Kunnen ze niet meer spellen?

6

De jeugd kan niet meer spellen, althans als we de media moeten geloven. Regelmatig koppen kranten dat scholieren te veel spelfouten maken en dat zelfs leraren de stof nauwelijks beheersen. Welke maatschappelijke ontwikkelingen liggen aan deze negatieve trend ten grondslag? En is de kwaliteit van de spellingvaardigheden van jongeren de laatste tijd echt zo drastisch gedaald? De Nederlandse Taalunie bracht het spelgedrag van de Nederlandse en Vlaamse jeugd in kaart.

 

In het rapport “Ze kunnen niet meer spellen” worden de spellingproblemen aan de hand van een aantal categorieën uitgelicht. Enerzijds wordt het huidige taalonderwijs besproken en anderzijds komen er tien essays aan bod die het debat over het belang van een goede spelling aanzwengelen. Een goede spelling is volgens de auteurs erg belangrijk, want fouten in met name de werkwoordspelling worden door velen sterk afgekeurd als ze worden opgemerkt.

Spelling verleer je met de jaren
Over de drastische daling van het spellinggedrag van jongeren bestaat volgens de Nederlandse Taalunie amper wetenschappelijk bewijs. Het onderzoek dat wel is gedaan, laat zien dat in de afgelopen 20 jaar nauwelijks iets is veranderd in het aantal fouten dat jongeren maken in taaltoetsen aan het eind van de basisschool. Zowel in 1988 als in 2010 spelde 77% van alle jongeren foutloos. In het basisonderwijs gaat de spelling dus over het algemeen nog prima. Het probleem begint echter op de middelbare school, want in de laatste klas van het voortgezet onderwijs spelt slechts 64% van alle jongeren nog foutloos. Hoe kan dit?

Nieuwe media als schuldige?
Door de opkomst van het internet zijn jongeren steeds meer gaan schrijven. Via chat, MSN en SMS hebben veel jongeren al meer geschreven dan hun ouders of grootouders. De aard van hun schrijfsels is echter verre van traditioneel; ze gebruiken veel afkortingen en informele sms-taal. Veel jongeren nemen het bij digitaal schrijven wat minder nauw met de spelling. Hier en daar een foutje is niet erg, als de boodschap maar overkomt.

Spreektalige manier van schrijven
Volgens de Taalunie is met de komst van nieuwe media ook bij schrijftaal een informeel register ontstaan. Bij spreektaal bestond dat al eerder; in een informele setting wordt minder aandacht besteed aan taal en komen onvolledige en grammaticaal onjuiste zinnen regelmatig voor. In een formeel gesprek wordt meer aandacht besteed aan formulering en grammatica. Nu is er steeds meer sprake van een ‘spreektalige manier’ van schrijven; hoofdletters en interpunctie worden nauwelijks toegepast en van een spelfout kijkt niemand op. Bovendien maken jongeren vaak bewust een aantal spelfouten; symbolen en afkortingen worden verkozen boven volledige zinnen.

Les in gebruik van spellingcontroles
Op school gebeurt schrijven altijd nog op de traditionele manier. Er wordt maar op weinig scholen onderwijs gegeven in het gebruik van een toetsenbord en de werking van een tekstverwerker. Volgens de Taalunie moeten de kracht en de beperkingen van spellingcontroles onderwezen worden. Zo weten maar weinig jongeren dat de spelling- en grammaticacontrole van Word alleen niet bestaande woorden fout rekent en fout gespelde werkwoordsvormen niet herkent. Meer kennis hierover zorgt voor een betere spelling, aldus de Nederlandse Taalunie.

Onderwijs
De schuld ligt dus niet (alleen) bij de komst van nieuwe media, er moet ook gekeken worden naar de aard van het onderwijs. Binnen het voortgezet onderwijs kan een aantal oorzaken aangewezen worden voor de stijging van het aantal spelfouten bij jongeren. Volgens de Nederlandse Taalunie ligt in het middelbare onderwijs te weinig de nadruk op het onderhouden van de spellingkennis die in het basisonderwijs is opgedaan. Er wordt tijdens de lessen Nederlands nauwelijks aandacht besteed aan de herhaling van de spellingsregels. Daarnaast lijkt een tolerantie jegens spelfouten te bestaan bij andere vakken dan Nederlands, wat volgens de Taalunie niet bevorderlijk is voor het spellingbewustzijn. Bovendien ontbreken duidelijke en realistische criteria waar jongeren aan zouden moeten voldoen.

Waar moet volgens u de nadruk op liggen binnen het taalonderwijs? Moeten leerlingen elke tekst foutloos kunnen spellen? Of is het genoeg om vooral op de dt-fouten te focussen? Laat uw reactie achter.

Youngworks

6 REACTIES

  1. Foutloos is niet (meer) haalbaar (zie Groot Dictee), maar de meest voorkomende woorden (2000-3000?) zouden zeker foutloos moeten. Verder moet de regels niet ieder 5 jaar aangepast worden en zeker geen onhandige aanpassingen. “1 regel met 100 uitzonderingen”. Wie leert dat nog ?
    Werkwoordspelling moet goed zijn ! (hoewel in onze methode “ik hou” al goed gerekend wordt !)

  2. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet zo lichtjes wil denken over correcte spelling. Goed leren spellen en er dus veel mee oefenen verhoogt het inzicht in de taalstructuren. Dat kan belangrijk zijn omdat het een constant beroep doet op de precisie van de linkerhersenhelft. Deze wordt daarmee getraind en dit kan weer allerlei voordelen hebben voor het toekomstig functioneren. Het is waar dat het bij jongere generaties leraren vaak schort aan basale kennis en vaardigheden. Het is beter dat we dat net zo maar accepteren. Ze geven immers les aan kinderen/adolescenten die een houding van precisie nog moeten leren. Het gaat dus niet alleen om de spelling op zich, maar ook om metacognitieve vaardigheden en attitude!

  3. In het bericht van Dr. Henk Witteman staat een schrijffout.
    In het bericht van meester Henk staan talloze taal- en stijlfouten. Is Dr Henk van een oudere generatie?

  4. @meester Henk: Een vergelijking met het Groot Dictee vind ik niet opgaan. Dat is echt niet representatief voor de Nederlandse Taal. Veel van de woorden die in het Dictee voorkomen, worden niet dagelijks gebruikt.
    Foutloos is, vind ik, wel haalbaar. In eigen teksten kun je je zin veranderen als je twijfelt over spelling. Bij een dictee is dit niet mogelijk.

    Wel een kanttekening erbij: Het afgelopen jaar heb ik een aantal offertes gekregen van bouwbedrijven. De meeste correspondentie was zeker niet foutloos. Belangrijkste criterium voor mij was echter dat de persoon zijn vak goed uitoefende. Spelling kwam daarbij op een (veel) lagere plaats. Zolang we elkaar maar begrepen!
    Er zijn genoeg situaties te bedenken waarin men spelling minder belangrijk vindt. En dat bepaalt wel hoeveel energie men in het toepassen van de regels steekt.

    Voor het taalonderwijs: er moeten veel verschillende disciplines geleerd worden in het middelbaar onderwijs. Spelling krijgt vooral in de bovenbouw minder ruimte. Het is dan een middel om tot een product te komen, zoals een betoog, samenvatting of iets dergelijks.
    Als ik leerlingen een opdracht laat maken, onderstreep ik altijd de gemaakte fouten in het Nederlands. De fouten worden echter niet meegenomen in de beoordeling, omdat ik geen Nederlands geef. Alleen fouten die verwarring kunnen veroorzaken, worden meegerekend (zij rusten ipv zij rustten; of hun hebben ipv zij hebben).
    Eigenlijk zou dit bij elk vak gedaan moeten worden, maar niet elke docent op een middelbare school beheerst het Nederlands goed.

    @Dr. Henk Witteman: jongere generaties leraren…
    Ik heb het liever over ‘nieuwe’ docenten ipv ‘jonge(re)’.

  5. Ik werd als middelbare docent gewezen op de volgende spellingsfout men noemt je een kind, een speels kind wordt je genoemd…. wordt had hier zonder t gemoeten i.v.m. “je” aldus een basisschooljuf…. ik ga de discussie niet aan… iedereen heeft zo zijn eigen regels…

  6. ‘ Reactie op de middelbare docent (ik ben er zelf ook één): ‘een speels kind word je genoemd” is mijns inziens correct. De basisschooljuf heeft gelijk. Je zegt toch ook niet ‘loopt je’ , dus ook niet ‘wordt je’.
    Yvonne

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here