Lesideeen Rijtjes in je hoofd

Rijtjes in je hoofd
R

Het is een heel herkenbaar probleem. Niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen: sommige woorden schrijf je altijd fout. Sommige dingen kun je nooit onthouden: rijtjes, formules, noem maar op. Hoe kan dat eigenlijk? Waarom werkt ons brein niet zoals we dat zouden willen? En kunnen we dat veranderen? Coach Ingrid Stoop helpt leerlingen met het achterhalen hoe ze nu leren en hoe ze dit kunnen verbeteren. Docenten kunnen hier ook zelf me aan de slag.

 

Iedereen weet: leren is niet altijd gemakkelijk. Soms gaat het vanzelf, maar je kunt niet alles onthouden. En soms blijkt dat je iets niet goed hebt opgeslagen in je geheugen. Kennis opslaan in je geheugen lijkt een ongrijpbaar proces te zijn, maar volgens coach Ingrid Stoop kun je dit wel degelijk sturen. “Door het stellen van open vragen aan leerlingen kun je de gebruikte strategie voor het opslaan van kennis wel degelijk achterhalen. Als blijkt dat die strategie niet optimaal verloopt, kun je daar op een eenvoudige manier verandering in brengen”. Ingrid Stoop kwam tot die aanpak doordat ze merkte dat het effect had bij haar dyslectische zoon. “Mijn zoon had het alfabet niet handig opgeslagen. Hij visualiseerde het als een chaos in zijn hoofd. Hij vertelde me dat het hij het handiger zou vinden als alle 26 letters netjes naast elkaar zouden staan, dan zou hij ze sneller terug kunnen vinden. Ik noemde toen het alfabet in een rustig tempo op en hij heeft de letters in zijn fantasie netjes onder elkaar gezet in vier rijen. ‘Dat is handig!’, riep hij opgelucht”.

 

Stoop maakt dus gebruik van open vragen die de fantasie van de leerling aanspreken. Zoals: als je iets hoort, hoe sla je het dan op? Wat doe je met foute woorden in je hoofd? “Door deze vragen wordt de verbeelding van de leerling aangesproken. De leerling ziet hoe iets in zijn of haar hoofd is vastgelegd en of dit handig is. Ik zeg niet hoe het wel moet, dat ziet de leerling dan ook zelf. Ook laat ik leerlingen kleuren gebruiken om informatie beter te ordenen. Wanneer ik bijvoorbeeld vraag welke kleur bij Nederlands, Engels, Frans of Duits past, noemt de leerling de kleuren als vanzelfsprekend bij de desbetreffende taal. Daar kun je dan gebruik van maken, daar vraag ik dus op door: welke kleur past bij Nederlands? Oranje … maak alles van Nederlands maar oranje. Welke kleur past bij Duits? Geel … maak alles maar geel”.

 

“Leerlingen in het voortgezet onderwijs vervelen zich vaak in de klas omdat ze de lesstof vaak niet begrijpen”, aldus Stoop. “Dat komt doordat ze de basis niet goed hebben opgeslagen, geen handige ordening hebben. Daardoor is het eigenlijk chaos in hun hoofd. Ze zijn dan weinig gemotiveerd en halen allerlei belemmerende gedachtes in hun hoofd: ‘ik ben dom’, ‘ik kan het toch niet’. Die gedachtes bedenken ze zelf en kunnen ze dus ook zelf veranderen. Zoals ‘ik ben dom’ veranderen in ‘ik ben nog aan het leren, daarom weet ik nog niet alles’. Daardoor krijgen ze andere inzichten en zien weer openingen om toch aan de slag te gaan”.

Docenten kunnen zelf ook deze technieken toepassen, zodat ze leerlingen kunnen helpen met beter informatie ordenen en beter leren. Daarvoor is het belangrijk dat docenten inzicht krijgen in het leerproces van de leerling. “Dit kan – heel simpel – door open vragen te stellen”, legt Stoop uit. “Dat zijn vragen als: hoe werkt het in jouw hoofd? Kun je tekenen wat er zich zoal afspeelt in jouw hoofd? Waar en op welke manier heb jij informatie opgeslagen?”. Het is belangrijk dat de docent open vragen stelt, adviseert Stoop. “De open vragen spreken de leerling aan op de eigen bedachte manier. De volgende stap is dat de docent met de leerling bespreekt wat een betere manier zou zijn om te leren en informatie te onthouden”.

Het gaat er dus om dat docenten zich gaan verdiepen in de manier waarop leerlingen leren en hoe ze hierin sturing kunnen geven. Dat kan op allerlei verschillende niveaus, blijkt uit een tip van Ingrid Stoop: “Wijs leerlingen altijd op foute woorden, dat woord is fout opgeslagen door de leerling zelf in het eigen geheugen. Geef zelf het goede woord of laat het opzoeken in een woordenboek en zorg ervoor dat  leerlingen het foute woord uit hun herinnering halen en het goede er voor in de plaats zetten”.

 

De belangrijkste voorwaarde voor het slagen van de aanpak vindt Stoop de houding van de docent. “De docent moet neutraal, zonder oordeel, vragen naar de eigen leerstrategie van de leerling. En heel belangrijk: de verandering ligt bij de leerling. Die kiest zijn eigen oplossing. De docent mag geen oplossing geven, dat is namelijk de oplossing van de docent. En ezelsbruggetjes die bedacht zijn door anderen zijn bedacht door anderen …. Dat zegt al genoeg”.

2 REACTIES

  1. er zijn altijd een paar woordjes die je niet in je hoofd krijgt, schrijf ze groot op een blad en plak ze op de muren, deuren (gewoon door je hele huis) telkens als je door je huis loopt zie je de woorden staan en zit je dus stiekem elke dag te leren en onthou je ze beter

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf hier je reactie
Vul hier je naam in

Meer van deze auteur

Gerelateerd

Advertisment

Meest gelezen

Top 5 online toets- en quiztools

Wil je de les meer pit geven? Of misschien extra oefeningen bieden? Met digitale toets- en quiztools kan het allemaal. Er zijn er alleen zoveel...

8x creatieve tips om tafeltjes oefenen

1 x 8= 8, 2 x 8 = 16, 3 x 8 = 24 en ga zo maar verder. Het eindeloos oefenen van tafeltjes...

5x leuke taalspelletjes

Actief en spelenderwijs met taal bezig zijn draagt bij aan de motivatie van leerlingen om te leren. Het loont dan ook om naast de...