Het duivelse dilemma: generalistisch of specialistisch?

2

Een brood: in een ver verleden werd het nog gemaakt door één persoon. Daarna gingen we ons specialiseren. De een verbouwde het graan, de ander fabriceerde de oven en weer een ander bakte het brood. En we specialiseerden ons verder. Aan ons hedendaags dagelijks brood werken inmiddels vele specialisten, in binnen- en buitenland. De een sleutelt in een laboratorium aan gistsoorten, de ander ontwerpt thermostaten voor in de ovens, weer een ander koopt graan in in een ver buitenland. Enzovoort.

Vraagje: als de samenleving om steeds gespecialiseerder specialisten vraagt, waarom bieden we onze kinderen op school dan nog altijd een programma dat opleidt tot matige generalisten? Aan het eind van het voortgezet onderwijs spreek je immers slechts steinkohlen Deutsch, stonecoal English en Français de chou de pierre, kun je een beetje rekenen en ken je de hoofdsteden van de Europese landen. Ik chargeer.

Natuurlijk, we willen met onderwijs iets doorgeven van onze rijk geschakeerde cultuur, we willen kinderen de kans geven uit een breed palet aan mogelijkheden te ontdekken waar hun passies en talenten liggen en ervoor zorgen dat de toekomstige wiskundige kan communiceren met de econoom. De huidige programma’s in het voortgezet onderwijs zijn daar een – wat mij betreft gebrekkig – antwoord op. Er valt zoveel te leren, maar waardevolle kennis van of over Mandarijn, psychologie, ondernemerschap en mediawijsheid staat nauwelijks op de kaart in de klas.

Terug naar het specialiseren. Ik geef een formule. S = T * P (10.000 uur). Van de Zweedse psycholoog K. Anders Ericsson weten we dat je – liefst voor je twintigste – zo’n 10.000 uren oefening nodig hebt om te excelleren in een vaardigheid. Voorwaarde is dat je talent (T) hebt en plezier (P) hebt in de betreffende activiteit. Samen geeft dat een goede basis voor een succesvol (S) professioneel bestaan als specialist. Even voor het perspectief: op de barricades gaat het ondertussen over de 1040-urennorm.

Sommige scholen kiezen voorzichtig voor de mogelijkheid je als leerling te specialiseren. Bijzonder talentvolle en gemotiveerde leerlingen, vooral op het gebied van sport en creatieve vakken, kunnen – deels buiten schooltijd – extra uren besteden aan waar ze goed in zijn, met behoud van een stukje brede ontwikkeling. Anderen zullen buiten school aan hun 10.000-urennorm moeten komen. Of wachten tot ze aan hun vervolgopleiding kunnen beginnen.

Het blijft ondertussen een duivels dilemma: gaan we onze kinderen de kans bieden zich eerder en meer te specialiseren of moeten we vasthouden aan een brede algemene ontwikkeling en uitstel van keuze? Wat voor oplossingen zie jij?

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here