Hoogbegaafde meisjes, vooraanstaande vrouwen?

8

Volgens een Amerikaans onderzoek zijn er ongeveer net zoveel hoogbegaafde meisjes als jongens (Klein, 1996). Ze worden ook meestal door de ouders en onderwijzers als hoogbegaafd herkend. Omdat hoogbegaafde meisjes echter niet snel om hulp ‘roepen’ door bijvoorbeeld onaangepast gedrag te tonen, worden ze wel opgemerkt maar niet begeleid. Rond het twaalfde jaar lijken er meer hoogbegaafde jongens te zijn dan meisjes en tegen de tijd dat deze kinderen volwassen worden, zijn er veel meer hoogbegaafde mannen dan vrouwen. Wat is er met de hoogbegaafde meisjes gebeurd?

 

Volgens onderzoek zijn er een aantal barrières waardoor hoogbegaafde meisjes minder presteren dan hoogbegaafde jongens (Klein, 1996). Deze zouden het relatief kleine aantal (herkenbaar) hoogbegaafde volwassen vrouwen verklaren.

 

Herkenning

Hoogbegaafde kinderen worden vaak herkend in groep 1 of 2, wanneer sommige kinderen al kunnen lezen en tot twintig kunnen tellen. Over het algemeen praten, lezen en rekenen hoogbegaafde meisjes eerder dan jongens. De Amerikaanse psycholoog Lewis Terman, een pionier op het gebied van hoogbegaafdheid, ontdekte dat meisjes een voorsprong hadden op jongens in hun academische ontwikkeling gedurende de leeftijd van 2,5 tot 14 jaar. Maar tijdens de middelbare school slaat de balans om. Ongeveer tijdens het derde jaar van de middelbare school is de boodschap van zowel school als thuisfront voor hoogbegaafde meisjes duidelijk: het is veiliger om geen academische dapperheid te tonen en meer als hun leeftijdgenoten te zijn.

 

Het verliezen van zelfrespect

Veel onderzoeken hebben een geleidelijk verlies van zelfrespect bij meisjes tijdens hun schoolloopbaan aangetoond. Tussen de vijfde groep van de basisschool en de tweede klas van het voorgezet onderwijs daalt het zelfrespect van hoogbegaafde meisjes aanzienlijk (Kline & Short, 1991; Klein, 1996). Omgekeerd worden kenmerken als perfectionisme, hopeloosheid en ontmoediging duidelijker met de jaren. Dit zou te maken kunnen hebben met het conflict tussen psychologische behoeften van hoogbegaafde meisjes en vrouwen en verwachtingen van de maatschappij, waarbij vrouwen een bepaalde rol zouden moeten vervullen (Kline & Short, 1991). Zo wordt het nog steeds niet altijd gewaardeerd wanneer meisjes interesse tonen in exacte vakken. Veel meisjes passen zich daarom aan om zich niet te vervreemden van de groep. Sommige hoogbegaafde meisjes komen tot de conclusie dat academische competitie vermeden zou moeten worden om vriendschappen te behouden, ook al betekent het dat ze hun talenten niet kunnen ontplooien.

 

Druk van leeftijdgenoten – het is slimmer om niet al te slim te zijn

Veel hoogbegaafde meisjes ontkennen of camoufleren hun talenten op weg naar volwassenheid. Ze zien de nadelen van het hoogbegaafd zijn. Ze voelen zich genoodzaakt te kiezen tussen het halen van academische doelen of populariteit. Sociale relaties winnen het vaak van intellectuele interesses. Hoogbegaafde meisjes zijn meestal beter sociaal aangepast dan hoogbegaafde jongens en daardoor pikken ze sneller sociale richtlijnen op en weten ze hoe ze zich moeten aanpassen. Om anderen plezier te doen hebben ze de neiging onder hun niveau te gaan zitten, vaak ervoor kiezend anderen te helpen in plaats van te leren. Uit een studie met meer dan 600 kinderen is gebleken dat meisjes zich veelal aanpassen aan het niveau van hun leeftijdgenoten (Silverman, 1993). Hoogbegaafde meisjes op de middelbare school kiezen er ook vaak voor hun klas niet te verlaten voor verrijkingslessen. Terwijl jongens over het algemeen geen contact zoeken met jongens die een lager cognitief niveau hebben dan zijzelf, doen meisjes moeite zich in de groep te mengen zodat hun talenten niet opvallen.

 

De meest kritische periode waarbij talent verloren gaat is rond 10-14 jaar. In deze periode ontdekken hoogbegaafde meisjes dat hun academische prestatie ten koste kan gaan van acceptatie binnen de groep. Meidengroepen belonen conformisme en kunnen het meisje dat goed presteert verbannen.

 

Wat kunnen docenten doen?

  • Vroege identificatie: de beste leeftijd voor evaluatie en identificatie van hoogbegaafde meisjes is tussen 3,5 en 7 jaar. Voor sommige meisjes is een eerdere schooltoetreding bevorderlijk.

  • Bied speciale programma’s aan die hoogbegaafde meisjes uitdagen en stimuleren.

  • Moedig de interesse aan voor hoger niveau rekenen/wiskunde en wetenschappen.

  • Spoor meisjes aan voor hun successen (goede cijfers) uit te komen en erken hun talenten.

  • Wijs meisjes op succesvolle vrouwen in bijvoorbeeld literatuur en wetenschap.

Referenties:

Reis, S. M. (1996). Older women’s reflections on eminence: obstacles and opportunities. In K. Arnold, K. Noble, & R. Subotnik (Eds.), Remarkable women: Perspectives of female talent development (pp. 149-168). Cresskill, NJ: Hampton Press.

Klein, A. G., & Zebras, D. (1996). Self-concept and gifted girls: A cross sectional study of intellectually gifted females in grades 3, 5, 8. Roeper Review, 19, 30-35.

Kline, B. & Short, E. (1991) Changes in emotional resilience: Gifted adolescent females. Roeper Review, 13 (3) 118-121.

Luftig, R. & Nichols, M. (1991) An assessment of the social status and perceived personality and school traits of gifted students by non-gifted. Roeper Review, 13 (3) 138-153.

Read, C. R. (1991) Gender distribution in programs for the gifted. Roeper Review, 13 (3) 188-193. Siegle, D. and Reis, S. (1998) Gender differences in teacher and student perceptions of gifted students’ ability and effort. Gifted Child Quarterly, 42 (1).

 

Door Renata Hamsikova van IeKu Advies. Ga naar www.ieku.nl voor aanvullende artikelen, vraag & antwoord en het aanvragen van informatie.

 

 

8 REACTIES

  1. Ik vind dit een belangrijke bijdrage, omdat de feiten die worden genoemd zo herkenbaar zijn. Ze zijn ook vanuit verschillende wetenschappen verklaarbaar. De rollen van mannen en vrouwen zijn door de evolutie verdeeld in verzorgend en sociaal voor vrouwen en competitief en meer op het zelf gericht voor mannen. In de vele tienduizenden jaren van de jagers ontwikkelden mannen en vrouwen hun specifieke kwaliteiten door verdeling van de arbeid terwille van de zorg voor het nageslacht. Mannen gingen er in kleine groepen op uit om voor het voedsel te zorgen, vrouwen bleven achter en handhaafden zich door te communiceren. Deze gedragspatronen zijn er in die vele duizenden jaren ingeslepen. Het is bekend dat meisjes zich wat sneller ontwikkelen in hun kinderjaren dan jongens. Zij bereiken het “conformistische egostadium” dus wat eerder dan jongens. Veelal zal dit rond 12 jaar zijn. Volgens E. Crone in het “puberbrein” is dit stadium veel meer socio-centrisch. Aanpassing aan de peer-group is van groot belang. Dat kan een groep zijn met heel uitzonderlijke kenmerken en uitingen. Conformistisch moet hier dan ook niet gelezen worden als ‘conventioneel’. Gelijkheid binnen de groep is belangrijk en relaties moeten wederkerig zijn. Het moet vooral leuk zijn om met elkaar om te gaan. In dit stadium trekt men zich kritiek aan en trekt er lering uit.
    Met andere woorden: Als een hoogbegaafd meisje zich niet aanpast aan de normen van haar groep wordt ze uitgesloten. Meisjes sreven van nature meer naar inclusiviteit, waar jongens vaak geprezen worden om exclusiviteit.

  2. Helaas heel herkenbaar.

    De nieuwste poging van onze school om leerlingen te blijven stimuleren is klas met alleen maar hoogbegaafde kinderen. De aanpassing binnen de peer-groep is dan op het hogere niveau. Ze streven dan naar inclusiviteit binnen deze groep en jongens kunnen binnen deze zelde groep toch proberen uit te blinken.

  3. Heel herkenbaar. Wij werden vroeger in de klas apart gezet met het stempel “Stuudje” op ons voorhoofd. Vreselijk vond ik dat, of die keer dat ik m’n breukenboekje uithad en de onderwijzer vond dat dat niet kon, dus dat ik het nog een keer moest doen. Op de middelbare school wilde ik geaccepteerd worden, dit was overigens een school onder mijn niveau en dus past ik me aan. Ik kreeg veel minder opmerkingen toen iedereen zelf kon zien dat ik al flierefluitend negens en tienen haalde. Jammer dat ik nooit geleerd heb hoe ik moet studeren…… Ik vind dat ook meisjes beter begeleid moeten worden. Je mag het niet laten lopen omdat het kind zich wel aanpast!

  4. Helaas gaat dit verhaal over mijn dochter. Wat er nu al gebeurt en wat mijn grote angst is. Mijn dochter is 4 jaar en 10 maanden. Las bij 4 jaar en 3 maanden. Rekende bij 2,5 jaar en wacht nu 9 maanden op passende begeleiding op school. Nadat ik het nadat ze een maand op school zat heb aangegeven op school dat mijn dochter na een paar weken nog vol enthousiasme (eindelijk naar school) al aan het wegglijden was en aan het onderpresteren (krastekeningen) Er is een start met het HB protocol gemaakt voor de zomervakantie, maar vooralsnog is er geen vervolg al was deze wel de bedoeling gezien de uitslag van het eerste deel..
    Inmiddels specialieert zij zich in de rolverdelingen en spelregels van de huizenhoek/poppenhoek. Ze is de beste poppenmama en behoud zo haar vriendinnen. Er is ontwikkeling bij haar, maar ook een regressie. Terugkijkend was ze zich op de speelzaal ook al reuzengoed aan het aanpassen, maar ze verloochende toen nog niet het feit dat ze het alfabet goed kon neerleggen of tot 30 kon tellen en puzzels van 200 stukjes kon maken. De andere kinderen hadden dat niet door en zeiden niks. In groep 1 en 2 is er competitie, maar niet op de terreinen waar zij goed in is, dus oefend ze zich uren in dingen die ze niet meteen beheerst (koppeltje duikelen) of het spelen met poppen, of eigenlijk het rollenspel. Ik krijg niet de indruk dat ze het verder echt boeiend vindt. En krijgt ze in de klas de taak ‘anderen te helpen’.
    Dat laatste is prima, als de school haar ook een leuke impuls zou geven. We strijden door.

  5. Heel herkenbaar., maar vooral als 1 van deze meisjes. Bij mij kwam de omslag in de brugklas. Werd uiteindelijk compleet onzichtbaar (maar niet ongelukkig!). Na herkenning en erkenning, met lef, durf en moed, vooral door mijzelf, is het gelukt om te veranderen. Misschien juist wel mede door mij hoge intelligentie. Ik kan mij niet helemaal vinden in de aanbevelingen voor de docenten. Hierdoor wordt je juist nog meer uit ‘de groep’ geplaatst. Misschien is erkenning wel het belangrijkste, accepteren dat je bent zoals je bent en hierom wordt gewaardeerd en geaccepteerd.

  6. De verhalen herken ik zelf ook. Ben zelf zeer visueel ingesteld, voelde me op school raar en apart. Maar heb mij aangepast. Nu heb ik een dochter van 7 jaar, zij is een autodidact. Heeft zichzelf met 4 jaar en3 maanden leren lezen, rekenen is moeilijker. Zij heeft groep 3 overgeslagen maar vindt de aansluiting met groep 4 moeilijk. Haar beste vriendin is wat lager van niveau, mijn dochter ‘regelt’ alles voor haar vriendinnetje. Op school doen ze hun best maar ik heb zelf het vermoeden dat het te weinig is. zij trekt zich steeds verder terug, is vaak boos en werkt tegen. Zij vindt zelf dat ze niets goed kan, het lukt toch niet…Ik weet niet goed wat ik met haar moet doen, naar een andere school? welke dan? Het doet mij pijn aan het hart dat lieve kleine meisje zo boos en verdrietig te zien.

  7. Nu begrijp ik waarom er zo weing meiden zijn in de hb groep van mijn dochter. Die passen zich dus allemaal aan. Iets wat mijn dochter niet doet en waardoor ze tegen allerlei problemen aanloopt met meiden uit de gewone groep.

  8. Meisjes zijn gewoon van jongs af aan heel erg bezig met hun toekomst en ambitieus. Dat zie je zelfs al beginnen op de basisschool. Dat gaat echt al zo snel. Ze moeten vooral afgeremd en goed begeleid worden. Dat werkt bij onze oudste ook het beste…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here