Een pasgeboren kind maakt wel geluid, maar kan nog niet praten. De weg die het daarvoor heeft te gaan, is waarschijnlijk genetisch bepaald. Al in 1985 vermoedde de immunoloog en Nobelprijswinnaar Niels Jerne dat taal een biologische basis heeft:
It seems a miracle that young children easily learn the language of any environment into which they are born. The generative approach to grammar, pioneered by Chomsky, argues that this is only explicable if certain deep universal features of the competence are innate characteristic of the human brain. Biologically speaking, this hypothesis of an inheritable capability to learn any language means that it must somehow be encoded in the DNA of our chromosomes. Should this hypothesis some day be verified, then linguistics would become a branch of biology.
Noam Chomsky en zijn Universele Grammatica komen in een volgend artikel nog uitgebreid aan de orde. We weten uit ervaring dat kinderen die in hun jonge jaren met taal worden geconfronteerd vanzelf leren praten. Een taal vanzelf verwerven is meestal een eenmalige zaak voorbehouden aan kinderen. U ziet dat ik hier het woord “verwerven” gebruik” en niet “leren”. Leren zie ik als een doelgericht proces, waarvoor inspanning moet worden geleverd. Kinderen die van jongsaf in een meertalige omgeving opgroeien kunnen wel een tweede of misschien zelfs een derde taal “verwerven”. Toch zal ik het woord “leren” ook vaak gebruiken wanneer het gaat om aspecten van de moedertaal, omdat dit woord in de dagelijkse praktijk meestal gebezigd wordt.
Taal is een communicatiemiddel dat bepaalde linguïstische regels volgt. Laten we het proces van taalverwerving en taalverwerking eens op de voet volgen.
Volgens W.H. Calvin & D. Bickerton (2000) onderscheiden we in de moedertaalverwerving de volgende fasen:
1 Kunnen we uit de volgorde van deze fasen voorlopige conclusies trekken die wij kunnen gebruiken in het vreemdetalenonderwijs? Graag uw reactie.
Het leren van taal begint dus al heel vroeg. Wie naar het YouTube-filmpje heeft gekeken, heeft kunnen constateren dat kinderen op zeer jonge leeftijd in staat zijn alle klanken te onderscheiden die tot welke menselijke taal dan ook behoren. Dit vermogen om klanken te herkennen, verdwijnt echter snel. Daarom leren Japanse kinderen dus niet onderscheid te maken tussen de -r- klank en de -l- klank. Overigens maakten de onderzoekers in dit filmpje heel slim gebruik van klassieke conditionering. Het vermogen om klanken te herkennen en te reproduceren verdwijnt gelukkig niet helemaal. We zouden anders geen vreemde taal meer kunnen leren.
2 Hoe brengen we een zo goed mogelijke uitspraak van de vreemde talen aan bij onze leerlingen? Graag uw reactie.
(Wordt vervolgd)
Michele - I am not so fluent in Dutch, so forgive me writing in English. Last week I came across an article by Suzanne L. Medina, a professor of Graduate Education from California State University. She wrote: "Music is frequently used by teachers to help second language learners acquire a second language. This is not surprising since the literature abounds with the positive statements regarding the efficacy of music as a vehicle for first and second language acquisition. It has been reported to help second language learners acquire vocabulary and grammar, improve spelling and develop the linguistic skills of reading, writing, speaking and listening (Jalongo and Bromley, 1984, McCarthey, 1985; Martin, 1983, Mitchell, 1983, Jolly, 1975). According to educators of second language learners, music is advantageous for still other reasons. First, for most students, singing songs and listening to music are enjoyable experiences. The experience is so pleasurable that it is not uncommon for students to “pester” their teacher so that they can sing again and again. Also, as students repeatedly sing songs, their confidence level rises. Furthermore, by engaging in a pleasurable experience, learners are relaxed and their inhibitions about acquiring a second language are lessened. Yet, while they are more relaxed, they are also more attentive than usual, and therefore, more receptive to learning. Through songs, students are exposed to “authentic” examples of the second language. Furthermore, target vocabulary, grammar, routines and patterns are modeled in context. These are but a few of the benefits associated with music use in the second language classroom". So you seem to be on the right track.
dr. Henk Witteman - Selma en Suzanne, maar ook Cato en Neerlandicus incognito. Ik was erg blij toen ik de reactie van Suzanne zag op het advies van Selma om muziek bij enkele aspecten van taalverwerving te betrekken. Om meer dan één reden. De reactie van Suzanne verwees naar het onderwijs in de Latijnse taal. Dit wil ik gemakshalve opvatten als de eerste handreiking naar de classici op onze scholen. Ik raad alle leraren Latijn aan een bezoek te brengen aan: www.edutopia.org/teaching-latin-music . De tweede reden waarom ik blij was met jullie bijdrage is te vinden in het 4e artikel in deze reeks. Hier zijn enkele vragen gesteld vanuit HAVOPLUS, een organisatie die de belangen behartigt van leerlingen met ADHD/Autisme. Omdat dit (3e)artikel binnenkort van de voorpagina van deze site verdwijnt, zal ik de discussie rond het gebruik van muziek bij vreemdetaalverwerving aldaar voortzetten.
Suzanne - Door Selma's opmerking over zangles moest ik denken aan een project in Italie waarmee Siciliaanse leerlingen via muziek op een speelse manier aan de gang gingen met Latijn. Ook interessante stof voor degenen in deze discussie die geïnteresseerd zijn in de verwerving van klassieke talen: www.edutopia.org/teaching-latin-music
dr. Henk Witteman - Selma, dat idee van die zangles is zo gek nog niet. Vaneechoutte, M en Skoyles, J.R. (1998) postuleren in hun artikel "the memetic origin of language: modern humans as musical primates"in the Jorunal of Memetics,2, 84 - 117 een "music acquisition device" die uitgegroeid zou zijn naar de bekende "language acquisition device". Er zijn bijvoorbeeld ook theorieën die de prosodie (klankleer)aanwijzen als de basis van syntaxis.
Selma - Ik kom nog even terug op de uitspraak. Sommige collega's (mbo) vinden die niet zo belangrijk maar ik denk dat je een taal beter verstaat als je begrijpt hoe de uitspraak in elkaar zit. Ik weet van zangles dat je je bewust moet worden van waar een klank in je mond of keel of zelfs borst zit. Ik vraag me alleen af of docenten dat wel kunnen uitleggen, ik heb er in ieder geval nooit iets over geleerd tijdens de opleiding. Als leerlingen een taal goed uitspreken geeft dat weer meer zelfvertrouwen.
dr. Henk Witteman - Neerlandicus en Cato. Ik volg deze discussie al enige tijd. Ik heb wel begrip voor de leraren klassieke talen, omdat ze binnen een traditie werken. Het is niet eenvoudig voor een individuele leraar om deze traditie te doorbreken. In een van mijn laatste artikelen zal ik de positie van Latijn en Grieks zijdelings aan de orde stellen.
Neerlandicus incognito - Cato. Ik heb zo'n idee dat je een schuilnaam aanneemt, omdat je je ergert aan onze collega's klassieke talen. Dat doe ik namelijk ook. Latijn en Grieks zijn bij mij op school vakken die met een bijna mystieke sfeer zijn omgeven. Het zijn namelijk moeilijke vakken. Vakken die dus meetellen. En derhalve ook leraren die meetellen. Toch vermag ik niet in te zien waarom Latijn bijvoorbeeld moeilijker is dan Duits. Natuurlijk is er een fundamentaal verschil tussen Nederlands en Engels aan de ene kant en Latijn aan de andere kant. Nederlands is immers een isolerende taal waar woorden onveranderlijk blijven en de plaats van het woord in de zin de functie bepaalt. In "man bij hond" is "man" onderwerp omdat dit woord de zin opent. Latijn is een fusionerende taal omdat er een intensief gebruik wordt gemaakt van morfologische flexie om de functie in de zin aan te geven. Dat ervaren wij als moeilijk. De talen verschillen dus, maar het zijn gewoon menselijke talen die in principe even gemakkelijk of moeilijk te leren zijn als welke andere taal dan ook. Ergens moet in de loop van het leerproces iets fundamenteels mis gaan. Latijn en Grieks scoren namelijk landelijk veel minder goed dan de overige vreemde talen. Ten slotte zal de wal het schip wel keren en zullen steeds minder leerlingen voor deze vakken kiezen. Zal het gymnasium over 25 jaar nog bestaan, vraag ik me af?Ik zou het verdwijnen van het gymnasium buitengewoon spijtig vinden omdat onze Europese beschaving mede gevestigd is op de fundamenten van de Klassieke Oudheid. DAMES EN HEREN CLASSICI, LET OP UW SAECK.
Cato voor de Romeinse Senaat - Overigens ben ik van mening dat classici hier ook aan het woord moeten komen.
Leidse student - Hendrik Quint en Suzan. Ook op de Universiteit wordt steeds meer gesproken over linker- en rechterhersenhelft en over de biologische kant van het leren. Dat moet iets zijn van de laatste tijd, want mijn moeder die Frans heeft gestudeerd in Leiden had hier nooit iets van gehoord. Zij volgt deze discussie ook en is nieuwsgierig naar het vervolg. Komt dit onderwerp nog aan de orde? Ik vind dit een leuke serie. Goed initiatief van Malmberg.
Hendrik Quint - Reactie op vraag van Henk WittemanMijn kleindochter Anna Lily Quint is op 16 november 2007 in de woonplaats van haar ouders, Liverpool, geboren. Haar Engels sprekende - en het Nederlands nauwelijks beheersende - moeder spreekt en zingt met haar in het Engels. Haar Nederlands -en goed Engels - sprekende vader spreekt en zingt met haar zowel in het Nederlands als in het Engels. Hun doel is de kleine Anna tweetalig op te voeden. Ofschoon haar Engelse Granddaddy graag zo genoemd wil worden noemt zij hem toch Opa, net zoals ze mij noemt. Welke kennis bij Anna hier de echte voorkennis was weet ik niet zeker. Ik was niet direct bij deze ontwikkeling aanwezig en ken slechts het resultaat. Naar de mening van haar vader heeft Anna deze keus gemaakt vanwege de simpelheid van de uitdrukking Opa t.o.v. het veel langere Granddaddy. Kennelijk maakt zij daarbij gebruik van de structuur van de taal in relatie tot het object / subject "grootvader". In haar geheugen is zowel het beeld van "grootvader" als bepaald type aanwezig (rechterhelft) als het bijbehorende taalkundige begrip in beide talen (linkerhelft). Ze kiest in haar praktijk voor de simpelste uitdrukking. Ander voorbeeld: zowel gevraagd What does the dog do? als gevraagd Wat doet de hond? geeft ze direct het geluid "woef woef" (wellicht op zijn Engels geschreven als Woof woof, maar dat kan zij nu nog niet weten). Voorkennis is ook bij de kleine Anna nu al al in vele soorten en maten aanwezig en ze legt moeiteloos verbanden tussen wat ze nu als beheerst als anderhalfjarige jarige! Hier spreekt wellicht niet helemaal objectief een trotse opa!
dr. Henk Witteman - Selma. Je hebt gelijk. Het is niet eenvoudig een regel te geven om een goede utspraak in een tweede taal te verwerven. Een goede uitspraak is het resultaat van een goed gehoor en flexibele spraakorganen. Ja, de doeltaal moet de voertaal zijn. Maar als het voorbeeld, bijvoorbeeld de leraar, een zwaar accent heeft wordt dit accent overgenomen door de leerlingen. Dit geldt zeker als de leraar de enige spreker van de vreemde taal is. Denk eens hoe moeilijk het verschil in uitspraak is tussen de Engelse klinkers in "man" en "many". Geen van beide klinkers bestaat in het Nederlands. Wel iets dat er op lijkt, bijvoorbeeld de -e- in bed. Vooral wanneer je als Nederlandstalige een -e- klank uitspreekt die ergens tussen de beide klanken ligt van "man" en ""many", dan zul je stevig moeten oefenen om tenminste deze twee klanken goed te onderscheiden. Goede voorbeelden dus van native speakers, goed luisteren en goed nabootsen. Ja, Selma het heeft wel iets met toneel te maken.
dr. Henk Witteman - Dayenne, Selma Zijn moeders de beste taaldocenten? Een populaire theorie zegt van wel. Moeders (en vaders) spreken volgens deze theorie in eenvoudige woorden met hun kinderen, spreken op zeer gevarieerde toonhoogten en laten merken dat ze de voortgang van hun kleintjes bewonderen. In de loop van de tijd wordt het niveau van hun taalgebruik aangepast aan het huidige niveau van het kind. Deze taalvariant wordt “motherese” of “mamamaise”genoemd. Bovendien zijn de moeders qua moeilijkheidsgraad hun kinderen altijd een stap voor, zodat zij deze als het ware mee omhoog trekken op de weg van de toenemende taalvaardigheid. Dit fenomeen wordt vaak vergeleken met de zone van naaste ontwikkeling van Vygotski. Deze zone komt onmiddelllijk na de voorkennis. Leren vindt volgens Vygotski plaats in deze zone. M. Tomasello (2003) en C. Yang wijzen er echter op dat “motherese” bijna alleen voorkomt in de middenklasse en hogere klassen van westerse culturen. In veel culturen bestaat dit fenomeen niet. Toch leren kinderen hun moedertaal in die culturen tot op hetzelfde niveau als in onze cultuur. Tot dezelfde conclusie komt S. Pinker (1995). . We zijn er in ieder geval nog niet uit. Is er dan toch sprake van een biologische adaptatie? Bestaat er een “language acquisition device? Bestaat er een Universele Grammatica?
Selma - Over vraag 2 heb ik vandaag nagedacht. Ik kom niet veel verder dan voertaal = doeltaal maar vind dat eigenlijk te weinig. Is er meer lering te trekken uit de manier waarop kinderen moedertaal leren of de manier waarop ouders kinderen helpen hun moedertaal te leren? Ik heb zelf altijd gevonden dat je pas een goed accent krijgt als je je inleeft in een taal, als je een beetje acteert. Je moet de stand van je mond aanpassen, je hele stemgebruik is anders, denk maar een het gekreun van Skandinavisch sprekenden (excuus, het is even een makkelijke aanduiding) en de hete aardappel van keurige Britten. je hebt bijna meer aan toneel- of spraakles bij uitspraak dan aan taalles, het is eigenlijk een vaardigheid apart.
Selma - Ik denk dat ouders intuïtief op een aantal vlakken top-pedagogen zijn. Ze gaan mee met het tempo van het kind, maar zullen steeds een klein, haalbaar niveautje verder gaan. En doeltaal = voertaal natuurlijk, en 'fouten' worden niet bestraft maar beantwoord met het opnieuw aanbieden van het goede woord/de goede constructie. En ze geven geen cijfers (!) maar alleen beloningen, het kind weet dus dat er altijd positief gereageerd zal worden op iedere vordering, er valt dus iets te halen. En de taal is een vehikel en geen doel. enz enz. Maar er valt vast nog wel meer over te zeggen.
Dayenne Angel - Hi Henk, ik reageer vanuit Paramaribo, waar ik docent ben aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren. Henk mijn antwoord op je vraag is: De psychologie zegt dat jonge kinderen leren door nabootsing en een exploratie drang van nature bezitten. Hun voorkennis moet dan zitten in het kunnen en willen nabootsen. En daar volgen de klanken/uitspraken uit. De betekenis van het gesprokenen halen ze uit het gedrag van de spreker.
dr. Henk Witteman - AAN ALLE LEZERS. NOG EEN VRAAG: Waarom zijn moeders (en vaders) zulke goede taaldocenten? Misschien wel de beste? Wat kunnen wij als docenten vreemde talen van hen leren? REAGEER!
dr. Henk Witteman - AAN ALLE LEZERS. Ik wil graag een vraag voorleggen aan de lezers van deze serie over taalverwerving. Uit de onderwijskunde weten we dat mensen VOORKENNIS nodig hebben om iets nieuws te kunnen leren. Boekaerts, M., 2003, schrijft hierover in "Leren en Instructie "(blz. 50-53). Mijn vraag aan u: HOE IS HET DAN MOGELIJK DAT JONGE KINDEREN ZO SNEL EN FEILLOOS EEN TAAL KUNNEN LEREN? Ze hebben toch geen voorkennis, of misschien toch wel? Graag verwacht ik een antwoord.
Christine - Ik wil even reageren op de oproep van de heer Witteman hoe het proces verloopt bij jonge kinderen die tweetalig worden opgevoed. Onze kinderen van nu bijna 7 en 9 zijn vanaf dag 1 tweetalig opgevoed. Mijn man spreekt Engels en ik Nederlands. Daarnaast bieden wij de kinderen ook nog sinds hun 2e levensjaar Frans aan en sinds kort (op eigen verzoek) Italiaans. Het eerste wat onze dochter Yasmin zei (na mama en daddy) was 'All gone!" waarmee ze reageerde op het kiekeboe spelletje. Ze had haar eigen brabbeltaaltje waarmee ze trots 'hele zinnen' maakte en aan het eind van elke zin kwam een 'echt' woord. Speelde ze mij mij, dan zei ze BAL, speelde mijn man met haar, dan zei ze BALL (op z'n Engels dus). Ons zoontje heeft heel lang alleen lala gezegd (dat was zijn woord voor trein, auto, vliegtuig, tractor) en jamin (waarmee hij zijn zusje bedoelde (Yasmin). Mijn man was in de eerste twee levensjaren van ons zoontje veel thuis, maar dit resulteerde niet in een betere verwerving van de Engelse taal dan bij onze dochter (wellicht omdat mijn man niet zo'n prater is). Ik heb toen heel bewust ook veel van het Engels ondersteund, door bijvoorbeeld het voorlezen en ze kijken alleen tv in het Engels (of Frans). Ze begrijpen en begrepen toen ze klein waren het Engels practisch even goed als het Nederlands, alleen de spreekvaardigheid is iets minder (hoewel dat nu flink bijgetrokken is, mede doordat mijn man bewuster is in het spreken met hen en zij nu zelf hardop kunnen lezen in het Engels. Bovendien geven wij Engelse les thuis aan jonge kinderen en dat stimuleert ook. Wat je overigens merkte in de eerste lspreekjaren, was dat ze nogal eens de woordvolgorde van het Engels gebruikten voor het Nederlands en andersom. Dat gebeurt nu niet meer. Wat ik ook merk is dat ze heel ontvankelijk zijn voor het leren van een 3e of 4e taal en dat dat heel goed gaat.
dr. Henk Witteman - Fatima. Het verschijnsel dat je noemt heeft een wetenschappelijke basis en wordt de Sapir-Whorf-hypothese genoemd. Deze hypothese stelt dat het denken van mensen wordt bepaals door de categorieën die hun taal biedt. Een afgezwakte versie (volgens S. Pinker) wordt het linguïstisch determinisme genoemd. Deze theorie stelt dat het denken van mensen wordt bepaald door de verschillen in het denken van de mensen die deze talen spreken. S. Pinker (1995) noemt deze theorie overigens een "conventionele absurditeit" en gaat in zijn boek "Het taalinstinct" hier uitgebreid op in. In een volgend artikel zal ik dit onderwerp aan de orde stellen. Dus even geduld, Fatima! En bedankt voor je bijdrage.
Fatima - Ik heb wel eens gehoord dat de verschillen tussen talen ook zorgen voor verschillen in denken tussen mensen? Is dat waar? Is dat de reden waarom mensen van verschillende culturen elkaar vaak niet begrijpen? Wie kan mij wijzer maken?
van Gastel - Als oud-docent weet ik natuurlijk dat je bij een volledige onderdompeling in de taal het meeste leert. Waarschijnlijk zit expliciete kennis van de grammatica je niet langer in de weg als je om je heen alleen de vreemde taal hoort. Ik las het artikel op jullie site over vloeiend Frans. Ik herken dit heel goed uit mijn eigen tijd als leraar. Veel succes met deze discussie. Ik volg hem met veel plezier.
henk witteman - Student. Natuurijk is deze artikelenreeks vooral bedoeld voor docenten en studenten moderne vreemde talen. Maar het is natuurlijk niet onlogisch als ook docenten Nederlands als tweede taal mee doen aan deze discussie en classici. Een docent Nederlands als tweede taal heben we overigens al bij de respondenten gezien bij het tweede artikel over VTV. Ik ben in ieder geval van plan in een later artikel op de speciale problematiek van Latijn en Grieks in te gaan. Kijk om je heen. Kom je een leraar Latijn tegen, schiet hem of haar dan aan en wijs op de discussie op deze site.
student - Ik zie nog steeds geen leraren klassieke talen aan deze discussie deelnemen. Waarom niet?
dr. Henk Witteman - Ad Trum. De vraag is wanneer wij spreken over vreemdetalenonderwijs. Hoe gaat het met kinderen die vanaf de eerste dag worden geconfronteerd met twee talen? Bijvoorbeeld met een moedertaal en een vadertaal. Dan is er m.i. geen vreemde taal bij! Hoe gaat het met kinderen die de eerste drie, vier jaar met de moedertaal zijn geconfronteerd en pas in het derde of vierde jaar met een andere taal in aanraking komen? Ik denk dat ze deze tweede taal nog perfect kunnen leren omdat ze zich nog in de kritische fase bevinden en zich deze taal nog zonder formele regels eigen kunnen maken.Zijn er onder u ouders die ervaring hebben met een tweetalige opvoeding? Vraag van mijn kant: hoe verloopt de uitspraak van beide talen? Is er verschil? Zo ja, heeft u een mogelijke verklaring?
Ad Trum - Reactie op de eerste vraag: We kunnen in ieder geval de conclusie trekken dat vreemdetalenonderwijs in de eerste drie genoemde fasen geen zin heeft. De eerstetaalverwerving staat los van aangeboden prikkels. Zo is in de derde fase de ontwikkeling van de syntax geen poging tot imitatie van de volwassengrammatica, maar een autonoom proces, niet beïnvloed door “correcties” van volwassenen. Die ontwikkeling moet wel autonoom zijn, want als die af hangt van het gesproken taalaanbod (met altijd haperingen, halve zinnen, herhalingen, fouten enz.) komt er weinig van terecht. Een ander punt is dat de verwerving van vorm en functie niet tegelijkertijd maar in verschillende fasen plaats vindt. Zo zal een kind in de genoemde tweede fase vooral tweewoord-uitingen gebruiken met hele werkwoorden als “Klaasje eten” en “kippen gaan”. Maar het kind lijkt ook de persoonvorm te gebruiken in uitingen als “Klaasje kan” en “mama moet”. Maar dat is slechts de vorm, want het kenmerk “derde persoon enkelvoud” wordt pas in de fasen daarna verworven.
Arjen Verhaak - Antwoord op de twee vragen: Als mensen beginnen met klanken na te doen als ze nog geen zes maanden oud zijn en daarna pas woordjes gaan leren en weer daarna pas zinnen gaan maken, dan lijkt het logisch dat dezelfde volgorde ook goed zou werken op school bij de vreemde talen. Bij mij op school beginnen ze veel te snel met grammatica. En dat vinden veel leerlingen saai. En onze leraren spreken bijna nooit Frans of Duits. Hoe kan je dan een goede uitspraak krijgen?
Suzan - Ik ben erg geïnteresseerd in de biologische kant van taal Wanner horen wij daar meer van? Een tante van mij gelooft in het bijbelverhaal van de toren van Babel, al twijfelt ze wel. Ze is al over de 70, maar ze wil nog graag alles weten. Ik ben erg benieuwd naar wat jullie te vertellen hebben.