Home Artikelen

Volwassen brein 10 - de laatste fase

motivatie | leerstijlen en vakdidactiek | differentiatie | vrijdag 4 november 2011, 11:00

Dit artikel begint met een video-opname van Jeugdzorg Q3. Het geeft in vogelvlucht de acht fasen van Erikson aan die ieder mens in zijn leven moet doorlopen, mits hij de kans krijgt zijn leven te voltooien. Helaas is dat niet altijd het geval. De dood van een jong iemand raakt ons zeer, omdat sterven op jonge leeftijd niet de bedoeling kan zijn geweest van het geboren worden. Eerder hebben we op deze website gepubliceerd over het puberbrein.

 

Deze zijn geïnspireerd door het werk van E. Crone en P.M. Westenberg en beschrijven de psychosociale en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en adolescenten. We hebben ook kennisgenomen van de ontwikkeling van kinderen, adolescenten en volwassenen aan de hand van de theorie van Robert Kegan. Deze ontwikkelingspsycholoog benadert de mens vanuit de ontwikkeling van zijn bewustzijn. Zijn theorie komt vooral in de artikelen over het volwassen brein aan bod. Erik Erikson, waar we ons in dit artikel op richten, was een psycholoog die zich met name bezig hield met de psychoanalyse.

Wie is Erik Erikson?
Erikson behoorde tot de groep postfreudianen die de ego-psychologen worden genoemd. Zij zijn van mening dat het ego zich niet beperkt tot een louter defensieve functie, maar nog een belangrijke functie heeft; het voortdurend integreren van allerlei tegenstellingen die zich kunnen voordoen, zowel binnen de persoon zelf als in diens interactie met de sociale omgeving. Eriksons therapeutische tussenkomsten waren er dan ook voornamelijk op gericht het ego van de cliënt te versterken.

Fysieke vermogens vs. mentale vermogens
Als mensen ouder worden ervaren ze een neergang in hun fysieke en mentale vermogens. Voor de lezers van Onderwijsvanmorgen maak ik dan onderscheid tussen het verouderingsproces van ons lichaam en de processen die zich binnen ons brein afspelen. Wat dit betreft kan ik met name verwijzen naar het artikel over het Drievoudige Brein. De fysieke en mentale processen kunnen niet geheel los van elkaar worden gezien, maar verlopen ook zeker niet synchroon. Zo gaat het brein gemiddeld langer mee dan het lichaam; van een 70-jarige kun je bijvoorbeeld geen topprestaties meer verwachten op fysiek gebied. Met zijn mentale vermogen ligt dat gunstiger; er zijn 70- en 80-jarigen bekend die nog toekomen aan een academisch proefschrift. Nelson Mandela kreeg op 75-jarige leeftijd de Nobelprijs voor de Vrede en bleef tot op 80-jarige leeftijd president van zijn land. Nu, in 2011, leeft hij nog steeds en is hij duidelijk nog een belangrijk mens. Naar zijn wijze raad wordt nog steeds gevraagd. Volgend jaar hoopt hij 100 jaar te worden. Hij worstelt dus niet met zijn geestelijke vermogens, maar wel met zijn lichamelijke.
Er zijn wetenschappers die de duurzaamheid van onze geestelijke vermogens zien als indicatie dat in de toekomst de dood pas zal optreden als onze mentale vermogens het gaan begeven. Leven tot 100/120 jaar ligt dus binnen ons bereik.

De eindigheid van ons leven
Wanneer mensen de zeventig zijn gepasseerd kijken ze nog wel vooruit, maar ze kijken ook steeds meer om. Dat begint al rond de leeftijd van vijftig jaar. Er bestaat niet voor niets een midlifecrisis; rond die leeftijd beginnen we ons bewust te worden van de eindigheid van ons leven. Vrouwen komen in de overgang en mannen...ja, die denken dat bij hen alles gewoon doorgaat. Maar we weten heus wel dat dit niet helemaal waar is. Ik kwam in mijn boekenkast  “De Vergankelijkheid” tegen van Midas Dekkers. En nu citeer ik hem:
“Naarmate een man ouder wordt, wil hij minder en wat hij minder wil, kan hij ook minder. Zo is het althans in de Angelsaksische wereld, getuige het befaamde

Under 25 – Twice daily
25 to  35 -  Tri weekly
35 to 45 -  Try weekly
45 – to 55 – Try weakly
55 and on – Try, try, try”

Het verval is duidelijk. We hebben ons leven echter tot een goed einde gebracht als we aan het eind kunnen concluderen dat we een belangrijk deel van onze levensdoelen hebben gehaald. Ons leven is de moeite waard geweest. Jongeren nemen het stokje over en betrokken docenten zullen nog een levenlang in de herinnering blijven bestaan.

Henk Witteman (stuur een e-mail) Stuur dit artikel door | 3384 keer gelezen

img img img img

Geef uw reactie REACTIES (15 totaal) Alle reacties...

Drs. Jan Delissen - @Frans van Mameren. Hoe belangrijk die eerste jaren en hechting zijn lees je ook bij Erkson: De resultaten van elke fase zijn van invloed op het gedrag (persoonlijkheid)van iemand. Een voorbeeld: Een baby die opgevoed wordt in geborgenheid en veiligheid, ontwikkeld ‘vertrouwen’ in reactie op gewaarwordingen en ervaringen, en in de reactie van de omgeving. Later in het leven zal hij zijn omgeving dan ook met vertrouwen benaderen en beleven.

Frans van Mameren - Hr Witteman. Nooit eerder zo'n interessante bijdrage gelezen over hechting en hechtingsproblemen. Dit geeft wel te denken. Ouders kunnen gemakkelijk schade toebrengen. Dank u, Frans.

Dr. Henk Witteman - @Moira Blankenstein. Je hebt gelijk als je het van belang vindt dat je kinderen zich goed kunnen hechten. Ik denk dat je je daar niet zo ongerust over hoeven te maken. Ik heb nog eens gekeken naar wetenschappelijk onderzoek dat op dit gebied is verricht door John Bowlby: John Bowlby was (1907 – 1990) was een Britse psychiater die een onderzoek deed naar weeskinderem na de Tweede Wereldoorlog. Er waren nogal wat probolemen met deze kinderen en de WHO gaf hem opdracht onderzoek e doen naar het vaak alarmerende gedrag van deze kinderen. Bowlby trok een belangrijke conclusie. Voeding was belangrijk voor hun groei en welzijn, maar moederliefde was vitaal voor hun pcyhologische ontwikkeling. Nu zoveel jaren later weten we dat het niet persé om de moeder gaat. Ook vaders of andere verzorgers kunnen deze rol vervullen. Het sleutelwoord is hechting. Volgens Bowlby bepaalt een sensitieve houding van moeder, vader en/of verzorgers of een veilige hechting tot stand komt. Hoe de hechting tot stand komt is belangrijk, want de wijze waarop heeft een voorspellende waarde voor de emotionele ontwikkeling van een kind op latere leeftijd. Als er niet veilig gehecht is,kan dit leiden tot leerproblemen, laag zelfbeeld, laag gevoel voor eigenwaarde en problemen met het leggen van contacten en het aangaan van relaties. Een veilige gehechtheid in de baby- en kleuterjaren leidt tot een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling in de latere kinderjaren. Als een kind in de eerste vier jaar van zijn leven merkt dat hij in angstige omstandigheden beschermd wordt en getroost door een of meerdere verzorgers, leert het te vertrouwen op anderen. Het weet “Ik mag er zijn”! Deze kennis is belangrijk voor een sociaal wezen als de mens, want deze kennis is nodig om in het latere leven problemen het hoofd te bieden. Een echtscheiding kan in deze eerste jaren funest zijn. Als een kind op die leeftijd zijn vader of moeder verliest, omdat deze geheel uit beeld verdwijnt, wordt er een schade aangericht die nauwelijks nog te repareren valt. Bij scheidingen moeten de belangen van de kinderen dus primair zijn. Als je op die leeftijd iemand verliest aan wie je gehecht bent geraakt is het leed niet te overzien. “Affectie en fysiek contact zijn vooral belangrijk bij de hechting, niet zozeer de rol van voeder/voedster. Beroemde experimenten van Harlow en Zimmermann met resusaapjes hebben dat aangetoond. In een experiment lieten zij baby-aapjes kiezen uit twee verschillende soorten nepmoeders: een kunstmoeder gemaakt van gaas die in staat was om melk te geven, en een kunstmoeder van badstof die dat niet kon. Opvallend was dat het aapje steeds de voorkeur gaf aan de badstof moeder en niet getroost kon worden door de gazen moeder. En dat ondanks de melk, waarvan je op het eerste gezicht zou denken dat die belangrijker is om te overleven dan de warmte van de moeder” (Citaat uit Wikipedia). Volgens Bowlby hebben mensen nog steeds overblijfslen van dit instinct, ook al vond de scheiding tussen gemeenschappelijke voorouder van aap en mens zo’n 6 miljoen jaren geleden plaats. Ook kinderen vallen gemakkelijker in slaap als ze bij een ouder liggen. Aan de andere kant zou het niet goed zijn als kinderen te lang bij hun ouders slapen. Dit zou het proces van verzelfstandiging dat zo belangrijk is om evenwichting op te groeien frustreren met alle gevolgen van dien. :

Moira Blankenstein - Een collega van school twitterde mij dit artikel door. Pas hadden wij een gesprek over onze kinderen. Zij werkt in deeltijd (ongeveer 10 lessen per week). Zelf werk ik volletijds. Mijn kinderen gaan naar een creche. IMijn vriend en ik zijn daar wel tevreden over. Ze spelen graag met de andere kindertjes en ze worden goed verzorgd. Toch heb ik een probleem. Ik hoorde pas dat het belangrijk voor jonge kinderen is dat zij zich kunnen hechten. Als ik zoveel weg ben. schiet ik dan niet tekort? Ik maak me er wel druk over. Wie weet hier wat meer van?

Dr. Henk Witteman - @Lorelei - Op deze site staat een belangrijk artikel waar je zoon mogelijk iets aan kan hebben. Het is al meer dan 57 duizend keer gelezen. Het is belangrijk voor hem dat hij weet dat er absoluut geen sprake is van schuld. Je kunt als kind niet kiezen tussen blauwe en bruine ogen. Je kunt ook niet kiezen tussen een bruine, zwarte of blanke huidskleur. En ook niet tussen hetero en homo: Lees: Mag een Puber Homo zijn? Verder vind je op internet adressen van organisaties die Freddy kunnen helpen met “uit de kast komen”. Succes met Freddy.

Lorelei (Vriendin van Viola) - @dr Witteman. Ik heb wel geen dochter van 11 zoals mijn vriendin Viola, maar ik heb wel een zoon (Freddy), 15 jaar, die de laatste tijd erg veranderd is.Hij zit vaak alleen op zijn kamer en sluit zich op. Soms weet ik me geen raad. Freddy was altijd een lieve aardige jongen. Op de basisschool deed hij het goed en hij zit nu in de derde klas HAVO. Hij had altijd veel vrienden die ook bij ons thuis kwamen. Maar daar is niet veel meer van over. Hij sluit zich op. Ik heb op advies van Viola op internet gezocht en daar vond ik het volgende voor zijn leeftijd: 12-18 jaar: identiteit tegenover rolverwarring. In deze fase, de adolescentie, moeten, voortbordurend op eerdere ervaringen, keuzes gemaakt worden die van belang zijn voor de identiteitsvorming (keuzes met betrekking tot opleiding, beroep, religie, politiek, morele waarden). Door de lichamelijke en geestelijke veranderingen die de jongere in deze periode doormaakt, kan hij de greep op zichzelf en de wereld verliezen. Vaak zoeken jongeren van deze leeftijdsgroep aansluiting bij elkaar en zetten zich af tegen de gevestigde orde. Als de jongere er in deze fase niet in slaagt om keuzes te maken die van hem verwacht worden, dan kan er identiteitsverwarring ontstaan. Of hij deze fase van identiteitsvorming goed doorkomt, heeft volgens Erikson te maken met het al dan niet succesvol doorlopen van eerdere fasen. Maar Freddy is helemaal niet opstandig. dat herken ik dus niet. Mijn man heeft met Freddy gesproken. Volgens mijn man denkt Freddy dat hij homo is. Dat was voor mij wel even schrikken, want hij is ons enige kind. Dat zou betekenen dat we nooit kleinkinderen krijgen. Ik besef dat dit een egoïstische reactie is. We kunnen een homozoon echt wel accepteren. Hij blijft gewoon onze Freddy. Wat kan ik hem aanraden? Hoe kan ik hem helpen?

Lorelei (Vriendin van Viola) - @dr Witteman. Ik heb wel geen dochter van 11 zoals mijn vriendin Viola, maar ik heb wel een zoon (Freddy), 15 jaar, die de laatste tijd erg veranderd is.Hij zit vaak alleen op zijn kamer en sluit zich op. Soms weet ik me geen raad. Freddy was altijd een lieve aardige jongen. Op de basisschool deed hij het goed en hij zit nu in de derde klas HAVO. Hij had altijd veel vrienden die ook bij ons thuis kwamen. Maar daar is niet veel meer van over. Hij sluit zich op. Ik heb op advies van Viola op internet gezocht en daar vond ik het volgende voor zijn leeftijd: 12-18 jaar: identiteit tegenover rolverwarring. In deze fase, de adolescentie, moeten, voortbordurend op eerdere ervaringen, keuzes gemaakt worden die van belang zijn voor de identiteitsvorming (keuzes met betrekking tot opleiding, beroep, religie, politiek, morele waarden). Door de lichamelijke en geestelijke veranderingen die de jongere in deze periode doormaakt, kan hij de greep op zichzelf en de wereld verliezen. Vaak zoeken jongeren van deze leeftijdsgroep aansluiting bij elkaar en zetten zich af tegen de gevestigde orde. Als de jongere er in deze fase niet in slaagt om keuzes te maken die van hem verwacht worden, dan kan er identiteitsverwarring ontstaan. Of hij deze fase van identiteitsvorming goed doorkomt, heeft volgens Erikson te maken met het al dan niet succesvol doorlopen van eerdere fasen. Maar Freddy is helemaal niet opstandig. dat herken ik dus niet. Mijn man heeft met Freddy gesproken. Volgens mijn man denkt Freddy dat hij homo is. Dat was voor mij wel even schrikken, want hij is ons enige kind. Dat zou betekenen dat we nooit kleinkinderen krijgen. Ik besef dat dit een egoïstische reactie is. We kunnen een homozoon echt wel accepteren. Hij blijft gewoon onze Freddy. Wat kan ik hem aanraden? Hoe kan ik hem helpen?

Viola - @dr. Witteman. Hartelijk dank. Uw advies is midden in de roos. Ik begrijp wat u bedoelt. Dank ook van mijn man. Groet, Viola.

dr. Henk Witteman - @Viola - Als ik je reactie lees, voel ik dat je ergens mee zit. Je vraagt je na het lezen van Erikson af, of je er goed aan hebt gedaan, je dochter Fini zo te pushen richting HAVO/VWO, terwijl je instinctief voelt dat ze op dit moment eigenlijk pas toe is aan een VMBO-T. Je hebt goed gezien dat je dochter in de latentiefase is en vlijt toont om zich competent te kunnen voelen. Dat is bewonderenswaardig van je dochter, maar er schuilt wel een gevaar in. Je zegt zelf dat jij en je man beiden een HBO-opleiding hebben en dit ook hopen voor je dochter. Daar is niets mis mee. Maar door haar steeds te helpen en te stimuleren geef je haar de impliciete boodschap dat je er eigenlijk niet in gelooft. Dat zul je nooit hardop doen, want als je het expliciet maakt, maak je ook je eigen gebrek aan vertrouwen expliciet. Maar impliciet is al voldoende. Een kind voelt met haar spiegelneuronen haarfijn de boodschap aan die je ongewild uitzendt. En dat is onnodig Viola. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn of haar eigen tempo. De intelligentie hangt voor een belangrijk deel af van de autonome groei van Myeline die de snelheid van de prikkelbegeleiding bepaalt. Daar kan jij als moeder niets aan veranderen. Wat wel gevaar loopt is haar zelfbeeld. Fini voldoen voor haar gevoel niet aan de verwachtingen van haar moeder. Mogelijk gevolg: gevoel van minderwaardigheid. Beter is het dan te kijken naar de theorie van Kegan. Deze vertaalt groei en termen van subject/object verschuiving. Wat subject is, is deel van jezelf. Dat kun je niet in twijfel trekken. Je gaat groeien in ontwikkeling als je steeds meer in staat bent achterover te leunen en naar de wereld om je heen te kijken. De wereld wordt nu object en je bent gegroeid. In mijn volgende drie artikelen zal ik hier nader op ingaan als we "de bom onder het nieuwe leren" gaan demonteren. Veel succes met je dochter en straal uit dat je echt en dan ook echt echt in haar gelooft.

Viola - Teun en Frans hadden het over de fasen1 en 2. De volgende fasen zijn 3 en 4. De derde fase is de genitale fase en vindt plaats van het 4e tot het 6e levensjaar. Kinderen leren in deze fase ‘initiatieven’ nemen, maar ondervinden ook ‘schuldgevoel’. De deugd bij deze fase is 'doelgerichtheid'. - De vierde fase is de latentiefase. Deze vindt plaats in de basisschooltijd, van 6 tot 12 jaar dus. In deze fase staan ‘vlijt’ en ‘minderwaardigheid’ tegenover elkaar en 'competentie' is het eindresultaat. Mijn dochter Fini is 11 jaar en zit in groep 8. Ze is een gemiddelde leerling en doet erg haar best. Ze vraagt me altijd haar te helpen met haar huiswerk, want ze wil zo graag naar de brugklas HAVO/VWO. Mijn man en ik hebben allebei een HBO opleiding en natuurlijk willen we graag dat ze straks neer het VWO kan. Helaas vallen haar rapporten steeds wat tegen. Ik heb dit artikel en vooral de fasen van Erikson goed bestudeerd. Ik ben nu bang dat ik Fini te veel gepusht heb en dat ze faalangstig is geworden. Stel je voor dat ze een VMBO-advies krijgt!. We oefenen regelmatig met het maken van CITO-toetsen. Misschien lukt het dan wel. Ik voel me nu wel onzeker en vraag me af of ik er goed aan heb gedaan door haar zo te stimuleren.

Teun van der Ploeg - @Lorine Pijpers en Frans van Mameren. Jullie hebben me geïnspireerd om Erikson nog eens te raadplegen. Ik heb zelf kinderen en ben daarom als vader geïnteresseerd. Mijn rweeling zit in de tweede fase. Wat vond ik? 2. Zelfstandigheid tegenover schaamte en twijfel De omgeving moedigt onafhankelijkheid en exploratief gedrag aan van het kind. De ouders kunnen verstikkend en overbeschermend zijn of ze laten het kind juist aan hun lot over. In beide gevallen wordt de exploratiedrang van het kind geremd en loopt zijn ontwikkeling schade op. Erikson schreef: It is human to have a long childhood; it is civilized to have an even longer childhood. Long childhood makes a technical and mental virtuoso out of man, but it also leaves a life-long residue of emotional immaturity in him. Mijn vrouw heeft de neiging wat overbeschermend te zijn. We hebben samen naar deze tekst bij Erikson gekeken en hebben afgesproken aan dit punt extra aandacht te geven. Nog een opmerking: De vrouw van Erikson, Joan Erson, heeft na zijn dood er nog een negende fase aan toegevoegd, de ouderdom.

Lorine Pijpers - @Frans van Mameren. Ik ben het met je eens dat de 8 fasen van Ericson leerzaam zijn. Ik heb ook de artikelen over het drievoudige brein gelezen. Ik heb het idee dat Ericson daar ook gebruik van heeft gemaakt. Ik vond de volgende beschrijving over fase 1. Wat mij opviel was de behoefte aan veilkgheid die ook bij het reptielenbrein ter sprake komt. 1. Vertrouwen tegenover fundamenteel wantrouwen In de eerste fase ontstaat het vertrouwen dat de verzorger er altijd is, zodat het kind vertrouwen in de omgeving en de wereld om hem heen verkrijgt. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat het belangrijk is dat verzorgers het kind een veilige basis bieden en het kind van daaruit aanmoedigen op onderzoek uit te gaan. Voor het verschaffen van een veilige basis is een invoelend begrip en sensitiviteit voor het gehechtheidsgedrag van het kind nodig en de bereidheid en de wil hieraan tegemoet te komen. Vervolgens de erkenning dat boosheid van kinderen vooral voortkomt uit frustraties van hun behoefte naar liefde, affectie en zorg. Sensitieve verzorgers ontwikkelen een veilige en stabiele band met hun kinderen, omdat ze adequaat op de wensen en behoeften van hun kinderen reageren. Dit geldt natuurlijk ook voor leerlingen. Pas als ze zich veilig voelen kunnen ze naar de volgende fase gaan. Klopt dit dr. Witteman? Of praat ik (19 jaar) onzin?

Frans van Mameren - Prachtig artikel. Ik heb nog wat verder gezocht naar Erikson. Ik vond het volgende bij Kennislink Seksuele identiteitsverwarring?’, vroeg Erik Erikson zich in 1968 af. ‘Ja, inderdaad: van sommige jonge mensen die je op straat ziet lopen, kun je zonder onkies onderzoek niet zeggen of het jongens of meisjes zijn.’ De jaren zestig waren de tijd van uniseks, meisjes in broeken en jongens met lang haar. Erikson zag daarin niet alleen de kiem van sociale veranderingen, maar ook van persoonlijke rolverwarring en identiteitscrisis. Ruim twintig jaar eerder had hij ook al over identiteitscrises gesproken. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog had hij als psycholoog te maken gekregen met getraumatiseerde militairen. Zij konden hun oorlogservaringen geen plaats geven in het idee van wie ze waren. Erikson noemde dat het verlies van ego-identiteit. Het begrip identiteitscrisis had dus een dubbele betekenis. Het verwees naar pathologie, zoals bij de getraumatiseerde soldaten, maar was ook een fase in de volwassenwording. Ieder mens ontwikkelt een identiteit door een serie kleine en grotere identiteitscrises, die samenhangen met de ontdekking van een steeds groter wordende wereld. In onze ontwikkeling van kind tot volwassene merken we dat de wereld om ons heen groter is dan we dachten, en steeds bepalen we ons opnieuw tot die expanderende realiteit. Zo ontstaat een idee van wie we zijn.

Marlies - Vanmiddag was ik met mijn zoon van 30 naar een concert gegaan van het Limburgs Symphonie Orkest (LSO).Toen we naar het Muziektheater Vredenburg liepen viel het hem op dat de bezoekers bijna allemaal op leeftijd waren. "Stokoud" vond hij ze. Toen moest ik aan dit artikel denken. Henk Witteman zegt dat onze geest langer mee gaat dan ons lichaam. Inderdaad. Deze bezoekers, vaak grijs en zelfs met rollator, konden Beethoven beter waarderen dan veel jongeren. Ontwikkeling zet zich voort, ook als het lichaam op zijn retour is. En de zaal was stampvol. Ik denk zeker 800 tot 1000 bezoekers. We blijven daarom optimistisch.

Margot - @Henk Witteman. Ik vind dit een interessant verhaal. Ik had nog niet eerder van Erik Erikson gehoord. Maar ik herken het wel. Mijn vriend moest wel erg lachen om uw citaat van Midas Dekkers.

REAGEER

Widget Title

LAATSTE 3 REACTIES

Simon Dirks - Een manier waarop ik mijn geheugen verbeter is door regelmatig eventjes wat brain training te... 
Lees verder  arrow

Lauk Woltring - Belangrijke discussie. Het levert ook wat op om je te realiseren dat veel van de... 
Lees verder  arrow

Ger Kockelkorn - @ Eugene. Kijk, daar word ik nu vrolijk van. Er zijn meer wegen die naar... 
Lees verder  arrow

Widget Title

MEEST GELEZEN ARTIKELEN
Ik ben VMBO
De VPRO verkent met de zesdelige serie ‘Ik ben VMBO’ de wereld van het VMBO. In deze serie worde
Lees verder arrow
Nieuwe uitgave E-book 'examentips 2012'
Het aftellen is begonnen: nog maar een paar weken en dan beginnen de eindexamens weer. Iedere leerl
Lees verder arrow
SMS: Social Media Stress
Ruim de helft van de Nederlandse jongeren tussen de 13 en 17 jaar ervaart gevoelens van stress door
Lees verder arrow

Widget Title

STEM MEE Bekijk resultaat img
Merkt u op school veel van de groeiende digitale kloof tussen leerlingen en docenten?
Ja
Nee
Een beetje
Merkt u op school veel van de groeiende digitale kloof tussen leerlingen en docenten?
Ja
 
40%
Nee
 
30%
Een beetje
 
29%

Widget Title

VIDEO VAN DE WEEK

De eerste uitzending van ‘Ik ben vmbo’ (VPRO) is op zondag 22 april, 21.15 uur op Nederland 3