
Dr. Henk Witteman - Bas Siebring. Bedankt Bas voor je uitvoerige en deskundige inbreng. Ik zal in etappes reageren. Eerst wil ik citeren uit een rapport van Minister Plasterk aan de Tweede Kamer.
Hier...
Lees verder 
Rob Simons - Bedankt Maurits. Maar zoals ik al schreef in de andere reactie ben ik hier slechts onderdeel van een bevlogen team dat zich hiermee is gaan bezighouden.
Lees verder 
Bas Siebring - supergaaf! Zo zie je maar dat goede ideeën niet altijd hoogdravend of vergaand hoeven te zijn. En juist de simpele oplossingen zijn vaak het moeilijkst te bedenken!
Lees verder 
Mobile Signs heeft gebarentaal op films gezet. Voor op de mobiele telefoon, iPod, iPad, PSP en andere MP4-spelers! Mooi gedaan, nuttig voor iedereen, aantrekkelijk voor jongeren. Ga voor meer informatie of een overzicht van de filmpjes naar www.mobilesigns.nl
Het duurt een minuut of twee voor Yacintha Chaigneau haar leerlingen van 2-vwo geconcentreerd aan het werk krijgt, maar dan klinkt in het lokaal een onophoudelijk geroezemoes, in dit geval een goed teken. In groepjes van drie of vier voeren de leerlingen verhitte discussies over de keuzes die gemaakt moeten worden bij het ontwerpen van hun stad. Yacintha Chaigneau: “Leerlingen gaan heel serieus op kwesties in. Dan hoor je, ‘Nee geen bioscoop, we moeten een bowlingbaan hebben!’”
De opdracht ‘Stad en inrichting’ voor de tweede klassen vmbo-t, havo en vwo is helemaal ontworpen door Chaigneau, docente aardrijkskunde aan het Veenlanden College in Mijdrecht. Het materiaal sluit aan bij hoofdstuk 9 van Malmbergs methode Wereldwijs. Drie jaar geleden besloot Chaigneau om de theorie in het boek, de regeltjes en wetgeving omtrent stedenbouw, “levend te maken” met een praktische opdracht. “Ik moest denken aan het computerspel SimCity van vroeger, waarin je een stad kon bouwen en dacht: dat moet ook in de klas kunnen. Je moet zorgen voor entertainmentwaarde wil je de leerlingen trekken. Ik laat bijvoorbeeld ook echte bestemmingsplannen en tekeningen van architecten zien om de informatie beeldend te krijgen.”
Het gaat bij deze opdracht om het samenwerken, discussiëren en het toepassen van eerder opgedane kennis in een praktische opdracht. De tweede klassen werken zo’n acht lessen aan de opdracht, die resulteert in een getekende plattegrond van de stad, op schaal en met legenda. Om tot die tekening te komen moeten de leerlingen aan de hand van werkbladen onder meer kiezen in welke provincie hun stad zal liggen, hoeveel inwoners deze zal hebben, waar deze mensen moeten wonen, welke voorzieningen nodig zijn en waar de elektriciteit vandaan moet komen. Havo- en vwo-leerlingen letten ook op het beleid van de gemeente en zorgen voor een begroting en verantwoording van hun plannen.
Het is een redelijke vrije opdracht en dat maakt het voor leerlingen interessant, denkt Chaigneau. “Het draait om hun eigen inbreng. Ze maken echt iets van zichzelf. Dat maakt ze enthousiast.” De leerlingen hebben over het algemeen wat moeite om snel door de werkbladen te komen. De discussies kosten nou eenmaal tijd. Ze vinden het wel een leuke opdracht en bovendien hebben ze zin om hun plannen uit te tekenen. “Dat werkt activerend”, weet Chaigneau. “Ze hebben geen huiswerk, hoeven geen moeilijke begrippen te leren, maar mogen hun eigen visie uitwerken. En tekenen is dan erg leuk.”
Wat denkt u, zijn praktische opdrachten als deze nodig om leerlingen te interesseren voor complexe kwesties? Hoe belangrijk is de entertainmentwaarde van de lesstof?
Bekijk hier de volledige opdracht ‘Stad en inrichting’.