Home » Meester van de maand november 2019: Jasper Rietman

Meester van de maand november 2019: Jasper Rietman

School:St. Dominicusschool
Geeft les aan: groep 8 en studeert Educational Sciences
Aantal jaar voor de klas: 2 jaar


Meester Jasper heeft voor zijn studie Educational Sciences onderzoek gedaan naar de effecten van kleurenblindheid in het rekenonderwijs. Hij is zelf ook kleurenblind.

Wat hield je onderzoek in?

Ik heb rekenopgaven uit verschillende rekenmethodes aan kinderen met een kleurzienstoornis en kinderen zonder die stoornis voorgelegd. Ze maakten de sommen in het boekje en vertelden hardop hun denkstappen. Bijvoorbeeld: 2 + 3 = … Kleur de juiste uitkomst rood. Sommige kinderen met een kleurzienstoornis pakten dan een bruin potlood en deden het dus verkeerd, terwijl hun denkstappen en het antwoord wel goed waren.

Wat is je conclusie?

Er is een groot effect. Kinderen met een kleurzienstoornis maakten gemiddeld 32% meer fouten in mijn onderzoek. Puur en alleen op basis van kleur. Als je deze kinderen hardop laat rekenen, maken ze die fouten niet.

Zie je dit ook terug in je eigen klas?

Ik herken het vooral bij mezelf. Als ik instructie moet geven bij een cirkeldiagram of grafiek, moet ik eerst aan de klas vragen welke kleur welk lijntje is. Sommen waarin de kinderen moeten kleuren, laat ik door henzelf nakijken. Of ik vraag ze een antwoord bijvoorbeeld te omcirkelen in plaats van een kleur te geven.

Wat is kleurenblind precies?

Ik noem het een kleurzienstoornis. Medisch gezien betekent kleurenblind dat je alleen grijstinten ziet. In je oog heb je rode, groene en blauwe kegeltjes. Als er met één of meerdere kegeltjes iets misgaat, heb je een kleurzienstoornis. Er bestaan verschillende variaties en gradaties. Het meest bekend is rood-groen-kleurenblind, waarbij je het verschil tussen deze kleuren niet ziet. Je kunt daarnaast ook andere kleuren anders zien. In de extreemste gevallen in mijn onderzoek maakten de kinderen 50% meer rekenfouten.

Hoeveel mensen zijn er kleurenblind?

Eén op de 12 mannen en één op de 250 vrouwen. Gemiddeld genomen zit er dus in elke klas minstens één kind met een kleurzienstoornis. Soms weten de ouders, de leerkrachten en het kind zelf het niet eens.

Wat wil je met je deze ervaringen gaan doen?

Ik hoop heel erg dat lesmethodes kleurenblindproof worden. Niet dat alle methodes dan zwart-wit moeten zijn, maar dat er goed over kleurgebruik nagedacht wordt door de makers. Pastelkleuren geven bijvoorbeeld sneller problemen. Het zou mooi zijn als er ook potloden op de markt komen waarop de kleur als woord gedrukt staat. Ik heb ooit met mijn opa, ook kleurenblind, een brief gestuurd naar potlodenfabriek. We kregen een brief terug dat het volgens hen niet mogelijk was. Ik heb zelf nu op elk potlood een stickertje geplakt met de naam van de kleur erop.

Hoe kun je als leerkracht rekening houden met kinderen die kleurenblind zijn?

Weet je of je kleurenblinde kinderen in de klas hebt? Check in de onderbouw bij kinderen die veel rekenfouten maken of dit alleen bij de kleursommen gebeurt. Kijk kritisch in je rekenmethode en bij opdrachten als het maken van een legenda bij aardrijkskunde. Geef andere opties. Laat de kinderen bijvoorbeeld lijnen trekken in plaats van kleuren. Of geef ze een maatje bij wie ze mogen checken of ze de juiste kleur gebruiken.

Wat wil je andere leerkrachten meegeven?

Gebruik kleur, maar weet dat niet iedereen kleur op dezelfde manier ziet. Bied alternatieven.

Laatste onderwijsnieuws

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.