Home » Motivatie in het klaslokaal

Motivatie in het klaslokaal


Hoe werkt de interactie tussen docent en leerling in de klas door op de motivatie van leerlingen? Dit onderzocht Kim Stroet door op 10 scholen ruim 150 lessen wiskunde en Nederlands te observeren. 10 scholen deden mee, met elk 2 eerste klassen van het vmbo. Haar proefschrift ‘Studying motivation in classrooms’ bevat interessante lessen.
Dit artikel is geschreven door Yvonne van Sark en verscheen eerder op YoungWorks.


Zelfdeterminatietheorie

Eind vorig jaar verscheen ons nieuwe boek Motivatie Binnenstebuiten. Helaas te laat om de learnings uit het onderzoek van Kim Stroet mee te nemen. Ook zij geeft de zelfdeterminatietheorie een belangrijke rol in haar onderzoek. Wat kunnen docenten doen om de autonome motivatie van leerlingen te triggeren? – vraagt zij zich af. Wat werkt om leerlingen te helpen om dat wat ze leren op school waardevol, interessant of leuk te (gaan) vinden? Stoet deed onderzoek op verschillende type scholen:

  • op prototypisch traditionele scholen waar docenten een grote mate van verantwoordelijkheid hebben voor het leerproces van hun leerlingen en veel nadruk ligt op kennisreproductie;
  • op prototypisch sociaal constructivistische scholen, waar van docenten juist wordt verwacht dat zij hun leerlingen helpen om hun eigen leerproces te organiseren en reguleren en meer nadruk ligt op kennisconstructie;
  • op scholen die elementen van beide combineerden.

Ze wilde weten hoe verschil in onderwijsvisie en benadering doorwerkt op de motivatie van de leerlingen en concludeert in de samenvatting van haar proefschrift: “De resultaten van het onderzoek lieten zien dat leerlingen die op een gecombineerde school zaten minder gemotiveerd waren dan leerlingen op één van de andere twee schooltypes, maar er is (voor de meeste motivatieconstructen) niet gebleken dat de motivatieontwikkeling af hing van het schooltype.” Geen grote uitspraken over onderwijsvisie kortom, hoewel ze ook zegt: “Tegelijkertijd gaven de bevindingen ook geen ondersteuning voor de kritiek die wel wordt geuit, dat een sociaal constructivistische benadering het leren ondermijnt door de leerlingen veel vrijheid te bieden terwijl zij daar (nog) niet aan toe zijn.”

Consequent handelen
Meer houvast geeft de conclusie die ze trekt over het belang van consequent handelen over langere tijd. De ontwikkeling van de motivatie voor wiskunde van leerlingen bleek positief samen te hangen met de mate waarin hun wiskundedocent de basisbehoeften (autonomie, competentie en betrokkenheid) over langere termijn ondersteunde. Tijdelijk meer of juist minder ondersteuning bieden heeft minder effect. En in lijn met het vorige punt: Het is belangrijk dat teams op één lijn zitten, waardoor docenten onderling ook consequent handelen. Als de benaderingswijze van docenten onderling sterk varieert, weten leerlingen minder goed waar ze aan toe zijn. In de februari-editie van onderwijsvakblad Van 12 tot 18 deelde Stroet enkele interessante learnings uit haar promotieonderzoek.

Op het gebied van autonomie:

  • Autonomie van leerlingen kun je bevorderen door ze meer ruimte te geven om hun mening over een taak of opdracht te geven. Alleen al mogen zeggen wat je van een opdracht vindt en waarom, maakt al dat mensen zich minder onder druk gezet voelen.
  • Leg steeds weer aan leerlingen uit waarom het zinvol is een opdracht te doen. ‘Het is belangrijk om te blijven oefenen met rekenen omdat het een vaardigheid is die je anders verliest.’
  • Bied keuzemogelijkheden, bijvoorbeeld door leerlingen zelf te laten bepalen met welke strategie ze een wiskundesom oplossen.

Op het gebied van competentie:

  • Moedig leerlingen aan. Benoem het bijvoorbeeldals een opdracht lastig is, waardoor de leerling merkt dat het niet vreemd is als hij/zij het niet gelijk begrijpt.
  • Wees beschikbaar voor vragen.
  • Voorkom competitie tussen leerlingen.

Op het gebied van betrokkenheid:

  • Toon je betrokkenheid bij het schoolwerk van de leerling en communiceer dat je dat belangrijk vindt. ‘Dat vind ik heel goed van je, dat je die al af hebt.’
  • Toon één-op-één interesse in de leerling door betrokkenheid op persoonlijk vlak: ‘Ik hoorde dat je bij (naam sportclub) bent geweest. Hoe was dat?’

Wil je er meer over lezen? Delen uit het proefschrift kun je hier downloaden.

Dit artikel is geschreven door Yvonne van Sark en verscheen eerder op YoungWorks

Laatste onderwijsnieuws

Onbeperkt toegang
met je OvM account

Met het OvM account krijg je als onderwijsprofessional toegang tot meer artikelen en regel je welke informatie je wilt ontvangen. Bijvoorbeeld de nieuwsbrief of Juf & Meester.