebeurt.

Beslis van tevoren hoe je het aanpakt: laat je de prenten al zien voor je de tekst leest of pas daarna? Vertel de kinderen hoe je het gaat doen, dan weten ze waar ze aan toe zijn. Het gemakkelijkst werkt het als de kinderen in een U-opstelling zitten of met een prentenboek per groepje, zodat ze de platen goed kunnen zien.

Laat het boek na het voorlezen altijd een poosje in de groep liggen, zodat de kinderen het verhaal nog eens kunnen bekijken (en lezen en elkaar vertellen). Tekstloze prentenboeken nodigen uit om verhalen te vertellen, er is zoveel te zien en om over te praten.

De meeste prentenboeken nodigen uit tot herhaling en dat is alleen maar goed. De herhaling geeft herkenning en daarmee een veilig gevoel. Bovendien beklijven de nieuwe woorden zo het best.

Ook in de midden- en bovenbouw bieden prentenboeken nog veel voorleesplezier én taalverdieping. De thematiek en tekeningen in de boeken van Shaun Tan zijn prachtig voor de bovenbouw. Met de Vertel eens-aanpak van Aidan Chambers kun je een prentenboek in alle groepen flink uitdiepen.

Actief met boeken aan de slag

Wanneer je tijdens het voorlezen af en toe even stopt en de kinderen een vraag stelt, maak je het voorlezen interactiever. Het nodigt de kinderen uit om mee te denken over het verhaal en betrekt ze actiever bij de personages. Vraag je tijdens het voorlezen eens hardop af hoe het nu toch verder zal gaan of vraag eens hoe het nou toch kan dat ze hier terecht zijn gekomen. Kinderen krijgen zo meer grip op het verhaal. Op deze manier werk je met elkaar aan verhaalinterpretatie. Bovendien geeft het jou als voorlezer de kans om moeilijke woorden toe te lichten en tijdsprongen in het verhaal uit te leggen. Vraag nooit rechtstreeks: ‘Wat betekent dit woord?’ Voor je het weet, krijg je allerlei verkeerde definities. Licht het woord liever toe, terwijl je met de groep over de inhoud van het verhaal praat.

Interactief voorlezen kun je op verschillende manieren doen. Bovenstaande manier is een vorm van co-constructie. Wil je liever niet het voorlezen onderbreken? Geen probleem. Praat dan voor en na het lezen met de kinderen over het verhaal. Kies een manier die bij jou en de groep past, als je de vragen maar niet gebruikt als overhoring. Het gaat hier om de gezamenlijke beleving van het verhaal. Daarin is geen goed of fout antwoord; het gaat immers om ieders eigen visie op het verhaal. Al die verschillende invalshoeken vergroten de taalvaardigheid en het verhaalbegrip van de kinderen spelenderwijs.

Voorlezen is een feest om te doen. Je kunt de personages tot leven brengen en de kinderen zo meenemen in het verhaal. Ze gaan het als een film voor zich zien. Let alleen wel op: voorlezen is geen toneelspelen. Stemmetjes zijn slecht voor je stem en nergens voor nodig. Door met je stem accenten te leggen bereik je voldoende effect.

Je kunt vertragen of juist versnellen bij spannende passages. Laat gerust eens een stilte vallen. Je kunt je volume aanpassen om ergens de nadruk op te leggen. Fluister als ook de hoofdpersoon fluistert. En brul gerust even als het nodig is. Laat je stem bovenal dansen. Door melodische accenten te leggen, hoog en laag, breng je de tekst op een natuurlijke manier tot leven. Mimiek en expressie helpen je. Lees sip als het verdrietig is, lollig als het grappig is en boos als het stom is. Dat horen ze meteen.

Daarnaast helpt het om regelmatig oogcontact te maken. Doe dat niet volgens een vaste route, het rondje langs de groep, maar wissel af en kijk kinderen echt even aan. Houd je vinger bij de tekst om weer vloeiend verder te kunnen lezen.

Hoe lees je kinderen het verhaal in?

Sommige kinderen hebben als ze zelfstandig lezen moeite om in een boek te komen. Het duurt even voor ze doorhebben over wie het boek gaat, waar het zich afspeelt en wat er allemaal zou kunnen gaan gebeuren. Vaak haken deze kinderen al af voor ze zover zijn. Zij zijn enorm gebaat bij voorlezen. Het helpt deze kinderen wanneer je af en toe een eerste hoofdstuk voorleest van diverse boeken. Zo maken ze kennis met heel veel verschillende boeken. Ze weten, doordat je het eerste hoofdstuk voorleest, al iets over de setting, de personages en het mogelijke vervolg. Je leest ze op die manier als het ware het boek in.

Tot slot: de voorlezende leerkracht helpt!

Goed voorbeeld doet goed volgen. De voorlezende leerkracht helpt de kinderen van jong tot oud om zelf te gaan lezen, betere lezers te worden, te leren genieten van verhalen en een grotere taalvaardigheid op te doen. Voorlezen is de beste en makkelijkste leesbevordering. En ook nog eens heerlijk om te doen. Veel voorleesplezier!

Dit artikel is eerder verschenen in Praxisbulletin.

Bronnen

  • lezeninhetpo.nl
  • lezen.nl
  • Open Boek – Jos Walta (De Boekenberg, 2020)
  • Leer ze lezen – Bea Ros et al. (Didactief Online, 2021)
  • Jeugdliteratuur & didactiek, handboek voor vo en mbo – Iris Kamp et al. (Coutinho, 2019)
  • Leespraat: De leesomgeving & Vertel eens – Aidan Chambers (Ars Scribendi, 2012)

Laatste onderwijsnieuws

Twee docenten nemen achter een microfoon een podcast op

Podcast Het mbo in gesprek: zo maak je kritisch denken concreet in je les

Welke kennis en vaardigheden hebben mbo-studenten nodig om mee te bewegen met de snelle veranderingen van morgen? In de nieuwe podcast Het mbo in gesprek onderzoeken mbo-docenten en presentatoren André Postma, Nienke Vos en Karin van Tellingen die vraag samen met collega’s, experts en studenten.  Van ‘soft skills’ naar stevige beroepsvaardigheden Elke aflevering draait om 21e-eeuwse vaardigheden […]

Bekijk
Een leerling maakt het schoolplein schoon met een sneeuwschep

Column: Januari

'Ik trok een paar jongens uit mijn mentorklas uit de aula en samen reden we stapvoets door de sneeuw richting de collega.'

Bekijk

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.