Wij demonteren de bom onder het nieuwe leren

46

Het YouTube-filmpje is natuurlijk een persiflage op ‘Het Nieuwe Leren’. Het doet dan ook geen recht aan de inspanningen die scholen zich getroosten om hun leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun toekomst. Het is echter wel veelzeggend dat het geen enkele moeite kost om filmpjes te vinden die de spot drijven met deze opvatting over onderwijs.

 

In de hierna komende serie van drie artikelen wil ik met tenminste vier groepen lezers aan de slag gaan. Op de eerste plaats zijn daar de scholen die voor de taak staan honderdduizenden leerlingen goed onderwijs te bieden. Op de tweede plaats zie ik de onderwijsondersteuners, waaronder ik onder meer de Landelijke Pedagogische Centra en gespecialiseerde bureaus versta. Dan zijn er op de derde plaats de wetenschappers van hogescholen en universiteiten die zich met onderwijsgerelateerde zaken bezighouden, zoals onderzoek doen en advies geven. En op de vierde  plaats wil ik de huiswerkinstituten bij deze discussie betrekken. Dit is voor mijzelf ook een verrassing. Maar toen ik nummer 43 van Elsevier las,  besefte ik dat deze belangrijke speler in een soort nichepositie een rol speelt op de onderwijsmarkt. Deze nichespeler zorgt er mede voor dat de resultaten van onze scholen beter zijn dan zonder hun inzet. Het artikel in Elsevier had als kop: “HUISWERK? Dat doen ze buiten de deur”. Eigenlijk zouden we kunnen zeggen dat het de ouders zijn die via deze instituten een corrigerende rol spelen. Zij grijpen in waar onze overheid faalt. Als vijfde (passieve) groep wil ik de onderwijsspecialisten van de Tweede Kamer op de hoogte houden van deze discussie.

Huiswerkinstituten
Wist u dat zo’n 100.000 leerlingen ondersteund worden door een huiswerkinstituut? En dat  er ca. 800 huiswerkinstituten zijn? Wist u dat ouders miljoenen extra investeren, omdat zij vrezen dat hun kinderen het op school anders niet kunnen redden? En dat deze extra hulp alleen voorbehouden is aan kinderen van ouders die dit ook kunnen betalen? Er moet dus iets mis zijn met ons onderwijs.
Ik ben al jaren bezig om uit te vinden wat de belangrijkste oorzaak is van het falen van ons onderwijs. Ik meen na vele jaren een diepe, en misschien wel de diepste, oorzaak te hebben gevonden. Ik heb deze ook genoemd in het artikel Bom onder het Nieuwe Leren. Het antwoord vond ik in twee belangrijke werken van Robert Kegan. Mijn antwoorden werden bevestigd  in het manifest van drs. Coen Free en in een belangrijk artikel van Tom Luken. Beiden zijn genoemd in dit vorige artikel.

Het vervolg van deze serie
In de drie komende artikelen zal ik met u ingaan op achtereenvolgens:
• De brugklassers
• De leerlingen van de klassen 2 en 3
• De leerlingen van de klassen 4, 5 en 6

Als u daadwerkelijk mee wilt doen aan de discussie, is het belangrijk dat u de volgende artikelen (nog eens) leest over de theorie van Kegan:
./het-volwassen-brein-3-de-docent-1
./het-volwassen-brein-4 (de docent 2)
./het-volwassen-brein-5 (de docent en de leerlingen)
./het-volwassen-brein-6 (de jonge docent)
./het-volwassen-brein-7-de-mentor

De artikelen zullen een mix laten zien van een geheel andere pedagogische insteek en didactische ondersteuning.
De eerste algemene vraag die ik u voorleg is: Wat ziet u als voordelen en nadelen van ‘Het Nieuwe Leren’? Reageer!

46 REACTIES

  1. Geachte heer Witteman. Ik geef Frans. Dat is niet eenvoudig, omdat de leerlingen weinig affiniteit metj deze taal hebben. Vooral in de tweede en derde klassen hebben ze helemaal geen zin meer. Ze zijn met heel andere dingen bezig. Waarom zouden we Frans leren? Als we naar Frankrijk of Spanje gaan, spreken we gewoon Engels. Dat spreken ze daar ook. IDat zijn hun argumenten. Eigenlijk moet ik ze daarin gelijk geven.k vind dit erg moeilijk. Soms zit ik met de handen in het haar. Op school wordt hierover weinig gesproken. Je houdt dit liever voor jezelf. Dat is nou mijn probleem. Je valt het vak niet af. Dat kost je uren.

  2. @jean Pierre Schoonebeek.Ik heb niet dezelfde problemen, want ik geef Engels en Biologie. De kunst is de stof voor de leerlingen leuk te maken. Als ik Engels geef leg ik geen grammatica uit, maar spreek iik Engels in de klas, waarbij ik ongemerkt zorg dat een bepaald onderdeel van de grammatica steeds aan de orde komt. Je moet het wel goed voorbereiden, dat kost wel wat tijd. Biologie ligt wat motivatie betreft wat gemakkelijker, omdat sommmige onderwerpen dicht bij de belangstelling van de leerlingen liggen. Verder overhoor ik veel. Bijna altijd. Leerlingen willlen beloond worden voor hun werk. Wel merk ik dat ze het moeilijk vinden op wat langere termijn te denken. Ze stellen het leren dan steeds uit. Daar moet je wel rekening mee houden. Ik merk wel dat leerlingen die hun huiswerk maken op een huiswerkinstituut dit probleem minder hebben. Daar worden ze geholpen door leraren die de tijd voor ze nemen.

  3. Wij demonteren de bom onder het nieuwe leren. Vraag 1: wat is “het nieuwe leren'”, vraag 2:wat wordt er bedoeld met “bom”, en vraag 3 luidt bijgevolg: wat betekent: “wij demonteren etc.”.
    Ik ben bang dat deze discussie zonder afbakening een heilloze exercitie wordt/is.
    Zelf heb ik ruim 25 jaar lespraktijk in het middelbaar onderwijs achter de rug en sinds eind jaren negentig run ik La Grange, een instituut voor studiebegeleiding en orthopedagogiek in Zeist.
    Als belangrijkste probleem van het middelbaar onderwijs zie ik:
    1. de managementcultuur sinds de fusies van eind jaren negentig, waardoor de lerarenvergadering buitenspel is gezet als belangrijkste vormgever van het locale onderwijs.
    2. De HOS-nota, een financiele degradatie van de leraar, als belangrijkste blijk dat de overheid (de samenleving) de leraar minacht.
    3. een rampzalige veronachtzaming van de vakdocent; sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw. Of je leuk met kinderen kon opschieten werd belangrijker geacht dan kennis.
    4. Onbenul in onderwijsland hoe om te gaan met onze intrede in het ICT-tijdperk. Geen weet hebben van het verschil tussen info googlen en kennisoverdracht
    5. Het verlies van het besef: repetitio mater studiorum.
    Leerlingen worden niet meer gedresseerd in het leren= apprendre=tot je nemen van informatie.
    6. De moderne leerling vraagt om maatwerk. De huidige school, nog veelal klassikaal ingericht als in de jaren vijftig van de vorige eeuw, schiet zeer tekort om deze vraag te beantwoorden. Vandaar de wildgroei van de huiswerkinstituten.
    etc. etc.

  4. @Warrie. Ik denk dat je een van de belangrijkste oorzaken van de tegenwoordige miserabele situatie van de scholen bij de naam hebt genoemd: de management cultuur. Ik werk als docent bij een ROC. Er zijn duizenden leerlingen en meer dan duizend docenten. Dat kan toch gewoon niet. Dacht je dat ons topmanagement weet wat er onder de docenten leeft? Als de benchmarks maar gehaald worden. Bij ons geldt de oude kreet: Help de leerling verzuipt. Maar niemand die echt helpt. Dat lukt niet in zo’n grote organisatie. Wij schuiven af of schuiven door. Vroeger was ik leraar (dus geen docent) aan een MTS. Wat waren wij trots op onze leerlingen. We waren met 100 leraren en 1000 leerlingen. Leerlingen met problemen? Die hielpen wij. Onze directeur? Die gaf leiding aan het onderwijs samen met zijn beide adjuncten. Wij waren trots op ons vak. En niet te vergeten op onze MTS. Ook daarin heb je gelijk. Wij waren vakdocenten. Ik hoop dat deze discussie ons ergens brengt.

  5. @Warrie de Lagrange, Interessant. Ik heb via Google een kijkje kunnen nemen in uw instituut. Als u naar een bom vraagt, zie ik deze na het lezen van de artikelen over Robert Kegan een belangrijke oorzaak in wat Kegan noemt “the hidden curriculum”. Volgens hen gaan docenten uit van de verworvenheden van het IIIe stadium, terwijl de leerlingen voor een groot deel nog in II zitten. Denkt u ook niet?

  6. Beste Henk, Leuk dat je na je jarenlange zoektocht naar de belangrijkste oorzaak van het falen van ons onderwijs uitkomt op ongeveer hetzelfde punt als ik. Leuk ook dat je naar het door mij geschreven hoofdstuk (http://bit.ly/tX0M4m) verwijst als een belangrijk artikel. In de kern komt het er op neer, dat het onderwijs te veel door ideologie en te weinig door de realiteit gestuurd wordt. Wensbeelden over hoe leerlingen zijn, spelen een te grote rol. Bijvoorbeeld dat ze intrinsiek gemotiveerd zouden zijn voor de leerstof en daardoor hun eigen leerdoelen kunnen stellen en leerproces kunnen sturen. Of ander voorbeeld: dat ze op school (loopbaan)competent gemaakt kunnen worden. Het onderwijs houdt nog te weinig rekening met het ontwikkelingsniveau van de leerlingen. Met gaat te veel uit van de hoge eisen die de maatschappij stelt. Gelukkig dat er nu wel beter naar de hersenwetenschappers wordt geluisterd dan voorheen naar de ontwikkelingspsychologen. Succes met het vervolg van de discussie! Tom Luken

  7. @Warrie de Lagrange. Een deel van je vragen is al aan de orde gekomen in de voorgaande reacties. Tom Luken heeft een deel beantwoord en vooral de hoofdstukken achter de link naar zijn artikel zijn zeer de moeite waard. Ik ben ook niet bang voor een oeverloze discussie. Als deze dreigt beloof ik mijn best te doen om hem weer in het gareel te krijgen. Kegan verklaart stuurloosheid als het onvermogen de “beide kanten van de brug te zien`’. Daarom is stuurloosheid onder leerlingen een normaal verschijnsel. Het is een onderdeel van het verborgen curriculum dat docenten er geen rekening mee houden dat leerlingen de weg over de brug niet kennen. Op uw studiebegeleidingsinstituut leiden uw docenten hen over dit onbekende pad. Daar ligt een belangrijke verklring van het succes van het huiswerkinstituut. Zelfstandig leren kan dan ook pas omstreeks 18 jaar. En dan praat ik nog niet over zelfstandig reguleren. Da kan je pas zo rond je 23e jaar, zet ook breinwetenschapper Jelle Jolles.

  8. Alle leden van de Vaste Kamercommissie Onderwijs bevestigden de ontvangst van dit artikel. Enkelen schreven erbij dat ze het al gelezen hadden. We houden hen op de hoogte van de artikelen en de discussie.

  9. Ik kom nog even terug op de vraag die je stelt, Henk. Eerst een paar belangrijke voordelen van “het nieuwe leren”. Leerlingen leren samenwerken en leren zichzelf te presenteren. Een deel van de leerlingen went alvast aan de chaotische maatschappij en ontwikkelt zelfstandigheid. Intrinsiek gemotiveerde leerlingen hebben meer plezier in het leren en boeken betere leerresultaten. Dan een paar belangrijke nadelen. Leerlingen leren minder op punten als luisteren, geduld en discipline. Een groot deel van de leerlingen heeft last van een gebrek aan structuur en sturing. Omdat stress een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van de prefrontale cortex, zou dit zelfs uiteindelijk juist tot minder resultaten kunnen leiden op gestelde doelen (leren plannen en zelfsturing). Extrinsiek gemotiveerde leerlingen (helaas een meerderheid) halen minder goede leerresultaten. Grosso modo neemt de ontwikkeling van algemene kennis en vakkennis en -kunde af.

  10. @Tom Luken. Mooi, Je voegt wat nieuwe inzichten toe, die tot nu toe zijn uitgebleven. Ik heb je naam opgezocht. Ik kwam iemand van jouw naam tegen die lector was een een Hogeschool. Ik dacht dit al, want je spreekt over intrinsieke motivatie en zelfstandigheid. Volgens mij is iemand intrinsiek gemotiveerd als zij haar beloning vindt in het uitvoeren van de taak. Ik kan je vertellen dat dit bij leerlingen tot 15 jaar maar heel zelden voorkomt. Leren samenwerken is ook een belangrijke kwaliteit. Maar in de eerste drie klassen van het VO willen leerlingen alleen maar samenwerken met hun vrienden. En dat is voor de gezelligheid. De tijd gaat sneller. Dit fenomeen zie je ook bij groepjes mensen die in plantsoenen werken. Vaak hebben we er geen zin in. Maar de gemeente zorgt ervoor dat ze samen zijn en dat geeft een soort sociale motivatie. Zo zittener nog meer haken en ogen aan de daadwerkelijke toepassing van fraaie theorieën. Maar het is waar, naarmate leerlingen ouder worden, gaat het wel steeds beter. De kunst is ze door de moeilijke schooljaren heen te loodsen. Hoe? Dat hoop ik ga deze serie artikel van Dr. Witteman uit te vinden. Bedankt, Tom.

  11. Geachte heer Witteman,
    Hartelijk dank voor het ons toesturen van uw mail. Vanwege het feit dat ikafgelopen week een goede griep te pakken heb gehad was ik nu pas in degelegenheid te reageren.
    Wij zijn enthousiast over de visie die blijkt uit uw artikelen. Uw kritischeblik op het huidige onderwijssysteem in combinatie met de constructieve enonderbouwde voorstellen voor aanpassingen hieraan geven een verfrissendeblik op het onderwijs. Het onderwijssysteem in Nederland is een relatiefrigide systeem waarvernieuwingen niet gemakkelijk door te voeren zijn.Juist daarom is het goed om het functioneren ervan goed tegen het licht te
    houden.
    Synergie
    Met deze denkwijze sluiten wij ons aan bij uw initiatief om na te denkenover verbeteringen van het huidige onderwijssysteem. Ook onze visie is naast kritisch ook constructief met als doel daar waar nodig verbeteringen te
    kunnen aanbrengen. Wij hebben een stukje bijgevoegd waarin wij onze visie,in aansluiting op uw standpunt, naar u ventileren. Wij denken graag met umee voor het artikel dat u wil gaan schrijven en wij horen graag hoe u denkt
    dat wij verder concreet daaraan kunnen bijdragen!
    Met vriendelijke groet,
    Sirik Honing.

  12. Bedankt voor je reactie, Maaike. Wat je schrijft sluit goed aan bij mijn ervaringen en ook bij de theorie en het onderzoek van Kegan. En van neuropsychologen. Deel uitmaken van een groep en vermijden van kritiek en conflicten (met de eigen groep) zijn overheersende motieven van pubers en jonge adolescenten. En nog van veel (jong) volwassenen…

  13. @Tom Luken. U ziet het als een voordeel dat leerlingen in het Nieuwe Leren alvast wennen aan de chaotische maatschappij. Maar ik zie om me heen, dat leerlingen er schade door oplopen. Ze verliezen alle houvast en worden stuurloos. Als mijn kinderen geen begeleiding hadden op een huiswerkinstituut, dan was het vast niet goed afgelopen. Je moet wel in staat zijn om mentaal chaos te kunnen stuctureren. Dat zou ook beter op school moeten gebeuren.

  14. @Viola Mijn stelling was, dat sommige leerlingen zich dankzij het nieuwe leren beter voorbereiden op de chaotische maatschappij. Maar een andere, misschien veel grotere groep, wordt er juist minder goed op voorbereid, omdat ze meer structuur en sturing nodig heeft. Stress in de adolescentie heeft nadelige gevolgen voor de ontwikkeling van de prefrontale cortex, het deel van de hersenen dat een belangrijke rol speelt bij planning en zelfsturing.

  15. “Via de huiswerkinstituten spelen de ouders een corrigerende rol. Zij grijpen in waar het overheidsbeleid faalt”. Deze zin trof mij. Hij is zo waar en zo terecht dat ik er nooit eerder bij heb stil gestaan. Kinderen van 12/13 jaar maken al werkweken van 40 uur en meer. En toch krijgen wij “onderwijsprofessionals” het niet voor elkaar hen ongestoord naar de eindstreep te brengen. We vinden het gewoon. We staan er niet bij stil. Maar onze leerlingen staan onder een permanente prestatiedruk. Geen wonder dat de zwakkeren hun toevlucht zoeken in drugs en alcohol. Nog vanmorgen las ik dat voor het eerst er een comazuiper van tien jaar was aangetroffen. Voor dit kind was het leven al te zwaar geworden. Hij greep naar de fles om vergetelheid te zoeken. Hij was te jong om zijn situatie te begrijpen en vluchtte in de alcohol. Waar zijn wij eigenlijk mee bezig, vraag ik me af. De discussie die hier is aangezwengeld is buitengewoon belangrijk. Ik hoop en ik weet vele collega’s met mij dat deze serie artikelen op zijn minst een oplossing brengen van het leed dat plaats vindt. Zelf geloof ik niet dat het probleem bij het Nieuwe Leren ligt. Het Nieuwe Leren is gewoon de kapstok waaraan al het kinderleed wordt opgehangen.

  16. Het ontwikkelingsgerichte leren is wat we ook toepassen bij onze bijlessen en huiswerkbegeleiding. Door maximaal 3 leerlingen per begeleider te hebben, kan de begeleider een leerling optimaal persoonlijke aandacht geven. Het lesaanbod kan dan perfect afgestemd worden op de onderwijsbehoefte van de leerling. De vraag is natuurlijk of het reguliere onderwijs deze prachtige setting zou kunnen bereiken.

  17. @Jan Zijlstra. Je hebt gelijk, Jan. Wij als maatschappij schieten tekort. Wij strijden tegen kinderarbeid in ontwikkelingsland, maar zelf slagen we er niet in onze kinderen een veilige leer- en leefomgeving te bieden. In het journaal hoorde ik dat in elke klas één mishandeld of misbruikt kind zit. En dat hulpverlenende instanties er 40 weken over doen om na melding contact te maken met dit kind. Een capaciteitsprobleem, zeg men. Maar wat je nu niet investeert in onze kinderen komt later 100-voudig terug op je rekening. Om overlevensgeluk maar niet te praten. Waarom is de leeromgeving niet veilig? Mijn dochter in groep 8 gaat dagelijks met stress naar school, met angst voor de toetsen. Waarom moet kinderen de last dragen van een falend systeem? Dat vraag ik mij af.

  18. @Jeroen van der Jagt van het Instituut Bartholomeus.U past het ontwikkelingsgericht leren toe. Wat verstaat u daaronder? Hoe brengt u dat in praktijk? Ik neem aan dat u aan een huiswerkinstituut verbonden bent. Ik stel uw reactie op prijs

  19. @Jeroen van der Jagt – Instituut Bartolomeus. Volgens mij begint het Ontwikkelingsgericht Onderwijs met de ideeën en opvattingen van de Russische ontwikkelingspsycholoog Vygotsky en niet te vergeten van Jean Piaget. . In aansluiting op het werk van Piaget hecht ook Vygotsky veel belang aan het actieve leren van het kind. Daarbij is voor hem de rol van de volwassene onontbeerlijk. De volwassenen betrekt het kind in de cultuur. Door de omgang met elkaar wordt de ontwikkeling van het kind naar aard en tempo mede bepaald. Ontwikkeling gaat echt niet vanzelf!. Hoe passen jullie de zone van naaste ontwikkeling toe? Hoe vult de volwassene zijn of haar rol in? Ik denk dan vooral vanuit een begeleidingsinstituut en niet vanuit een school.

  20. Via via kreeg ik je artikel onder ogen Henk. Op een of andere manier ben ik van de mailinglijst geraakt. Zet me er maar weer op als je wilt.

    Ik heb net alle reacties eens door zitten lezen. Voor ik me ga verdiepen in het gelinkte achtergrond materiaal:

    1. misschien aardig om het filmpje over de Franse les in Sneek nog eens terug te halen uit een eerder artikel van Henk.Je komt idd in Nederland haast niet meer weg met puur je vak. Het als een uitdaging om daar de creativiteit aan toe te voegen die vandaag de dag nodig is / gevraagd wordt is wel haast een randvoorwaarde om in het onderwijs te werken.
    2. ik heb een experiment meegemaakt om huiswerkbegeleiding in de school te organiseren. Helaas liep dit o.a. vast omdat school niet in staat was om de begeleiders te voorzien van adequate informatie over wat er van de leerlingen werd verwacht. Veel leerlingen konden zelf die boodschap niet overbrengen. Zo kregen de begeleiders er nog een klus bij. ……
    3. Een ouder van 1 van de leerlingen (zie 2) werkt dagelijks aan Magister. Daarin zijn nu functies ondergebracht om dit euvel te helpen ondervangen. Dat kan nuttig zijn voor het vangnet dat huiswerkinstituten en begeleiders vormen. Weet dat even en spreek de scholen er op aan!
    4. De maatschappij heeft zich zo ontwikkeld, dat het voor veel ouders niet meer haalbaar is zelf huiswerkondersteuning te geven aan hun kinderen. Ouders moeten samen (blijven) werken. Huizen zijn onverkoopbaar. De naschoolseopvang wordt duurder, dus het wordt alleen maar erger verwacht ik. Daar zit de oplossing niet. We hebben het dan overigens over dezelfde compensatienood.
    5. Ik word wel nieuwsgierig hoeveel huiswerkbegeleiding er wordt gegeven bovenop school in Nederland. Ik hoop dat er wat feitelijke beelden voortvloeien uit deze discussie.
    6. Ik volg de redenaties en risicoduidingen rond het nieuwe leren probleemloos uiteraard. Het is haast onvermijdelijk dat we na al Henks voorwerk hier terechtkomen. Zijn we op zoek naar een manier om het nieuwe leren te laten ontploffen of om te voorkomen dat het ploft en dus oplossingen te zoeken binnen het nieuwe leren. Moeten de huiswerkinstituten de scholen van de toekomst worden?

  21. Beste Margje,
    Vanuit de zone van de naaste ontwikkeling werken betekent in mijn situatie: naast het kind gaan zitten en gaan kijken wat de beginsituatie is. Het maakt niet uit om welk vak het gaat. Vanuit die basis proberen steeds nieuwe doelen te stellen en steeds een stapje verder proberen te komen. Ik denk dat door het verkrijgen van succeservaringen de intrinsieke motivatie bij de leerling dan toeneemt. Als je dat als begeleider dan aanmoedigt en het stimuleert, kunnen kinderen verder komen dan veel ouders en leraren denken. Het kind moet er zelf in geloven.Ik realiseer me wel dat ik in een ideale situatie werk met maximaal 3 leerlingen per begeleider.

  22. Beste Meester Maat,
    Inderdaad ben ik eigenaar van een huiswerkinstituut, maar daarnaast ook ambulant begeleider rekenen in het basisonderwijs en begeleider van pabo- studenten.
    Het interessante van mijn baan is dat ik veel (on)mogelijkheden in het onderwijs zie en daar op kan inspelen in mijn eigen praktijk.
    De kracht van particuliere begeleiding van leerlingen is de kleinschaligheid. Ik werk vanuit mijn instituut met groepjes van max. 3 leerlingen per begeleider. We kunnen dus naast een leerling gaan zitten en heel veel persoonlijk aandacht geven. Zo kun je dus starten bij de beginsituatie van een leerling en van daaruit gaan werken. In het tempo en op de manier (leerstijl) die bij de leerling past. Als je een groep van ongeveer 25 leerlingen in het regulier onderwijs hebt, kun je ook differentieren en clusteren, maar in zo’n kleine setting zijn de omstandigheden veel idealer. Leerlingen en ouders zijn hier dan ook enthousiast over. Ze missen de tijd en aandacht vaak op de school, wat logisch is gezien de omvang van de groepen en het takenpakket van leerkrachten.

  23. ‘Wat ziet u als voordelen en nadelen van ‘Het Nieuwe Leren’? Deze eerste algemene vraag die u ons voorlegt heeft mij aan een paar dagen aan het denken gezet mijnheer Witteman. Ik ben tot de volgende conclusie gekomen. Voordelen: leren en werken groeien meer naar elkaar toe. Nadelen: ontwikkelingen gaan dermate snel dat we zowel leren als werken tegenwoordig ‘Nieuw’ blijven noemen. Dit roept bij mij de volgende vraag op: Hoe lang gaat het duren voordat we leren en werken weer gewoon gaan vinden?

  24. @Jeroen van der Jagt. http://www.instituut-bartolomeus.nl. en @ Warrie de Lagrange.Uw uitleg spreekt mij aan. Het is waar dat het moeilijk is in een groep van meer dan 25 leerlingen je als docent aan te passen aan individuele problemen. Ik las dat ook bij een van de eerdere reacties van Warrie de Lagrange. Maatwerk daar gaat het om. De vraag is hoe we maatwerk bereiken. Hopelijk brengt deze serie artikelen ons betere inzichten.

  25. Jeroen van der Jagt van Instituut Bartolomeus – Het ontwikkelingsgerichte leren is wat we ook toepassen bij onze bijlessen en huiswerkbegeleiding. Door maximaal 3 leerlingen per begeleider te hebben, kan de begeleider een leerling optimaal persoonlijke aandacht geven. Het lesaanbod kan dan perfect afgestemd worden op de onderwijsbehoefte van de leerling. De vraag is natuurlijk of het reguliere onderwijs deze prachtige setting zou kunnen bereiken.

  26. @Jeroen van der Jagt – Instituut Bartolomeus. Je noemt één van de kernpunten van het succes van begeleidingsinstituten. Deze profiteren van kleinschaligheid, hetgeen voor gewone scholen onhaalbaar is. Meer geld vragen van de verheid vind ik geen optie. Wat we nodig hebben is een andere organisatie van onze scholen. Meer geld betekent ook meer bureaucratie en ook dat kost weer geld. En geld is een schaars goed zoals we allen weten. Het volgende artikel gaat over de brugklassers. Ik zal daar wat suggesties doen die een belangrijk probleem kunnen helpen oplossen. Als we naar de overheid stappen om ondersteuning moeten we niet om geld vragen, maar moeten we laten zien dat we niet blind zijn voor de mogelijkheden die wij binnen ons bereik hebben.Ik kom hier nog op terug. Heeft u zelf suggesties die een bijdrage kunnen leveren?

  27. Beste meneer Witteman,
    Er liggen zeker oplossingen voor handen binnen het regulier onderwijs. Om meer maatwerk te kunnen leveren moeten er meer handen voor de klas. In het kader van passend/inclusief onderwijs zijn er al diverse basisscholen in Nederland waar goede dingen gebeuren zoals co-teaching. Helaas staan deze ontwikkelingen door recente bezuinigingen onder druk. Toch kan een school door creatief te zijn meer handen in een groep krijgen. In het basisonderwijs zorgen onderwijsassistenten en stagiaires voor mogelijkheden om meer met kleinere groepen te werken en daardoor onderwijs beter op behoefte af te stemmen. TIjdens een studiereis in mei naar de VS heb ik ook op middelbare scholen mooie voorbeelden gezien van meerdere begeleiders in de groep.
    Volgens mij liggen hier voor het middelbaar onderwijs in Nederland ook kansen.

  28. @Dr. Witteman, Jeroen van der Jagt, meester Maat en anderen. Wat ik nou leuk vind aan dit artikel, is de boodschap van HOOP en GELOOF in onze mogelijkheden dat er uit spreek. We moeten niet bij de pakken gaan neerzitten. Aan de slag zou ik zeggen. Ideeën genoeg. Beter onderwijs moet kunnen……….

  29. Het Nieuwe Leren is o.a. ontstaan uit de vraag van universiteiten en hogescholen om de kinderen beter voor te bereiden op een studie aldaar.
    Zoekend op Wikipedia kom ik dit tegen: “Het nieuwe leren is een Nederlands onderwijsconcept waarbij van leerlingen wordt gevraagd zelf verantwoordelijk te leren, samen met anderen.” De woorden “Nederlands onderwijsconcept”
    intrigeren mij enorm.Het is blijkbaar Nederlands om van leerlingen te verwachten iets te kunnen waar ze nauwelijks (en soms helemaal niet) les in hebben gehad. In een buurland vlakbij (België) gaat dat heel anders! Daar is “leren leren” een verplicht vak! Zie hiervoor: http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/secundair/2degraad/vakoverschrijdend/eindtermen/lerenleren.htm
    (als voorbeeld). Het gevolg van deze overheidsbemoeienis op dit vlak is echter wel dat de leerlingen aldaar over hun eigen leerstijl nadenken, maar
    dat ook de leerkrachten dit moeten doen. Er worden nu methoden ontwikkeld
    (zie onder andere): http://www.averbode.be/solerenleren/. om de kinderen deze bep. vaardigheden bij te brengen.
    De Belgische inspectie houdt toezicht op het naleven van de vakoverschrijdende eindtermen: “Leren leren”. Dit las ik in een inspectie- rapport: “Hoewel leren leren en sociale vaardigheden expliciete aandacht krijgen binnen het contract- en hoekenwerk, beschikt de school nog niet over
    een leerlijn voor deze leergebied overschrijdende eindtermen. In bepaalde leerlingengroepen zijn knappe initiatieven uitgewerkt, maar er is er voor deze leergebiedoverschrijdende eindtermen nog geen planmatige aanpak op schoolniveau.”
    http://www.ond.vlaanderen.be/doorlichtingsverslagen/verslagen/BaO-0708-Sint-Gillis-Gesubs.%20Vrije%20Basisschool-3913-DL.pdf

    In Nederlandse termen denkend: Dat levert toch maar weer een minnetje op voor die Belgische school!. Maar gelukkig is de Belgische inspectie niet zo boosaardig als de Nederlandse. Wordt het niet eens tijd dat de Nederlandse
    overheid zich beter laat bijscholen? Dan heb ik het nog niet eens over het feit dat uit talrijke (ook Nederlandse wetenschappelijke) publicaties van de laatste jaren blijkt dat de vaardigheden nodig voor het Nieuwe Leren nog
    volop in ontwikkeling zijn bij leerlingen op deze leeftijd! Veel
    puberhersenen zijn daar (nog) niet toe in staat. Het Nieuwe Leren blijkt (volgens mij) daardoor een van de grootste dwalingen te zijn in het Nederlandse onderwijs. Vooral jongens zijn kwetsbaar op dit gebied. Het zijn
    veelal de meisjes die succesvol zijn in dit soort onderwijs. Maar het is geen wet van Meden en Perzen. Het Nederlandse onderwijs zakt (gelukkig een
    beetje maar) op de wereldranglijsten. Het enige dat de overheid eraan
    probeert te doen is om de onderwijsinspectie als waakhond aan te stellen om dat te voorkomen. Het middel is hier volgens mij erger dan de kwaal!
    Verder lezend op Wikipedia staat dit: “Voor kinderen met leer- en gedragsproblemen wordt doorgaans gesteld dat het nieuwe leren af te raden is. Zij zijn niet in staat om het eigen leerproces te organiseren en hebben vaak meer behoefte aan instructie en begeleiding van een leerkracht, omdat leren bij hen niet vanzelf gaat. De vraag wordt ook gesteld of kinderen in staat zijn om zelfstandig het niveau te bereiken zoals dat in de kerndoelen is vastgelegd. ”

    En laat nu net de meerderheid van de kinderen met leer- en gedragsproblemen in Nederland jongens zijn! Veelal jongens met buiten de school goede computervaardigheden! Die in dit snelle, jachtige, op beelden ingestelde tijdperk zouden kunnen floreren, behalve ………. op school.

  30. Nav “onderwijsinspectie” Ik hoorde recent dat de onderwijsinspectie al vele jaren geleden in Finland is afgeschaft. Enkele jaren later is dit land de top gaan behoren vwb de kwaliteit van onderwijs. Het staan nu al een tijd op no 1. Ik weet dat daar veel universitair geschoolden voor de klas staan daar, maar kan me niet voorstellen dat dat het verschil maakt. Misschien een beetje bezijden de discussie. Maar geen inspectie en wel goede onderwijsopbrengst kan dus goed samen.

  31. @Jeroen: Ik ben er van overtuigd dat het opleidingsniveau van de docenten (mede)bepalend is voor het leerrendement van het kind. In die zin is de scholing in Nederland abominabel, zeker op de opleidingen tot docent basisschool. Maar ook het niveau van de opleidingen op universiteiten sluit niet (meer) aan op de dagelijkse praktijk. Nu kan ik direct overgaan naar @Jan: voor de natuurwetenschappelijke opleidingen worden docenten tegenwoordig vaak al opgeleid volgens de contextconceptdidactiek. In het veld is daar nauwelijks draagvlak voor. Juist omdat kinderen op die leeftijd – ook meisjes – behoefte hebben aan structuur, aan (bege)leiding. Laat hen niet zwemmen, maar neem hen bij de hand en toon hen de mogelijke wegen die zij kunnen volgen. Dat zijn er inderdaad meer dan een. Het nieuwe leren is een theoretische invulling van didactici. Universiteiten klagen echter steen en been, omdat de instromers over onvoldoende kennis beschikken. Als die kennisbasis afwezig is, zal het nieuwe leren slechts zeer weinigen voordeel bieden.

  32. @Eugene Wijnhoven, Ik wil even reageren op uw stelling dat met name ook meisjes behoefte hebben aan structuur. Ik citeer uit een eerder geschreven artikel:
    “Waarom meisjes een krachtige structuur binnen de opleiding nodig hebben en moeten waken voor conformisme.
    In voorafgaande artikelen hebben we al gezien dat de ontwikkeling van meisjes steeds voorloopt op die van jongens. Ik ga hier daarom even kort in op hoogbegaafde meisjes en de invloed die de egostadia hebben op hun keuzes en hun ontwikkeling. Meer nog dan jongens camoufleren hoogbegaafde meisjes hun talenten. De groepsdruk onder meisjes is namelijk hoger dan bij jongens. Om erbij te kunnen horen, passen ze zich aan het groepsgemiddelde aan. Ze maken een keuze tussen het halen van academische doelen en populariteit. En vaak winnen sociale relaties het van intellectuele interesses. Hoogbegaafde jongens doen dat minder, omdat zij minder snel de sociale richtlijnen van de groep kunnen oppikken dan meisjes.
    Om anderen plezier te doen, hebben meisjes de neiging onder hun niveau te gaan zitten, vaak ervoor kiezend anderen te helpen in plaats van te leren. Terwijl jongens over het algemeen geen contact zoeken met jongens die een lager cognitief niveau hebben dan zijzelf, doen meisjes moeite zich in de groep te mengen zodat hun talenten niet opvallen.
    De meest kritische periode waarbij talent verloren gaat is rond 10-14 jaar. In deze periode ontdekken hoogbegaafde meisjes dat hun academische prestatie ten koste kan gaan van acceptatie binnen de groep. Meidengroepen belonen conformisme en kunnen het meisje dat goed presteert verbannen. Hierdoor gaat veel vrouwelijk talent verloren.” Mijn vraag aan u: kunnen opvoeders hier iets aan doen?

  33. @Henk – Pfoeh, die laatste zin uit uw reactie doet het hem wel. Ja, ik denk dat opvoeders daar zeker iets aan kunnen doen. Die opvoeders zijn allereerst de ouders, maar ook best practice uit bedrijfsleven kan de school in worden gehaald. Daar zijn overigens ook al initiatieven (beta). Daarbij denk ik dat beter opgeleide leerkrachten, met name in het basisonderwijs, maar ook in het VO, hier een rol kunnen spelen. Vraag me niet dit in concrete, werkbare plannen om te zetten. Hier valt echter meer mee te winnen dan naar het onderzoek van sinterklaascadeaupapier (universiteit, prof. Barthel; in de twee weken die hij daaraan besteedt kan een groepje weldenkende mensen volgens mij legio ideeën aandragen voor een aanpak op maat van de gender verschillen).

  34. @Henk Witteman en Eugene Wijnhoven. Als HBO docent herken ik de situatie waarin getalenteerde 17 en 18 jarige meisjes zich bevinden Als ze afhaken komt dat voort uit het stellen van andere prioriteiten dan die van de opleiding. Jongens zijn vaak wat speelser, maar als ze eenmaal zo ver zijn dat ze deze speelsheid van zich af kunnen leggen, dan zijn ze beter in staat hun doelen vast te houden, Het is zoals Kegan zegt, het duurt wel tot zo’n 22 jaar voordat ze volwassen zijn. Tot die tijd hebben we recht op sturing. En die sturing moet komen vanuit de opleiding.

  35. @André van Poelgeest. Ik was erg blij met de artikelen over het volwassen brein. Daar las ik dat volwassenheid pas wordt bereikt tussen 20 en 23 jaar. Geen wonder dat onder het Nieuwe Leren zoveel studenten het niet redden en wel 30% van de opleiding verdwijnt. Dat noem ik de echter bom onder het Nieuwe Leren. Wat een maatschappelijk verlies en wat kost dat niet! We vragen een mate van zelfsturing en zelfstandigheid die jonge studenten gewoon nog niet hebben. Wat dat betreft prijs ik de huiswerkinstituten. Ze moeten presteren en verliezen hun klanten als ze geen succes hebben. Ze werken onder de tucht van de markt. Goed dat ze er zijn, maar jammer dat niet iedereen van hun hulp kan profiteren.

  36. @Andrë van Poelgeest. Ik denk dat het klopt wat je over jongens en meisjes zegt. Het Nieuwe Leren is meer geschikt voor de meeste meisjes en minder voor de meeste jongens. Maar dat betekent niet dat die uitvallers (jongens, maar ook meisjes) tot hun 22 ste niets kunnen leren. Alleen lukt het niet zo goed op de huidige scholen, zeker niet als de scholen het nieuwe leren hebben omarmd! Ze hebben zoals jij zegt meer sturing nodig. De huidige maatschappelijke ontwikkelingen staan te ver af van de schoolse zaken, die niet interessant genoeg zijn en als de motivatie er niet is, is dat een schoolzakk!!! Volgens mij zou je met verstand van zaken en met misschien wat onderzoek gemakkelijk de leerstijlen van beide groepen kunnen onderscheiden. Laat de leerlingen zelf inzicht krijgen in hun leerstijl. Wat dat betreft is het in België stukken beter geregeld en loopt Nederland behoorlijk achte (zie het stukje van Jan)r.

  37. @Jacques. Je spreekt over leerstijlen. Je hebt gelijk. In België bestaat daar veel meer interesse voor dan in ons land. Zoals je misschien weet ging mijn dissertatie over leerstijlen en regulatiestijlen. De lezers van onderwijsvanmorgen weten dat leerstijlen door neurowetenschappers worden geassocieerd met het spontane gebruik van een van de hersenhelften. Het tweede (volgende) artikel gaat over het “EXPEDIIEMODEL” in de brugklas. Door de grote belangstelling die voor dit onderwerp bestaat, komt er nog een vervolgartikel over brugklassers. Hier komen leerstijlen uitgebreid aan de orde.
    Het volgende artikel staat door OVM ingepland voor vrijjdag 2 december. Jacques, bedankt voor je bijdrage.

  38. Waarom 30% van de leerlingen doubleert? Laag IQ, te dom, te lui, geen zin, toetsangst, puberteit, laag zelfbeeld, verkeerde leerstijl slechte motivatie, stuurloos, hulpeloos, seksueel misbruik, faalangst, ADHD, andere stoornissen, doof voor goede raad, blind voor het zien van kansen, slechte opvoeding,, weggelopen vader, weggelopen moeder, geen liefde, geen zelfvertrouwen, niets in het rugzakje. Kortom: het onderwijs weet zich geen raad met kinderen met problemen. Dat ondanks al deze en nog veel meer problemen 70% het toch haalt, komt door het aloude systeem van cijfers geven. De Groot zei het al in vijven en zessen. In Nederland geen docenten instinctief 30% onvoldoende en 70% voldoende.De cesuur wordt vastgesteld NADAT de toets is gemaakt.Hoe rekent u mevrouw? Weet ik nog niet, jong, ik moet het eerst nog nakijken. Geweldig toch?

  39. Onze regering wil dat vrouwen meer gaan werken. Wij zijn nodig voor onze economie. Minister Bijleveld van OCW wil dat we minder gaan werken om meer tijd te kunnen besteden aan onze kinderen. Is dit samenhangend beleid? Minder werken, meer werken. Ik zou zeggen laten we beter gaan werken. Waarom doet mijn zoon het wel goed nu hij op een huiswerk instituut zijn huiswerk maakt. Wat is er mis op de scholen? Zo maar wat vragen.

  40. @Margriet. Omdat de scholen beleid gaan (hebben) ingevoerd gestoeld op gewenste attitudes van leerlingen, terwijl ze vergeten dat die leerlingen die attitudes nog niet kunnen vertonen, omdat hun hersenen er nog niet rijp voor zijn. Bovendien vergeten veel scholen onderwijs te geven in leren leren, leren studeren. Als leerlingen dan afhaken kan dat worden afgestraft met een onvoldoende op het rapport voor motivatie, waarbij de leerkracht vergeet dat hij / zij het is die de leerling had motiveren. Het akelige is dat het onderwijs keihard werkt en van de overheid heel wat krijgt te verduren: onwijs beleid de afgelopen decennia! De (brein-)wetenschap is al veel verder gekomen en had zeker vijf jaar geleden al kunnen vertellen dat dit niet goed ging komen. Hierbij een link naar een artikel van prof. Jelle Jolles: http://www.jellejolles.nl/algemeen/downloads/beteronderwijsdoormeerkennislerenhersenen.pdf .Zou het geen goed plan zijn als de regering ouders nu te hulp komt door de uitgaven voor huiswerkbegeleiding te vergoeden?

  41. Aan de lezers. Van de Vaste Kamercommissie Onderwijs kregen we van alle leden op één na bericht dat ze kennis genomen hebben van de reacties van de lezers op dit artikel. Het heeft dus echt zin om aan de discussies mee te doen.

  42. @Frits Haak. Je opmerkingen over cijfers en over het boekje vijven en zessen deed me aan mijn vader denken. Die mopperde vaak na een lerarenvergadering over wat hij noemde de “laffe” manier van cijfers geven van veel van zijn collega’s. WVader had dat befaamde boekje van de Groot in zijn studeerkamer (ja, dat hadden leraren in die tijd), waar hij altijd huiswerk en proefwerken corrigeerde.Hier mocht alleen onze moeder hem storen! Uit Piëteit voor mijn helaas overleden vader geef ik u een link naar het een artikel over het befaamde boekje. U zult merken dat er in 50 jaar weinig veranderd is.
    Her is de link: http://www.refdag.nl/oud/for/011030for02.html

  43. Ik ben een soort stagiaire bij een huiswerkinstituut. Ik zeg een soort, omdat ik tegenwoordig ook betaald word voor het helpen van leerlingen in de wiskundevakken. Ik studeer namelijk voor wiskundedocent aan een Hogeschool. Ik vind het begeleiden van leerlingen heerlijk werk. Wij zitten in groepjes van maximaal 6 leerlingen. Dat is heel overzichtelijk. Het meest interessant vind ik de einde weeks gesprekken op ons instituut. Die worden altijd gedaan door onze mentoren. Dit zijn ervaren docenten uit het VO of mensen met een opleiding orthopedagogiek. Het is mooi om te zien, hoe de leerlingen trots zijn als ze complimenten krijgen voor hun inzet. Zo is er een meisje van 2 HAVO die bij ons kwam omdat ze het helemaal niet meer zag zitten met wiskunde. Ik heb haar speciale aandacht gegeven. Op de opleiding had ik gehoord dat meisjes de leerstof van wiskunde net zo goed konden begrijpen als jongens als je het ze minder abstract uitlegt. Dat klopt inderdaad. Jongens leren wiskunde anders als meisjes. Bij het laatste proefwerk had ze een 7. Ze straalde van blijdschap.Haar moeder belde me op op me te complimenteren. Dan denk je bij jezelf, wat is docent zijn toch een mooi vak. Jonge a.s. leraren probeer bij zo’n huiswerkinstituut stage te lopen. Je leert er zo veel van. Je leert de leerlingen zo goed kennen.

  44. @Jasmijn. Ik begrijp precies wat je bedoelt. Enkele maanden geleden ben ik gestopt met mijn studie Rechten. Het leek me eerst een leuke studie. Maar het is toch niet mijn ding. Om de tijd financieel te overbruggen heb ik gesolliciteerd bij een huiswerkinstituut. Conclusie”Geweldig werk. Ik had niet gedacht dat pubers helpen zo leuk was. Ik weet nu wat ik in het volgende studiejaar ga doen. Engels studeren in Leiden en leraar worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here