Een initiatief van Malmberg

De toekomst van het onderwijs

Het huidige onderwijssysteem slaagt er niet in om leerlingen te motiveren. Althans, dat beweren onderwijsinnovators Sal Khan (Khan Academy) en dr. Sugata Mitra in de video ‘Future Learning’. Ook vakinhoudelijk mag het onderwijs op de schop: samenwerking is veel belangrijker dan kennis die altijd en overal online beschikbaar is.

Pedagogische tool
Volgens Mitra kunnen kinderen zichzelf vrijwel alles leren, zolang ze maar connected zijn met het internet en met andere leerlingen. Dat in combinatie met de afwezigheid van de docent is volgens hem een krachtige pedagogische tool om educatie te hervormen. Dit is de uitkomst van verschillende experimenten die hij uitvoerde onder kinderen die zonder toezicht toegang kregen tot het internet.

Flipping the classroom
Een ander concept waarbij het ‘online zijn’ centraal staat is het flipping the classroom-concept, maar hier is de docent juist van wezenlijk belang. Alle theoretische kennis kunnen de leerlingen in hun eigen tijd – bijvoorbeeld door middel van video’s – tot zich nemen. De duiding en verwerking vindt echter plaats in het klaslokaal onder begeleiding van de docent: “Leerlingen zijn tegenwoordig zo digitaal, dat het voor hen heel natuurlijk is om op deze manier lesstof te leren. In de les kan ik nu veel meer een-op-een bezig zijn en extra tijd steken in activerende didactiek,” aldus Jelmer Evers, docent op UniC in Utrecht.

Het valt dus te betwijfelen of leerlingen gebaat zijn bij het wegvallen van een docent. Maar de leerling die zichzelf alles kan leren is hoe dan ook een interessant uitgangspunt in de discussie over de toekomst van het onderwijs en de veranderende rol van de docent. Als het zo zou zijn dat leerlingen zichzelf vrijwel alles kunnen leren, waar vallen dan de gaten? Oftewel: wat kunnen ze zichzelf juist niet leren en waar blijft de docent broodnodig? De antwoorden op deze vraag zouden weleens een verassende visie op de toekomst kunnen vormen.

Samenwerking
Ook zien Kahn en Mitra een centrale rol weggelegd voor veel meer onderlinge samenwerking tussen leerlingen. Een al bestaand voorbeeld daarvan is de ‘collaborative classroom’: een onlineruimte waar leerlingen onderling of met de docent communiceren buiten de contacturen om. Leerlingen durven zo eerder vragen te stellen en werken op deze manier ook buiten de klas samen aan opdrachten of door elkaars vragen te beantwoorden.

Hun visie komt in grote lijnen overeen met het concept van The Studio School: een school waar je – dan wel middels projecten – werkt door te leren en leert door te werken. Niet het opdoen van theoretische kennis, maar de ervaringen door écht meewerken aan échte projecten vormen de spil van het onderwijs.

Uw mening
Natuurlijk zijn er veel verschillende visies, trends en ideeën over de toekomst van het onderwijs. Leerlingen zijn de toekomst, maar we weten niet hoe de toekomst er voor hen uitziet. Om die reden is het van belang om te blijven discussiëren en om uw mening en ideeën te laten horen. Wat vindt u van de uitspraken en visies in de video? En waar zijn volgens u docenten broodnodig als leerlingen zichzelf grotendeels zouden onderwijzen?

Welkom! Hier kan je discussiëren over het onderwijsnieuws, tips uitwisselen, vragen stellen en inhoudelijk bijdragen aan artikelen. Reacties die niet in overeenstemming zijn met onze richtlijnen worden geweigerd. Het kan even duren voordat jouw reactie zichtbaar is.

17 Responses

  1. Henk bedankt voor dit ontroerende slotartikel. Door toeval belandde ik een aantal jaren geleden op deze site en ben er niet meer vanaf te krijgen 😉 met zoveel inspirerende stof tot denken blijf ik je graag volgen om op een creatieve manier bij de tijd te blijven. Een hartelijke groet vanuit de kop van Overijssel voor jou, je vrouw en de man door wie ik hier belandde professor dr. Nico Schraag.

  2. Dag Henk, ik heb vrijwel al je artikelen gelezen. Eerst als redacteur, daarna als moeder, leermiddelenmaker en adviseur van het onderwijs. Op al die terreinen had ik iets aan je theorieën en aan je adviezen. Een constante factor in al je artikelen is je respect voor en je nieuwsgierigheid naar leerlingen, naar kinderen die iets willen en/of moeten leren, over de wereld en over zichzelf. Dat ene element vormt voor mij de grootste kracht van jouw werk, naast al dat andere. Het vormt ook de kern van goed onderwijs.
    Ik neem aan dat Malmberg de mogelijkheid zal bieden om je artikelen als bundel aan te schaffen. Daar zie ik naar uit!
    Wij komen elkaar zeker nog tegen.

  3. Jammer dat je niet meer schrijft op OvM. Ik heb een groot aantal artikelen jouw (reeksen) als studiemateriaal gebruikt en het inspireerde mij. Ik ging van daaruit vaak weer andere literatuur bestuderen. Jouw artikelen zaten goed in elkaar en het was erg toegankelijk. Dank je Henk, ook namens het ouderplatform HAVOplus (www.havoplus.nl)waar je eens een zeer boeiende lezing over leerstijlen hebt gegeven!
    Fijn dat je verder gaat op http://leerstijlmonitor. Ik hoop dat er mooie adviezen, maar ook inspirerende artikelen op komen.

  4. Ik kon het toch niet laten om nog even een stukje tekst toe te voegen.Het gaat namelijk over de manier waarop jonge mensen kennis bij elkaar zoeken en de gevolgen die dit heeft voor hun wijze van informatieverwerking.

    In een pas verschenen boek bekijkt Small, die is verbonden aan de Universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA), welk effect technologie heeft op de manier waarop de hersenen van jonge mensen zich ontwikkelen, functioneren en informatie verwerken. Zijn conclusie is dat het menselijk brein heel gevoelig is voor veranderingen in de omgeving, bijvoorbeeld als gevolg van technologie. Als mensen keer op keer dezelfde taken uitvoeren, zoals zoeken op internet of sms-berichten versturen, zal dat bepaalde neurale circuits versterken terwijl andere ongemoeid laten, aldus Small.
    Small en collega-neurologen deden onderzoek aan een groep van 24 volwassen proefpersonen die een zoekopdracht op het web kregen en een gedrukte tekstpagina moesten lezen. Hieruit bleek dat degenen met veel internetervaring twee keer zoveel activiteit vertoonden in delen van het brein die besluitvorming en complex redeneren aansturen als de beginnelingen op internet. De onderzoekers concluderen dat internetgebruik het vermogen van de hersenen om gestimuleerd te worden vergroot. Ook zou het bekijken van webpagina’s meer delen van het brein prikkelen dan een gedrukte tekst. Hierdoor treden evolutionaire veranderingen op in het brein. De testgroep was overigens te klein om statistisch significante uitkomsten op te leveren.
    Jongeren stellen zich nu gemiddeld negen uur per dag aan technologie bloot, aldus Small. Hij betoogt dat de opkomst van een generatie van ‘digitale autochtonen’, mensen die zijn opgegroeid met technologie, niet zonder gevaren is. Deze groep is voortdurend op zoek naar nieuwe snippers informatie, wat stress en zelfs hersenbeschadiging kan veroorzaken. Om succesvol te zijn in het leven zijn volgens Small niet alleen technologische vaardigheden nodig. De koplopers van de volgende generatie zullen degenen zijn die ook sociale vaardigheden hebben en begrijpen in welke situaties het beter is oog-in-oog met iemand te praten dan een e-mailtje te sturen.
    Volgens Small is er een verschil tussen mensen die van jongs af aan met internet vertrouwd zijn en degenen die pas op latere leeftijd met de technologie vertrouwd zijn geraakt, zogenaamde ‘digitale immigranten’. Hun manier van leren is methodischer, ze voeren taken stap voor stap uit en met meer precisie dan de ‘digitale autochtonen’.

  5. Aan de lezers,
    Deze discussie vond enkele maanden geleden plaats. Ik vond hem de moeite waard om hem op te slaan en er te zijner tijd gebruik van te maken.
    Hier is de vraag van Dick en mijn reactie.

    Dick van Kalsbeek – Beste Henk, Een tijd geleden heb ik contact met jou gehad met betrekking tot vakoverstijgend onderwijs in verband met mijn afstuderen aan de PTH. Ik heb destijds een document gekregen van Rob Kayzel. Volgende week begint het schooljaar weer op (in ieder geval) het MBO en heb ik behalve vakoverstijging nog andere plannen om de lesstof beter te laten beklijven. Ik heb nu weer een vraag en zou graag jouw mening hieroverweten. In de NRC Next van 10 juni 2011 stond een artikel (een discussiërende leerling leert meer) dat kort een onderzoek beschreef van Scott Freeman (universiteit van Washington) waarbij leerlingen beter de stof onthouden als er actieve discussies zijn en veel toetsen. Nu wil ik dat proberen toe te passen in mijn vak. Het idee is korte toetsen te maken maar deze niet individueel te laten maken maar de leerlingen te laten discussiëren wat het goede antwoord is. Ze mogen geen naslagwerken gebruiken omdat ik ze tot nadenken en discussie wil dwingen. Elke leerling moet wel een individueel blad met antwoorden inleveren ter controle van mij. Het idee is dit elke les te doen met weinig vragen. Heb je hier ervaring mee of zijn er mensen die dit ooit geprobeerd hebben? Aanvulling HW: Zijn er onder de lezers misschien collega’s die hier meer van afweten? Misschien kunnen we hier op de site een discussie opzetten.
    Leert een discussiërende leerling meer? Het antwoord is JA. Door te discussiëren vindt actieve verwerking van de leerstof plaats. Dit betekent dat er actief neurale netwerken worden aangemaakt. Bij discussiëren gaat dat veel beter dan bij lezen. Hier is ten hoogste sprake van een “Innere Monolog”dat absoluut minder effect heeft. Daar komt bij dat discussies ook emoties ontlokken. En zoals mijn promotor Monique Boekaerts altijd zei “Emoties zijn de brandstof van het leren”. Dus wat mij betreft ben ik het met discussiëren helemaal eens. Veel toetsen heeft voor- en nadelen. Het verlaagt motivatie van intrisiek naar extrinsiek. Dit hoeft niet verkeerd te zijn, maar leerlingen proberen dan uit te vinden hoe je gaat toetsen. Teachers are teaching to the test, students are learning to the test. Het doel GOED LEREN kan dan veranderen in goede cijfers halen. We noemen dit operante conditionering.Dit KAN tot minder goede kennis leiden. Daarom noemt men toetsen wel een TWEESNIJDEND ZWAARD. Advies: neem de toetsen vooral bij jongere leerlingen af en geef ze (vooral goede) cjfers, maar probeer oudere leerlingen (16+) toch vooral INTRINSIEK gemotiveerd te houden. Dit levert op de duur het meeste op.
    Wat dat discussiëren betreft over de gemaakte toetsen vind ik een goed idee. In het APS-expeditiemodel ® wordt het woord FOUTENANALYSE genoemd. Ik zal jouw idee over gezamenlijk discussiëren daar zeker bij betrekken. Ik ben het ook eens met dat individuele blad per leerling. In ons systeem is een cijfer vooral een maatstaf voor individuele prestatie ook al is deze gezamenlijk bereikt. Misschien is jouw school niet zover weg voor mij en kan ik eens komen kijken. Groet, Henk

  6. ‘@Dick van Kalsbeek. Mijn ervaring met toetsen is dat leerlingen in de onderbouw juist vaak getoetst moeten worden. Het soort toetsen van de docent geeft namelijk ook aan welke delen van de leerstof belangrijk zijn. Veel toetsen geven vedel cijfers die als buffer kunnen dienen tegenover waarin de leerling minder sterk is. Ik vind ook het idee van de foutenanalyse van het expeditiemodel de moeite van het overwegen meer dan waard. Op deze manier geeft de docent de richting aan en houdt hij zicht op de prestaties van iedere leerling afzonderlijk.

  7. Ik heb iets tegen het fenomeen toetsen. Cijfers geven een oordeel, goed, fout en geen feedback. Daarom wordt de motivatie extrinsiek, het wordt ego-oriëntatie en draagt alleen maar bij tot een veldloopmodel. Ja, net als mijn broer Frans, lees ik de artikelen van dr. Witteman.Ik werk in het speciaalonderwijs. Daar kunnen leerlingen best wel goed presteren als je ze niet onderling vergelijkt. Een maatschappij waar alleen de besten winnen, gaat economisch achteruit. Want de bijdragen van veel kllentjes, maken samen een grote. Dank u mijnheer Witteman voor uw interessante opvattingen.

  8. ‘@Pim en Frans Dorlandt. Prachtig zoals jullie beiden zowel valide als soms tegengestelde standpunten innemen. Onlangs las ik een lezing van Tex Gunning, lid van de Raad van Bestuur van AkzoNobel. Zo antwoordt hij op de vraag waarom onderwijs zo belangrijk is als volgt:
    “Niet omdat je daarmee meer kans maakt op e3n goede baan, een goed salaris en dan gelukkig wordt!! Dat is niet de wereld van morgen. Vergeet het script van de “American Dream”, waar wij babyboomers mee zijn opgegroeid! Onderwijs moet kinderen faciliteren zichzelf volledig tot ontwikkeling te brengen om zodoende een waardevol en zinvol leven te kunnen leiden. Onderwijs moet onze kinderen zelfvertrouwen meegeven en universele waarden zodat onze kinderen niet afhankelijk zijn in hun geluk van economische waarde of andere extern geformuleerde waarden. Onderwijs moet onze kinderen leren zien de verbondenheid van alles in hun wereld zodat ze in co-existentie met anderen willen leven.
    De hele lezing vindt u bij de volgende link: http://www.lerenvoorduurzameontwikkeling.nl/sites/default/files/downloads/value-based-education-lezing-tex-gunning.pdf

  9. Leerlingen veranderen niet, meent U, maar wel de omstandigheden waarin zij opgroeien. Dat is het probleem, want de omstandigheden zijn ingrijpend veranderd als we kijken naar bijv. een eeuw terug. Dit betekent dat mensen niet langer opgroeien in de natuur maar in een basls leefomgeving (geciviliseerd met minimumstandaard) en daardoor weten zij niet meer waar het werkelijk om gaat in het leven. Het beangstigende groepsdenken, wat in de Basisschool hoogtij viert maakt verder dat er geen interesse meer is voor iets anders dan wat in een groepje leeft en dit stelt de mens niet open voor een andere gedachte of andere cultuur. Voorts kosten al de technieken die we aanwenden bijv. om te vertalen , of e-boek enorm veel energie en zijn een enorm grote aanslag op onze natuurlijke hulpbronnen. Daarbij is de scholing van ons denken vervallen, de discipline om ons in te passen in de maatschappij. Bovendien wordt de mens steeds meer afhankelijk gemaakt van het werk van een ander (zoals bij vertalen bijv.) en is het niet meer mogelijk om te controleren. Daarom vind ik het onjuist dat er minder talen zouden moeten worden gegeven, juist meer talen met meer aan die andere cultuur zou nodig zijn. Daarbij zou iedere leerling m.i. moeten meedoen aan een primitief kamp in de natuur, om te weten waarop onze civilisatie stoelt, waarom deze nodig is. Dit zou verplicht in het schoolaanbod moeten zitten evenals sociale dienstplicht. Juist omdat leerlingen niet veranderen, maar onze technische mogelijlheden tot nog toe wel, zou hieraan veel aandacht moeten worden besteed. Daarbij werkt de stortvloed van informatie via internet, media en in steeds mindere mate uit boeken niet bepaald gunstig uit op ons denken, de kreten en emotiecultuur verspreid via de sociale media werken eerder ongenuanceerd denken in de hand, dan gedisiplineerd denken en argumenteren. Het is hier waar ik in toenemende mate problemen zie in onze maatschappij, bijv. jonge ambtenaren kunnen alleen nog maar een computerprogramma bedienen, maar als er iets verkeerd in het systeem staat, kunnen zij de documenten niet meer interpreteren. Daarnaast mag ons onderwijs er niet alleen op gericht zijn om goede werknemers te creeeren, maar dient deze ook de persoonlijke onwikkeling te ondersteuenen. Kortom er is heel veel verandering nodig in ons onderwijs, wat m.i een beetje teveel de weg is kwijtgeraakt door te veel in te gaan op utopisch denken.

  10. Leerlingen veranderen niet, meent U, maar wel de omstandigheden waarin zij opgroeien. Dat is het probleem, want de omstandigheden zijn ingrijpend veranderd als we kijken naar bijv. een eeuw terug. Dit betekent dat mensen niet langer opgroeien in de natuur maar in een basls leefomgeving (geciviliseerd met minimumstandaard) en daardoor weten zij niet meer waar het werkelijk om gaat in het leven. Het beangstigende groepsdenken, wat in de Basisschool hoogtij viert maakt verder dat er geen interesse meer is voor iets anders dan wat in een groepje leeft en dit stelt de mens niet open voor een andere gedachte of andere cultuur. Voorts kosten al de technieken die we aanwenden bijv. om te vertalen , of e-boek enorm veel energie en zijn een enorm grote aanslag op onze natuurlijke hulpbronnen. Daarbij is de scholing van ons denken vervallen, de discipline om ons in te passen in de maatschappij. Bovendien wordt de mens steeds meer afhankelijk gemaakt van het werk van een ander (zoals bij vertalen bijv.) en is het niet meer mogelijk om te controleren. Daarom vind ik het onjuist dat er minder talen zouden moeten worden gegeven, juist meer talen met meer aan die andere cultuur zou nodig zijn. Daarbij zou iedere leerling m.i. moeten meedoen aan een primitief kamp in de natuur, om te weten waarop onze civilisatie stoelt, waarom deze nodig is. Dit zou verplicht in het schoolaanbod moeten zitten evenals sociale dienstplicht. Juist omdat leerlingen niet veranderen, maar onze technische mogelijlheden tot nog toe wel, zou hieraan veel aandacht moeten worden besteed. Daarbij werkt de stortvloed van informatie via internet, media en in steeds mindere mate uit boeken niet bepaald gunstig uit op ons denken, de kreten en emotiecultuur verspreid via de sociale media werken eerder ongenuanceerd denken in de hand, dan gedisiplineerd denken en argumenteren. Het is hier waar ik in toenemende mate problemen zie in onze maatschappij, bijv. jonge ambtenaren kunnen alleen nog maar een computerprogramma bedienen, maar als er iets verkeerd in het systeem staat, kunnen zij de documenten niet meer interpreteren. Daarnaast mag ons onderwijs er niet alleen op gericht zijn om goede werknemers te creeeren, maar dient deze ook de persoonlijke onwikkeling te ondersteuenen. Kortom er is heel veel verandering nodig in ons onderwijs, wat m.i een beetje teveel de weg is kwijtgeraakt door te veel in te gaan op utopisch denken.

  11. De leraar op achtergrond of helemaal weg? Gevaarlijke illusie. Leerlingen hebben docenten nodig, en dan ook nog zeer goede. De ellende is dat we steeds minder investeren in professionalisering van docenten. Als we ook nog denken dat docenten minder zichtbaar hoeven te zijn, kwadrateren we de snelheid waarmee ons onderwijs verslechtert. Onze kinderen verdienen beter!

  12. Inderdaad, de visie van Mitra zal niet in alle gevallen goed werken. Welke kennis geleerd wordt is nogal wisselend en moeilijk te sturen als de docent verdwijnt uit het lokaal. Maar dát er geleerd wordt is zeker: van Engels tot zeer moeilijke theorie op het gebied van moleculaire biologie. Het is zeker een interessant uitgangspunt om de rol van de leraar bij deze processen te evalueren.

    Dat hier hele goede leraren voor nodig zijn is inderdaad een belangrijk uitgangspunt. Zeker gezien het feit dat het overgrote deel van de huidige onderwijspraktijk zeer traditioneel is ingericht. Professionalisering van de leerkracht kan naar mijn idee bijdragen aan een versnelling van de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

  13. Ik kan me op zich goed vinden in de stelling ‘Samenwerking is veel belangrijker dan kennis die altijd en overal online beschikbaar is’. Ik denk dat er minder parate kennis hoeft te zijn, wanneer dit op ieder moment snel is op te zoeken. Maar ook in deze leerstrategie moet kinderen en jongeren begeleid worden.Bovendien is er m.i. nog altijd een aanzienlijke basiskennis top of mind nodig om voorbereid te zijn om zelfstandig te opereren in onze samenleving.

  14. In het artikel wordt de indruk gewekt dat Mitra enkel beweert dat kinderen zichzelf alles kunnen leren zolang ze maar ‘connected’ (nieuw Nederlands?) zijn met het internet en met andere leerlingen. Dat in combinatie met de afwezigheid van de docent is volgens hem een krachtige pedagogische tool om educatie te hervormen.
    In werkelijkheid ligt het standpunt van Mitra genuanceerder. De nieuwsgierigheid moet geprikkeld worden. Het internet is inderdaad een tool, maar het moet wel juist ingezet worden. Er moet inhoud zijn die de nieuwsgierigheid prikkelt. Mitra: “an environment that stimulates curiosity can cause learning through self-instruction and peer-shared knowledge.”
    U kent ongetwijfeld de uitdrukking ‘a fool with a tool is still a fool’. Die gaat hier ook op. Nieuwsgierige en slimme kinderen zullen de tool internet goed weten te gebruiken. Anderen gaan liever knikkeren, voetballen, gamen of tuinieren. Mitra heeft het niet over afwezigheid van de docent, zoals de auteur stelt, maar over de afwezigheid van ‘formal teaching’. Dat is iets anders.
    In het artikel wordt de suggestie gewekt dat Mitra vindt dat we leerkrachten net zo goed kunnen afschaffen. Niets is minder waar. “Leerkrachten moet daar zijn waar ze nodig zijn”, zegt Mitra,. “Nu zijn ze te vaak op de verkeerde plek”. En als ze vervangen kunnen worden door technologie, dan moet dat zeker gebeuren. De beroemde schrijver Arthur C. Clark zei al in de jaren 90 van de vorige eeuw:”If a teacher can be replaced by a robot, they should be!”.Maar hij voegt er direct aan toe dat die uitspraak niet impliceert dat er voortaan robots voor de klas staan. Zowel Khan als Mitra onderschrijven die nuancerng en ook Jelmer Evers heeft dat meerdere malen onderstreept in zijn didactisch model ‘flipping the classroom’.
    Samenwerking werkt. Dat weet iedereen die in de onderwijspraktijk werkt en daar hoef je geen visionair voor te zijn. Ervaringsgericht leren werkt beter dan theorie stampen. Ook dat gaat in veel gevallen op. Is dat wat de auteur bedoelt in de cryptische alinea
    “Hun visie komt in grote lijnen overeen met het concept van The Studio School: een school waar je – dan wel middels projecten – werkt door te leren en leert door te werken. Niet het opdoen van theoretische kennis, maar de ervaringen door écht meewerken aan échte projecten vormen de spil van het onderwijs.” ?
    Ik zou daarop willen aanvullen: theorie vergemakkelijkt de praktijk en vice versa. Door praktijkervaringen in algemene theoretische kaders te vatten, komt de leerling tot diepgang. De leerkracht dient daarbij de weg te wijzen. Is er geen kleerkracht, dan vervalt de leerling al snel in een ‘trial and error’, waarbij hij na te veel ‘error’ de moed opgeeft. Dan moet de leerkracht in beeld zijn die stimuleert en prikkelt. Kennis overdraagt en de juiste gereedschappen aanreikt.
    Lees het artikel over SAAS – School as a service – http://www.huffingtonpost.com/tom-vander-ark/schoolasaservice_b_842452.html . De leerkracht is de gebruiksaanwijzing die we pas lezen als het apparaat niet functioneert. De school is een snackbar waar we iets van onze gading halen als we leerhonger hebben. Zonder gebruiksaanwijzing blijft het apparaat eeuwig stuk, zonder goede leerkrachten zouden we ongestilde leerhonger hebben. Of de hongerdood gestorven zijn.

  15. In het artikel wordt de indruk gewekt dat Mitra enkel beweert dat kinderen zichzelf alles kunnen leren zolang ze maar ‘connected’ (nieuw Nederlands?) zijn met het internet en met andere leerlingen. Dat in combinatie met de afwezigheid van de docent is volgens hem een krachtige pedagogische tool om educatie te hervormen.
    In werkelijkheid ligt het standpunt van Mitra genuanceerder. De nieuwsgierigheid moet geprikkeld worden. Het internet is inderdaad een tool, maar het moet wel juist ingezet worden. Er moet inhoud zijn die de nieuwsgierigheid prikkelt. Mitra: “an environment that stimulates curiosity can cause learning through self-instruction and peer-shared knowledge.”
    U kent ongetwijfeld de uitdrukking ‘a fool with a tool is still a fool’. Die gaat hier ook op. Nieuwsgierige en slimme kinderen zullen de tool internet goed weten te gebruiken. Anderen gaan liever knikkeren, voetballen, gamen of tuinieren. Mitra heeft het niet over afwezigheid van de docent, zoals de auteur stelt, maar over de afwezigheid van ‘formal teaching’. Dat is iets anders.
    In het artikel wordt de suggestie gewekt dat Mitra vindt dat we leerkrachten net zo goed kunnen afschaffen. Niets is minder waar. “Leerkrachten moet daar zijn waar ze nodig zijn”, zegt Mitra,. “Nu zijn ze te vaak op de verkeerde plek”. En als ze vervangen kunnen worden door technologie, dan moet dat zeker gebeuren. De beroemde schrijver Arthur C. Clark zei al in de jaren 90 van de vorige eeuw:”If a teacher can be replaced by a robot, they should be!”.Maar hij voegt er direct aan toe dat die uitspraak niet impliceert dat er voortaan robots voor de klas staan. Zowel Khan als Mitra onderschrijven die nuancerng en ook Jelmer Evers heeft dat meerdere malen onderstreept in zijn didactisch model ‘flipping the classroom’.
    Samenwerking werkt. Dat weet iedereen die in de onderwijspraktijk werkt en daar hoef je geen visionair voor te zijn. Ervaringsgericht leren werkt beter dan theorie stampen. Ook dat gaat in veel gevallen op. Is dat wat de auteur bedoelt in de cryptische alinea
    “Hun visie komt in grote lijnen overeen met het concept van The Studio School: een school waar je – dan wel middels projecten – werkt door te leren en leert door te werken. Niet het opdoen van theoretische kennis, maar de ervaringen door écht meewerken aan échte projecten vormen de spil van het onderwijs.” ?
    Ik zou daarop willen aanvullen: theorie vergemakkelijkt de praktijk en vice versa. Door praktijkervaringen in algemene theoretische kaders te vatten, komt de leerling tot diepgang. De leerkracht dient daarbij de weg te wijzen. Is er geen kleerkracht, dan vervalt de leerling al snel in een ‘trial and error’, waarbij hij na te veel ‘error’ de moed opgeeft. Dan moet de leerkracht in beeld zijn die stimuleert en prikkelt. Kennis overdraagt en de juiste gereedschappen aanreikt.
    Lees het artikel over SAAS – School as a service – http://www.huffingtonpost.com/tom-vander-ark/schoolasaservice_b_842452.html . De leerkracht is de gebruiksaanwijzing die we pas lezen als het apparaat niet functioneert. De school is een snackbar waar we iets van onze gading halen als we leerhonger hebben. Zonder gebruiksaanwijzing blijft het apparaat eeuwig stuk, zonder goede leerkrachten zouden we ongestilde leerhonger hebben. Of de hongerdood gestorven zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerd

Advertentie

Volg OvM

0 K
volgers
0 K
volgers
0 K
likes
0 K
volgers

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Onderwijs van Morgen. Dan houden we je maandelijks op de hoogte van onderwijs ontwikkelingen, trends en tips.