VTV-reeks (13): de vijf van Westhoff in de praktijk

14

Ik zit graag, en daarom regelmatig, in de klas. Ik ben nu aan een traject bezig voor verbetering van de taaldidactiek op het PIUS X – College in Bladel. Hieraan doen alle moderne vreemde talen en Nederlands mee. Een van de docenten is Ana de Andrade, die Spaans geeft. Enkele dagen geleden volgde ik enkele van haar lessen, waarvan ik er hier één beschrijf aan de hand van de Schijf van Vijf (afbeelding rechts) van Professor Gerard Westhoff (afbeelding links). De les werd gegeven aan een derde klas VWO.


De schijf bestaat uit vijf componenten, te weten:

1 Blootstelling aan input Contact met doeltaal
2 Inhoudsgerichte verwerking Betekenisvolle input
3 Vormgerichte verwerking Grammatica
4 (pushed) output Leerling uit zich in de doeltaal
5 Strategisch handelen Gebruik wat je weet, omzeil wat je niet weet.

 


Wat mij direct opviel, was dat Ana nagenoeg alleen maar Spaans sprak en pas dan ondersteuning gaf in het Nederlands als het echt niet anders kon. Maar dan had ze eerst al geprobeerd haar boodschap op een nog eenvoudiger manier in het Spaans over te brengen (5e component). Toen ik haar later om een verklaring vroeg, zei ze dat leerlingen vooral leren als ze op hun tenen moeten lopen.
En dan wachtte ze geduldig, maar wel nadrukkelijk, op de reactie in het Spaans van de leerling. Hiermee voldeed ze aan zowel de 1e component (contact met de doeltaal) als met de 4e. Ze dwong de leerlingen namelijk zich in te spannen en zich te uiten in het Spaans. Tegelijkertijd demonstreerde Ana in een soort meester-gezel model hoe je gebruik kunt maken van eenvoudiger idioom als je bepaalde woorden niet onmiddellijk tot je beschikking hebt (5e component).
Ana gebruikte een variatie aan input. Alle klaslokalen van haar school beschikken over beamers en alle zijn aangesloten op video-apparatuur en internet. Ze had een interessante mix gemaakt van videoclips en Powerpoint. De input was zeer betekenisvol (2e component) en droeg dus bij aan een voortgaande leerbereidheid bij de leerlingen.


Wat mij aangenaam verraste, was de wijze waarop zij met de grammatica omging (3e component). Ze gaf minimale uitleg bij de invuloefeningen, want zei ze “als ze eenmaal leren in het Spaans te denken, dan komen de vormen vanzelf”. Kennelijk was haar de theorie van de Universele Grammatica bijgebleven.
De volgende keer gaan we weer bij Ana op bezoek. We kijken dan echter niet met de Vijf van Westhoff, maar met de Zeven van Witteman.


Op 26 oktober worden Prof. Westhoff en ik geïnterviewd aan de hand van vragen die u kunt indienen. Dit interview ziet u als YouTube-filmpje bij de presentatie van ons TENTATIEVE DIDACTISCHE MODEL in de laatste aflevering.

Mijn verzoek aan u: Stel ons vragen over alles wat te maken heeft met de didactiek van vreemdetaalverwerving.

 

14 REACTIES

  1. In de Schijf van Vijf spreekt Prof. Westhoff over de weak interface hypothese. Zou hij eens precies kunnen uitleggen wat hij hiermee bedoelt?

  2. Ik heb genoten van dit artikel, omdat op zulk eenvoudige wijze de Schijf van Vijf gaat leven. Voor mij werd nu alles geheel duidelijk.

  3. Kan prof. westhoff eens duidelijk uitkeggen, wat hij verstaat ondder regelgelei produceren? Wat heeft dit met creative speech te maken?

  4. Als docent Nederlands als tweede taal heb ik gemerkt hoe belangrijk het is dat mensen ‘verstaanbaar’ leren spreken. Graag zou ik van beide heren professoren willen horen wat hun ideeën zijn over prosodie.

  5. Ik heb een vraag aan beide heren. Ik ben vroeger opgeleid met een degelijke grammatica op de aloude HBS. Ik heb de indruk dat de meeste HBS-ers van vroeger beter met hun talen uit de voeten kunnen, dan de HAVO/VWO-ers van tegenwoordig. Er is tegenwoordig geen woord Frans meer bij om maar een voorbeeld te noemen. Wij Nederlanders stonden alom bekend om hun talenkennis. Met Engels redt de huidige jeugd zich nog wel, maar zelfs Duits dreigt verloren te raken. Graag reactie van Prof. Westhoff die ook Duitse taal- en letterkunde heeft gestudeerd.

  6. Als RT ‘er kom ik in de begeleiding van een dyslectische leerlinge het volgende probleem tegen. Het meisje zit in de brugklas en leert echt urenlang de woordjes Engels. Ze schrijft de woorden meerdere keren op, met de hand, dat leert beter, zegt ze. Maar de volgende dag al is ze ongeveer alle woorden weer vergeten. Herhalen werkt dus niet. Haar verschillende manieren van woordjes leren aanleren is ook niet de oplossing, dat is haar probleem niet. Mijn collega’s Engels zeggen dat het onmogelijk is een taal te beheersen zonder woordjes te leren. Mijn advies was de woordjes in een context, in een zin te leren, maar dat is moeilijk, ze krijgt de woordjes in lange rijen aangeboden. Mijn vraag is: Hoe kan een dyslectische leerlinge met automatiseringsproblemen zich de betekenissen van de Engels woordjes eigen maken?

  7. Leuk artikel, Henk. N.a.v. ons gesprek heb ik de volgende vraag voor Prof. Westhoff: Ik heb goede dingen gelezen over de TPRS methode (verhalend lesgeven). Hoe kan de methode TPRStorytelling bijdragen aan (het gebrek aan) motivatie onder leerlingen, in acht nemende dat er reeds een compleet model / programma aanwezig is binnen een vakgroep, waarbij gebruik wordt gemaakt van “standaard” methodiek (idioom stampen, grammatica regeltjes, boekjes lezen, etc.)?
    Bovendien zou ik wel willen weten, of er positieve ervaringen bekend zijn, met socio-cultureel verantwoorde films en hoe deze docenten hun vakgroep hebben kunnen overtuigen van het nut hiervan (ipv. of naast de verplichte leesboeken).

  8. Geachte redactie, Medio oktober 2009 heeft Hr. Witteman twee lessen bezocht en als enthousiast docent was ik erg blij met de benadering van positieve response. Mijn dank hiervoor. Op onze school heb ik Tweetalig Onderwijs opgezet en o.a. hierdoor ben ik genuanceerder gaan aankijken tegen taalverwerving. In TTO worden Taal en Vak geintegreerd aangeboden. Onderdompeling in het Engels, aantal lesuren, een varieteit aan doceer- en leerstijlen aanboren bij de docenten en leerlingen leveren een enorme bijdrage tot een hoog niveau van taalbeheersing bij zowel leerlingen als docenten. Het grootste gedeelte van de leerlingen heeft door de onderdompeling vrijwel geen expliciete grammatica-ondersteuning meer nodig. Er blijven in elke TTO-klas toch enkele leerlingen over die niet zonder kunnen. Is dit een kwestie van taalaanleg? Dat wordt wel eens beweerd maar dat zou impliceren dat deze leerlingen niet over de juiste talenten beschikken. Ik heb zo mijn twijfels hierover. Toch expliciete grammatica aanbieden of hopen op het positieve effect van b.v. leeftijd, nog meer blootstelling….? Dank en groet, Jeanne Corsten.

  9. Ik geef spelenderwijs Engels aan jonge kinderen in de leeftijd tussen 3 en 9 jaar. Ik spreek vrijwel alleen Engels met de kinderen en gebruik het Nederlands alleen in situaties waar het echt niet anders kan. De kinderen komen spelen en leren het Engels door liedjes, spelletjes, activiteiten, etc. De taal wordt alleen in context aangeboden. Dus als we het over the garden hebben, dan gaan we ook de tuin in. Als ik naar de schijf van 5 kijk, dan komen in mijn lessen slechts 4 van de 5 delen aan bod. Grammatica is er niet bij. Dat doe ik bewust, omdat in mijn visie grammatica de natuurlijke taalverwerving verstoort. Wat vinden de heren van deze aanpak? En is deze alleen voor jonge kinderen geschikt, of ook voor oudere? Voor een indruk van de aanpak, kunt u kijken naar een video-impressie op http://www.spelenderwijsengels.nl

  10. Nisi fallor, heb ik me al eerder tot u gericht. U spreekt over de Universele Grammatica, over wendbaarheid in taalstrategieën, maar u spreekt niet van de noden van de Docent Klassieke Talen. Waarom zijn onze resultaten zo beneden de maat, al beweert men dat wij de beste leerlingen, de top van de Nederlandse jeugd krijgen. Wat doen wij verkeerd? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de klaasieke talen weer een vooraanstaande plaats krijgen op ons VWO? Dat is mijn vraag aan de beide zeergeleerde heren.

  11. Christien Reidy, dat is een goed initaitief. Ik vernam dat de Onderwijsraad advies heeft gegeven aan de Staatssecretaris om kinderen vanaf groep 1, één moderne vreemde taal te laten geven. Er schijnt ook subsidie voor te komen.

  12. De overgang van onder naar bovenbouw heeft al vele jaren de aandacht van menig docent. In de onderbouw kan de leerling met veel van buiten leren nog een heel eind komen. Daarnaast wordt de leerling in de deze eerste jaren nog vaak “aan het handje meegenomen” terwijl we in de bovenbouw verwachten dat de leerling zelfstandig kan werken en zijn verantwoordlijkheid neemt. Een aantal leerlingen blijkt dan niet mee te kunnen: tegenvallende resultaten, afstroming, doubleren, wisseling van vakken of profielkeuze kan een gevolg zijn. Hoe kunnen docenten moderne vreemde talen er voor zorgen dat de doorstroming van de onderbouw naar bovenbouw havo/vwo soepeler verloopt?

  13. Cato. Inzake het probleem van Latijn. In tegenstelling tot de Moderne Vreemde Talen (MVT) worden de Klassieke Talen (KT) vooral passief onderwezen: de leerlingen leren bijna uitsluitend te vertalen van de KT naar het Nederlands. Hierdoor wordt de kennis van het idioom minder goed verankerd. Daarom wordt in de didactiek van de MVT steeds het actief gebruik van de doeltaal gepropageerd,
    Terecht wijzen classici op de verschillen tussen Latijn en Nederlands en andere MVT:
     Latijn is een fusionerende taal die intensief gebruik van morfologische flexie om informatie over te brengen ;
     Nederlandse is een Isolerende (analytische) taal – woorden zijn onveranderlijk, plaats draagt informatie over.

    Dit is juist en voor Nederlandstaligen een complicatie. Waar het Nederlands zegt: De boer groet te matroos, kan het Latijn hetzelfde zeggen op meerdere manieren:
    Agricola nautam salutat – of
    Nautam agricola salutat – of
    Salutat nautam agricola.

    Dit betekent dat een Nederlands kind niet alleen de woorden moet kennen, maar ook de morfologische flexie grondig moet beheersen.
    Ik ben van mening dat het mogelijk succesvoller is, als het accent tot de tweede klas wordt gelegd op het leren van idioom van het Nederlands naar het Latijn (actief)in de context van zinnen en korte verhalen.Daarbij is het het simpeler eerste de volgorde van het Nederlands te nemen, bijvoorbeel Agricola salutat nautam. We leggen de uitgang –m uit door te wijzen op de accusativus-functie (net zoals in het Duits). Na de actieve inbreng van woorden (dus Nederlands- Latijn), geven we ook zinnen ter vertaling van het Latijn naar het Nederlands (dus passief). We gebruiken dan ook het Latijn in zijn fusionerende rol. De leerlingen oefenen dan met de grammatica.
    Prfobeer het eens. Succes!!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here