MI (11) Ecologisch-naturalistische intelligentie

21

Dit is mijn laatste artikel in de serie meervoudige intelligenties. Het gaat over een heel bijzondere intelligentie. Mensen met deze intelligentie zijn zich bewust van hun natuurlijke omgeving. Zij houden van tuinieren en vinden het vaak prettig dieren om zich heen te hebben. Omdat ze genieten van hun natuurlijke omgeving, weten ze er ook veel van.

Ze kennen de namen van planten en dieren en zijn vaak in staat deze te classificeren. Ze hebben oog voor kleuren en zijn vaak ook visueel-ruimtelijk intelligent. Deze eigenschappen rekent Gardner (1999) tot de kerncompetenties.

Hij noemt ook  enkele belangrijke persoonlijke eigenschappen die bij de intelligentie horen. Zo zullen zij zich in moeilijke tijden terugtrekken in een natuurlijke omgeving om hieruit moed en zelfvertrouwen te putten. Dit zal velen van u bekend voorkomen. Waarom zijn zoveel mensen gesteld op hun tuin en besteden zij er zoveel zorg aan? En is het niet zo dat wij zowel bij blijde als bij droevige gelegenheden een bloemetje geven? Delen wij zo niet onze emoties met mensen die belangrijk voor ons zijn?

In dit laatste artikel heb ik de werkomgeving en de leeromgeving bij elkaar willen brengen. In ben naar een bedrijf gegaan in Nieuw-Vennep van de bekende Groenrijk-keten. Ik heb hier rondgekeken, de sfeer geproefd van dit dynamische bedrijf, personeel geobserveerd en natuurlijk ook de klanten. Terwijl ik dit artikel aan het schrijven was, bracht de post mij het bekende boekje van Theo Wismans over Gelukskunde.  Wat zag ik op de kaft? Ja, afbeeldingen van vlinders, vruchten, bloemen. Ik zag ze door het hele boekje. Kennelijk wekken deze beelden bij ons automatisch een geluksgevoel op. Ik zag dit ook toen ik door Groenrijk liep. Er waren jonge en oude mensen, er werd gesproken en gelachen, kortom mensen waren allemaal bezig met geluk! Zou ik dit ook zien op de Groenschool van het Wellantcollege? Ik had daar een afspraak gemaakt met praktijkleraar André van Egmond en zijn praktijkklas van de mbo-opleiding Bloem & Design niveau 2.

Kijk zelf naar fragmenten uit de les van André. Kijk naar de leerlingen. Eigenlijk zag ik alleen maar tevreden en blije gezichten. Ik sprak twee willekeurige leerlingen aan, Mairia en Mandy. Ik denk dat ze typerend zijn voor de school, de opleiding en de werkomgeving. Mairia komt uit Brazilië en valt volgens haarzelf erg op tussen al die blonde medeleerlingen. Ze heeft geen gemakkelijke schoolcarrière achter zich, mede omdat haar leerkrachten in de vorige school haar regelmatig vertelden dat ze onvoldoende capaciteiten had. “Als je je leraren gelooft, dan blijf je nergens”, vertelde ze. “En nu zit ik op het mbo”, zei ze trots. “Gelukkig hebben mijn ouders altijd in me geloofd, zonder hen was ik er niet gekomen”.  Het is duidelijk dat ze blij is in haar nieuwe omgeving. Mandy voelt zich ook gelukkig en erkend op de opleiding. Ze werkt ook bij Groenrijk en heeft grote toekomstplannen.

Fijn dat er scholen zijn zoals het Wellantcollege in Aalsmeer.

Foto rechterzijde: © Mark van der Walle, www.markvanderwalle.nl

21 REACTIES

  1. Een leuke combinatie van bedrijfsleven en onderwijs. Hier is goed te zien hoe je kunt leren als je plezier in je vak hebt. Ik heb veel bewondering voor Mairia die doorzet ook als een leraar niet in haar gelooft. Hetzelfde geldt voor Mandy die in de opleiding inspiratie vindt voor haar toekomstige loopbaan.

  2. Ik weet uit mijn eigen praktijk als RT-er (inmiddels gepensioneerd) dat leerlingen presteren naar verwachting. Ik geloof dat de mogelijkheden van leerlingen bij aanvang van hun schoolloopbaan veel meer gelijk zijn dan wij denken. Thuissituatie, woonomgeving, klasgenoten en niet in de laatste plaats docenten bepalen – voor een deel – wat er aan talenten wordt ontgonnen of juist niet. Of dit ooit te voorkomen is vraag ik me af. Onderwijs wordt gemaakt door mensen en mensen maken inschattingsfouten, hebben voorkeuren, hebben niet altijd de mogelijkheid zichzelf opzij te zetten en hun oordelen te herzien. Dat docenten hartstochtelijke gelijkhebbers zijn met een zeer beperkte didactische kennis helpt natuurlijk niet.

  3. Ik kan me bijna niet voorstellen dat een leraar van een praktijkschool tegen een leerling zegt dat zij geen kans heeft op een hogere vorm van onderwijs. Ze hebben mij altijd verteld dat leerkrachten op deze scholen juist veel meer pedagogen zijn dan leraren in het VO. Dat blijkt dus niet altijd waar te zijn. Ik vind dat dit reden is voor grote zorg. Zo halen we toch niet het beste uit onze jeugd, zou ik zo zeggen. Vinden andere lezers dit ook?

  4. Ik heb met plezier gekeken naar de les van André. Fijn dat Mairia vol zelfvertrouwen het goed doet op het MBO, ondanks de slechte ervaringen op de praktijkschool. Als we het beste uit onze jeugd willen halen, zal er nog een en ander moeten gebeuren aan didactische kennis bij de huidige en toekomstige leraren. Deze site onderwijsvanmorgen.nl is volgens mij een stap in de goede richting. Ik zie de toekomst dan ook minder zwaar in dan Britt.

  5. Wat een prachtig voorbeeld van hoe het ook kan. Ik ben blij met wat ik zie en hoor. Het onderwijs ontwikkelt zich in positieve zin. Laten we ons vooral richten op deze postieve veranderingen. Dat er nog veel te gebeuren staat is duidelijk maar wat ik hier de afgelopen weken voorbij heb zien komen is het waard om aandacht te krijgen. Door te kijken naar wat er allemaal niet goed ging en gaat, doen we in mijn ogen de geweldige ontwikkelingen te kort.
    Hoe meer mensen (en niet alleen in het onderwijs) zich richten op zaken als Gelukskunde, meervoudige intelligenties en kernkwaliteiten, hoe meer effect het uiteindelijk zal hebben. Er zal ook rekening mee gehouden moeten worden dat niet iedere leerkracht de competenties heeft die nodig zijn. Schiet het dan op om ze als slecht te betitelen of is het handiger om hen te helpen om op hun eigen manier een bijdrage te leveren?!…. Tja soms lijken het net mensen.

  6. Ger, Francine, Britt, Lida en Margje. Bedankt voor jullie positieve reacties. We verwachten er nog meer. Aan het eind zal Henk Witteman uitgebreid op jullie reacties ingaan.

  7. Eigenlijk moet de theorie va de meervoudige intelligenties wel kloppen. Enkele weken geleden maakte ik een congres mee over het puberbrein. Hier sprak ook Prof.Margriet`Sitskoorn. Volgens haar is het brein maakbaar. Het is niet statisch, maar past zich aan aan de omgeving Als het brein dus in een omgeving verkeert, waarin het zich prettig voelt, zal het zich aanpassen. En aanpassen is leren.

  8. Gisteravond zag ik op het journaal onderwijssocioloog Jaap Dronkers en werd behoorlijk in verwarring gebracht door de resultaten van zijn onderzoek. Hoe zit het met de ideeen van Dronkers en MI?

    ‘Gemengde scholen, daar moesten we met z’n allen naar streven. Dat zou in het belang zijn van zowel allochtone als autochtone kinderen. Niets van waar, zegt onderwijssocioloog Jaap Dronkers. Uit onderzoek dat hij vanmiddag presenteerde bij de aanvaarding van de leerstoel International comparative research on educational performance and social inequality aan de Universiteit Maastricht blijkt dat zowel autochtone kinderen als kinderen met een migrantenachtergrond slechtere resultaten behalen op etnisch sterk gemengde scholen dan op etnisch homogene scholen. Het effect dat Dronkers constateert, treedt het sterkst op in landen met onderwijsstelsels waarin een hiërarchie van schooltypen bestaat, zoals het Nederlandse’.

    Bron: http://weblogs.nrc.nl/onderwijsblog/2010/06/17/socioloog-dronkers-gemengde-school-slecht-voor-allochtoon-en-autochtoon/

  9. Francine Hendriks – Geweldig dat je bij mijn artikel op dit onderzoek wijst. Dit geeft mij de gelegenheid dit belangrijke onderwerp aan de orde te stellen. Ik heb er diverse publicaties op nageslagen en ik lees de afkeurende reacties van het linkse Nederland en de juichende van het rechtse Nederland op het artikel van Dronkers. Ik las o.a. een reactie van een leraar die zei dat dit de reden was waarom veel van zijn leerlingen op de PVV hebben gestemd. Anderen lijken bereid te zijn omwille van integratie enkele cohorten kinderen op achterstand te zetten. Ik twijfel niet aan de juistheid van de resultaten van het onderzoek van Prof. Dronkers. Onderzoek is puur rekenwerk en de resultaten staan recht overeind ook als ze politiek toevallig niet goed uitkomen. Bij Christelijke middenpartijen zullen ze tevreden constateren dat het bestaan van het Christelijk onderwijs nu voorlopig is gered! Ik kan je vertellen dat ik zelf in mijn jeugd kennelijk dubbel heb geprofiteerd. Niet alleen was ik de eerste 17 jaar van mijn leven leerling bij het homogene R.K. onderwijs en had ik gescheiden les van mijn P.C. dorpsgenoten, maar ik zat ook al die jaren op jongensscholen, eerst op de lagere school en toen op de HBS, ver van de meisjes dus! Toen dachten wij nog dat jongens slimmer waren dan meisjes! We weten nu wel beter! Er waren ook andere verschillen. Wij R.K. kinderen kwamen bijna allemaal uit grote gezinnen, terwijl de PC kinderen allemaal uit kleine gezinnen kwamen. Bovendien waren we allemaal autochtoon op enkele Indonesische kinderen na. Dat waren er maar weinig en die vonden we als kind heel interessant. Bovendien spraken deze Nederlands-Indische kinderen goed Nederlands.
    We groeiden dus in de jaren na de oorlog op in een omgeving die wij als veilig en geborgen ervaarden. Ik kan me voorstellen dat kinderen in de grote steden nu in een gemengde school deze veiligheid en geborgenheid missen. De behoefte aan veiligheid en geborgenheid zit in de oudste structuren van ons brein, namelijk den hersenstam en het limbische systeem. Om te kunnen leren met ons rationele brein (neocortex) moet eerst aan de behoeften van deze oude breinen worden voldaan. Dus eerst veiligheid en je verbonden met anderen weten. Dr. D. Narvaez van de Universiteit van Minnesota spreekt in dit verband van de etiek van de veiligheid en de etiek van de verbondenheid. En laten we eerlijk zijn, mensen kunnen zich pas verbonden weten (=integreren) als aan de eisen van wederzijdse veiligheid is voldaan. En pas dan kunnen we leren. Narvaez spreekt dan van de etiek van de creativiteit. Ik vrees dat dit een lang proces is. Misschien moeten we concluderen dat gescheiden opgroeien voor kinderen beter is. RK en PC hebben er in ieder geval meer dan 100 jaar over gedaan om tot elkaar te komen.

  10. Francine Hendriks. Dit is inderdaad een dillemma. Moeten we voorrang geven aan samen integreren met mindere prestaties of moeten we leerlingen weer samen brengen in een soort zuilen zoals vroeger, waar dr Wtteman op doelt? Ik voel zelf toch het meest voor samen integreren, maar dat is maar een gevoel.

  11. De manie waarop leraar Andre aan het einde va de les et bloemstuk presenteert is volgens mij een vorm van meervoudige intelligentie. Het is een combinatie van bloemsierkunst, presentatie en verkoopkunde. Compliment voor deze leraar.

  12. Dr. Henk Witteman bedankt voor uw uitgebreide reactie op mijn verwarring naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek van onderwijssocioloog Jaap Dronkers. Johan, samen integreren heeft ook mijn voorkeur i.p.v. terugvallen op de verzuiling uit de vorige eeuw. Of met de kennis en mogelijkheden van nu, de lange tijd die protestanten en katholieken nodig hadden om tot elkaar te komen daarvoor nodig is ? De tijd zal het leren.

  13. Processie van Echternach – Als de weg naar integratie verloopt als de ontwikkelingen binnen de processie van Echternach kunnen we optimistisch blijven. Van stroperig proces naar sprongen in vooruitgang.
    Over die ontwikkelingen vond ik via Google deze blog van Moniek Verhaaren. Het totaal: blog, Youtube filmpje en reacties op de blog zijn de moeite waard om te bekijken. http://mosredna.blogspot.com/2008/05/passie-3.html

  14. Francine Hendriks, Johan. Ik ben het met jullie eens dat dit een zorgelijke kwestie is. Als wij het probleem benaderen vanuit ons rationele brein, dan zeggen we dat we dit samen wel oplossen. De laatste jaren weten we echter veel meer over de werking van het menselijk brein. Die kennis maakt dat ik wat minder optimistisch ben. Er zijn evolutionair oudere en daarom primitievere systemen die ons handelen beheersen. Ons jonge, menselijke brein (neocortex) kan deze systemen nauwelijks in bedwang houden. Het voert te ver om op deze plaats hierover uit te wijden, maar ik ben wel bezig met het schrijven en uitwerken van een leeromgeving die aan deze situatie tegemoet moet komen. Heb geduld, je zult hierover vernemen.

  15. Ik las dit artikel toevallig op de computer van mijn oom. Het is toch te gek dat Mairia zegt dat “Als je je leraren gelooft, dan blijf je nergens”. Ik ben inmiddels van school. Sommige leraren waren super. Maar er waren er ook die niet wilden geloven dat je je best deed.Die zijn gewoon tegen je.En die maken dat je geen zijn heb om verder te leren. En dat noemt zich dan leraar. Succes Mairia. Ik voel met je mee.

  16. Prof. Luc Stevens zei het al: de resultaten van leerlingen zijn een weerspiegeling van verwachtingen van leraren. Zo krijgen leraren altijd gelijk. Mairia door je sterke persoonlijkheid heb je die leraar het nakijken gegeven.

  17. Mijnheer Witteman, afgelopen donderdag las ik in NRC Handelsblad de column van J.L. Heldring: Het Kantelmoment nabij? en kwam daaarin de naam van neerlandicus Joop van der Horst, hoogleraar aan de universiteit van Leuven tegen. Ik vroeg me meteen af of ecologisch-naturalistische intelligentie een link heeft met de ideeen van Joop van der Horst. Twee jaar geleden opende hij De Conferentie Nederlands als tweede taal, georganiseerd door de BVNT2 in Blankenberghe met de prikkelende stelling dat Nederlands als tweede taal als vak zou verdwijnen in de (verre) toekomst. Van der Horst meent dat de Europese standaardtalen aan het imploderen zijn. Dat woord gebruikt hij weliswaar zelf niet, maar wel spreekt hij van het verbleken, verkruimelen, wegebben en -smelten van de westerse taalcultuur, en wel in hoog tempo. Hij verwijst naar zijn boek Het einde van de standaardtaal: een wisseling van Europese taalcultuur (2008). In dit boek werkt hij deze these nader uit. (zie verder column en reacties daarop) http://weblogs.nrc.nl/heldring/2010/07/01/het-kantelmoment-nabij/

  18. Francine Hendriks, ik heb het artikel met interesse gelezen en er als volgt op gereageerd:
    Verkruimelt de westerse taalcultuur?
    Met belangstelling las ik het artikel van dr. J.L. Heldring, Het kantelmoment nabij?, gepubliceerd in het NRC van 1 juli 2010.
    Ik wil voor de gedachtenvorming de functie van taal vanuit de evolutie verklaren en baseer me daarbij onder meer op de “Triune Brain” van Paul D. McLean (1990). Hij gaat ervan uit dat het brein van de mens de evolutie weerspiegeld van respectievelijk de reptielen – onze hersenstam, de zoogdieren – het limbisch systeem, en de mens – de neocortex. Deze drie breinen zijn nog steeds aanwezig in ons brein. Ze zijn echter niet gestapeld maar zijn met elkaar verstrengeld, vandaar het woord “triune”. Ons oudste brein, het reptielenbrein, zoekt op de eerste plaats veiligheid. Het tweede brein, het zoogdierenbrein, zoekt naar verbondenheid en sociale cohesie. Ons derde brein, het menselijk brein, zoekt naar creativiteit.
    Laten we eens naar taal gaan kijken vanuit deze theorie. Hominiden en de eerste mensen leefden in groepen bijeen. Nooit meer dan ca 180, omdat er voor jagersvolken dan een voedselprobleem ontstaat. Laten we deze groep een stam noemen. Deze stam ontwikkelde een handvol geluiden waarmee ze op afstand konden communiceren. Op de eerste plaats stonden deze geluiden in dienst van de veiligheid. Het waren waarschuwingssignalen voor predatoren en ook voor andere stammen die vijandige bedoelingen konden hebben. Deze waarschuwingssignalen waren uniek voor de stam. Als het signaal anders klonk dan was er mogelijk gevaar. De veiligheid was in het gedrang. Mogelijk mensen van een concurrerende stam die ook op hun territoor wilden jagen. Kortom, talen, dialecten ontwikkelden zich en zelfs accenten. Ik ben een “Hollander” die al 50 jaar in Limburg woont. Ik word direct herkend als een “buitenstaander” vanwege mijn accent.
    Voor het zoogdierenbrein is taal belangrijk, omdat taal een middel bij uitstek is om tot sociale cohesie te komen. Dit taalvermogen (uit de neocortex) wordt geïnfiltreerd door de emoties van het limbische systeem. Taal zonder emoties is niet hetzelfde als taal met emoties. Probeer maar eens een vreemde taal te spreken met je partner. De emoties ontbreken en je stopt er al gauw mee. Deze emoties, daar gaat het om. Misschien heb je enig wantrouwen tegenover Marokkanen (vreemd, dus niet veilig), maar je hebt wel leuke Marokkaanse buren (via taal is er contact gemaakt, je limbische systeem geeft een geruststellend signaal en stelt je hersenstam gerust. Zo werkt dat vogens de theorie van MacLean. In grote gemeenschappen van miljoenen mensen blijven volgens mij standaardtalen wel bestaan, al zullen ze wel uiteenvallen in varianten. Het Amerikaanse Engels, het Britse Engels enzovoorts vertonen onderling verschillen in idioom, uitspraak, grammatica. Op het niveau van de neocortex (formele rationele kennis, formele contacten) zullen we met elkaar blijven communiceren. Waarom? Gewoon omdat we dit wel moeten. Mogelijk zal er een soort supervariant komen, een nieuwe lingua franca. Op het niveau van de gewone mensen zullen we onze standaardtalen echter blijven behouden. Misschien noemen we ze dan wel standaarddialecten

  19. Dr. Witteman, bedankt voor uw uitgebreide en inspirerende antwoord. Ik begin steeds meer waarde te hechten aan de uitspraak van Ben Tiggelaar: van ‘Evidence Based naar Evidence Inspired’.

  20. Francine, graag gedaan! Ik ga graag in op inspirerende en uitdagende problemen. Zij scherpen de de geest.

  21. stelletje pvda maakbaarheidsApologeten
    jullie hebben het onderwijs lang geleden kapot gemmaakt.
    wat is dit voor een site? hoe je maakbare jaknikkers kunt herkennen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here