De toekomst van het onderwijs

5

Het huidige onderwijssysteem slaagt er niet in om leerlingen te motiveren. Althans, dat beweren onderwijsinnovators Sal Khan (Khan Academy) en dr. Sugata Mitra in de video ‘Future Learning’. Ook vakinhoudelijk mag het onderwijs op de schop: samenwerking is veel belangrijker dan kennis die altijd en overal online beschikbaar is.

Pedagogische tool
Volgens Mitra kunnen kinderen zichzelf vrijwel alles leren, zolang ze maar connected zijn met het internet en met andere leerlingen. Dat in combinatie met de afwezigheid van de docent is volgens hem een krachtige pedagogische tool om educatie te hervormen. Dit is de uitkomst van verschillende experimenten die hij uitvoerde onder kinderen die zonder toezicht toegang kregen tot het internet.

Flipping the classroom
Een ander concept waarbij het ‘online zijn’ centraal staat is het flipping the classroom-concept, maar hier is de docent juist van wezenlijk belang. Alle theoretische kennis kunnen de leerlingen in hun eigen tijd – bijvoorbeeld door middel van video’s – tot zich nemen. De duiding en verwerking vindt echter plaats in het klaslokaal onder begeleiding van de docent: “Leerlingen zijn tegenwoordig zo digitaal, dat het voor hen heel natuurlijk is om op deze manier lesstof te leren. In de les kan ik nu veel meer een-op-een bezig zijn en extra tijd steken in activerende didactiek,” aldus Jelmer Evers, docent op UniC in Utrecht.

Het valt dus te betwijfelen of leerlingen gebaat zijn bij het wegvallen van een docent. Maar de leerling die zichzelf alles kan leren is hoe dan ook een interessant uitgangspunt in de discussie over de toekomst van het onderwijs en de veranderende rol van de docent. Als het zo zou zijn dat leerlingen zichzelf vrijwel alles kunnen leren, waar vallen dan de gaten? Oftewel: wat kunnen ze zichzelf juist niet leren en waar blijft de docent broodnodig? De antwoorden op deze vraag zouden weleens een verassende visie op de toekomst kunnen vormen.

Samenwerking
Ook zien Kahn en Mitra een centrale rol weggelegd voor veel meer onderlinge samenwerking tussen leerlingen. Een al bestaand voorbeeld daarvan is de ‘collaborative classroom’: een onlineruimte waar leerlingen onderling of met de docent communiceren buiten de contacturen om. Leerlingen durven zo eerder vragen te stellen en werken op deze manier ook buiten de klas samen aan opdrachten of door elkaars vragen te beantwoorden.

Hun visie komt in grote lijnen overeen met het concept van The Studio School: een school waar je – dan wel middels projecten – werkt door te leren en leert door te werken. Niet het opdoen van theoretische kennis, maar de ervaringen door écht meewerken aan échte projecten vormen de spil van het onderwijs.

Uw mening
Natuurlijk zijn er veel verschillende visies, trends en ideeën over de toekomst van het onderwijs. Leerlingen zijn de toekomst, maar we weten niet hoe de toekomst er voor hen uitziet. Om die reden is het van belang om te blijven discussiëren en om uw mening en ideeën te laten horen. Wat vindt u van de uitspraken en visies in de video? En waar zijn volgens u docenten broodnodig als leerlingen zichzelf grotendeels zouden onderwijzen?

5 REACTIES

  1. De leraar op achtergrond of helemaal weg? Gevaarlijke illusie. Leerlingen hebben docenten nodig, en dan ook nog zeer goede. De ellende is dat we steeds minder investeren in professionalisering van docenten. Als we ook nog denken dat docenten minder zichtbaar hoeven te zijn, kwadrateren we de snelheid waarmee ons onderwijs verslechtert. Onze kinderen verdienen beter!

  2. Inderdaad, de visie van Mitra zal niet in alle gevallen goed werken. Welke kennis geleerd wordt is nogal wisselend en moeilijk te sturen als de docent verdwijnt uit het lokaal. Maar dát er geleerd wordt is zeker: van Engels tot zeer moeilijke theorie op het gebied van moleculaire biologie. Het is zeker een interessant uitgangspunt om de rol van de leraar bij deze processen te evalueren.

    Dat hier hele goede leraren voor nodig zijn is inderdaad een belangrijk uitgangspunt. Zeker gezien het feit dat het overgrote deel van de huidige onderwijspraktijk zeer traditioneel is ingericht. Professionalisering van de leerkracht kan naar mijn idee bijdragen aan een versnelling van de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

  3. Ik kan me op zich goed vinden in de stelling ‘Samenwerking is veel belangrijker dan kennis die altijd en overal online beschikbaar is’. Ik denk dat er minder parate kennis hoeft te zijn, wanneer dit op ieder moment snel is op te zoeken. Maar ook in deze leerstrategie moet kinderen en jongeren begeleid worden.Bovendien is er m.i. nog altijd een aanzienlijke basiskennis top of mind nodig om voorbereid te zijn om zelfstandig te opereren in onze samenleving.

  4. In het artikel wordt de indruk gewekt dat Mitra enkel beweert dat kinderen zichzelf alles kunnen leren zolang ze maar ‘connected’ (nieuw Nederlands?) zijn met het internet en met andere leerlingen. Dat in combinatie met de afwezigheid van de docent is volgens hem een krachtige pedagogische tool om educatie te hervormen.
    In werkelijkheid ligt het standpunt van Mitra genuanceerder. De nieuwsgierigheid moet geprikkeld worden. Het internet is inderdaad een tool, maar het moet wel juist ingezet worden. Er moet inhoud zijn die de nieuwsgierigheid prikkelt. Mitra: “an environment that stimulates curiosity can cause learning through self-instruction and peer-shared knowledge.”
    U kent ongetwijfeld de uitdrukking ‘a fool with a tool is still a fool’. Die gaat hier ook op. Nieuwsgierige en slimme kinderen zullen de tool internet goed weten te gebruiken. Anderen gaan liever knikkeren, voetballen, gamen of tuinieren. Mitra heeft het niet over afwezigheid van de docent, zoals de auteur stelt, maar over de afwezigheid van ‘formal teaching’. Dat is iets anders.
    In het artikel wordt de suggestie gewekt dat Mitra vindt dat we leerkrachten net zo goed kunnen afschaffen. Niets is minder waar. “Leerkrachten moet daar zijn waar ze nodig zijn”, zegt Mitra,. “Nu zijn ze te vaak op de verkeerde plek”. En als ze vervangen kunnen worden door technologie, dan moet dat zeker gebeuren. De beroemde schrijver Arthur C. Clark zei al in de jaren 90 van de vorige eeuw:”If a teacher can be replaced by a robot, they should be!”.Maar hij voegt er direct aan toe dat die uitspraak niet impliceert dat er voortaan robots voor de klas staan. Zowel Khan als Mitra onderschrijven die nuancerng en ook Jelmer Evers heeft dat meerdere malen onderstreept in zijn didactisch model ‘flipping the classroom’.
    Samenwerking werkt. Dat weet iedereen die in de onderwijspraktijk werkt en daar hoef je geen visionair voor te zijn. Ervaringsgericht leren werkt beter dan theorie stampen. Ook dat gaat in veel gevallen op. Is dat wat de auteur bedoelt in de cryptische alinea
    “Hun visie komt in grote lijnen overeen met het concept van The Studio School: een school waar je – dan wel middels projecten – werkt door te leren en leert door te werken. Niet het opdoen van theoretische kennis, maar de ervaringen door écht meewerken aan échte projecten vormen de spil van het onderwijs.” ?
    Ik zou daarop willen aanvullen: theorie vergemakkelijkt de praktijk en vice versa. Door praktijkervaringen in algemene theoretische kaders te vatten, komt de leerling tot diepgang. De leerkracht dient daarbij de weg te wijzen. Is er geen kleerkracht, dan vervalt de leerling al snel in een ‘trial and error’, waarbij hij na te veel ‘error’ de moed opgeeft. Dan moet de leerkracht in beeld zijn die stimuleert en prikkelt. Kennis overdraagt en de juiste gereedschappen aanreikt.
    Lees het artikel over SAAS – School as a service – http://www.huffingtonpost.com/tom-vander-ark/schoolasaservice_b_842452.html . De leerkracht is de gebruiksaanwijzing die we pas lezen als het apparaat niet functioneert. De school is een snackbar waar we iets van onze gading halen als we leerhonger hebben. Zonder gebruiksaanwijzing blijft het apparaat eeuwig stuk, zonder goede leerkrachten zouden we ongestilde leerhonger hebben. Of de hongerdood gestorven zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here