De spin met tien poten

13

Hans Smit, docent aardrijkskunde aan het tweetalige Hofstadlyceum in Den Haag stuurde het volgende idee in over het activeren van voorkennis. “Het is een heel simpel idee. Bijvoorbeeld: morgen staat voor VWO-4 op het programma: de Industriële Revolutie. In plaats van de leerlingen kant-en-klare informatie te geven over dit onderwerp, plaats ik een ovaal op het bord met daaraan een stuk of tien ‘pootjes’. Ik noem dat “The spider with the ten little legs”. De leerlingen koppelen in groepjes zoveel mogelijk relevante woorden aan die pootjes en maken duidelijk waarom die woorden iets te maken hebben met de Industriële Revolutie.

De les komt dus op gang doordat ik reeds aanwezige voorkennis ontlok (‘elicit’). Ook als leerlingen geen goede antwoorden geven, is dit toch een goed uitgangspunt om het onderwerp interessant te maken. Overigens krijgt het winnende groepje een premie: 0,1 punt extra voor de eerstvolgende toets. Zo is het spel compleet en komen de leerlingen ‘in a good mood of learning’. De kerngedachte is dus: altijd eerst proberen aan het licht te brengen wat de leerlingen al weten (of denken te weten, ook belangrijk!). Dit elicit-model deed ik onlangs op tijdens een CLIL cursus op het Hilderstone College in Broadstairs in Engeland. Ik heb dit concept vorige week tijdens een workshop aan collega’s aangeboden en ze waren razend enthousiast!”.

13 REACTIES

  1. En hoe komen de leerlingen aan die voorkennis? Precies: dat is ze ooit verteld. Ongelooflijk dat mensen geloven in dit soort onderwijs. Hoe kunnen leerlingen iets zinnigs zeggen over iets dat ze nog uitgelegd moet worden? Ik word er niet razend enthousiast van, wel razend.

  2. in principe kennen we dit idee al heel erg lang onder de oude naam brainstorming (beginsituatie toetsing), waarbij leerlingen allerlei trefwoorden noemen die met het centrale begrip te maken hebben, vervolgens moeten ze proberen samenhangende groepen te vormen (structureren) om het denkproces te stimuleren; alleen het idee van punten stimulatie ontbrak (op zich een wellicht positieve prikkel, maar hoe vormen we gelijkwaardige groepen en hoe verdelen we eerlijke de punten etc.)

  3. tja, beste razende collega, in vwo 4 word je wel geacht zo al het een en ander te weten en te kunnen. Geldt trouwens ook voor brugklasleerlingen. Een positieve docent speelt daarop in! Bijvoorbeeld met het ‘spider’model. En juist die halfgoede antwoorden vormen een perfect uitgangspunt voor een stimulerend klassegesprek. Het leerrendemment (output) van dit soort onderwijssstrategieen is echt vele malen hoger dan dat van het klassieke (inmiddels historische (!!))instructiemodel! Past beslist niet meer in deze tijd!

  4. @ Hans Smit

    ‘Het leerrendemment (output) van dit soort onderwijssstrategieen is echt vele malen hoger dan dat van het klassieke (inmiddels historische (!!))instructiemodel! Past beslist niet meer in deze tijd!’

    Iemand die dit soort waanzin opschrijft, kan ik echt niet serieus nemen. Vijf, misschien twee jaar geleden werd dit soort nonsens nog geaccepteerd en breed uitgedragen, maar nu niet meer hoor. Het instrueren is juist een zeer geschikte leermethoden (en daarom bestaat het al zo lang!). Nogal hoogmoedig om te denken dat wij het ineens allemaal beter weten dan al die generaties voor ons. Doceren biedt de kennis stap voor stap aan de leeringen aan. De hersenstructuur van de leerlingen tussen 12 en 18 jaar maakt het op die manier mogelijk om de stof direct te structuren in het brein. Dus ook de moderne inzichten zeggen: doceren is nog zo gek niet. Dat iets historisch is? Dat is toch alleen maar positief!

  5. Beste collega vakdidactiek.
    Uiteraard is het activeren van voorkennis niet nieuw. Veel lesboeken beginnen tegenwoordig bijvoorbeeld met een instaptoets o.i.d. In mijn bijdrage gaat het om een ‘teacher’s aid’, een hapklaar brokje dat je bij vrijwel alle vakken kunt inzetten. Ik merk (ook in mijn hoedanigheid van B.O.S.) bij zowel ervaren collega’s als docenten in opleiding, dat ze hun leerlingen zelden uitdagen om reeds aanwezige kennis te spuien en dit als uitgangspunt te maken voor de les. Overigens zijn er meer van dit soort leuke trucjes (zoals het alfabetspel) en kun je ze ook prima gebruiken als herhalingsoefening. Vooral als je er een kleine (cijfermatige) beloning aan koppelt!

  6. Beste hans Smit, elk initiatief, motivering, stimulering, ontwikkeling en uitwisseling van ervaring is een verrijking en niet in het minst voor docenten. Het zou voor het onderwijs in de breedte een niet aflatende energie stroom moeten zijn. Ik deel daarom niet de conservatieve reacties die ik hiervoor las. Sterker, ik wil een hart onder de riem steken om hiermee door te gaan. In ieder geval word ik erdoor gemotiveerd door te gaan met zoeken naar de meest optimale wijze hoe kennis overdracht kan plaatsvinden. Dit idee zal ik zeker uitwerken op mijn situatie. Ga door!

  7. Ik vermoed dat er een vrij gedateerde persoon schuil gaat achter de ‘docent geschiedenis’. Als je er klakkeloos vanuit gaat dat leerlingen lege vaten zijn die gevuld moeten worden, dan dateert je aanpak uit een grijs verleden. Leerlingen kunnen wel degelijk iets zinnigs zeggen over iets dat ze nog uitgelegd moet worden. Met de ‘spider approach’ als opwarmertje bied je leerlingen de kans zich te profileren met een onderwerp dat nog uitgebreid aan de orde moet komen. Wat je ermee bereikt is dat je een beeld krijgt van de aanwezige kennis, waardoor je je les kunt aanpassen (aanscherpen of vereenvoudigen). Er mag best wel sprake zijn van een balans tussen het niveau of de omvang van het te doceren onderwerp en de reeds aanwezige (voor)kennis binnen de groep leerlingen. Bij het verzorgen van lezingen is dit eveneens een belangrijk aspect. Zorg dat je op de hoogte bent van wat het gezelschap al weet en omzeil overbodige informatie of onderdelen die een obstakel kunnen zijn voor de voortgang. Docenten moeten zich niet vergissen in het feit dat jongeren als gevolg van het tv- en computertijdperk (ook al is dat summier) vrijwel dagelijks een informatieinjectie toegediend krijgen. Ik schaar me graag achter de visie van de heer Smit. DIO W.M. den Heijer Scheveningen.

  8. Als je 25 jaar gedateerd noemt…
    Heeft niks met leeftijd te maken hoor, gewoon met gezond verstand. Uiteraard vraag je aan leerlingen dingen en daag je ze uit om mee te denken. Dat is logisch. Ik vind zo’n woordweb alleen weer zo’n ‘model’ waar we ons dan schijnbaar aan moeten houden. En op mijn punt is nog niet gereageerd, nl. dat de voorkennis die je bij kinderen wil oproepen toch ook al eens geleerd moet zijn. Kijk: als ik havo 5 uitleg over de Krimoorlog dan kan ik vragen naar voorkennis wat ik wil, maar ze weten er niets van. Geeft ook niet, want ik weet het en ik zal ze precies vertellen hoe het zit. Dat is lesgeven. Ik kan wel zo’n spinnenspelletje gaan doen, maar dan moet ik 1. maar hopen dat er iets bekend is; en 2. op een heel laag niveau beginnen met mijn uitleg (vb. héél goed: soldaten hebben uniformen aan, prima joh!). Dat doe ik dus niet.

    Wie het wel wil doen, ga je gang. Het probleem is dat dit soort dingen met een dwingens karakter worden opgelegd alsof dit soort didactiek de enige verantwoorde is. En als je wat anders wilt, dan wordt je hier gelijk voor gedateerd uitgemaakt en je manier van lesgeven is ‘historisch en niet meer van deze tijd’. Dat is toch waanzin.

  9. Activering van voorkennis is volgens onderzoek van Prof. Dr. Fillip Dochy van de Universiteiten van Leuven en Maastricht het belangrijkste onderdeel van de les. Zonder activering van voorkennis wordt nieuwe kennis niet geintegreerd in reeds aanwezige kennisbestanden. Kennis die niet geintegreerd is wordt door het brein op een willekeurige plaats opgeslagen en kan alleen worden opgeroepen als er rechtstreeks naar wordt gevraagd (zoals bij een toets). Vroeger noemden we dat ‘schoolse kennis’ waarmee we bedoelden kennis waar je in de praktijk niet veel aan had. Het is niet nodig dat leerlingen alleen correcte voorkennis hebben. Het feit dat blijkt dat hun voorkennis deels op misvattingen berust, maakt het mogelijk hun kennis aan te passen. Jean Piaget noemnde dat ‘adaptatie’. Activering van voorkennis maakt het voor de docent ook eenvoudiger op misvattingen binnen zijn klas in te spelen.

  10. de werkvorm ‘spin’ wordt bij ons ook veel gebruikt om bestaande kennis te activeren. We gebruiken het ook als vorm voor samenwerkend leren: je maakt je eigen spin, je wisselt je eigen kennis uit met elkaar door over elkaars spinnen te praten en je vult je eigen spin dan weer verder aan. Dan ga je de volgende leerstap in. En die kan best bestaan uit instructie…, maar kan ook bestaan uit verder onderzoek doen naar bepaalde onderwerpen.

  11. Allen dank voor jullie reacties. Zo’n site als deze houdt het onderwijs levend(-ig). Voor TTO-collega’s, die nader kennis willen maken de “The Spider” en ander CLIL-compatible lesvormen hierbij een echte aanrader: een cursus in Asturias (Spanje), waarbij je met tweetalige collega’s uit Europa zelf aan de slag gaat. Alle info vind je op http://www.beclil.com > BeClil course. Dit is een noncommerciele cursus. Subsidie mogelijk via het Comenius programma en aanvragen bij het Europees Platform. Data: 6 tot 11 oktober 2008

  12. Op de basisschool wordt het gebruikt voor werkstukken, op de middelbare school geschikt om bijvoorbeeld een verhaallijn te bedenken voor een opstel om een betere inhoud te geven. Brainstormen noem ik het bij Techniek en Science om het beste eerst uit jezelf te halen voordat je aan de slag gaat. Daarna met een groepje de beste links per onderwerp te kiezen waardoor het uiteindelijke produkt beter wordt dan de oplossingen van de individuele leerlingen. Toevoeging die goed wekt bij leerlingen heb ik gemerkt is met groen alle mogelijke oplossingen te verwerken, daarna met geel de meest popitieve oplossingen te kiezen, met rood erover voor de oplossingen die de leerlingen leuk lijkt. Met zwart aan te geven welke oplossingen problemen kunnen geven.met groen daar weer oplossingen voor te verzinnen.(de Bono-methode)Het brainstormen in een spinmodel gaat bij gevorde leerlingen zelf bij voorbereiding over in mindmapping. Voor elk vak te gebruiken voor elke presentatievoorbereiding ook.
    Het resultaat van een groepsbranstorm staat op A3-vellen die de leerlingen daarna gebruiken. Zij vinden het prettig een visuele,kort en bondige leidraad te gebruiken. Niet direct aan de slag maar eerst het beste uit het brein halen dus. Leerlingen zijn vaak openminded en zo’n brainstormsessie vind ik zelf een lust voor het oog..met betere eindresultaten

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here