Perceptuele stijlen – de olfactorische stijl

7

Het is altijd aardig om met een leuk filmpje te beginnen. Als je een geslaagde keus maakt is het een aardig binnenkomertje. Aan de ene kant activeert het de reeds aanwezige voorkennis. Aan de andere kant maak je kans dat de aandacht wordt gericht en de nieuwsgierigheid wordt gewekt.

 

Toen ik bij Google zocht naar een filmpje om dit artikel over ons olfactorisch zintuig te omlijsten, kwam ik bij Simone Kleinsma terecht. Een gevoelig liedje over liefdesverdriet en de rol die geur daarbij speelt.

 

Nu we bijna aan het einde zijn van deze serie over perceptuele stijlen weten we dat de hele wereld om eens heen ons bereikt via de zintuigen. We onderscheiden miljoenen kleuren, we voelen alle aanrakingen op onze huid. We onderscheiden wel tienduizend geuren. Hoe is dit mogelijk? Het lijkt vanzelf te gaan. Als we onze zintuigen open zetten vliegt de wereld naar binnen. Miljoenen neuronen zijn constant bezig om via de thalamus allerlei informatie van de zintuigen te verwerken. De thalamus is een soort schakelstation die de informatie geleidt naar de hersenschors en naar die circuits die betrokken zijn bij de sturing van beweging en van emoties.
Herinneringen
Ons reukorgaan heeft enkele belangrijke functies die heel vroeg in de evolutie zijn ontstaan. Het waarschuwt ons voor gevaren, kleine en grote, zoals vuur en bedorven voedsel. Maar het heeft ook een meer gevoelige kant waardoor we kunnen genieten van bepaalde geuren die zelfs herinneringen naar boven kunnen halen. En met name over deze herinneringen wil ik het hier hebben. Ik bedoel dan vooral die herinneringen die emotioneel geladen zijn. Zo kan een geur je plotseling terugvoeren naar een voor jou betekenisvolle gebeurtenis uit het verleden. Ons geurgeheugen is groter is dan ons visueel geheugen. We herinneren ons geuren met een precisie van 65% na een jaar terwijl dat voor een foto bijvoorbeeld slechts 50% na 3 maanden is.

Feromonen
Er zijn ook chemische stoffen die boodschappen overbrengen tussen individuen van eenzelfde soort. In 1959 werd de term feromoon bedacht door een tweetal wetenschappers, Karlson en Lüscher, die onderzoek deden naar communicatie bij insecten door middel van geuren. Het bleek dat deze feromonen bij veel insecten een seksuele functie vervulden en voor een bepaalde aantrekkingskracht zorgden.
Zoogdieren en reptielen maken ook feromonen aan. Bij de mens gebeurt dit in de neusholte, maar in veel mindere mate. Maar het gebeurt wel. De geur die Simone Kleinsma na ongeveer vier minuten noemt is zo’n feromoon die haar bindt aan haar geliefde.

Geuren en autisme
Autistische kinderen kunnen ondergevoelig of juist  overgevoelig zijn voor geuren. Als je reukorgaan overgevoelig is, komt elke geur versterkt bij je binnen. Sommige kinderen met autisme hebben zo’n sterke neus, dat zij vinden dat andere mensen stinken. Zij vermijden dan contact met deze mensen..
Andersom kan ook. Het gebeurt nogal eens dat kinderen gaan smeren met hun eigen ontlasting. De reden kan zijn dat ze juist ondergevoelig zijn voor geuren. Ontlasting is vanwege de sterke geur daarom aantrekkelijk. Ze prikkelen hun eigen reukorgaan met de meest heftige geur die ze kunnen ontdekken.

Tot slot
In deze serie zijn de volgende perceptuele stijlen al eerder aan bod gekomen:
1. De visuele stijl en de visueel-picturale stijl
2. De auditieve stijl en de auditief-interactieve stijl
3. De kinetische stijl en de haptische stijl

 

Met dit artikel over de olfactorische stijl sluiten we af. We hebben gezien dat we bij het leren alle zintuigen kunnen gebruiken. Wij kunnen als docenten de verwerving en verwerking van leerstof ondersteunen door gebruik te maken van de diverse perceptuele leerstijlen van de leerlingen in onze klas. We hopen dat u deze serie niet alleen interessant heeft gevonden, maar dat deze ook bijgedragen heeft aan uw kennis over de rol van de zintuigen. Dit alles ten behoeve van de onderwijspraktijk.

 

7 REACTIES

  1. Er zijn ook olfactorische hallucinaties. Zo ken ik iemand die steeds denkt dat er gas het huis binnenkomt. Ze zeg dat ze het echt ruikt. Duidelijk een waanidee. Ze heeft er verschillende bedrijven voor laten komen om metingen te doen. `resultaat“`; geen gas. Maar toch blijf ze het ruiken.

  2. Waarom herkennen wij voorwerpen of andere zaken beter met onze ogen en oren dan met onze neus? Het zijn toch allemaal gewoon zintuigen? Zijn daar theorieën over?

  3. Met die feromonen hebben we wel een probleem Zou het betekenen dat een parfum verkeerde jongens aantrekt? Want da ruiken ze toch iets kunstmatigs. Dat hebben we wel eens van een moeder van een vriendin gehoord. Kan dat?Is dat echt waar?

  4. Nieuwsgierig Aagje. Daar vraag je me wat. Ik heb het even voor je nagezocht en vond het volgende antwoord:
    Het reukorgaan is vroeg in de evolutie ontstaan, wat blijkt uit het geringe aantal verbindingen met de nieuwste delen van de hersenen (de neocortex), die verantwoordelijk zijn voor cognitieve functies. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het zicht en het gehoor, wat verklaart waarom signalen vanuit deze zintuigen ons veel meer bezig houden. De beperkte verbinding met de neocortex komt ook tot uiting als we geuren in woorden proberen uit te drukken. Terwijl zicht- en gehoorsensaties in uitvoerige termen kunnen worden beschreven, is de geur van een roos lastig te karakteriseren. Dit is het gevolg van de zwakke connectie tussen het reukorgaan en het taalcentrum in de neocortex. Geuren worden dan ook niet met een unieke ‘geurenvocabulaire’ beschreven, maar vooral met termen die zijn ontleend aan de typering van smaaksensaties (zoet, fruitig, etc.). BRON: info.nu

  5. Via de mail kregen we een reactie van Jan Steenhuis, een van onze trouwe respondenten.
    Een deel van deze reactie wordt hier geciteerd uit een mail aan Henk Witteman.
    De kenmerken van niet-verbale leerstoornissen worden in de literatuur vaak toegeschreven aan andere stoornissen zoals de sociaal-emotionele leerstoornis en rechterhemisfeerdeficit (Peter Vermeulen in ‘Beter vroeg dan laat en beter laat dan nooit’) of de visuo-spatiële leerstoornis (Herbert Roeyers, prof. UGent) of visuo-spatiële dyscalculie. NLD zal niet worden opgenomen in de DSM-V-code, omdat de DSM V psychiatrische diagnoses betreft. NLD is een neuro(psycho-)logische term.”

    Iets uit mijn eigen ervaring (maar ik heb er niet voor doorgeleerd):

    In de praktijk zullen misschien meer kinderen de diagnose Asperger krijgen. Maar ik weet ook van kinderen met de diagnose NLD (waarbij ik me dan afvraag of die door een psychiater is gesteld, maar dat zou ik kunnen nagaan!).

    Asperger wordt echter meestal wel bij het autistisch spectrum gerekend. Ook bij PDD nos zitten er varianten van kinderen die goed van de tongriem zijn gesneden en geen taalproblemen hebben. Een gemeenschappelijk kenmerk met autisme is dan weer dat de greep op het goed inschatten van sociaal gedrag (bij deze vorm van PDD nos), mankementen kan vertonen. Jonge kinderen kunnen dan zomaar bij vreemden die ze aardig vinden op schoot kruipen e.d. (het gemakkelijk overschrijden van sociale regels). Bij NLD staat echter meer de angst in onbekende situaties voorop. Wat ik ook ben tegengekomen in de praktijk is een dubbeldiagnose:’Asperger samen met ADD’ of ‘PDD nos met ADHD’. Ik heb in de huiswerkbegeleiding ook gezien dat een leerling met Asperger/ ADD baat leek te hebben bij huiswerkbegeleiding meer gericht op de rechter hersenhelft. Ook bij PDD nos/ ADHD leek dit te kloppen. Maar als ik kijk naar NLD dan denk ik dat zij in de praktijk goed zitten op de meeste serieel, auditief gerichte scholen mits er veel begrip is voor de andere kenmerken van hun stoornis (de angst voor het onbekende e.d.). Maar ik moet erbij aantekenen dat de huiswerkbegeleiding op de school in Groningen, die jij ook hebt bezocht, door meerdere (voor mij zeer frustrerende) oorzaken nooit goed uit de verf is gekomen!

    Zoals je dus weet ben ik al lang bezig met leerstijlen. Op het ogenblik vermoed ik dat kinderen met NLD wat dat betreft een andere groep is dan de ASS ers met een dubbeldiagnose op AD(H)D-vlak. “Right-brained” klassen of scholen (zoals voorgesteld in het boek “Right-brained Children in al Left-brained World” van Parsons en Freed) zullen niet goed zijn voor leerlingen met NLD en waarschijnlijk ook niet voor ASS ers zonder dubbeldiagnose (maar dat is een hypothese).

  6. Nieuwsgierig Aagje. Ik kwam een tekst tegen van de beeldend kunstenaar en docent filosofie George Kabel. Ik citeer: “Het eenzijdige visuele karakter van de huidige kunstcultuur en de vooral op de visus gerichte esthetische theorieëen hebben evenals de filosofie en de wetenschap hun oorsprong in het klassieke Griekse denken. Dit denken was sterk visueel van aard. Voor de Grieken was de waarneming via het oog duidelijk het belangrijkste. Het woord “theorie” is etymologisch gezien – verwant met het Griekse woord voor zien. Aristoteles meende dat de wetenschap alleen bedreven kon worden met behulp van visuele waarneming. Deze overmatige en eenzijdige waardering van zien, is nog steeds dominant in onze huidige cultuur. Uitdrukkingen zoals “eerst zien en dan geloven”, en de populariteit van TV, video, film, billboards, displays, pictogrammen en het belang van een mooi uiterlijk, getuigen hiervan. De dominantie van de visuele waarneming heeft gedurende de geschiedenis het denken beïnvloed. Het paradigma van kijken en zien is blijkbaar zo bevoorrecht dat zelfs het denken als hoogste geestelijke principe sinds Plato zelden anders dan met behulp van viduele metaforiek wordt beschreven”. Einde citaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here