Digitalisering in de bètapraktijk

4

Het onderwijs digitaliseert in een rap tempo. Steeds meer scholen experimenten én werken met de zogenaamde laptop- of tabletklassen. Geen gesjouw meer met boeken en zware tassen, maar alles altijd toegankelijk waar en wanneer je maar wil. Maar hoe pakken we in deze tijd van digitalisering de practicumlessen aan?

Inherent aan de digitalisering van middelbare scholen, is het groeiend aantal verzoeken voor digitaal lesmateriaal. Vaak gaat het om de digitale variant van de volledige lesmethode, inclusief een digitaal handboek en een werk- of opdrachtenboek. Ik ben erg benieuwd naar de manier waarop leerlingen hun digitale device inzetten bij verschillende vakken als biologie, natuur- en scheikunde en techniek. Liggen de laptops en de tablets gewoon naast de zaagmachine of naast de proefopstelling van een scheikundeproef?
Het is nog moeilijk te bepalen welke vorm van digitaal lesmateriaal de beste optie is voor de bètavakken. Dat komt door de praktische component die bij deze vakken een grote rol speelt. Zal straks iedereen blij zijn met een virtueel practicumlokaal of zal de behoefte om echte proeven te doen blijven bestaan?

Ik kan me goed voorstellen dat u als docent in het laatste geval liever werkt met een papieren hand-out. Maar aan de andere kant zijn de mogelijkheden in een virtueel practicumlokaal oneindig. Het lijkt er dus op dat we wel een gulden middenweg moeten vinden, of misschien beter gezegd: het beste van beide werelden samenbrengen!
Mijn nieuwsgierigheid als uitgever is gewekt. Als u ervaring heeft met digitalisering in de (bèta-) praktijk, deel dan uw ervaringen met ons. Dat kan via dit formulier maar zeker ook hieronder als reactie. Dan wordt uw visie niet alleen door ons, maar ook door andere docenten gehoord. Malmberg ontwikkelt graag samen met u. Mijn vraag aan u luidt dus:
Hoe ziet de (digitale) toekomst van het bètaonderwijs eruit?

Daphne Verrest – Uitgever Bèta VO

4 REACTIES

  1. In 1997 schreef ik een artikel, waarin ik het gebruik van gedigitaliseerde practica (toen educatieve simulaties, nu virtuele parctica) vergeleek met echte. Het valt me op, hoe weinig eigenlijk wat dit betreft de laatse 15 jaar is veranderd! (als je tenminste niet naar het vakjargon kijkt, dat is nu wel een beetje anders)Toen had ik goede hoop op een “doorbraak”, die heb ik nog steeds. Nieuwe apparaten, thecloud en het internet verleggen de mogelijkheden weer.. Geinteresseerden kun het hier lezen : http://tinyurl.com/76ppxrw . Met name de tabel op pagina 2 is nog steeds relevant.

  2. Als ex-toa NaSk zie ik als VO ict-er in onze Elo’s natuurlijk ook steeds meer digitale versies van praktika verschijnen waarbij de applets hoog scoren. Grootste voordelen van digitale praktika lijken mij dat ze -mits in de digitale leeromgeving geintegreerd- niet vragen om speciale lokalen- of praktikummaterialen. Dat betekent een besparing aan materieel en uren. Het andere grote voordeel is dat -mits de digitale leermiddelen goed zijn- de directe leerdoelen van de praktika veel minder worden verstoord door praktische complicaties. Uit hoeveel proeven worden nu verkeerde conclusies getrokken wegens slechte verbindingen door onzichtbaar maar toch wel vervuilde stekkertjes, hoge luchtvochtigheid bij statische electriciteitsproeven, onverwachte neveneffecten bij niet routinematige proeven. Tegelijk is dat een groot nadeel van digitale praktika. Het is namelijk geen praktijk maar een theoretische emulatie van praktijk. Er ontbreken vele randvoorwaarden waaraan moet worden voldaan om iets werkend te krijgen. Digitaliseer al je praktika en je schept een onwerkelijk beeld van wat er nodig is om iets in het echt te maken of te onderzoeken. Wellicht nog veel belangrijker: Je bedient de theoretisch ingestelde leerling misschien beter, maar de praktisch ingestelde leerling wordt (alweer??) een kans ontnomen. De vraag is of onze toekomstige werknemers creatiever en slagvaardiger in de praktijk zullen staan als ze die praktijk in een emulatie hebben verkend op een computer. Of die computer in het praktikumlokaal wel veilig is lijkt mij daarbij vergeleken van ondergeschikt belang. We slagen er nu ook in de ogen en handen heel te houden, voor de laptops en tablets vinden we ook wel onze wegen. Er is ook nog een welzijnsaspect. Wil je dat kinderen hun leefwereld verkennen middels een venstertje van enkele vierkante decimeters? We zullen zien. Dat er keuzemogelijkheden zijn is duidelijk. Houdt de praktische schoolonderzoeken en de voorbereidingen digitaal en wellicht gaan de cijfers omhoog. Maar ten koste van wat?

  3. Opmerking van taalkundige aard:

    ‘zogenaamde’ laptopklassen? Zijn ze niet echt?
    ‘Zogeheten’ of ‘zogenoemde’ is het juiste woord! Dat heb ik op de lagere school al geleerd. –
    Voor de jonkies: de lagere school is de voorloper van de basisschool.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here