Maand van de Bèta van start gegaan

9

Deze maand is het “Maand van de Bèta”. Een maand lang wil Malmberg het mooie bèta-vak en haar docenten extra in het zonnetje zetten. Aanleiding hiervoor zijn de uitkomsten van een onderzoek waaruit blijkt dat momenteel maar 2 van de 10 jongeren kiezen voor een baan in de bètatechniek. Nog te weinig leerlingen kiezen voor bèta.

 

 

 

Zelf heb ik mijn bèta-vakken ook redelijk snel laten vallen. Wiskunde nam ik nog mee, maar alle andere vakken ruilde ik in voor economie en talen. Het paste ook een beetje in die tijd. Iedereen ging voor de economie. Maar nu lijkt de economie steeds vaker te draaien om de bèta. Want bèta zorgt voor verandering(en). De laatste jaren zie je dat veranderingen in een snel tempo elkaar opvolgen. Zelf geloof ik erg dat veranderingen tot stand komen door het gedrag van de mens, maar zeker ook de veranderingen op het gebied van techniek en media-techniek. 

 

Misschien is dat wel de reden dat het eigenlijk wel goed gaat met het bèta-vak. Nerds worden steeds cooler en de totale instroom van bèta-leerlingen in het wetenschappelijk onderwijs is in de afgelopen 10 jaar met 62% gestegen. Voor het HBO is de dalende trend sinds 2002 omgezet in een stijging van 15%. Het gaat dus eigenlijk wel goed. Het voortgezet onderwijs werkt keihard aan het vak, universiteiten doen erg hun best en bedrijven komen steeds vaker met mooie initiatieven die bèta nog aantrekkelijker moeten maken.
Accenture bijvoorbeeld organiseert op dit moment “
The Battle of the Best Bèta” waar meer dan 150 studenten strijden om deze titel door het oplossen van een real-life case onder begeleiding van strategy consultants.

 

Samenwerking overheid, onderwijs en bedrijfsleven
Maar kijk ook op Jet-Net: een initiatief van vijf multinationals, waaronder Philips en Shell. Onderwijs, overheid en bedrijfsleven hebben de handen ineen geslagen. Inmiddels werken 60 Nederlandse bedrijven samen met ongeveer 170 havo/ vwo-scholen met als doel scholieren beter zicht te bieden op de praktijk en op de beroepsmogelijkheden in industrie en technologie. Jet-Net beoogt hiermee meer scholieren te interesseren voor een hogere bèta-technische vervolg- opleiding. Jet-Net richt zich daarbij op zowel leerlingen als docenten.

 

Maar er moet nog veel gebeuren. Bèta blijkt nog steeds een mannending. Vrouwen zijn in de minderheid. Heel erg in de minderheid zelfs. Uit onderzoek van het Platform Bèta Techniek blijkt bijvoorbeeld dat 90% van de jaarlijkse instroom op de Academie voor Stedenbouw, Logistiek en Mobiliteit (onderdeel van NHTV Breda) man is. Maar liefst 90%! Hoe kun je dat veranderen? In mijn tijd waren er campagnes over “meisjes en techniek”. Deze blijken nog steeds van kracht te zijn. Want de komende drie jaar gaan 105 vmbo-scholen en 40 mbo-scholen zich bezighouden met onderwijs dat ervoor moet zorgen dat meer meisjes voor een bèta-studie kiezen. “Ook moeten docenten, decanen, ouders en het bedrijfsleven zich meer bewust worden van het belang van vrouwen in de techniek” aldus Plasterk.

The Clipclass
Deze maand zullen we op deze blog stilstaan bij het mooie vak bèta. Hoe docenten het zien, wat leerlingen hiervan vinden, wat bedrijven doen en wat de overheid denkt te moeten doen om meer vrouwen aan te trekken. Het wordt een mooie maand: “Maand van de Bèta” met oa praktische lesideeën op basis van YouTube-filmpjes.

 

 

9 REACTIES

  1. Theo Wismans. Helemaal mee eens, Theo. Dat meisjes onvoldoende talent zouden hebben voor de exacte vakken is een fabeltje, zoals ik eerder heb gezegd op deze site. Klik op: http://www.onderwijsvanmorgen.nl/puberbrein-het-meisje-op-weg-naar-de-brugklas/
    We kunnen echt niet beweren dat meisjes minder intelligent zijn dan jongens. Integendeel, op school presteren ze absoluut beter. Ik wil proberen hier onderzoek naar te gaan doen. Zelf denk ik dat het een kwestie van didactiek is. De meeste wiskunde-docenten geven instructivistisch les. Ze dragen kennis over aan hun leerlingen. Meisjes zijn daar neurobiologisch niet zo voor toegerust. Zij hebben een grotere verbaliteit en verwerken wiskunde via andere neurale circuits dan jongens. Ik denk dat meisjes beter ge-equipeerd zijn voor een sociaal-constructivistische benadering, waar aan hun verbaliteit meer recht wordt gedaan.

  2. Uit (internationaal) onderzoek blijkt inderdaad dat meisjes niet slechter presteren in exacte vakken. Wel zijn meisjes veel onzekerder over hun capaciteiten op het gebied van de exacte vakken. Ook hebben meisjes nauwelijks tot geen vrouwelijke rolmodellen op het gebied van bèta en techniek. Ik werk bij VHTO (Landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek: http://www.vhto.nl ) en wij organiseren o.a. op ruim 150 middelbare scholen speeddatesessies. Tijdens deze bijeenkomsten maken meisjes op een interactieve manier kennis met technische vrouwen waarmee ze zich kunnen identificeren. Daarnaast leren de docenten van deze scholen tijdens bewustheidtrainingen hoe ze meisjes meer zelfvertrouwen in exacte vakken kunnen geven. Dat alles heeft ertoe geleid dat meisjes steeds vaker op deze scholen kiezen voor een Natuurprofiel.

  3. Esther, ik geloof ook net als Henk Witteman dat de achtrstand van meisjes in de beta-vakken afhangt van de didactiek. Ik zie instructivisme als een doceer-theorie en cnstructivisme als een leer-theorie. Het is geen of de een of de ander, maar ik zou ze liever op een continuum plaatsen. Meisjes zullen vaker (maar niet altijd) gebaat zijn bij vormen van samenwerkend leren.

  4. Ik ben het met Theo Wismans en Henk Witteman eens dat we de exacte vakken een meer vrouwelijke kant op moeten sturen. Esther van Schaik wijst op internationaal onderzoek waaruit blijkt dat meisjes evenveel wiskunde potentie hebben als jongens. Zij wijst er net als Henk op dat meisjes bij hun keuzes uiteindelijk toch kiezen voor wat zij ervaren als hun vrouwzijn. Hoe zorgen we ervoor dat exacte vakken ook een vrouwding worden, daar gaat het om.

  5. Ik ben opgegroeid in de jaren 45 – 60 van de vorige eeuw. Dat was in de tijd van grote gezinnen en moeder die haar door God geschonken taak aan het aanrecht had om te zorgen voor man en heel veel kinderen. Wij hadden er 9. Zo na de oorlog was alles schaars en soms moest het nog schaarser want de regering had ook nog bestedingsbeperking afgekondigd.(en mijn zoon maar zeggen dat wij babyboomers verwend zijn! Mijn moeder had lagere school en huishoudschool. `ik weet zeker dat ze niets van wiskunde wist. Misschien kende ze zelfs het woord niet. Maar terugkijkend was het een fabelachtig slimme vrouw. Ze managede haar gezin, maakte geen schulden, spaarde eerst en kocht pas later. Ze verstelde kleding. Uit de jas van mijn vader maakte ze kleren voor mijn broers. Uit een jurk van haarzelf maakte ze kleren voor mij en mijn zusjes. Ze spiegelde, roteerde, ze was handig met naald en schaar. Aan mijn moeder heb ik kunnen zien dat vrouwen op een bescheiden manier slim zijn en talenten hebben voor ruimtelijke wiskunde. Kom op, heren docenten wiskunde maak van wiskunde een vak voor meisjes en vrouwen.

  6. Margot, ik herken dit ook. Zelfde ervaring asl oudste zoon van een gezin van 7 kinderen. Mijn ouders 94 en 90 leven nog en zijn niet veranderd. Kunnen we heel veel van leren!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here