VTV-Reeks (6): leerstijlen en VTV (1)

23

Nu het examentijd is in het voortgezet onderwijs en iedereen het druk heeft met de dagelijkse beslommeringen, is het wellicht een goed idee om even een interessant zijpaadje in te slaan: leerstijlen in relatie tot de didactiek van het vreemdetaalonderwijs.

Ons einddoel blijft natuurlijk samen met de bezoekers van deze site een tentatief model te ontwikkelen voor de didactiek van het vreemdetalenonderwijs. We hebben echter nog een afstand te gaan. Inmiddels zijn we niet meer alleen. Wij worden gevolgd op onze weg door collega’s en andere belangstellenden. Aan de berichten die zij plaatsen, zien wij dat vogels van diverse pluimage ons nauwlettend volgen. Qua didactiek kunnen we de uitersten typeren als “rekkelijken” en “verkrampten”. De “rekkelijken” staan een uiterst losse didactiek voor. Een “happy go round”-groep die zich gelukkig voelt in een didactische omgeving die georganiseerd is als een flipperkast. Aan het andere eind van het continuüm zijn daar de grammatici, die het vreemdetalenonderwijs (VTO) structureel en analytisch, willen organiseren. Om wat eenheid te scheppen in de groep heb ik nu een artikel ingelast over leerstijlen in relatie tot de didactiek van het VTO.

Ik kwam op dit idee toen ik twee collega’s Lieneke Havermans en Ronny Huisintveld (fictieve namen) met elkaar hoorde praten. Wat mij opviel was dat Lieneke haar opvattingen over wat zij zoal meemaakte op school, in de klas en in haar leven uitvoerig en sequentieel te berde bracht. Ronny reageerde wat ongeduldig, onderbrak haar steeds als hij vond dat haar verhalen te lang duurden. Hij nam haar woorden eigenlijk voortdurend over, hetgeen tot grote irritatie bij Lieneke leidde. Zij vond dat hij haar niet liet uitpraten. Ronny vond Lieneke daarentegen te langdradig.

De oplettende lezer heeft mogelijk al door waar het hier om gaat. Lieneke Havermans is een linkerhersenhelft denker, terwijl Ronny Huisintveld vooral een rechterhersenhelft denker is. We schreven al eerder over het verschil tussen links en rechts.

1  Welke leerlingen zijn vooral gebaat bij gedetailleerde leeromgevingen ondersteund door aandacht voor de grammatica en waarom?
Graag uw reactie.

2  Welke leerlingen zijn vooral gebaat bij het uitstellen van de grammatica en actieve toepassing van de doeltaal in de klas en waarom?
Graag uw reactie.

3  Ziet u een relatie tussen dit artikel en het toch wel wat hilarische YouTube filmpje, zo ja, welke?
Graag uw reactie.

Ik wil nog één artikel wijden aan dit onderwerp, alvorens we de hoofdweg weer opgaan die leidt naar ons doel. 

23 REACTIES

  1. Wat een boeiend onderwerp, maar nog meer waar vind je zo’n filmfragment? Ik heb samen met mijn vrouw op de bank zitten lachen.

  2. Nu ik geen onderwijsgevende meer ben is het moeilijk om vanuit die situatie een antwoord te geven. Uitgaande van het adagium ‘niemand is te oud om te leren’ en het feit dat het credo ‘een leven lang leren’ hoog in mijn vaandel staat toch mijn spontane reactie op dit wederom boeiende artikel van uw hand mijnheer Witteman. Ik beschouw dus mijzelf en mijn 70-jarige echtgenoot in deze als leerling.
    Nadat ik het Youtube filmpje had bekeken was ik oprecht blij dat ik al in het eerste jaar van mijn inmiddels ruim dertigjarige huwelijk ben gestopt met het aanbod aan mijn echtgenoot: een kwartje voor je gedachte schat!
    Over manieren van taal leren hebben we nooit echt van gedachte gewisseld. Ik ben nu wel nieuwsgierig geworden naar zijn voorkeurstijl. Het blijkt dat hij zich prettiger voelt in een gedetailleerde leeromgevingen ondersteund door aandacht voor de grammatica. Zelf leer ik het gemakkelijkst een taal in ‘De flipperkaststijl’. Ik denk dat dit te maken heeft met mijn karakter: spontaan reagerend en extrovert……of moet ik extravert zeggen? En of het een en ander met het man of vrouw zijn te maken heeft?

  3. Ook ik volg de serie met veel plezier. Dit is een heel grappig filmpje, natuurlijk wat gechargeerd maar ik denk dat zo’n beetje alle vrouwen herkennen dat mannen bij voorkeur nergens aan denken. Het lijkt geen gek grote stap naar vaststellen dat in algemene zin ook de leerstijlen van mannen en vrouwen moeten verschillen. Ik zou benieuwd zijn naar onderzoeksgegevens van gescheiden onderwijs, daar moet toch van alles te vinden zijn. Ik vond wel al een artikel in The New York Times over een Amerikaanse school met aparte klassen voor jongens en meisjes: http://www.nytimes.com/2008/03/02/magazine/02sex3-t.html

  4. Selma. Ik ben redelijk op de hoogte van leerstijlen. Ik ben er zelfs op gepromoveerd. Nog steeds neem ik leerstijlentests af bij leerlingen. Ik kan je zeggen dat er wel degelijk verschillen zijn tussen jongens en meisjes. De leerstijlen van meisjes zijn gemiddeld evenwichtiger dan die van jongens. Jongens tonen vaker een extreme leerstijl. Ze zijn of links (serialistisch) heel goed of rechts (holistisch). Meisjes zijn vaak in beide goed. Jongens zijn vaak doelgerichter en zelfbewuster. Mogelijk omdat ze minder nadenken. Vrouwen zijn meer gericht op wikken en wegen. Kortom het zijn interessante verschillen. Deze verschillen mag je echter niet generaliseren. Er zijn ook jongens en mannen met evenwichtige leerstijlen en meisjes en vrouwen met onevenwichtige. Kortom, jongens en meisjes, mannen en vrouwen blijven interessante fenomenen!

  5. Mijnheer Witteman, leerstijlen tests afnemen bij leerlingen was voor mij als docent Nederlands als tweede taal niet haalbaar, omdat mijn leerlingen nog te weinig woordenschat hadden. Dit heb ik altijd erg jammer gevonden. Weet u als deskundige op dit gebied of er ook leerstijlen tests zijn die op een visuele manier werken?

  6. Francine Hendriks. Visuele tests zijn helemaal niet zo moeilijk. Ik heb dat weleens op een basisschool gedaan. Een collega orthopedagoog liet de kinderen een plaatje zien. Eerst kwam meisje A. Op de vraag wat zie je op het plaatje antwoordde ze: “Ik zie een moedereend in het water met daarachter vier kleine eendjes. Ik zie 1,2,3,4 bomen langs het water. Aan de overkant zit een oude meneer op een bankje. Over het pad loopt een moeder met een kinderwagen en ze heeft ook een hond bij zich. Duidelijk dus een serieel denkende leerling (linkerhersenheft). Daarna kwam meisje B binnen en op de vraag “wat zie je op deze plaat?” antwoordde ze “Een gezellige zomerdag in het park”. Zij ziet een “Gestalt”, holistisch dus. Een rechterhersenhelft denker, dus.

  7. Na het lezen van uw artikelen over leerstijlen ben ik tot de conclusie gekomen dat serialisten (stap-voor-stap denkers volgens Prof. Jan Vermunt) het meest gebaat zijn bij een goed gestructureerde leeromgeving met aandacht voor de grammatica. Holistische leerlingen (volgens mij noemt Jan Vermunt ze diepteverwerkers, hebben aanvankelijk meer baat bij de flipperkast, maar zullen uiteindelijk toch eieren vooor hun geld kiezen en een beroep doen op de grammatica. Eigenlijk zoals Prof. Hulshof dat zei in het eerste artikel: eerst hoge foutentolerantie, daarna grammaticale instructie. Uw oppervlakteleerders zullen aan de flipperkast genoeg hebben.

  8. Reactie op 3e vraag. Dit filmpje heeft zeker betrekking op het artikel. Interessant is dat de presentator kennis koppelt aan emotie. Zoals de Belgische hoogleraar Monique Boekaerts het verwoordt: emoties zijn de brandstof van het leren. Het is goed te zien dat vrouwen vanuit beide hemisferen denken, terwijl mannen dat meestal vanuit één dominante hemisfeer doen. Leuk filmpje, Dr. Witteman. Ook enkele medestudenten hebben ervan genoten.

  9. Wat jullie daar in Holland zeggen over de menselijke geest is niet waar. God heeft ons twee hersenhelften gegeven om er mee te denken. Niet om de ene keer de ene helft te gebruiken en de andere keer de andere. Dat lees je nergens in de Heilige Schrift. In het filmpje worden mannen voor aap gezet. Hoe komen jullie erbij mannen zo belachelijk te maken. Mijn moeder en mijn zus hebben me gewoon uit zitten lachen. Dat vond ik echt niet leuk.

  10. Ik ben voor een buurmeisje op zoek naar een leerstijlentest. Zoiets als die van Vermunt, maar dan voor het VMBO. Kan iemand mij op weg helpen?

  11. Nog een vraag. Ik was ergens een artikel van u waarin u zegt dat een leerstijl eigenlijk een deficiëntie is. Eigenlijk ligt het antwoord al een beetje opgesloten in uw artikel. Beide hersenhelften hebben zo hun voordelen en nadelen. Klopt deze conclusie?

  12. Mijnheer Witteman uw antwoord met het ‘simpele’ voorbeeld van eenden en een twee, drie etc. bomen doet mij denken aan een van mijn buitenschoolse activiteiten met een groepje leerlingen Nederlands als tweede taal van Centum Opvang Asielzoekers in de stad Nijmegen.
    Benta, een jonge Afrikaanse vrouw, was voor het eerst in de groep die dag. We liepen langs de Waal en zagen twee eenden lopen. Ik wees naar een van de eenden en zei: eend. Benta keek me bedachtzaam aan en antwoordde twee. Ik begon te lachen en zei: nee, nee…..waarop Svetlana een andere Afrikaanse zei: twee eenden.
    Zo eenvoudig als u het visualiseren van leerstijlentest voorspiegelt is het volgens mij niet hoor.

  13. Francine Hendriks, De wereld is klein, Francine. Gisteren waren mijn vrouw en ik uitgenodigd voor een lunch door Prof. Nico Schraag. Wij kennen hem al jaren.Hij noemde een man die hij kende en ja deze had een vrouw “Francine Hendriks”. Dat was jij dus. Hij kende jou ook.
    Nu even serieus ingaan op je opmerking over eenden en bomen. Het betrof hier een leerstijlentest voor Nederlandstalige kinderen. Als je deze test bij anderstaligen zou moeten afnemen, dan doe je dat natuurlijk in een taal die zij beheersen. Onder 12 jaar is het niet verstandig een verbale test af te nemen. Groeten van Nico Schraag, ook aan je man.

  14. Laurens-Jan. Ik heb zelf een leerstijlentest ontwikkeld die gevalideerd is. De test is bestemd voor 12 tot 18 jarigen. Als u meer wilt weten mail me dan. Dat kan op deze pagina achter: auteur.

  15. AVE! Eerlijk is eerlijk. Ik schrijf u met behulp van de telepahie vanuit Hades. Na de vernietiging van Carthago ben ik hierheen verbannen. Mijnheer Witteman ik moge u verzoeken een artikel te wijden aan de didactiek van het oudetalenonderwijs. Daar is het in uw land slecht mee gesteld.
    Overigens ben ik van mening dat de dames en heren classici veel van de interessante discusses hadden kunnen leren.
    Ceterum censeo Carthaginem delendam esse, Marcus Porcius Cato.

  16. Marcus, Porcius Cato. Oude talen. Zijn ze eigenlijk wel zinvol? Misschien als scherprechter om bokken en schapen te scheiden. Elitair dus. Misschien kunnen we de tijd en de inspanning beter besteden aan meer praktijk voor Frans, Duits of Engels of zelfs Chinees.

  17. Leidse Laura, ik ben het deels met je eens. De waarde van de klassieke talen is heel betrekkelijk. Ik heb zelf in een ver verleden gymnasium gedaan. Toentertijd was dit zeker elitair. En als alumnus van Leiden heb ik er zo mijn voordelen van gehad. Maar als ik nu mocht kiezen, koos ik voor een intensiever programma voor de moderne talen. Heeft ons land ook meer aan. Wij zijn onze voorsprong op het gebied van de kennis van vreemde talen aan het verliezen. Zeker als mijn vrouw en ik op vakantie de Nederlandse jeugd zien worstelen met Duits en Frans.Dit is natuurlijk een politieke zaak. Vriendelijke groet, Jan.

  18. Laurens-Jan. Je zegt dat je gelezen hebt dat leerstijlen eigenlijk een deficiëntie zijn.Hoe moet ik dat zien? Misschien kan dr. Witteman hier iets over zeggen.

  19. Student uit Den Haag en Laurens-Jan. Als we uitgaan van twee dominante leerstijlen, analytisch, stap voor stap, van klein naar groot (serialisme) en globaal, eerst het grote plaatje dan het plaatje invullen, dus van groot naar klein (holisme), dan hebben beide stijlen voordelen en nadelen. Als mijn pillen worden gemaakt door een holistische apothekersassistente, dan zou ik me bijvoorbeeld ernstig ongerust maken. Geef mij in dat geval maar een serialistische. Die werkt heel precies. Seriatisten werken vooral stap voor stap. Holisten zoeken de grote lijn. Beide stijlen hebben echter hun nadelen. Als iemand in alle situaties een en dezelfde leerstijl hanteert, omdat hij gewoon niet anders kan, dan kun je dus spreken van een deficiënte leerstijl. Er zijn ook mensen die hun leerstijl kunnen aanpassen aan de taak. Ze schakelen tussen linker- en rechterhersenhelft al naar gelang de eisen die de taak stelt. Zij zijn versatilisten. Deze term is van Gordon Pask (1969). Zij zijn dus in staat hun leerstijl aan te passen en steeds de juiste leerstrategieën in te zetten. Deze stijl is natuurlijk NIET defliciënt.

  20. Dr. Witteman. Ik heb naar uw schema zitten kijken en deze vergeleken met uw schema in het leerstijlenartikel liinks of rechts. Deze komen natuurlijk aardig overeen, maar toch zijn er verschillen. Ik heb wel eens ergens gelezen dat kennis wordt bijeengebracht in de linkerhemisfeer en dat de rechter daar betekenis aan geeft. Ik heb zelfs weleens gehoord dat existentiële angst ontstaat wanneer deze beelden door anderen worden betwijfeld. Zit hier iets in? Als je ouder wordt ga je weleens over allerlei dingen nadenken.

  21. Toen ik het filmpje zag moest ik niet alleen lachen, maar ik moest ook denken aan mijn man en mijn autistische zoon. Zijn alle of in ieder geval veel mannen niet een beetje autistisch?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here