Home Artikelen

VTV-reeks (5): Taalverwerving en de flipperkast

dinsdag 26 mei 2009, 14:43

Waarom dit filmpje van een flipperkast? In een artikel van Gerard Westhoff, emeritus hoogleraar didactiek van de moderne vreemde talen, kwam ik de metafoor van de flipperkast tegen. In een flipperkast probeert de speler de bal zo lang mogelijk in het spel te houden om ze veel mogelijk contacten te maken en daarmee punten te scoren. De speler is de leerling, de flipperkast is de leeromgeving. Het aantal contacten bepaalt het resultaat. Hoe meer contacten hoe hoger de score. Dat geldt ook voor het leren van een vreemde taal. Hoe vaker de leerling contact maakte met de vreemde taal (doeltaal) hoe beter het resultaat zal zijn.

In het eerste artikel van deze reeks hebben we gekeken naar de oorsprong van taal. In het tweede artikel kwam voor de eerste keer de plaats van de grammatica aan de orde, Hier is door een aantal lezers op gereageerd. In het derde artikel citeerden we Nobelprijswinnaar Niel Jensen. Deze opperde in 1985 de mogelijkheid dat taal een biologische basis heeft. We zijn daarom in het derde  artikel gaan kijken naar de fasen van verwerving van taal bij kinderen, gevolgd door de neurobiologische basis van taal in het vierde artikel.

In dit vijfde artikel gaan we nader in op de neurobiologische kant van taalverwerving.
Kijk eens naar het schema hier rechts, ontleend aan het lezenswaardig boekje van dr. Eveline Crone, Het Puberende Brein (2008).

De pieken in toename en afname van grijze stof vinden plaats voor de pubertijd, al kunnen de processen van celaanmaak en migratie volgens Crone soms wel doorgaan tot het vijfentwintigste jaar. De stijgende lijnen geven aan dat er overproductie is van grijze cellen. De pieken vallen ongeveer samen met een  “kritische periode”. Zo is er een piek in de sensorische cortex vlak na de geboorte. Kinderen zijn dan erg gevoelig voor het onderscheiden van klanken. Na 6 maanden begint de afname van de grijze stof in deze cortex en verliezen kinderen langzaam dit vermogen. Dit geldt ook voor de temporale cortex.  De kritische periode speelt zich af tot het 6e jaar. Er is dan zoveel grijze stof dat het leren van een taal en zelfs een tweede en een derde taal vanzelf gaat. Daarna neemt dit exceptionele vermogen langzaam af omdat het teveel aan niet-gebruikte grijze cellen wordt “gesnoeid” en aan het begin van de pubertijd verdwenen is.

Myelinisatie is het proces waardoor witte stof wordt gevormd. Myeline is een vettige witte substantie die de snelheid van de neurale netwerken verhoogt van 2 m per seconde tot wel 50 meter per seconde. Het wordt vaak gebruikt als een index van de rijping van de hersenen. Zo kan het zijn dat een kind van 12 jaar nog weinig witte stof heeft (en op school dus niet goed mee kan) en bij 14 jaar zijn leeftijdgenoten heeft ingehaald. We spreken dan van een laatbloeier! Tot zover ons neurobiologische uitstapje.

1  Waarom is de toename en afname van grijze stof ervaringsafhankelijk?
Graag uw reactie.

2  Wat pleit voor of tegen het leerstofjaarklassen systeem?
Graag uw reactie.

3  Wat pleit voor het consequent gebruik van de doeltaal en wat tegen?
Graag uw reactie.

Meer over het brein komt aan de orde in een volgende reeks artikelen op onderwijsvanmorgen.nl.

Henk Witteman  

Henk Witteman (stuur een e-mail) Stuur dit artikel door | 14975 keer gelezen

img img img img

Geef uw reactie REACTIES (27 totaal) Alle reacties...

Francine Hendriks - Nog net geknipt uit de krant voordat hij met de aardappelschillen in het asvat verdwijnt: Kamagurka in stereo: Kubistische striphelden 2 - Fred Flinstone en Mickey Mouse NRC Handelsblad Achterpagina. Per 1 september ga ik op 'prikkeldieet' ik heb een abonnement op NRC-next genomen als Lowlands aanbieding en lees geen Spits of Metro meer in de trein. Wat dit alles met taalleren en een Tentatief Didaktisch Model te maken heeft? Het is goed dat de scholen weer gaan beginnen, ik blijf gewoon knippen!

Francine Hendriks - Het kleine uur is inmiddels al weer een paar dagen! Ik heb via Twitter in kort bestek mijn reactie gegeven aan Striptekenaar. Hier kan ik gelukkig meer woorden gebruiken voor een kleine toelichting. Enkele jaren geleden toen ik nog actief was als docent Nederlands als tweede taal realiseerde ik me hoe fijn het is dat ik redelijk figuratief kan tekenen. Als we als klas er met woorden niet uit kwamen, begon ik te tekenen op het krijtbord. Met een beetje geluk was er meestal wel iemand die zag wat ik in beeld wou brengen en begon met vertellen. Regelmatig was er een ander die vond dat het veel beter kon. Met plezier gaf ik dan mijn krijtje uit handen.......zo ontstonden de leukste groepsprocessen! Mijn reactie op Twitter voor Striptekenaar: @striptekenaar Aha-erlebnis ;-) bit.ly/QpTjf . Iedere goede docent moet figuratief kunnen tekenen tegenwoordig.

Francine Hendriks - Een klein uur geleden kreeg ik een reactie van striptekenaar op Twitter. Ik had helemaal geen reactie verwacht en ben verrast. De reactie plaats ik hier als extra info i.v.m. taalleren en strips ;-), Striptekenaar twitterde: striptekenaar@integratiecoach Interessant! Trouwens: De eerste Amerikaanse strips waren bedoeld om immigranten taalvaardig te maken. Maar dat terzijde.

Francine Hendriks - De vraag hoe het ook al weer zit/zat met het lezen van strips en taalleren borrelde in me op terwijl ik met de schaar boven de krant zat in het weekend. Toen ik op de basisschool zat werd het afgeraden want het was slecht voor de ontwikkeling, maar waarom? We hadden namelijk wel de Okki, de Taptoe en Donald Duck in huis. Op Twitter vond ik vanochtend onderstaande tweet van de Striptekenaar. De vakantie's lopen af en dat is te merken. Afgelopen week weer nieuwe leuke projecten op ons pad gekomen. Tendens: strips voor websites twitter.com/striptekenaar

Francine Hendriks - Fijn om te lezen en te weten Henk ;-)....ik doe het even wat rustig aan i.v.m. zomergriepje. Ga gewoon rustig aan het knippen en plakken en zie wel wat ervan komt. Wat in het vat zit verzuurt niet toch?

Henk Witteman - Francine Hendriks. De lezers en auteurs van onderwijsvanmorgen kijken reikhalzend naar je uit!!

Francine Hendriks - Het einde van de zomervakantie komt steeds meer in zicht. Een enkeling is misschien alweer met werken begonnen. Ik hou het niet meer zo bij, een begin of eind van de zomervakantie. Gek gevoel dat ik ineens bij het lezen van de krant weer allerlei ‘knipselkriebels’ krijg en wil gaan verzamelen. Voor wie of wat eigenlijk? Kennelijk is het er zo maar ingeslopen in de periode dat ik nog les gaf als lerares educatie ;-). De zin: ‘Ik heb The Hives vol op staan en doe net alsof ik een levende flipperkast ben’, uit de column van Nazmiye Oral uit de Volkskrant van deze ochtend maandag 10 augustus, triggerde mij dusdanig dat ik gewoon weer ben gaan knippen uit de krant van vandaag! Begint mijn ervaring met Andersom Inburgeren in Turkije met Ellis Delken en Emmeke Boot nu al zijn vruchten af te werpen?

Suzanne - Heel erg bedankt Henk, voor het uitgebreide antwoord. Ik vind het altijd interessant om meer over dit soort dingen te leren! Als we jongerentaal inderdaad meer zien als spelen met taal, dan zou je eigenlijk kunnen stellen dat jongerentaal niet perse een verarming van het Nederlands is

dr. Henk Witteman - Suzanne. Ik wil de vraag van Suzanne graag met enig zorg beantwoorden. Het maakt op de eerste plaats verschil wanneer men kennis maakt met straattaal. Stel dat een kind van nog geen 6 jaar bijna uitsluitend wordt geconfronteerd met straattaal, dan is dit erg nadelig voor zijn cognitieve ontwikkeling. Straattaal is namelijk geen volgroeide taal en beschikt over een beperkt aantal woorden. Omdat de meeste mensen via het verbale pad conceptualiseren, zal de cognitieve ontwikkeling van het kind erg moeizaam verlopen. Vergelijk dat met een Marokkaans kind dat tot haar vierde uitsluitend Marokkaans heeft gesproken. Gaat ze dan naar school en komt ze in een Nederlandstalige omgeving terecht dan stopt haar taalkundige ontwikkeling (van het Marokkaans). Hierdoor zal haar cognitieve ontwikkeling ook tot staan worden gebracht en zeker 2 jaar achterblijven als dit in bijvoorbeeld haar thuisomgeving niet wordt opgevangen. Haar natuurlijke taalontwikkeling en daardoor ook haar cognitieve ontwikkeling lopen aanzienlijke vertraging op. Hier is voldoende evidentie van. Het buitengewoon spijtige hierbij is, dat deze achterstand nauwelijks nog goed te maken is in haar latere leven. Ze heeft de achterstand namelijk opgelopen tijdens een zogenaamde kritische periode. Heel anders ligt dit met straattaal bij jongeren. Straattaal blijkt vooral te worden gebruikt door taalvaardige jongeren die het leuk vinden te spelen met taal. Vaak zijn deze jongeren ook middelbaar of hoger opgeleid. Hun moedertaal zal er niet onder lijden. Wat SMS taal betreft heb ik wel enkele bedenkingen. Met name beelddenkers of jongeren met een holistische leerstijl zullen de woordbeelden gemakkelijk en automatisch opnemen. De informele spelling wordt dan ingeprent. Dit zal volgens mij leiden tot veel spelfouten. Ik heb hier overigens geen onderzoek naar gedaan. Ik houd dus een slag om de arm.

dr. Henk Witteman - Suzanne. De vraag die jij me stelt zal toch mijn "grijze" stof in werking stellen. Om misverstanden te voorkomen zal ik een onderscheid moeten maken tussen bijvoorbeeld taalgebruik bij kinderen in een omgeving waar een dialect wordt gesproken en het gebruik van informele schriftelijke en mondelinge taalvormen zoals we die zien en horen in bijvoorbeeld jongerenculturen, sms-en en dergelijke. Geef me enkele dagen, dan zal ik uitgebreid reageren. Onderwijsvanmorgen is een passie voor me, maar ik heb ook nog wat anders te doen!

Suzanne - Henk, even niet over grijze stof, maar wel een leuk idee waarvan ik me afvraag hoe jij er tegenover staat: Op www.onderwijsethiek.nl/?p=700 staat een mooi artikel waarin verschillende soorten Nederlands worden onderscheiden, van standaard Nederlands tot informele (jongeren)taal ("kfoelme ondertusse bes gelukkeh") en SMS taal ("w8 ff"). Het leuke vind ik dat in het stuk wordt gesteld dat het gebruik van die laatste, door het onderwijs toch een stuk minder geaccepteerde talen, helemaal niet zo slecht hoeven te zijn voor de algemene taalbeheersing. Hoe zie jij dit?

Francine Hendriks - Leuk de verschillende opvattingen van Rosa en Laurens Jan. Net zoals jij Laurens Jan leer ik een vreemde taal in de eerste gemakkelijk in de praktijk door het gewoon te doen. Luisteren, kijken, napraten, meepraten. Vrienden en in mijn geval vooral leuke vriendjes waar ik een beetje verliefd op was versnelde het leerproces. Zeker toen ik jong was. ‘TPR avant la lettre’ denk ik nu. Wat achteraf een nadeel was? Het feit dat ik ook als vanzelfsprekend dialecten overneem. Na een vakantie bij een Franse familie in een klein dorp in de Elzas, eind jaren zestig van de vorige eeuw, sprak ik daar prima Frans. Terugkomend op de H.A.V.O. kon mijn leraar Frans er echter geen touw aan vast knopen…… ;-(

dr. Henk Witteman - Rosa en Laurens-Jan. Dat was een leuke verrassing, een moeder en een zoon die het niet met elkaar eens zijn. In het volgende artikel gaan we zien waarom er verschillende opvattingen zijn over de rol van grammatica. De verschillen vinden voor een belangrijk deel hun oorzaak in de verschillen in cognitieve stijlen of leerstijlen. Wie alvast wat wil weten over leerstijlen kan de volgende artikelen alvast gaan lezen op deze site: www.onderwijsvanmorgen.nl/denken-of-doen-leerstijlen en www.onderwijsvanmorgen.nl/denk-en-of-doen-links-of-rechts Het lezen van deze artikelen is een goede voorbereiding voor het artikel dan over enkele omstreeks 10 juni wordt geplaatst.

Laurens-Jan - Ik las wat Rosa geschreven heeft op jullie site. Rosa is mijn moeder. Ik heb net havo eindexamen gedaan.Ik vond de talen best wel moeilijk. Geef mij maar exacte vakken. Mijn ervaring? Grammatica daar heb je niks aan. Hoe meer je nadenkt, hoe meer fouten je maakt. Je moet gewoon veel praten. Vorig jaar heb ik druiven geplukt in Frankrijk. Daar leer je vanzelf Frans, want er waren ook leuke meisjes. Dus niet denken, maar doen. Heel anders dan in de exacte vakken. Papagaaien kennen toch ook geen grammatica of wel soms?

Rosa - Ik volg al enige tijd de discussie over taaldidactiek. In het eerste artikel werd Prof. Hulshof geciteerd met het schema van foutentolerantie ten opzichte van het onderwijs in de grammatica. In de loop van de discussie krijg ik steeds meer de indruk dat lezers het belang van grammatica naar een lager nveau willen brengen. Ik vind dat eigenlijk wel vreemd. Kennis van grammatica geeft mij meer inzicht in de structuur van een taal en helpt mij een taal vlotter te leren. Of geldt dat alleen voor mij?

drs. Jan Delissen - Als oud-docent volg ik deze discussie met belangstelling. Onlangs las ik het boekje van Eveline Crone over de egostadia. Dit klopt helemaal met wat Dr. Witteman naar voren brengt. De egostadia lopen parallel met de groei van de hersenen van het kind. Dat wisten we vroeger niet. Is het niet schandalig dat onze overheid maar doorgaat met het leerstofjaarklassensysteem? Ik zie hoe mijn kleindochter hiervan de dupe is. Ga zo door Malmberg. Maak onze docenten en onze overheid wakker. Prima website!!!

dr. Henk Witteman - Corinne. Volgens Michel S. Gazzaniga (1985) in The social Brain, is myeline een stof die zich als een beschermhuls om elk van de zenuwcellen heen vouwt. Hierdoor wordt de microsructuur van de zenuwcel veranderd en wordt deze in staat gesteld elektrische impulsen doelmatiger door te geven. Zonder die huls is de zenuwcel nogal traag. Myelinisatie bevordert de cognitieve activiteit in de hersenschors. Deze stof is onontbeerlijk voor een doelmatig functioneren van de schors. Myeline ontwikkelt zich echter langzaam. Sommige delen ontvangen hun uiteindelijke hoeveelheid pas na het twintigste levensjaar. Dit betekent ook dat bepaalde hersenfuncties (zoals zelfregulatie) zich pas later in de schoolleeftijd ontwikkelen (na het 16e jaar). Het leerstofjaarklassensysteem doet daarom een groot deel van de leerlingen tekort. Stel dat bij 20% van de leerlingen het myelinisatie proces vertraagd verloopt en dat hedt bij 20% versneld verloopt, dan doen we 40% van onze schooljeugd te kort. Dit komt aardig overeen met statistische uitkomsten van drop-outs.

dr. Henk Witteman - Selma. Het is inderdaad een spannede discussie, die naar ik hoop een aantal handvatten zal opleveren. Wat het gebruik van de doeltaal - modertaal betreft is de bijdrage van de student uit Leuven interessant. Hij zegt dat we beter de moedertaal kunnen gebruiken als we conceptualliseren. Hoe hoger het niveau van abstractie, des te hoger zijn de eisen die we moeten stellen aan de voertaal. Soms zal het niveau van de vreemde taal te laag zijn en conceptualisatie in de weg staan. Dan, zegt onze Leuvense vriend kunnen we beter de moodertaal gebruiken.

Selma - Ik vind het nog steeds heel spannend allemaal, en ik hoop op een paar goede handvaten aan het eind van de rit. Ik beperk me tot de derde vraag. Ik kan niets bedenken dat pleit tegen gebruik van de doeltaal, als de docent er maar voor zorgt dat leerlingen hun vragen mogen stellen in het Nederlands. Het gaat grotendeels om de blootstelling. Een onzekere en niet-taalvaardige leerling dwingen om de doeltaal te spreken kan zeer averechts werken is mijn ervaring.

Corinne - Arjen: ik woonde woensdag een lezing bij van Sir Ken Robinson op de onderwijsconferentie 'Innovatie maakt school' in Antwerpen. Robinson sprak zich ook uit tégen de jaargroepen en vóór ontwikkelingsgroepen. Hoe langer je erover nadenkt, hoe logischer het is, en hoe jammerder voor onze leerlingen dat het hier niet mogelijk is. Weet iemand een land of onderwijssoort waar wel naar ontwikkelingsniveau wordt ingedeeld?

dr. Henk Witteman - Arjen Verhaak, Leidse student en student uit Leuven. Jullie hebben er goed over nagedacht. Jullie bijdragen zijn belangrijk, omdat ze zeker mee zullen worden genomen in ons tentatieve model voor de didactiek van het onderwijs in de Vreemde Talen. Jullie zeggen alle drie dat je als docent moet intunen op de mogelijkheden van je leerlingen. Het volgende artikel wordt wat lichtvoetiger maar niet minder belangrijk. Het gaat dan over individuele leerstijlen in relatie tot taalverwerving. Ik reken op jullie bijdragen.

Arjen Verhaak - Student uit Leuven. Ik ben het met je eens. Ik denk dat je daarmee reageerde op de derde vraag. Het antwoord op de derde vraag lees ik in het schema van grijze en witte cellen. Het leerstofjaarklassensysteem gaat uit van een homogene groei van alle kinderen. We weten allemaal dat niets minder waar is. Het systeem is de oorzaak van de vele slachtoffers in ons onderwijs. Waar blijft de politiek?

Student uit Leuven - Voor de conceptualisering van abstracte begrippen is de vreemde taal volgens mij een hinderpaal. De abstrahering vangt dan aan vanuit een te laag taalkundig kader. De moedertaal kan dan beter worden gehanteerd, omdat dan kan worden aangevangen vanuit een veel hoger taalkundig kader. Om een hoger taalkundig kader in een vreemde taal te bereiken ligt natuurlijk de veelvuldige toepassing van de doeltaal in de actuele werkelijkheid voor de hand. De "flipperkast" van Professor Westhoff vind ik een mooie metafoor.

Arjen Verhaak - Hert blijft een rare flipperkast. Advies: even flink schudden en plotseling werkt-ie weer. Verder vind ik het een mooie metafoor van Prof. Westhoff. In feite adviseert hij een leeromgeving in te richten waarin veel willekeurige (dus niet voorgestructureerde) taalcontacten worden gelegd. Dit moet leiden tot een hoge puntenscore, lees: taalvaardigheid. Hoe meer je flippert, hoe vaardiger je wordt. Ik denk dat ik van mijn leslokaal een flipperlokaal ga maken.

dr. Henk Witteman - Franciene, het antwoord op je vraag over Malmbergs bekende methode "nieuwe buren" vind je hier voor alle zekerheid nogmaals: Wil ik best doen maar dan moet ik wel de vraag weten. Als de vraag is of de multimediale methode Nieuwe Buren bekend is dan is het antwoord natuurlijk 'ja'. Nieuwe Buren is nog steeds in de markt en wordt nog steeds gebruikt. Francine is iemand van de eerste lichting gebruikers. De veranderende rol van docent naar coach was en is bij Nieuwe Buren erg belangrijk. Francine heeft daar een behoorlijke rol in gespeeld. Voor meer vragen houd ik me aanbevolen

Leidse student - Reactie op eerste vraag. Ik heb er wel even over na moeten denken. Maar het is eigenlijk logisch. De toename of afname van grijze stof hangt af van de intensiteit van het beroep dat op een bepaald deel van de cortex wordt gedaan. Katjes die geblinddoekt worden vlak na hun geboorte en dus geen daglicht zien, zullen het vermogen tot zien verliezen omdat de grijze stof in de visuele cortex afsterft. Zo kunnen kinderen ook hun taalvemogen verliezen als ze voor hun zesde jaar niet met taal in aanraking komen.

Arjen Verhaak - De flipperkast doet wat vreemd. Hij zegt dat hij het niet doet en doet het toch.

REAGEER

vtv 5

Widget Title

LAATSTE 3 REACTIES

Kolja Laane - In de jaren dat ik mijn basisschool genoot stond er onder de cijfers van de... 
Lees verder  arrow

Michiel Fleerkate - En mijn excuses voor de enorme spelvoud, cijfers geven aan spelling heeft me niets geleerd... 
Lees verder  arrow

Michiel Fleerkate - Hieronder wordt inderdaad de ontwikkeling beschreven van toetsen naar assessment, alleen de vraag is of... 
Lees verder  arrow

Widget Title

MEEST GELEZEN ARTIKELEN
Expeditiemodel 1 C - tussentijdse evaluatie
Het was de laatste week van 2011. Ik moet u zeggen dat ik al een week aan het worstelen was met di
Lees verder arrow
Social media waarschuwing voor leraren
Soms streven docenten naar een te vriendschappelijke verstandhouding met hun leerlingen. Via social
Lees verder arrow
Hoe toets je 21e eeuwse vaardigheden?
Toetsuitslagen. Ze zeggen iets over hoe je ervoor staat. Handig. Van alle leerlingen samen zeggen ze
Lees verder arrow

Widget Title

STEM MEE Bekijk resultaat img
Heeft uw school een protocol waarin omschreven staat hoe problemen rond lesuitval opgelost moeten worden?
Ja.
Nee, wel behoefte aan.
Nee, is ook niet nodig.
Weet ik niet.
Heeft uw school een protocol waarin omschreven staat hoe problemen rond lesuitval opgelost moeten worden?
Ja.
 
47%
Nee, wel behoefte aan.
 
21%
Nee, is ook niet nodig.
 
8%
Weet ik niet.
 
21%

Widget Title

VIDEO VAN DE WEEK

Kinderen in de leeftijd van 4-8 jaar worden geconfronteerd met mediadragers uit de jaren '70 '80 en '90. Dit levert verrassende reacties op! Een ding is zeker, technologieën gaan snel, maar zelfs voor 'Digital Natives' lijkt het eeuwen geleden.