Meedoen aan een vakwedstrijd in de zorg is een beetje alsof je naar het Songfestival gaat, maar dan zonder vuurwerk en mét handhygiëne en met de competitie van de Olympische Spelen. Ik ben liefhebber van het Songfestival en wat competitie vind ik ook altijd leuk. Afgelopen week deden drie kandidaten van onze zorgopleidingen mee in een gooi om ‘de beste’ van het land te worden in hun vakgebied. Elk jaar organiseert WorldSkills Netherlands deze vakwedstrijden en elk jaar is een andere school gastheer van de kwalificatierondes. Het zijn dagen vol spanning, energie en vooral trots.
Onze kandidaten Gitte en Mirthe lopen richting de wedstrijdvloer. ‘Hoe is het met de spanning?’ vraag ik. Lieke zit ondertussen met een collega in Zwolle, wij zijn in Goes. Voor hen alle drie is het een spannende en bijzondere ervaring. Ze geven aan dat er een gezonde spanning is, de laatste vragen worden gesteld. Mijn collega loopt nog één keer de laatste protocollen met ze door, zodat ze straks klaar zijn voor de wedstrijd.
Het blijft dubbel. De zorg laat zich niet altijd vangen in een wedstrijd. En toch zijn deze wedstrijden van grote waarde voor ons prachtige mbo, de motor van Nederland. Studenten worden gezien, gewaardeerd en krijgen de kans om te excelleren.
De wereld krimpt tot een bed, een zorgvrager en een klok die ineens sneller lijkt te lopen dan normaal.
En dan komt het moment: de deur gaat dicht. Onze studenten mogen geen contact meer met ons hebben. De opdracht begint. De wereld krimpt tot een bed, een zorgvrager en een klok die ineens sneller lijkt te lopen dan normaal. Het is het effect dat deze wedstrijd heeft: je hoort je eigen adem, je voelt je hartslag en toch moet je rustig blijven. Want in de zorg is paniek nooit een optie. Wekenlange voorbereiding komt nu samen in één wedstrijd.
Het mooie is: je wint deze wedstrijd niet omdat je ‘lekker aanwezig’ bent. Je wint omdat je veilig werkt, ziet wat er gebeurt, omdat je laat zien dat je het beroep van zorgprofessional verstaat. Omdat je uitlegt wat je doet en vooral: omdat je de mens in het bed niet vergeet, ook al is die in wedstrijdcontext een simulant en zijn de wonden nep. Ik zie Gitte geconcentreerd een injectie optrekken: zorgvuldig met aandacht. Lieke zet haar spanning om in contact, ze maakt verbinding met haar zorgvragers. Mirthe heeft dat stille talent dat je meteen herkent: ze volgt de protocollen én weet op haar eigen manier de zorgvragers gerust te stellen.
Tussendoor hebben ze kort contact in de gangen. Snelle blikken met onze kandidaten. Kleine zenuwtrekjes die verraden hoe hoog de spanning zit. Ontlading als het erop zit. En in de studentenruimte die mini-nabesprekingen met andere deelnemers: ‘Had jij ook dat … ?’ Want ook dat is zorg: je doet het zelf, maar nooit alleen.
Want ook dat is zorg: je doet het zelf, maar nooit alleen.
Wat deze vakwedstrijden zo sterk maakt, is dat ze mbo’ers niet neerzetten als ‘studenten die nog moeten leren’, maar als professionals in wording die nu al laten zien wat onze samenleving van hen vraagt. Hier wordt het beroep zichtbaar: de mix van kennis, kunde, communicatie en vooral menselijkheid. De jury kijkt letterlijk mee tot op vingerhoogte of je je handelingen goed uitvoert. Ja, het is pittig om bij de beste acht plekken van Nederland te horen.
Lieke en Gitte zijn door naar de finales. Voor Mirthe is het resultaat juist een klap. We kijken samen de uitslag via een videoverbinding. Het is het moment waarop teleurstelling binnenkomt. Alleen een diepe zucht is te horen. En dan gebeurt er iets dat net zo belangrijk is als de wedstrijd zelf: er komt steun vanuit de andere kandidaten en begeleiders. ‘Je hebt het echt goed gedaan!’ ‘We zijn trots op je!’
Dus als iemand vraagt wat Skills Heroes is, zeg ik: het zijn de Olympische Spelen van het mbo. Een plek waar studenten laten zien wat ze écht kunnen met warme zorg en een gouden medaille die vooral lijkt op trots. Op naar de finales!

Ryan Smulders werkt als docent maatschappijleer in het mbo. ‘Het mbo heeft mijn hart gestolen! Als Gen Z leraar geef ik les én ben ik onderdeel van dezelfde generatie die in onze klaslokalen te vinden is: generatie Z. In mijn columns neem ik je graag mee in thema’s rondom generatie-denken, mijn ervaringen als jonge docent en de invloed van actualiteit op ons werk.’
