Home » ‘Een boek is een toverdoos’ – Paul van Loon over monsters, prentenboeken en leesplezier

‘Een boek is een toverdoos’ – Paul van Loon over monsters, prentenboeken en leesplezier

Paul van Loon met zijn nieuwe boek Wij gaan op Monsterjacht

Bang zijn in het donker, monsters onder het bed en de spanning van bedtijd: het zijn herkenbare momenten voor veel jonge kinderen. In Wij gaan op Monsterjacht! speelt Paul van Loon met die angsten. Van Loon vertelt over zijn blijvende fascinatie voor monsters, het kijken met kinderogen en het verschil tussen het schrijven van een prentenboek en een kinderroman.

Portretfoto: Tuffcat Media

Het boek gaat over bedtijd, bang zijn in het donker en monsters onder het bed. Waarom zijn dit volgens jou zulke herkenbare thema’s voor jonge kinderen?

‘Op een bepaalde leeftijd leren kinderen waar ze bang voor kunnen zijn. Monsters zijn spannend, en een monster kan groot en eng zijn, maar ook grappig of verdrietig. Het is belangrijk dat het goed afloopt en dat kinderen zien dat angst overwonnen kan worden.’

Monsters lijken van alle tijden fascinerend. Herken jij dat ook?

‘Ja, monsters grijpen en blijven fascineren. Zelfs voor volwassenen verschijnen veel boeken en films over monsters. Ze zijn een manier om het kwaad te verbeelden dat overwonnen moet worden, maar je kunt er ook heel grappige dingen mee doen. In Wij gaan op Monsterjacht! zie je dat terug: de monsters lijken eerst eng, maar als je goed kijkt, zie je hoe ze handelen, ook bang zijn of zelfs kunnen huilen. En het leuke is dat kinderen telkens nieuwe dingen kunnen ontdekken. Dat kan een klein detail zijn, zoals hoe de bomen in het bos eruitzien, later zie je dat terug in het behang op Tom’s slaapkamer. Dat maakt prentenboeken zo magisch: elk kind ontdekt iets nieuws op zijn eigen manier. Zo ziet mijn kleindochter vaak eerder dan ik al een piertje of miertje op een pagina!’

‘Voorlezen, voorlezen, voorlezen! Begin zo vroeg mogelijk en stem het boek af op het kind. Elk kind is anders; als een boek niet past, werkt het niet. Het gaat niet om welk boek een prijs heeft gewonnen, maar om boeken die kinderen echt boeien.
Op het moment dat een kind een boek ontdekt dat hij leuk vindt, groeit de leeshonger vanzelf. Dan merkt een kind dat een boek vol geheimen zit. En een boek een toverdoos is waar je steeds weer naar wilt grijpen!’

Max en de Maximonsters noem je als belangrijke inspiratiebron. Wat raakte je daarin als kind, en speelt dat nog steeds mee in hoe je verhalen maakt?

‘Toen ik dat boek voor het eerst zag, opende het echt een deur naar de wereld van kinderboeken. Ik was achttien, zat op de kunstacademie en wist nog niets van kinderboeken. Dit boek liet me zien hoe prachtig een kinderboek kan zijn. En kijk, nu ben ik zeventig en hou ik me nog steeds met kinderboeken bezig.

Als je Max en de Maximonsters goed bekijkt, zie je dat op elke pagina de prenten groter worden. De tekeningen groeien steeds verder, tot je helemaal bij de monsters bent. De tekst is minimaal. Dring tot de kern door: vertel alleen de belangrijkste dingen, geef een aanzet. Dan groeit de prent vanzelf uit de tekst voort.’

Je schrijft zowel prentenboeken als langere kinderboeken. Hoe verschilt het proces?

‘Het grootste verschil is dat ik bij een prentenboek van tevoren precies weet hoe het verhaal gaat. Ik heb een compact idee: Tom komt in een bos vol monsters waar geen mama’s mogen komen, en ik zie het avontuur helemaal voor me. Weet waar het heen gaat. De illustraties doen het werk; ze groeien uit de woorden. Bij een gewoon kinderboek, zoals Dolfje Weerwolfje, werkt dat heel anders. Daar weet ik in het begin nog niet precies waar het verhaal heen gaat. Halverwege openbaart het zich aan mij. Dan ontdek ik langzaam de gebeurtenissen, personages, hoe ze zich ontwikkelen. Het is alsof het verhaal zichzelf aan mij laat zien, terwijl ik het opschrijf. Dat is echt een andere manier van werken. Bij een prentenboek ligt alles veel concreter vast vanaf het begin.’

‘Voorlezen is de eerste stap om kinderen bekend te maken met boeken, zodat ze zelf later ook willen lezen.’

— Paul van Loon

Hoe lang duurt het eigenlijk voordat een prentenboek af is?

‘Dat is lastig precies te zeggen. Soms ben je een half jaar tot drie kwart jaar bezig, heen en weer met ideeën en illustraties. Als je het denkproces meetelt, kan het een jaar duren voordat het idee echt vorm krijgt. Alles begint klein: een woord, een beeld, een idee – en groeit magisch langzaam uit tot een heel boek.’

Voor Wij gaan op Monsterjacht! werk je opnieuw samen met illustrator Nick Egberts. Hoe verloopt die samenwerking?

‘Ik stuur het verhaal op met een beschrijving van een paar monsters, soms met een naam – zoals een pandamonster – en Nick gaat ermee aan de slag. Dan ben ik heel benieuwd waar hij mee komt! In mijn eerste versie heb ik veel meer geschreven dan dat je dat nu leest. Het is geen éénmalig proces: soms is een pagina te donker, moet een monster een andere vorm krijgen, of Tom aangepast worden. Dan overleggen we met de uitgever en sturen we bij. Het groeit stap voor stap samen. Nick brengt monsters tot leven: eerst eng, maar als je goed kijkt, zie je hun emoties, hun gedrag.’

Wat maakt Wij gaan op Monsterjacht! geschikt om voor te lezen?

‘Voorlezen moet je samen doen. Vooral de platen laten zien, zodat kinderen zelf kunnen ontdekken wat er allemaal gebeurt. De tekst is kort, een aanzet: ‘Het is een mistige, magische avond…’ en dan zie je het bos en de zes grote monsters. Het bos is verboden voor mama’s, dat maakt het extra spannend. Kinderen kunnen kijken, luisteren en zelf dingen ontdekken. 

Voorlezen is de eerste stap om kinderen bekend te maken met boeken, zodat ze zelf later ook willen lezen. Lezen moet vrijwillig zijn, iets wat ze zelf willen doen. Voorlezen helpt kinderen die motivatie te ontwikkelen.’

Kun je niet wachten om op monsterjacht te gaan met je klas? Geef dan antwoord op de volgende vraag:

Paul van Loon raakte geïnspireerd door het boek Max en de Maxiemonsters van Maurice Sendak, van welk boek krijg jij inspiratie? Mail je antwoord voor 13 februari naar redactie@malmberg.nl.

Misschien ontvang jij binnenkort wel een van de drie boekenpakketten met een poster, het boek en de bijbehorende lesbrief.

Heb je het boek al? Dan kun je de lesbrief ook los downloaden.

Pakket Wij gaan op monsterjacht

Laatste onderwijsnieuws

Een leerling pakt een boek uit de boekenkast van de schoolbibliotheek

Hoe kun je taal integreren in alle vakken?

Elke maand lichten we een vraag over basisvaardigheden. Deze maand: Wat is de rol van schoolmanagement in de ontwikkeling van basisvaardigheden?

Bekijk
Een student helpt een client uit bed tijdens Skills Heroes

Column: Onze zorgheroes dragen geen cape

'Het blijft dubbel. De zorg laat zich niet altijd vangen in een wedstrijd. En toch zijn deze vakwedstrijden van grote waarde voor ons prachtige mbo.'

Bekijk
Een vader speelt luchtgitaar op een bezem

Lied van de maand: Mijn vader is zo raar!

Mijn vader is zo raar! is een speels kleinkunstlied voor groep 4-8. Hier vind je de liedtekst, het ingezongen lied, een karaokeversie en tips.

Bekijk

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.