Thema trends Asso-jongeren hebben de toekomst

Asso-jongeren hebben de toekomst
A

Twee maanden geleden werd ik benaderd door een adviesbureau met de vraag of ik mee wilde doen aan een reeks interviews voor een van hun klanten: Kamer van Koophandel. Zij wilden namelijk inzichtelijk brengen hoe de nieuwste generatie zich op de werkvloer manifesteert. Blijkbaar hebben veel oudere werkgevers problemen met deze generatie die tijdens het interview nog werd bestempeld als Generatie Y. De generatie die blijkbaar volgt op Generatie X.

De Generatie Y, in het Engels ook WHY genoemd (zelfde uitspraak, iets andere connotatie), is de generatie die voor u zit in de klas. De generatie die ik over 8 jaar graag in mijn bedrijf wil hebben. De generatie die oudere werkgevers blijkbaar niet meer aankunnen. Want, zo blijkt: jongeren zijn lastiger dan vroeger. Ze komen niet op tijd, zijn niet zo toegewijd. Vandaar de interviews.

Bij deze generatie jongeren draait het om flexibiliteit. Waar wij ouderen continu op zoek zijn naar balans (via yoga, meditatie, wandelen, schilderen etc.) hebben de jongeren meer vat op hun werk en privéleven. Ze willen zich niet meer 30 jaar land binden aan een vaste werkgever. Ze willen niet meer een 9 tot 6 baan waarin ze met prikklokken in de gaten worden gehouden. Ze willen niet meer op plekken zitten waar niemand het in z’n hoofd haalt om ’s middags een rondje te gaan wandelen.

Zelf zit ik in de creatieve sector en moet ik het hebben van deze jongeren. Zij zijn mijn kapitaal, omdat jongeren makkelijker de nieuwe en oude wereld aan elkaar kunnen verbinden. Ze kunnen sowieso meer verbinden, beter associëren dan vroeger omdat ze hiervoor de ‘tools’ hebben. Google, hun mobiele telefoon, sociale netwerken, alles wordt aan elkaar verbonden en hierdoor ontstaan nieuwe ideeën en opvattingen. Laat de jongeren associëren. Laat ze vrij en stimuleer hen. Natuurlijk moet je doelstellingen vooraf bespreken en goede evaluaties houden. Wees helder, duidelijk.

U vormt deze nieuwe generatie. En u draagt sommige van hen – al dan niet direct – over aan het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven kijkt naar u, naar de ouders en overheid en vraagt zich af of dit de generatie is die het verschil gaat maken. Blijkbaar zijn er genoeg zorgen want de KvK wil hier interviews aan wijden.

Creatief denken door goed te associëren. Genoeg blauwe boorden, leuk die witte boorden, maar de toekomst ligt bij de rode boorden. Creatieve gedachtes, die leiden tot nieuwe oplossingen. Jammer dat er nog te weinig aandacht wordt besteed op scholen om associatief te denken. Want ik wil als werkgever meer Asso-jongeren. Jongeren die te laat komen, die misschien eerder weggaan, een grote mond tegen me hebben, maar die als geen ander goed kunnen associëren. Die informatie op Facebook makkelijk kunnen koppelen aan teksten op Wikipedia en daar een creatieve draai aan geven. Die een tekstafkorting van een smsje om kunnen buigen tot een oplossing voor het probleem hangjongeren. Die vliegensvlug kunnen googlen en daardoor snel visuals aan elkaar kunnen plakken en bewerken.

Ik hoop dat het voortgezet onderwijs gaat inzien dat Asso-jongeren nodig zijn. En dat we daar ook onze lesprogramma’s op afstemmen. Ik wil wel een keer een gastcollege geven.

3 REACTIES

  1. In de VS spreken ze ook wel over ‘Generation Me’. En terecht. Leuk hoor dat associatieve vermogen, maar deze generatie leunt heel vaak op de vorige. Vaak zijn deze ‘prinsjes’ (die te laat komen) niet de proactieve generatie die er samen met anderen wat van wil maken. Hun egotje is te vaak gestreeld tijdens de verwende opvoeding die bij onze tijd hoort. Hun gedrag laten ze vaak bepalen oppervlakkige behoeften en niet door dieper liggende waarden (ik weet het, zo spreken we al alle eeuwen over de generatie na ons, maar toch…). Er is weinig interne ‘locus of control’. Dat is wel jammer, want dat kunnen ze wel leren. In plaats van leerlingen te leren dat associatieve vermogen te gebruiken (kunnen ze al heel goed) zouden we ze moeten leren wat het betekent om proactief te zijn. Kortom; wat het betekent om principes centraal te stellen, doelen te stellen, belangrijkste dingen eerst te doen, win-win situaties te zoeken en anderen goed leren begrijpen door goed te luisteren voordat jezelf begrepen wilt worden. Alleen zo krijg je de coöperatie met anderen die leidt tot (persoonlijke en economische) groei. In andere woorden; het hele Steven Covey-verhaal. En hij heeft gelijk, laten we eerlijk zijn, je hoeft geen professor te zijn om te weten dat vrijheid niet zonder vorm kan. Je wordt dan juist onvrij. Ieder mens moet leren principes te stellen zodat die meehelpt aan een wereld die iedereen kan willen. Zo moet je soms gewoon hard werken daarvoor, punt uit.

  2. Goed, die link die de redactie legt naar het artikel van de heer Witteman. Echter ik heb er wel een grote kanttekening bij!
    De heer Witteman heeft het niet over “Asso-jongeren”!
    In dit interessante artikel van Jurgen Baart vielen twee dingen me op. Het eerste citaat staat in tegenstelling met het artikel van de heer Witteman en met een andere zinssnede uit het artikel van Jurgen. Het eerste citaal:
    “U (de leerkrachten) vormt deze nieuwe generatie. En u draagt sommige van hen – al dan niet direct – over aan het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven kijkt naar u, naar de ouders en overheid en vraagt zich af of dit de generatie is die het verschil gaat maken. Blijkbaar zijn er genoeg zorgen want de KvK wil hier interviews aan wijden.”
    Ik denk dat hier het knelpunt zit: De tegenstelling tussen de auditief, sequentiële leerstijl op veel scholen en de vluchtige, snelle, manier van reageren die deze leerlingen buiten de school (als van nature) leren (en wie hebben deze ontwikkeling in gang gezet?) is zo met elkaar in strijd dat een groep jongeren zich kunnen afwenden van school. Ze voelen zich er niet veilig, niet geaccepteerd. Hoe kun je hen iets leren als er niet aan één van de eerste basisbehoeften wordt voldaan? Zo kan zich Asso-jeugd vormen, jongeren die hun eigen lijn volgen!
    Het volgende citaat uit het artikel van Jurgen is de tegenstelling: “Ik hoop dat het voortgezet onderwijs gaat inzien dat Asso-jongeren nodig zijn. En dat we daar ook onze lesprogramma’s op afstemmen. Ik wil wel een keer een gastcollege geven.”
    Ik zou eraan willen toevoegen (en ik hoop dat Jurgen met me kan meevoelen): Stem de lesprogramma’s af op de leerstijl van deze schijnbaar “asso-jongeren”. Misschien is het onderwijs dan daadwerkelijk instaat om het ongewenste asso-gedrag om te buigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf hier je reactie
Vul hier je naam in

Meer van deze auteur

Gerelateerd

Advertisment

Meest gelezen

Top 5 online toets- en quiztools

Wil je de les meer pit geven? Of misschien extra oefeningen bieden? Met digitale toets- en quiztools kan het allemaal. Er zijn er alleen zoveel...

8x creatieve tips om tafeltjes oefenen

1 x 8= 8, 2 x 8 = 16, 3 x 8 = 24 en ga zo maar verder. Het eindeloos oefenen van tafeltjes...

5x leuke taalspelletjes

Actief en spelenderwijs met taal bezig zijn draagt bij aan de motivatie van leerlingen om te leren. Het loont dan ook om naast de...