Leonardo in Zoetermeer

0

Je zit in de brugklas van de middelbare school en krijgt Spaanse les, discussieert met klasgenootjes over het voortbestaan van de monarchie, maakt een radio-interview in het Engels, speelt een potje schaak tegen 9-jarig schaaktalent Robby Kevlishvili, en doet wetenschappelijk onderzoek naar hoe gevoelig korstmossen zijn voor milieuvervuiling.

Voor acht kinderen van het Picasso Lyceum in Zoetermeer is dit eerder regel dan uitzondering. Zij volgen al twee jaar het Leonardoprogramma, een onderwijsvorm voor hoogbegaafde leerlingen. “Op de basisschool ging het te langzaam en verveelde ik me, maar de lessen die ik nu volg zijn veel uitdagender.”

Om toegelaten te worden tot een Leonardoklas moet een leerling een IQ van 130 of hoger hebben. Op dit moment zijn er tien middelbare scholen die werken met het Leonardo-concept van de Leonardostichting, en het Picasso Lyceum is er één van. In 2009-2010 zijn zij begonnen met een eerstejaars klas van tien leerlingen en dit jaar is er nog een klas bijgekomen. De basis van het speciale onderwijsprogramma wordt gevormd door vakken die leerlingen uit het gymnasium doorlopen, alleen volgen Leonardo-leerlingen deze vakken in versneld tempo. Hierdoor komt er tijd vrij voor andere vakken, zoals Spaans, wetenschapsoriëntatie en filosofie. Daarnaast is er wekelijks een Leonardo-middag waarbij de leerlingen kunnen werken aan projecten en krijgen leerlingen de kans onderzoek te doen.

Nanja Joustra is docente Engels aan het Picasso Lyceum en geeft les aan de Leonardoleerlingen. Hiervoor gebruikt ze een speciale Engels-Engels methode, Inspiration, die gepubliceerd is door MacMillan en in Nederland wordt uitgegeven door Malmberg.

Waarom zijn jullie begonnen met het Leonardoprogramma?
”Kinderen met een hoog IQ lopen vaak vast in het reguliere middelbare onderwijs. Dit komt doordat ze dingen redelijk snel begrijpen, en hierdoor nooit hebben geleerd om te leren. Dit is een groot probleem, want soms is het niet genoeg om dingen te begrijpen, en moet er echt geleerd worden, zoals met Engelse woordjes. Doordat hoogbegaafde kinderen dit niet gewend zijn, kan het gebeuren dat ze niveaus zakken. Daarom heeft het Picasso Lyceum besloten om deze kinderen een aangepast curriculum te laten volgen.”

Wat is er anders aan het lesgeven aan een Leonardoklas?
”We proberen zoveel mogelijk top-down les te geven, waarbij we voorafgaand aan een opdracht of hoofdstuk al laten zien waar we naartoe gaan werken. Dat geeft de leerlingen een bird’s-eye view van wat we gaan doen, wat ze al weten, en wat ze nog moeten leren. Doordat ze zich alleen focussen op de dingen die ze nog niet weten, kunnen we versnellen. Een reguliere brugklas krijgt drie uur Engels in de week, en de Leonardobrugklas maar twee uur. De tijd die hierbij vrijkomt kunnen we besteden aan andere vakken, om zo tegemoet te komen aan de brede interesses van de leerlingen. Ze vinden zoveel dingen interessant! Hun hersenen springen van het ene onderwerp naar het andere en ze maken allerlei verbindingen. Zo komen ze vaak zelf met aanvullende informatie: ‘Ik weet dit nog!’ en ‘Maar dit is toch ook gebeurd in die eeuw?’. Ook stellen ze veel vragen over hoe dingen in elkaar zitten, waarom iets goed is of juist niet. Er zitten maar acht kinderen in 2 Leonardo, maar doordat ze zo leergierig en creatief zijn, vragen ze veel aandacht.”

Wat zijn de uitdagingen voor docenten van een Leonardoklas?
“Voor docenten zit de uitdaging voornamelijk in het versnellen en in de speciale aandacht die ze nodig hebben om het voor hen interessant te houden. Ook het top-down werken kan voor problemen zorgen. Zo zei ik laatst tegen een leerling: ‘Do the exercises that you find useful’ en toen ik later bij hem kwam kijken, had hij niets gedaan. Hij had er een goed gevoel bij en dacht dat hij het allemaal wel kon. En dan moet je dus een gesprek aangaan met de leerling waarin je aangeeft dat het wel echt de bedoeling is om iets te doen. Ik vind het ook erg jammer dat ik vaak niet alle vragen van de leerlingen kan beantwoorden. Door dat versnellen is daar te weinig tijd voor.”

Wat is er zo bijzonder aan Inspiration?
”Het is een Engels-Engels methode, wat ik een groot voordeel vind aangezien de leerlingen en ik altijd Engels praten in de klas. Daarnaast is het ook een hele rijke methode, waarbij je tussen veel verschillende oefeningen kunt kiezen. Er is een boek, een werkboek en een Dutch Edition Companion Pack, die extra luisteropdrachten bevat. Hierdoor kan ik de opdrachten per leerling aanpassen, en kan een leerling die dyslectisch is bijvoorbeeld de luisteroefeningen maken.”

Wat maakt het werken met een Leonardoklas zo leuk?
”Het is erg leuk om de reguliere lesstof soms helemaal los te laten en ruimte te geven voor eigen invulling. Zo heb ik vorig jaar zelf creatieve opdrachten bedacht die waren gelinkt aan de lesmethode. We hadden het over de stad York, en ik heb ze toen de keuze gegeven om een blog te schrijven, poster te maken, radio-interview op te nemen of een gedicht te schrijven over de stad. Iedereen kon iets kiezen dat bij zijn of haar eigen talent past en er kwamen echt kunstwerkjes uit. Je kunt ze ook heel veel vragen. Zo hadden we het laatst over het lezen van Engelse boeken en vroeg ik ze wat ze graag met dit onderwerp wilden doen. Toen kwam een leerling met het idee om de eerste bladzijde te gaan schrijven van zijn eigen boek. Dat is een superleuk idee, wat ik kan gaan verwerken in een opdracht. Ik heb ook hele open gesprekken met ze over het Engels onderwijs. Ik vraag ze dan hoe het gaat en waar ze nog behoefte aan hebben. Dus ondanks dat de methode Inspiration ontzettend rijk is, kan het soms heerlijk zijn alles los te laten en gewoon te vragen: ‘Jongens, waar zullen we het vandaag eens over hebben?’. Ik hoef dan in ieder geval niet bang te zijn dat ik geen leuke input zal krijgen.”

In het filmpje praten leerlingen met docente Nanja Joustra over de lessen Engels en over het bijzondere van de Leonardoklas.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here