Home » VTV-reeks (4): Verschil tussen leren moedertaal en vreemde taal -deel 2-

VTV-reeks (4): Verschil tussen leren moedertaal en vreemde taal -deel 2-

Uit het filmpje blijkt dat onze hersenen op de eerste plaats taal als taal herkennen. Dit gebeurt in de thalamus, een structuur diep in de hersenen. De thalamus stuurt de herkende klanken door naar onze taalcentra. Dit vermogen is het grootst in de allereerste kinderjaren.

De taal legt zich meestal vast in de dominante linker-hersenhelft. Hier vormt zich een mentale atlas voor taal die bestaat uit zes functionele taalcentra. Deze mentale atlas van taal bevindt zich voor een belangrijk deel in de gebieden van Broca en Wernicke (zie afbeelding).

Het proces van taalverwerving voltrekt zich als volgt:

1 klankherkenning begint in het eerste levensjaar
2 woordgeheugen begint in het tweede levensjaar
3 zinsbegrip begint In het derde levensjaar
4 klankproductie in het eerste levensjaar
5 woordproductie in het tweede levensjaar
6 zinsproductie in het derde levensjaar

Als de klanken zijn herkend wordt de woordenstroom ontleed in woorden en zinnen. De analyse van de woordbetekenis vindt plaats in een gebied in de linker temporaalkwab (ongeveer boven het linkeroor), dat we het gebied van Wernicke noemen.

Kinderen zijn al snel in staat betekenis te verlenen aan de woorden die zijn horen. Ze worden hierbij ondersteund door een taal die zij al beheersen. Wat? Beheersen zij al een taal, zult u denken. Ja, zij zouden hun moedertaal niet kunnen leren als deze taal niet in hun genen zou zijn opgeslagen.
Want: We denken niet in het Nederlands, Engels, Chinees of welke taal dan ook, we denken in de taal van het denken (mentalees).
Steven Pinker (1995), schrijft hierover in Het Taalinstinct. Volgens Pinker staat denken los van taal. Mensen die geen taal hebben, kunnen immers toch denken? Niemand twijfelt eraan dat doofstommen kunnen denken, ook al hebben ze geen taal. Ze hebben immers wel mentalees en vanuit dit mentalees kunnen zij bijvoorbeeld gebarentaal leren.
DUS: Een taal kennen betekent dat je in staat bent mentalees te vertalen in ketens van woorden en omgekeerd.
 
Ik wil gemakshalve drie fasen onderscheiden in taalverwerving.
1  Kritische fase:  tot de leeftijd van 6 jaar: in deze fase wordt taal spelenderwijs verworven.
Gevoelige fase:  In deze fase wordt taal gemakkelijk verworven/geleerd.
Leerfase: de rest van het leven, taal wordt vooral geleerd.

1          Maar hoe kunnen we dan begrijpen dat het zo moeilijk is om op latere leeftijd nog een vreemde taal te leren? Dat aangeboren taalvermogen is toch niet in rook opgegaan en waarom zouden de keuzes die een klein kind kan maken niet door een volwassene gemaakt kunnen worden?
Graag uw reactie.

2          Waarom zouden kinderen na de kritische fase nauwelijks nog taal kunnen verwerven?
Graag uw reactie.

Laatste onderwijsnieuws

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.