Leermiddelenmonitor 15/16: de belangrijkste inzichten

1

Er is een lichte opmars in het gebruik van (digitale) methoden. Dit is tegenstelling tot de verwachting van leraren en schoolleiders vijf jaar geleden. Toen werd juist gedacht dat het aandeel methodes zou afnemen. Dit blijkt uit de recent gepubliceerde Leermiddelenmonitor 15/16 van Stichting Leerplanontwikkeling Nederland (SLO).

De Leermiddelenmonitor 15/16 is afgenomen onder ruim 2000 leraren en meer dan 600 leidinggevenden uit het primair en voortgezet onderwijs.

Leermiddelengebruik

De meeste scholen in het po en het vo gebruiken methodegebonden leermiddelen, al dan niet aangevuld met zelf ontwikkeld of gevonden (digitaal) lesmateriaal. Vijf jaar geleden dachten leraren en schoolleiders dat het gebruik van methodes zou afnemen, maar dit is niet het geval. Toch verwachten leraren dat er de komende vijf jaar wel minder gebruik zal worden gemaakt van methodegebonden leermiddelen.

Po- en vo-leraren vullen de gebruikte methode vooral aan met eigen of gevonden lesmateriaal om beter aan te sluiten bij de belevingswereld van leerlingen, om beter in te kunnen spelen op de actualiteit en om (meer) differentiatiemogelijkheden te creëren. Leraren die de methode juist niet aanvullen met andere leermiddelen, noemen tijdgebrek als belangrijkste reden.

Meerwaarde

Zowel po- als vo-leraren vinden dat de combinatie tussen digitale en papieren leermiddelen van meerwaarde is. Daarnaast zit voor po-leraren de meerwaarde van digitale leermiddelen vooral in de aantrekkelijkheid voor leerlingen en het beter kunnen differentiëren. Dat laatste geldt ook voor vo-leraren, maar ten opzichte van een paar jaar geleden is er wel een afname merkbaar in het aantal docenten dat de aantrekkelijkheid van digitaal lesmateriaal als meerwaarde ziet. Toch is digitaal lesmateriaal voor het overgrote deel van de po- en vo-leraren niet meer weg te denken.

Niet-methodegebonden digitale leermiddelen zijn volgens beide groepen lang niet altijd direct toepasbaar in de les. Maar 23 procent van de vo-leraren kan dergelijk materiaal direct inzetten. In het po gaat het om een iets grotere groep van 40 procent. Vaak moeten er eerst nog (didactische) aanpassingen worden gedaan. Voor po-leraren moet digitaal lesmateriaal motiverend en direct toepasbaar in een leerlijn zijn. Ook is het voor hen belangrijk dat het lesmateriaal een bewezen leereffect heeft. Dat is voor vo-leraren ook belangrijk, al geven zij als belangrijkste kenmerk aan dat de vakinhoud correct moet zijn.

Soorten digitale leermiddelen

Op het gebied van digitale leermiddelen maken po-leraren veelvuldig gebruik van methodegeboden software, interactieve oefenprogramma’s en filmpjes. Vo-leraren maken vooral gebruik van filmpjes en methodegebonden software, maar dat doen ze wel minder dan kun collega’s in het po. In het po wordt daarentegen weer minder gebruik gemaakt van gratis digitale leermiddelen. Volgens de monitor kan dit verklaard worden uit het feit dat po-leraren meer gebruik maken van (betaalde) methodegebonden software.

Zoeken en vinden van leermiddelen

De meeste leraren hebben behoefte aan ondersteuning bij het vinden van (digitale) leermiddelen. Waar het in het po dan vooral gaat om hulp bij het snel en gemakkelijk vinden van lesmateriaal dat bij thema’s uit het curriculum past, gaat het bij vo-leraren ook om ondersteuning in de vorm van een overzicht van aanvullend lesmateriaal en apps. Zowel in het po als in het vo geven leidinggevenden vaker dan leraren aan dat er ondersteuning gewenst is bij het vinden van lesmateriaal dat past bij de visie van de school en specifieke leerbehoeften van leerlingen. Volgens beide groepen kunnen zowel educatieve uitgevers als niet-commerciële organisaties hierin voorzien.

Ontwikkelen leermiddelen

Zowel po- als het vo-leraren maken zelf papieren leermiddelen. Als het gaat om digitaal lesmateriaal, blijft het aandeel po-leraren achter bij de leraren werkzaam in het vo. Leidinggevenden denken dat leraren zulk lesmateriaal vaak maken in samenwerking met collega’s, maar de meeste leraren doen dit alleen. In het po stimuleert de helft van de leidinggevenden leraren om zelf leermiddelen te ontwikkelen. In het vo gaat het om ruim twee derde van de leidinggevenden.

Wilt u verder lezen over leermiddelenbeleid of wilt u meer weten over bovengenoemde thema’s? Download dan de Leermiddelenmonitor 15/16 via de website van SLO.

Hoe ziet u de verhouding over vijf jaar tussen methodegebonden leermiddelen en eigen en/of gevonden lesmateriaal? Laat een reactie achter via onderstaand reactieformulier.

DELEN