De toekomst van het onderwijs

10

Vier jaar geleden werd ik door Malmberg gevraagd om, als redacteur, een bijdrage te leveren aan de blog Onderwijsvanmorgen.nl. Ik moet u zeggen dat ik daar toen erg blij mee was. Ik was net herstellende van een zware operatie en lag in het ziekenhuis. Het schrijven van artikelen bleek een geweldige therapie. Het leidde mijn aandacht af van mijn ziekte en ik had het gevoel ineens weer in het volle leven te staan. Mijn bijdrage bestond vooral uit artikelen over didactiek in het algemeen die vanuit een wetenschappelijk oogpunt geschreven werden. Nu, precies vier jaar en vele artikelen later, is deze taak volbracht.

De site is springlevend en trekt steeds meer bezoekers. En steeds meer bezoekers gaan met elkaar én met de redacteuren in discussie. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat je ook als redacteur daardoor steeds meer leert. Dit laatste artikel zie ik als een mooie gelegenheid om terug te blikken en vooruit te kijken. Wat is terugblikken gemakkelijk! En wat is vooruit kijken moeilijk! We zijn evolutionair gezien nu eenmaal gericht op het nu en de korte termijn. Banken spinnen daar bijvoorbeeld garen bij. We lenen liever, dan dat we sparen. En omdat we bijziend zijn in de tijd, overzien we de terugbetaal termijn niet.

Leerlingen veranderen niet
Van één ding kunnen we zeker zijn: onze leerlingen veranderen niet en ze worden ook niet slimmer. Ook ons IQ groeit niet. Dat is al duizenden jaren niet toegenomen. Als we al groeien in kennis en inzicht, dan doen we dat via onze cultuur. Mensen zijn razend goed in kopieergedrag. We zijn sterk in het leren van anderen. We mogen dan als soort niet slimmer worden, maar tussen al die miljoenen mensen bevinden zich intelligente individuen die uitblinken in creativiteit. Deze mensen zijn in staat, vaak nieuwe, informatie te koppelen aan hun voorkennis en deze opnieuw te rangschikken, zodat er een origineel idee ontstaat. Dat originele idee kopiëren we vervolgens graag.

Onderwijs vanaf 2012: Breinleren
Vanaf heden zal op scholen steeds meer gebruik worden gemaakt van de bevindingen uit de breinwetenschappen. Breinleren zal als onderwijsfilosofie zijn intrede moeten doen, te beginnen in brugklassen. Voorzichtig en zorgvuldig! Als we weten dat toets-angst de optimale werking van het werkgeheugen verstoort, waarom werken we daar dan niet aan? Als we dit decennium stap voor stap leren begrijpen waarom emoties de brandstof zijn van het leren (Prof. dr. M. Boekaerts), waarom zorgen we er dan onvoldoende voor dat onze pubers gelukkige pubers zijn? Zodat zij zich ongestoord en gestimuleerd kunnen ontwikkelen naar het IIIe stadium van R. Keagan, 1994.

Dit alles versta ik onder breinleren en vooral: laten we onze kennis en ervaringen met elkaar delen, van elkaar leren en dus ook van elkaar kopiëren. Met een massieve en gecoördineerde inzet halen we het maximale uit onze beperkte middelen. Mogelijk kunnen wij ons onderwijs dan toch passend maken voor iedereen!

Onderwijs vanaf 2022 Meer communicatie – minder talen?
In het artikel over de Ethiek van het zoogdierenbrein hebben we gelezen dat gevoelens van geluk worden opgewekt door hormonale veranderingen in ons limbische systeem, (ook wel zoogdierenbrein), genoemd onder invloed van prikkels uit onze omgeving. Mensen zijn sociale wezens die graag communiceren met medemensen. Niet voor niets trekken sociale media als Facebook en Twitter zo veel volgers. Dit zal niet minder worden.

Maar het liefst nog communiceren mensen in elkaars aanwezigheid. We kunnen dan op twee niveaus communiceren: op digitaal niveau (met woorden) en op analoog niveau (met lichaamstaal). Dit laatste niveau blijkt het zwaarst te wegen. Op dit niveau komen namelijk onze emoties tot uiting. Dit geldt met name voor de moedertaal. Als je bijvoorbeeld een docenten echtpaar ontmoet, waarvan man en vrouw Nederlands als moedertaal hebben en die beiden een doctoraal Engels hebben, dan zul je zien dat zij de voorkeur geven samen in het Nederlands te communiceren. Als ze Engels spreken dan missen ze namelijk de intimiteit van hun moedertaal.

In de nabije toekomst zullen er apps op de markt komen die vlekkeloos en simultaan het gesproken woord zullen vertalen vanuit welke taal dan ook. Dan zal het niet meer nodig zijn duizenden uren te besteden aan het leren van een vreemde taal. Taalonderwijs heet dan communicatie-onderwijs. Wel raad ik aan een tweede moedertaal te verwerven en wel vanaf de leeftijd van 3 jaar. Dat gaat moeiteloos. Zie hiervoor het artikel over moedertaal en vreemde taal.

Beste lezers van Onderwijsvanmorgen.nl; hiermee neem ik afscheid van u. Met heel veel genoegen heb ik de artikelen geschreven. Met plezier heb ik uw reacties gelezen en daar weer op gereageerd. U mag ook op mijn artikelen blijven reageren. Alle kans dat wij elkaar dan weer tegenkomen. Het ga u goed!

Henk Witteman

 

10 REACTIES

  1. Henk bedankt voor dit ontroerende slotartikel. Door toeval belandde ik een aantal jaren geleden op deze site en ben er niet meer vanaf te krijgen 😉 met zoveel inspirerende stof tot denken blijf ik je graag volgen om op een creatieve manier bij de tijd te blijven. Een hartelijke groet vanuit de kop van Overijssel voor jou, je vrouw en de man door wie ik hier belandde professor dr. Nico Schraag.

  2. Dag Henk, ik heb vrijwel al je artikelen gelezen. Eerst als redacteur, daarna als moeder, leermiddelenmaker en adviseur van het onderwijs. Op al die terreinen had ik iets aan je theorieën en aan je adviezen. Een constante factor in al je artikelen is je respect voor en je nieuwsgierigheid naar leerlingen, naar kinderen die iets willen en/of moeten leren, over de wereld en over zichzelf. Dat ene element vormt voor mij de grootste kracht van jouw werk, naast al dat andere. Het vormt ook de kern van goed onderwijs.
    Ik neem aan dat Malmberg de mogelijkheid zal bieden om je artikelen als bundel aan te schaffen. Daar zie ik naar uit!
    Wij komen elkaar zeker nog tegen.

  3. Jammer dat je niet meer schrijft op OvM. Ik heb een groot aantal artikelen jouw (reeksen) als studiemateriaal gebruikt en het inspireerde mij. Ik ging van daaruit vaak weer andere literatuur bestuderen. Jouw artikelen zaten goed in elkaar en het was erg toegankelijk. Dank je Henk, ook namens het ouderplatform HAVOplus (www.havoplus.nl)waar je eens een zeer boeiende lezing over leerstijlen hebt gegeven!
    Fijn dat je verder gaat op http://leerstijlmonitor. Ik hoop dat er mooie adviezen, maar ook inspirerende artikelen op komen.

  4. Ik kon het toch niet laten om nog even een stukje tekst toe te voegen.Het gaat namelijk over de manier waarop jonge mensen kennis bij elkaar zoeken en de gevolgen die dit heeft voor hun wijze van informatieverwerking.

    In een pas verschenen boek bekijkt Small, die is verbonden aan de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA), welk effect technologie heeft op de manier waarop de hersenen van jonge mensen zich ontwikkelen, functioneren en informatie verwerken. Zijn conclusie is dat het menselijk brein heel gevoelig is voor veranderingen in de omgeving, bijvoorbeeld als gevolg van technologie. Als mensen keer op keer dezelfde taken uitvoeren, zoals zoeken op internet of sms-berichten versturen, zal dat bepaalde neurale circuits versterken terwijl andere ongemoeid laten, aldus Small.
    Small en collega-neurologen deden onderzoek aan een groep van 24 volwassen proefpersonen die een zoekopdracht op het web kregen en een gedrukte tekstpagina moesten lezen. Hieruit bleek dat degenen met veel internetervaring twee keer zoveel activiteit vertoonden in delen van het brein die besluitvorming en complex redeneren aansturen als de beginnelingen op internet. De onderzoekers concluderen dat internetgebruik het vermogen van de hersenen om gestimuleerd te worden vergroot. Ook zou het bekijken van webpagina’s meer delen van het brein prikkelen dan een gedrukte tekst. Hierdoor treden evolutionaire veranderingen op in het brein. De testgroep was overigens te klein om statistisch significante uitkomsten op te leveren.
    Jongeren stellen zich nu gemiddeld negen uur per dag aan technologie bloot, aldus Small. Hij betoogt dat de opkomst van een generatie van ‘digitale autochtonen’, mensen die zijn opgegroeid met technologie, niet zonder gevaren is. Deze groep is voortdurend op zoek naar nieuwe snippers informatie, wat stress en zelfs hersenbeschadiging kan veroorzaken. Om succesvol te zijn in het leven zijn volgens Small niet alleen technologische vaardigheden nodig. De koplopers van de volgende generatie zullen degenen zijn die ook sociale vaardigheden hebben en begrijpen in welke situaties het beter is oog-in-oog met iemand te praten dan een e-mailtje te sturen.
    Volgens Small is er een verschil tussen mensen die van jongs af aan met internet vertrouwd zijn en degenen die pas op latere leeftijd met de technologie vertrouwd zijn geraakt, zogenaamde ‘digitale immigranten’. Hun manier van leren is methodischer, ze voeren taken stap voor stap uit en met meer precisie dan de ‘digitale autochtonen’.

  5. Aan de lezers,
    Deze discussie vond enkele maanden geleden plaats. Ik vond hem de moeite waard om hem op te slaan en er te zijner tijd gebruik van te maken.
    Hier is de vraag van Dick en mijn reactie.

    Dick van Kalsbeek – Beste Henk, Een tijd geleden heb ik contact met jou gehad met betrekking tot vakoverstijgend onderwijs in verband met mijn afstuderen aan de PTH. Ik heb destijds een document gekregen van Rob Kayzel. Volgende week begint het schooljaar weer op (in ieder geval) het MBO en heb ik behalve vakoverstijging nog andere plannen om de lesstof beter te laten beklijven. Ik heb nu weer een vraag en zou graag jouw mening hieroverweten. In de NRC Next van 10 juni 2011 stond een artikel (een discussiërende leerling leert meer) dat kort een onderzoek beschreef van Scott Freeman (universiteit van Washington) waarbij leerlingen beter de stof onthouden als er actieve discussies zijn en veel toetsen. Nu wil ik dat proberen toe te passen in mijn vak. Het idee is korte toetsen te maken maar deze niet individueel te laten maken maar de leerlingen te laten discussiëren wat het goede antwoord is. Ze mogen geen naslagwerken gebruiken omdat ik ze tot nadenken en discussie wil dwingen. Elke leerling moet wel een individueel blad met antwoorden inleveren ter controle van mij. Het idee is dit elke les te doen met weinig vragen. Heb je hier ervaring mee of zijn er mensen die dit ooit geprobeerd hebben? Aanvulling HW: Zijn er onder de lezers misschien collega’s die hier meer van afweten? Misschien kunnen we hier op de site een discussie opzetten.
    Leert een discussiërende leerling meer? Het antwoord is JA. Door te discussiëren vindt actieve verwerking van de leerstof plaats. Dit betekent dat er actief neurale netwerken worden aangemaakt. Bij discussiëren gaat dat veel beter dan bij lezen. Hier is ten hoogste sprake van een “Innere Monolog”dat absoluut minder effect heeft. Daar komt bij dat discussies ook emoties ontlokken. En zoals mijn promotor Monique Boekaerts altijd zei “Emoties zijn de brandstof van het leren”. Dus wat mij betreft ben ik het met discussiëren helemaal eens. Veel toetsen heeft voor- en nadelen. Het verlaagt motivatie van intrisiek naar extrinsiek. Dit hoeft niet verkeerd te zijn, maar leerlingen proberen dan uit te vinden hoe je gaat toetsen. Teachers are teaching to the test, students are learning to the test. Het doel GOED LEREN kan dan veranderen in goede cijfers halen. We noemen dit operante conditionering.Dit KAN tot minder goede kennis leiden. Daarom noemt men toetsen wel een TWEESNIJDEND ZWAARD. Advies: neem de toetsen vooral bij jongere leerlingen af en geef ze (vooral goede) cjfers, maar probeer oudere leerlingen (16+) toch vooral INTRINSIEK gemotiveerd te houden. Dit levert op de duur het meeste op.
    Wat dat discussiëren betreft over de gemaakte toetsen vind ik een goed idee. In het APS-expeditiemodel ® wordt het woord FOUTENANALYSE genoemd. Ik zal jouw idee over gezamenlijk discussiëren daar zeker bij betrekken. Ik ben het ook eens met dat individuele blad per leerling. In ons systeem is een cijfer vooral een maatstaf voor individuele prestatie ook al is deze gezamenlijk bereikt. Misschien is jouw school niet zover weg voor mij en kan ik eens komen kijken. Groet, Henk

  6. @Dick van Kalsbeek. Mijn ervaring met toetsen is dat leerlingen in de onderbouw juist vaak getoetst moeten worden. Het soort toetsen van de docent geeft namelijk ook aan welke delen van de leerstof belangrijk zijn. Veel toetsen geven vedel cijfers die als buffer kunnen dienen tegenover waarin de leerling minder sterk is. Ik vind ook het idee van de foutenanalyse van het expeditiemodel de moeite van het overwegen meer dan waard. Op deze manier geeft de docent de richting aan en houdt hij zicht op de prestaties van iedere leerling afzonderlijk.

  7. Ik heb iets tegen het fenomeen toetsen. Cijfers geven een oordeel, goed, fout en geen feedback. Daarom wordt de motivatie extrinsiek, het wordt ego-oriëntatie en draagt alleen maar bij tot een veldloopmodel. Ja, net als mijn broer Frans, lees ik de artikelen van dr. Witteman.Ik werk in het speciaalonderwijs. Daar kunnen leerlingen best wel goed presteren als je ze niet onderling vergelijkt. Een maatschappij waar alleen de besten winnen, gaat economisch achteruit. Want de bijdragen van veel kllentjes, maken samen een grote. Dank u mijnheer Witteman voor uw interessante opvattingen.

  8. @Pim en Frans Dorlandt. Prachtig zoals jullie beiden zowel valide als soms tegengestelde standpunten innemen. Onlangs las ik een lezing van Tex Gunning, lid van de Raad van Bestuur van AkzoNobel. Zo antwoordt hij op de vraag waarom onderwijs zo belangrijk is als volgt:
    “Niet omdat je daarmee meer kans maakt op e3n goede baan, een goed salaris en dan gelukkig wordt!! Dat is niet de wereld van morgen. Vergeet het script van de “American Dream”, waar wij babyboomers mee zijn opgegroeid! Onderwijs moet kinderen faciliteren zichzelf volledig tot ontwikkeling te brengen om zodoende een waardevol en zinvol leven te kunnen leiden. Onderwijs moet onze kinderen zelfvertrouwen meegeven en universele waarden zodat onze kinderen niet afhankelijk zijn in hun geluk van economische waarde of andere extern geformuleerde waarden. Onderwijs moet onze kinderen leren zien de verbondenheid van alles in hun wereld zodat ze in co-existentie met anderen willen leven.
    De hele lezing vindt u bij de volgende link: http://www.lerenvoorduurzameontwikkeling.nl/sites/default/files/downloads/value-based-education-lezing-tex-gunning.pdf

  9. Leerlingen veranderen niet, meent U, maar wel de omstandigheden waarin zij opgroeien. Dat is het probleem, want de omstandigheden zijn ingrijpend veranderd als we kijken naar bijv. een eeuw terug. Dit betekent dat mensen niet langer opgroeien in de natuur maar in een basls leefomgeving (geciviliseerd met minimumstandaard) en daardoor weten zij niet meer waar het werkelijk om gaat in het leven. Het beangstigende groepsdenken, wat in de Basisschool hoogtij viert maakt verder dat er geen interesse meer is voor iets anders dan wat in een groepje leeft en dit stelt de mens niet open voor een andere gedachte of andere cultuur. Voorts kosten al de technieken die we aanwenden bijv. om te vertalen , of e-boek enorm veel energie en zijn een enorm grote aanslag op onze natuurlijke hulpbronnen. Daarbij is de scholing van ons denken vervallen, de discipline om ons in te passen in de maatschappij. Bovendien wordt de mens steeds meer afhankelijk gemaakt van het werk van een ander (zoals bij vertalen bijv.) en is het niet meer mogelijk om te controleren. Daarom vind ik het onjuist dat er minder talen zouden moeten worden gegeven, juist meer talen met meer aan die andere cultuur zou nodig zijn. Daarbij zou iedere leerling m.i. moeten meedoen aan een primitief kamp in de natuur, om te weten waarop onze civilisatie stoelt, waarom deze nodig is. Dit zou verplicht in het schoolaanbod moeten zitten evenals sociale dienstplicht. Juist omdat leerlingen niet veranderen, maar onze technische mogelijlheden tot nog toe wel, zou hieraan veel aandacht moeten worden besteed. Daarbij werkt de stortvloed van informatie via internet, media en in steeds mindere mate uit boeken niet bepaald gunstig uit op ons denken, de kreten en emotiecultuur verspreid via de sociale media werken eerder ongenuanceerd denken in de hand, dan gedisiplineerd denken en argumenteren. Het is hier waar ik in toenemende mate problemen zie in onze maatschappij, bijv. jonge ambtenaren kunnen alleen nog maar een computerprogramma bedienen, maar als er iets verkeerd in het systeem staat, kunnen zij de documenten niet meer interpreteren. Daarnaast mag ons onderwijs er niet alleen op gericht zijn om goede werknemers te creeeren, maar dient deze ook de persoonlijke onwikkeling te ondersteuenen. Kortom er is heel veel verandering nodig in ons onderwijs, wat m.i een beetje teveel de weg is kwijtgeraakt door te veel in te gaan op utopisch denken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here