In dit laatste VTV-artikel voor de zomervakantie van 2009 maken we een tussenbalans op. Hoever zijn we gekomen op weg naar het tentatief didactisch model voor VTV waar we in ons eerste artikel over spraken?
Gezien de reacties van de lezers zijn we het erover eens dat taal mogelijk een biologische adaptatie is. Waarom leren kinderen moeiteloos de onderliggende regels van hun moedertaal? En eventueel van een tweede of zelfs derde taal?
Wij zijn het er met ons allen over eens dat er ergens in ons brein een aantal uiterst restrictieve regels bestaan, die ons als leidraad dienen bij het structureren van taal (lees grammatica). Deze regels zijn niet actief bij onze geboorte. Als een kind geboren wordt in een taalloze omgeving worden deze taalregels namelijk niet tot leven gebracht, zoals blijkt uit een artikel dat op 2 mei 2002 verscheen in het prestigieuze vakblad Nature. Daarin werd een Canadese studie gepresenteerd die werd geleid door Rachel Mayberry van de McGill University. Uit deze studie blijkt dat doven later in hun leven even goed een vreemde taal leren als horenden, op voorwaarde dat ze in hun jonge leven met taal in aanraking zijn gekomen Het maakt overigens niet uit of de vroegere taalervaringen bestaan uit mondelinge taal of gebarentaal. Dove kinderen die vanwege hun handicap nauwelijks taalervaringen hebben, blijken daarentegen in hun latere leven een veel lager niveau in een vreemde taal te halen dan kinderen die wel deze taalervaringen hebben gehad.
Dit onderzoek bevestigt wat wij in VTV 5 de “kritische periode” noemden. Onze lezers hebben deze ervaringen bevestigd en hebben zelfs tweede en derde talen genoemd die in deze fase op natuurlijke manier (dat is zonder instructie) moeiteloos geleerd kunnen worden.
De les die wij hieruit kunnen trekken, is dat nature zich aanpast aan de omgeving die door nurture wordt gecreëerd. Op deze processen wordt in een volgend artikel ingegaan als we de Universele Grammatica van Noam Chomsky aan de orde gaan stellen.
Tot slot wil ik alle lezers en respondenten bedanken voor het volgen van deze artikelen, het sturen van e-mails, het daadwerkelijk reageren op de site en het doorsturen van artikelen aan andere belangstellenden. Ik wil eindigen met enkele citaten van Stephen Krashen die de opinie van veel van onze lezers weergeeft en daarom geschikt zijn om als tussenbalans te dienen voor deze interactieve reeks:
· Voor taalverwerving is geen uitgebreide kennis nodig van grammaticale regels. Het heeft geen zin saaie oefeningen te doen.
· Voor taalverwerving is betekenisvolle interactie nodig in de doeltaal, waarbij het niet gaat om de vorm van de taaluitingen maar om het overbrengen van de boodschap.
· Voor oefenen met taal moeten omstandigheden worden geschapen die geen aanleiding geven tot stress.
Kunt u zich vinden in deze tussenstand?
Graag uw reactie.
Francine Hendriks - Mijnheer Witteman, Deze informatie geeft voor mij de termen analoog en digitaal een fris perspectief. Ineens lijkt het leven wat simpeler. Tot voor kort werden deze twee termen voor mij uitsluitend in verband gebracht met automatisering computers en dus moeilijk. Twee pils roepen en drie vingers opsteken, doet me ineens denken aan een jeugdgrapje: op een terras vier pils voor de houtzagerij roepen en daarbij de bovenkant van de middel vinger en de ringvinger in de handpalm leggen en de pink en wijsvinger in de lucht. Vandaag ga ik een dagje naar het strand met man kinderen en kleinzoon van ruim twee jaar. De kleine begint al aardig te babbelen. Om dit stukje weer over taal te laten gaan….ik ben benieuwd welke nieuwe woorden hij nu weer geleerd heeft en welke woorden zijn opa hem gaat leren op het strand. Als rivier morfoloog is hij gespecialiseerd in de wisselwerking tussen zand en water en de stroming van een rivier. Een kind van ruim twee dat weet wat meanderen is. Zou dat kunnen…..? Ik wens u nog een fijne zomer ;-)
dr. Henk Witteman - Francine, Jeremy, Frank e.a. Roep maar eens op een terras Twee Bier! En steek daarbij drie vingers op. Alle kans dat u drie bier krijgt en geen twee. Lichaamstaal is namelijk sterker dan spreektaal. Lichaamstaal komt uit een ouder systeem in ons brein en wel uit het limbische systeem. Dit systeem wordt ook wel het zoogdierenbrein genoemd. Dit brein is evolutionair veel ouder (200 miljoen jaar) dan ons intelligente brein (100.000 jaar en is daarom veel krachtiger. Bij lichaamstaal spreken we van analoge communicatie en bij spreektaal spreken we van digitale communicatie. Analoge communicatie hebben we gemeen met zoogdieren. Daarom kunnen we zeggen dat een hond blij is. We zien dat aan de gebaren (bijvoorbeeld kwispelen) van het dier. Ik heb echter nog nooit iemand horen zeggen {“Wat is die kakkerlak blij!”). Een kakkerlak is geen zoogdier en daarom begrijpen we het beestje niet, al vertegenwoordigt hij misschien een wereld vol geluk !?! De oorspronkelijke bron van beide talen moet wel behoefte aan communicatie zijn binnen een sociale omgeving. Deze adaptatie verhoogt namelijk de overlevingskans van individu en soort. Met de groei van de hersenschors ontstond een steeds grotere behoefte aan communicatie en hieruit moet digitale taal zijn ontstaan.
Francine Hendriks - Frank bedankt voor je reactie. Over lichaamstaal en de vaardigheid lezen heb ik nooit eerder echt nagedacht en heb je misschien gelijk. Ik denk (als een automatisme bijna) in spreektaal. Wat een mogelijke gemeenschappelijke bron van spreken en blaffen betreft Jeremy? Hier kan ik slechts gaan gissen. Om een oeverloze discussie hierover een beetje te kanaliseren ga ik eerst binnenkort lezen op de site van Frank van Marwijk. Hij wordt wel Nederlands bekendste lichaamstaal expert genoemd wordt (www.lichaamstaal.nl). Ik sprak Frank vorige maand voor het eerst persoonlijk tijdens de Dag van de Coach op 5 Juni. Ik associeerde hem daarvoor vooral met managen en verkopen door zijn boeiende artikelen op www.managersonline.nl en niet met taal in het algemeen. Nu weet ik dat hij zich ook bezig houdt met getraumatiseerde mensen (o.a. vluchtelingen) en taalleren. De drie citaten van Stephen Krashen die zoals Henk Witteman schreef op dit moment als tussenbalans dienen voor deze interactieve reeks passen zeker ook bij deze laatst genoemde doelgroep. Ik noem ze daarom nog eens als reminder. 1. Voor taalverwerving is geen uitgebreide kennis nodig van grammaticale regels. Het heeft geen zin saaie oefeningen te doen. 2. Voor taalverwerving is betekenisvolle interactie nodig in de doeltaal, waarbij het niet gaat om de vorm van de taaluitingen maar om het overbrengen van de boodschap. 3. Voor oefenen met taal moeten omstandigheden worden geschapen die geen aanleiding geven tot stress. Veel lees- en studeerplezier ;-) Francine
Jeremy - Frank en Francine. Dieren en met name zoogdieren kennen lichammstaal. Denk maar aan het kwispelen van een hond. Wij begrijpen dat hij hiermee blijschap uitdrukt. Op dit niveau verstaan honden en mensen elkaar dus. Dieren spreken echter geen taal zoals wij. De bron kan dus niet dezelfde zijn, tenzij het een voortvloeit uit het ander.
Frank - Francine. Je noemde lichaamstaal. Volgens mij heeft lichaamstaal niets met taal te maken. Als ik een boek lees, kan ik dit begrijpen. Toch zie ik geen lichaamstaal. Denk je misschien dat lichaamstaal en spreektaal dezelfde bron hebben?
Francine Hendriks - Mijnheer Witteman, wat attent dat u blijft reageren. Ik moet nog wennen aan alle informatie die ik zomaar gratis via u binnen krijg. Er zijn zoveel dingen die ik nog niet wist en die ik van u kan leren. Wat dat betreft ben ik het helemaal met u eens dat mensen met vakkennis en een enthousiasme om dat over te dragen moeten blijven. Dat in combinatie met goede didactische vaardigheden blijft belangrijk voor goed onderwijs. Wat het blozen betreft….ik heb nog niet alles over limbische systemen en zoogdieren uitgebreid bestudeerd, maar dat komt waarschijnlijk wel voort uit het opgeheven vingertje van de nonnetjes die mij op de basisschool bestraffend aankeken en zeiden: ‘foei Francine’ als ik een taalfout maakte. Naast toontaal komen we hierdoor dan zomaar op het belang van lichaamstaal!
dr. Henk Witteman - Francine Hendriks. Interessant dat blozen. Dat roept om een verklaring. In het ergste geval kan blozen veroorzaakt worden door een sociale fobie. Ik denk dat hiervan geen sprake is, gezien de prominente rol die je in deze discussie speelt. Bij het woord “emotie” maken we ons allemaal voorstellingen (zie: www.onderwijsvanmorgen.nl/zomerreeks-motivatie-emoties > We hebben al gezien dat emoties zijn ingebed in een krachtig en oud systeem: het limbische systeem, ook wel het zoogdierenbrein genoemd. Dit systeem is zo krachtig dat het bezit kan nemen van ons hele denken en handelen. Onderzoeker Goleman noemt dit verschijnsel “emotionele piraterij”. Bij het constateren van die spelfout werd de afgifte van adrenaline bij je opgewekt als een soort “fight or flight” respons. Je geneerde je voor de fout en maakte een vlucht naar voren door bijna met dezelfde post de wereld te vertellen dat je echt wel wist hoe je –d- of –t- moest gebruiken. Waarvan acte.
Francine Hendriks - Dr Henk Witteman – hoe kan ik in het licht van al deze info het feit verklaren dat ik bloos van schaamte als ik een d of t spelfout maak in een werkwoord, terwijl ik heel gemakkelijk zeg: ‘ieder foutje heeft zijn charme’ en dat ook echt meen ;-(((( ?????
dr. Henk Witteman - .Francine Hendriks, student uit Leuven, Tin Chau Tsui. Het wordt steeds leuker zo vlak voor de vakantie. Ik denk niet dat Darwin dacht dat taal is geëvolueerd uit prosodie (stembuiging). Prosodie vindt namelijk zijn oorsprong in een veel ouder brein dan taal. Volgens Merlin Donald (1991), in Origins of the Modern Mind, dacht Darwin mogelijk wel dat het vocale systeem zijn oorsprong vindt in prosodie. Ik zal hier enkele woorden aan wijden: Volgens Paul Watzlawick Ph.D (1921 – 2007) bestaan er twee soorten taal: 1. Digitale taal = overeengekomen Voorbeeld: Gesproken, geschreven taal, gebaren waarover regels zijn opgesteld, waarvan iedereen weet wat en hoe. Digitale taal heeft geschiedenis. 2. Analoge taal = niet overeengekomen Vooral non-verbaal (lichaamstaal), onvoorspelbaar, anders in verschillende groepen. Analoge taal is er alleen in het hier en nu. Alleen mensen hebben digitale taal. Zoogdieren hebben geen digitale taal maar wel analoge taal. Volgens P.D. MacLean (1995) in The Triune Brain ontstaat analoge taal in het limbische systeem, dat wij gemeen hebben met de zoogdieren.”Het wordt daarom ook wel het zoogdierenbrein genoemd. Daarom kunnen wij emoties bij bijvoorbeeld een hond herkennen. “Binky, onze hond, kwispelt en springt tegen me op als ik thuis kom van school. Dan is hij blij!”. Wij verstaan de blijdschap van Binky omdat wij ook een limbisch systeem hebben en wij dus ook analoge taal kunnen verstaan. Misschien denkt u wel “Binky is tenmiste altijd blij als ik thuis kom!?! Analoge taal is heel wat anders dan digitale taal. Deze is ontstaan in de neo-cortex dat evolutionair gezien van veel jongere datum is (100.000 jaar oud). Het limbische systeem is volgens MacLean wel 200 miljoen jaar oud. Psychofysiologisch onderzoek doet vermoeden dat de rechter hersenhelft in nauwe verbinding staat met het limbische systeem. Hierdoor worden de uitgesproken zinnen polysemantisch. Dit wil zeggen dat de lading van de zinnen niet louter alleen bestaat uit de opeenvolgende betekenis van woorden, maar dat er emotionele elementen aan worden toegevoegd. Je ziet dit bijvoorbeeld als je samen met je buren naar hun vakantiefilm kijkt. Zelf kijk je er monosemantisch naar, je ziet wat je ziet. Bij de buren worden er door de beelden ook emoties en herinneringen opgewekt. Er draait als het ware nog een film die jij niet kunt zien. Ze kunnen er uren naar kijken, terwijl jij je zit te vervelen. Prosodie wordt vanuit het limbische systeem gevormd in de rechter hersenhelft, terwijl de woorden zich vormen in de linkerhersenhelft. Over de oorsprong van taal doen veel theorieën de ronde. We komen daar nog op terug. Ik wens alle lezers een prettige vakantie. Blijf schrijven. Ik blijf voorlopig reageren. Groet, Henk Witteman
Francine Hendriks - Kleine correctie.....jij vertelt met een t natuurlijk
Francine Hendriks - Student uit Leuven ik denk dat het aspect toontalen een zinvolle bijdrage is. Binnen mijn NT2 lessen vond ik prosodie belangrijk. Ik was het bijna al weer vergeten nu ik geen lessen meer geef. Jij verteld me nu nieuwe dingen die mij weer nieuwsgierig maken. Ik hoef me niet te vervelen deze vakantie.....dank je ;-)
Student uit Leuven - Francine, Tin Chau. Ik las jullie reactie over toontalen. Ik heb wel eens gelezen dat met name Darwin dacht dat taal geëvolueerd is uit prosodie en niet uit fonetiek. Weet iemand daar meer van? Prosodie zou ontstaan zijn uit de uiting van emoties bij hominiden. Ik vind dit belangwekkend, maar mogelijk is dit niet van belang voor onze discussie.
dr. Henk Witteman - Bedankt Tin Chau Tsui voor je uiterst snelle reactie. Ik hoop spoedig van je te horen over de voortgang van het onderwijs in de Chinese taal, waar wij ooit samen mee begonnen zijn. Ik wens jou ook een prettige en ongetwijfeld welverdiende vakantie toe. Henk.
T.C. Tsui - Beste Henk, Toen ik in 1984 ging studeren aan de Kathlieke Pedagogische Academie te Maastricht moest ik een boek aanschaffen: "De Chinezen van Nederland". Ik vond het al vreemd dat de Chinese taal aandacht krijgen op de PA. Wat bleek: het boek ging over het Limburgs dialect! Als aanstaande onderwijzer in Limburg moest ik natuurlijk enige kennis van het dialect hebben. Het is "zangerig" maar ik durf niet te bevestigen dat het een toontaal is. Hartelijke groet, Tin Chau Tsui
dr. Henk Witteman - Francine Hendriks, ik heb je vraag over toontalen doorgestuurd naar mijn goede vriend Tsui, leraar Chinees aan de Hogeschool Zuyd. Wat het Limburgs betreft, wat moet ik daar van zeggen? Mijn kinderen zijn hier in Limburg geboren en ik hoor inderdaad elementen van een toontaal. Het klinkt als het heuvelland waar mijn vrouw en ik wonen: golvend. Wel mooi!
Francine Hendriks - Er zijn natuurlijk ook nog toontalen. Nemen we dit aspect na de zomervakantie ook mee mijnheer Witteman? Verrassend dat het Limburgs in de info van wikipedia ook een toontaal genoemd wordt. Taal blijft boeien. nl.wikipedia.org/wiki/Toontaal
dr. Henk Witteman - Cato- student klassieke talen. Herhaaldelijk krijg ik reacties op deze artikelen vanuit de docenten Klassieke Talen. Onder meer omdat sommigen door hun collega’s Moderne Vreemd Talen (MVT) worden aangesproken op hun didactiek. Ik wil hier wel enig commentaar op geven: In tegenstelling tot de (MVT) worden de KT vooral passief onderwezen: de leerlingen leren bijna uitsluitend te vertalen van de KT naar het Nederlands. Hierdoor wordt de kennis van het idioom minder goed verankerd dan wanneer woorden actief worden geleerd. Daarom wordt in de didactiek van de MVT steeds het actief gebruik van de doeltaal gepropageerd, Terecht wijzen classici op de verschillen tussen Latijn en Nederlands en andere MVT: Nederlands is vooral een isolerende (analytische) taal – woorden zijn onveranderlijk, plaats draagt informatie over. Latijn is een fusionerende taal die intensief gebruik maakt van morfologische flexie om informatie over te brengen . Dit laatste is juist voor Nederlandstaligen een complicatie. Waar het Nederlands zegt: De boer groet de matroos, kan het Latijn hetzelfde zeggen op meerdere manieren: Agricola nautam salutat – of Nautam agricola salutat – of Salutat nautam agricola. Dit betekent dat een Nederlands kind niet alleen de woorden moet kennen, maar ook de morfologische flexie grondig moet beheersen. Ik ben van mening dat docenten KT mogelijk meer succes zullen hebben (en hun leerlingen dus ook), als het accent tot in de tweede klas wordt gelegd op het leren van idioom van het Nederlands naar het Latijn (actief) in de context van zinnen en korte verhalen.Daarbij is het het simpeler eerste de volgorde van het Nederlands te nemen, bijvoorbeeld: Agricola salutat nautam. We leggen de uitgang –m uit door te wijzen op de accusativus-functie (net zoals in het Duits). Na de actieve inbreng van woorden (dus Nederlands- Latijn), geven we ook zinnen ter vertaling van het Latijn naar het Nederlands (dus passief). We gebruiken dan ook het Latijn in zijn fusionerende rol. De leerlingen oefenen dan met de grammatica. Ik denk dat het idioom dan beter beklijft en dat leerlingen het dan ook leuk vinden met deze (sjieke) taal te spelen. In de middeleeuwen kregen kinderen les in het Latijn!! Het was de taal van de wetenschap!!
HAVOPLUS ouder - Op het internet las ik een artikel van Prof. Westhoff, die al eerder in deze serie is genoemd. Hij noemde ook de naam van Krashen die in dit artikel voorkomt. Westhoff schrijft dat leelringen die alleen maar grammatica-onderwijs krijgen (zoals bij een van mijn kinderen gebeurt) het nog slechter doen dan leerlingen die alleen maar input krijgen. Westhoff concludeert dat we het moeten zoeken in de juiste combinatie. Verder maak ik van de gelegenheid gebruik meneer Witteman te bedanken voor deze inspirerende reeks en vooral omdat hij ingegaan is op de mogelijkheden van autistische kinderen.
Klaartje - Ik kan me helemaal vinden in de conclusies. Overigens vind ik dat Cato zijn mond moet houden. De klassieke Talen hebben een heel andere aanpak nodig dan de moderne talen. Het is het verschil tussen actieve en passieve kennis.
Student Klassieke Talen - Ik heb alleen in het eerste artikel gereageerd. Al doen er geen docenten Latijn mee aan de dscussie, toch heb ik uw artikelen met interesse gelezen. Ik blijf dat ook doen. Ik wens alle lezers van onderwijsvanmorgen een prettige vakantie.
Ahmed - Ik loop helemaal aan het eind van de rij. Het is voor mij soms moeilijk om bij te houden. Maar ik snap het heel aardig. Fijne vakantie. Misschien zie ik u in Marokko.
dr. Henk Witteman - Francine Hendriks. Ideeën zijn altijd welkom en zeker goede ideeën. Ik heb de link naar je NT2-collega gevolgd. Het is inderdaad lezenswaardig en geeft ook aan wat een culturele souplesse NT2-docenten moeten hebben.
Francine Hendriks - Mijnheer Witteman dank u wel, wat een aardige reactie op dit idee van mij! Zo kan ik er nog meer bedenken die de moeite waard zijn om te onderzoeken op hun innovatieve waarde. Zeker in deze tijd waarin een stapje terug voor iedereen noodzakelijk is van waarde. Verder wil ik u de volgende link doorgeven. Een aantal jarengeleden kwam ik een artikel over dit weblog tegen in De Volkskrant www.inburgerstaal.blogspot.com/. De schrijfster is een NT2 docent van mijn leeftijd die ik nog nooit ontmoet heb. Ik bewonder haar manier van vertellen en doorzettingsvermogen om haar weblog zo consequent bij te houden. Als u de tijd hebt kunt u volgens mij de hele zomervakantie vullen met het lezen van haar verhalen. Hartelijke groet, Francine Hendriks
Leidse student - Cato voor de senaat en dr Witteman. Onder Krashen vond ik de volgende informatie die zowel betrekking heeft op de klassieke talen als op het voorliggende artikel. Tot in de 18e eeuw was het Latijn vrijwel de enige vreemde taal die op Europese scholen werd onderwezen. Het Latijn was in de 18e en 19e eeuw voor de gewone man alleen in de katholieke kerk te horen. De taal was een taal voor wetenschappers geworden. Die idealiseerden het Latijn, als zou de grammatica van die taal superieur zijn aan de grammatica's van de moderne talen. Het doel van de Latijnse lessen was grondige kennis van vooral morfologische en syntactische regels, en daarnaast van de Latijnse woordenschat. De studenten lazen een voor een de beschrijvingen van een groot aantal van die morfologische en syntactische regels, of de docent legde die regels uit. Bij elke regel maakten ze op papier oefeningen. Verder leerden ze rijtjes woorden uit hun hoofd en lazen ze klassieke teksten. Aandacht voor de mondelinge vaardigheden 'verstaan' en 'spreken' was er nauwelijks. En....is mijn ervaring als gymnasiast zijn die er nog niet. Toen er in het Europa van de 18e eeuw langzamerhand belangstelling ontstond voor kennis van de moderne vreemde talen, begonnen scholen deze ook te onderwijzen. Zulke vragen als wij hierboven over doel en vorm van talenonderwijs hebben gesteld, vrijwel dode taal Latijn. Deze manier van lesgeven, die ook vandaag de dag nog erg veel wordt toegepast, noemen we de grammatica-vertaalmethode. Aldus Krashen.
Cato voor de Romeinse Senaat - Als docent Latijn en Grieks reken ik er op dat u ook een artikel wijdt aan de Klassieke Talen. Mijn collegae doen niet mee, sed cedo nulli.
dr. henk witteman - Francine Hendriks. Wat een leuk idee! Ik heb het onmiddellijk doorgegeven aan mijn collega's Schraag en Torreman. Je hoort er meer van.
Suzanne - Henk, even terzijde, wat een leuke filmpjes weet je steeds weer te vinden bij de artikelen!
dr. henk witteman - FRancine. Op een eerdere opmerking van je naar aanleiding van je ervaringen met Nieuwe Buren het bekend NT2 programma van Malmberg, heeft Joop van de Put gereageerd. Zijn opmerkingen zijn ook van belang voor deze tussenstand, dus geef ik ze hierbij weer: Dag Henk, Sorry dat mijn reactie zo lang op zich heeft laten wachten. Ik ben de laatste tijd namelijk niet meer zo actief op het terrein van de tweede taalverwerving en Nieuwe Buren. De vraag was of dmv Nieuwe Buren en blended learning het spontaan aanleren van juiste grammaticale constructies bevorderd kan worden. Het leuke van NB is en was dat je dor middel van de real life soapfimpjes de werkelijkheid in de klas haalde. Het uitgangspunt bij NB was altijd dat je grammaticale constructies zo veel mogelijk insleet door het oefenen van de taalhandelingen zoals die in de filmpjes voorkwamen. In de multmedia deden we dat met de A en B oefeningen van Neuner. Vervolgens werden ze echt productief gemaakt in de spreeklessen mbv de taken en oefeningen in het werkboek. (Neuner C en D). Grammatica had wel aandacht maar werd altijd zo veel mogelijk verbonden met de realisatie van die taalhandelingen. Communicatieve grammatica, om maar een term uit 'Over de drempel' te nemen. Ik denk zelf dat dat ook het beste is. Mensen met een goed taalinzicht kunen grammatica gebruiken om tot een beter inzicht en begrip van een taal te komen. Veel leerders van een tweede (maar ook vreemde) taalverwerving hebben dat overzicht niet, voor hen is het leren van zo'n taal, het leren van taalhandelingen en veel, heel veel woordenschat. Met het toenemen daarvan en de juiste verbinding aan eenvoudige grammaticaregels help je hen steeds meer structuur te geven aan dat uitgroeiende communicatieve repertoire. Terugkomend op de vraag: ik denk inderdaad dat een goed gebruik (lees goede begeleiding in het gebruik van) van Nieuwe Buren het spontane aanleren van juiste grammaticale constructies bevordert. Groet, Joop
Arjen Verhaak - Prachtig. Ik verheug me op het vervolg. Meneer Witteman en allen die met ons zijn meegereisd op weg naar het doel wens ik een prettige vakantie. Tot in september 2009. Groet, Arjen.
Francine Hendriks - Het belangrijkste vergeet ik Henk......het antwoord op je vraag. Ik kan me prima vinden in deze tussenstand!
Francine Hendriks - Hallo Henk, Ik wil graag reageren op de tussenstand. Als eerste wil ik je bedanken voor dit initiatief. Je hebt me daarmee veel (terug)gegeven. Ik heb genoten van het delen van kennis en ervaringen met jou en anderen uit het werkveld van (talen)onderwijs. Ik stel voor dat we voor de volgende ronde na de zomer serieus bekijken of het lucratief voor mij en anderen is om op basis van het “NT2 Multimediaprogramma Nieuwe Buren” van uitgeverij Malmberg een poging doen om het sociale stijlen programma op een leuke manier handen en voeten te geven. Nieuwe Buren bestaat uit 40 afleveringen die allemaal beginnen met een kort filmpje. De totale methode is gebaseerd op een soap die naar mijn idee geschikt kan zijn om te kijken naar de interactie tussen de verschillende hoofdrolspelers. Zelf denk ik dat de eerste tien afleveringen dan een meerwaarde zouden kunnen hebben om inburgeringtrajecten voor het portfolio ondernemerschap vorm te geven. Het is een idee wat volgens mij de moeite waard is om te onderzoeken. De eerste stap zou kunnen zijn de eerste 4 filmpjes laten bekijken door de een expert op het gebied van sociale stijlen en bekijken of daar toekomst in zit voor sociale innovatie in het algemeen en in het bijzonder natuurlijk voor het taalonderwijs in Nederland. Henk ik wens je een welverdiende mooie zomer samen met iedereen die je dierbaar is. Het A4tje van prof. F. Kuiken uit ‘De Les van Juni 2009’ krijg je na de zomer van me ok ;-) Vanuit een zonnige kop van Overijssel, Vrolijke groet Francine Hendriks