Dit artikel kun je zien als het begin van een expeditie. Als je aan een expeditie begint, moet je weten waar de weg heen leidt. Wat kun je zoal verwachten en wat zijn de doelen? Om de route te vergemakkelijken maak ik gebruik van een model, het expeditiemodel. Ik gebruik hiervoor een artikel uit het SER-Magazine van november 2010. Hier wordt de naam “expeditiemodel” in relatie tot onderwijs voor het eerst gebruikt. Als u dit artikel gelezen hebt, weet u nu in grote lijnen waar ik met u naar toe wil.
Ik zou nu graag de blik willen vestigen op de jongens en meisjes die leerling in een brugklas (gaan) zijn. Ze zijn 11 of 12 jaar oud. Ik stel ze aan u voor door middel van twee artikelen: Het meisje op weg naar de brugklas en De jongen op weg naar de brugklas.
In deze artikelen hebben we kunnen constateren dat meisjes zich, onder invloed van hormonen, sneller en anders hebben ontwikkeld dan jongens. Zo blijken de hersencircuits voor sociale contacten en verbale communicatie meer tot de standaarduitrusting van meisjes te behoren dan van jongens. In de tienerjaren, die zo ongeveer beginnen in de brugklas, activeert de toestroom van oestrogeen het bindingshormoon oxytocine en worden de sekse gebonden vrouwelijke circuits voor praten, flirten en groepsvorming in stelling gebracht. Meisjes die vanuit groep 8 de brugklas instromen beginnen daarom meteen veiligheid te zoeken bij andere meisjes, onder het mom van “samen staan we sterk”. Jongens doen dat minder. Hun linkerhersenhelft is later klaar dan die van de meisjes. Daarentegen zorgt deze vertraagde groei voor een krachtiger rechterhersenhelft, waardoor jongens minder met taal en meer met lichamelijke acties reageren. Hierdoor kunnen ze druk zijn en lastig worden.
Eerste hoofddoel binnen het expeditiemodel: geluk voor alle leerlingen
Wat hebben mensen nodig om gelukkig te zijn? Alle mensen willen veilig zijn, zich gewaardeerd voelen en zich kunnen ontplooien. Om je te kunnen ontplooien moet je je uitgedaagd voelen. Je moet op je tenen kunnen lopen, maar ook weten dat de doelen die je hebt gesteld binnen de mogelijkheden liggen. Als dat het geval is, kun je zelfs flow bereiken. Dit geldt voor alle mensen, jong en oud.
Welke stimulerende prikkels zijn nodig?
Op Onderwijsvanmorgen.nl staan 23 artikelen over motivatie en de wil om te leren. Het type motivatie dat het best kan worden ingezet verandert voortdurend. In de volgende artikelen zullen we daar steeds op terugkomen. Als basis gebruiken we de theorie van het drievoudige brein.
Het expeditiemodel maakt de leeromgeving intrinsiek veilig
Het is 2014. Het Alphacollege (een fictieve naam) heeft twee jaar gewerkt aan de voorbereiding van het expeditiemodel. Ouders en leerlingen weten dat de school niet langer het veldloopmodel hanteert (“wie is de beste?”), maar het expeditiemodel. In dit model worden leerlingen toegewezen aan afdelingen op grond van de CITO-scores. Dit betekent dat de school ervan uitgaat dat zij de opleiding aankunnen. De verantwoordelijkheid voor het slagen van de expeditie ligt bij het docententeam. De school kent de eisen en doelen die moeten worden bereikt. De leerlingen hebben hun eigen verantwoordelijkheid: zij moeten inzet tonen. Het Alphacollege meet de inzet aan de hand van twee criteria:
1. De leerling moet ten minste 90% van de lessen hebben gevolgd;
2. De leerling voert de opgedragen taken (bijvoorbeeld huiswerk) steeds volledig uit.
Toch een onvoldoende? Dan een foutenanalyse.
Bij het expeditiemodel speelt de foutenanalyse een cruciale rol in alle leerjaren. Als Debby een onvoldoende heeft gescoord voor biologie of Frans, krijgt ze haar toets terug. De docent heeft de fouten gemarkeerd. Hij controleert of Debby aan de eisen van inzet heeft voldaan. Als dit het geval is krijgt Debby het recht een foutenanalyse te maken volgens het format dat de school aan deze analyse stelt. Is de docent tevreden met de foutenanalyse dan wordt de onvoldoende alsnog een 6.
Waarom is de leeromgeving nu intrinsiek veilig?
Het bereiken van veiligheid ligt nu binnen bereik van de leerlingen zelf. Simpel gezegd: wie naar school komt, zijn taken in de klas en thuis maakt, heeft altijd recht op een foutenanalyse. De foutenanalyse lijkt op een herkansingsproefwerk, maar heeft veel meer het karakter van een evaluatie- en reflectietaak. De leerling wordt als het ware weer op het spoor gezet en kan het onderwijs weer gewoon vervolgen. Het geeft hem of haar moed om weer verder te gaan en niet moedeloos af te haken. In het openingsfilmpje heeft u kunnen zien dat leven en werken in een kleine groep een typisch menselijke behoefte is.
Er komt nog een vervolgartikel over de brugklas. Graag uw commentaar op deze uitgangspunten van het expeditiemodel. Ziet u voordelen of nadelen?
Dr. Henk Witteman - @Margje. In een artikel over passend onderwijs "hield ik al eerder een pleidooi voor een andere (betaalbare) organisatie van het onderwijs in de klas. Ik citeer: We hebben al geconstateerd dat van een docent zoveel vaardigheden worden gevraagd, dat ze niet allemaal in één persoon verenigd kunnen zijn. Een docent is een specialist, een professional. Hij is hooggeschoold en wordt dan ook als zodanig betaald. En net zoals niemand van een specialist in een ziekenhuis verwacht dat hij/zij ook het werk van een verpleegkundige doet, mogen we dit ook niet van een docent verwachten. Hij zal werkzaamheden ook moeten laten uitvoeren, onder zijn verantwoordelijkheid. Wie komen voor deze werkzaamheden in aanmerking? 1. Studenten van pabo’s en lerarenopleidingen die zich willen oriënteren op een loopbaan in het onderwijs. Zij zullen tijdens hun opleiding tenminste één jaar stage moeten lopen in de klas, waar zij eerst stagiaire zijn, daarna assistent-leerkracht. 2. Studenten van universitaire opleidingen die zich willen oriënteren op het terrein van Mens en Maatschappij kunnen ook kiezen voor een maatschappelijke stage in het onderwijs. Ik heb vernomen dat het artikel, althans de inhoud, in de Tweede Kamer aan de orde is gesteld en dat sociale dienstplicht in overweging is genomen.
Gabriëlle - Meneer Witteman. Wilt u ons helpen? Ik zit op een ROC in Maastricht. We zijn harstikke kwaad omdat we wel cijfers terug krijgen maar niet mogen zien wat we fout hadden. Ik had een 4 voor Engels en ik had echt goed geleerd. En ook andere jongens en meisjes waren kwaad. Wat moeten we doen?
Margje - Hr. Witteman. Denkt u niet dat uw expeditiemodel door de geboden veiligheid veel van de kosten voor Passend Onderwijs kan weghalen? Nu lijkt wel iedereen een rugzakje nodig te hebben. Alsof er in ons land zoveel beschadigde kinderen zijn. Nee hoor! Ons onderwijssysteem is vastgelopen. Meer geld voor meer individuele kinderen schept alleen maar een markt voor zorgverleners en etikettering van kinderen.
Liesje - @dr Witteman. Dank u voor de heldere uitleg. Van mijn collega's hoorde ik dat de link niet werkt. Wij hebben overigens het artikel wel gevonden. Vriendelijke groet en wie weet tot ziens.
Dr. Henk Witteman - @Liesje. Dat college moet ergens midden jaren '90 zijn geweest. Ik was toen nog met mijn proefschrift bezig. De onderwijsregimes van Boekaerts & Simons blijken nu handig van past te komen. Ik wil er het volgende van zeggen: Als het over het aansturen van leerprocessen gaat, onderscheiden Boekaerts & Simons in Leren en Insructie, 2003, drie niveaus, te weten onderwijsregime I, II en III. Bij OR I spreken zij van zelfstandig werken. Bij OR II spreken zij van zelfstandig leren. Bij OR III spreken zij van zelfstandig reguleren. Deze onderwijsregimes gelden nog steeds in die zin dat hersenonderzoek zoals in Nederland van Prof. Jelle Jolles en ontwikkelingspsychologen zoals Robert Kegan deze fasen wel wat opgeschoven hebben in de tijd. Zeker tot zo’n 16 jaar zijn leerlingen niet in staat voldoende afstand tot hun gedrag te nemen om deze objectief te kunnen aan sturen. Zie in dit verband www.onderwijsvanmorgen.nl/het-volwassen-brein-5. Dit vermogen om objectief te kijken naar je eigen leerproces en er daarom op te kunnn reflecteren groeit bij de adolescent vanaf het 12e jaar. Dit proces is voltooid rond 22 jaar. Dan begint Kergan’s III stadium van zelfbewustzijn. Dus gemiddeld schat ik in dan OR I zich afspeelt van 12 – 14 jaar. De leerling werkt dan volledig onder de regie van de docent. Dit beekent niet dat hij niet zelfstandig werkzaamheden zou kunnen verrichten, Dat kan hij zeker wel, maar op aanwijzing van de docent. Vanaf ongeveer 15 jaar kan de leerling volstaan met gedeelde sturing vanuit de docent. Welke sturing is ook afhankelijk van de fase van bewustzijn waarin de leerling dan verkeert. Pas omstreeks 18 jaar zal een deel van de leerlingen in staat zijn zelfstandig zijn leerprocessen aan te sturen. De meesten zullen hiertoe echter nog niet in staat zijn. Daarom bijvoorbeeld valt wel 30% van de hogeschoolstudenten af in het eerste jaar.n Heb je hier wat aan? Als er nog vragen zijn, kun je ze zeker bij dit artikel stellen.
Liesje - Meneer Witteman. In de jaren '90 heb ik in Leiden gestudeerd. Onderwijskunde. Ik heb daar wel eens een college van u meegemaakt. U was er samen met Prof. Boekaerts. Als ik uw bijjdrage lees en u Prof. Jolles zie citeren, vraag il me af of de onderwijsregimes van Boekaerts en Simons, zoals die zijn uitgelegd in Leren en Instructie nog wel gelden? Kunt u mij dat uitleggen? Op school hebben we daar een discussie over met enkele collega's.
Dr. Henk Witteman - @Lex. Je bijdrage deed me denken aan een artikel van Prof. Jolles, dat ik onlangs heb gelezen. Ik heb het voor de lezers samengevat: Jolles: 'Onderwijs kan veel efficiënter, doelmatiger en leuker, als we de verschuiving van teaching naar learning omarmen. Hij bedoelt hiermee dat niet de leerstof het tempo bepaal maar de verwerking van de leerstof. Denk maar eens aan de aanwezigheid van myeline. Bij het ene kind komt dit sneller dan bij het andere. Natuurlijke ontwikkeling kun je niet versnellen. Volgens Jolles kun je van een brugklasser niet verwachten dat hij binnen twee weken zijn gedrag verandert. Dat kan gewoon niet. Zo’n gedrags verandering kan wel 5 jaar duren zoals we ook gezien hebben bij de artikelen over de bewustzijnsontwikkeling van Kegan. Zie bijvoorbeeld : www.onderwijsvanmorgen.nl/het-volwassen-brein-5 Jolles zegt ervan overtuigd te zijn dat de recente publicaties over leren en hersenen met een razende vaart het onderwijs ingaan. Ze geven meer inzichten en begrip aan de leraar, aan de ouders. Verklaren waarom een jongetje of meisje is zoals hij of zij is. We krijgen de kans aan te sluiten bij de natuurlijke ontwikkeling. Dan ga je bij een veertienjarige niet denken: nu moet hij binnen twee weken z’n gedrag veranderd hebben, want anders... Nee, hou er rekening mee dat het vanaf dat moment nog wel vijf jaar kan kosten. De structuren in de voorste hersenen zijn pas in de late adolescentie uitgerijpt En dat zijn precies de structuren die verantwoordelijk zijn voor planmatig handelen, keuzes maken en zelfreflectie. Pas dan kunnen leerlingen zelfstandig leren en reguleren. Jolles wil geen stelselwijziging. Hij verwacht dat we de komende jaren op veel plekken gaan experimenteren met ‘functiegroepen’. De scholier volgt een opleiding en brengt een redelijk deel van de week in één basisklas met één basisleraar door. Daarnaast krijgt hij/zij les in functiegroepen (wou je ook niveaugroepen kunnen noemen. Daarin zitten kinderen die wellicht wat in leeftijd verschillen, maar op eenzelfde niveau functioneren ten aanzien van een bepaalde vaardigheid. Heb je het maximale niveau bereikt, dan kun je naar een volgende verdieping of verrijking.' En Jolles vervolgt: “Door zo de leerroutes te dynamiseren, doen we recht aan de variabele ontwikkeling van de hersenen: die ontwikkeling is te sturen door de omgeving, dus door docent en ouder! Als een kind op een bepaalde leeftijd een vaardigheid niet beheerst, is het geen dom kind. Trager, ja, maar niet dom. Misschien is hij over twee jaar wel de beste van de klas. Een langzaam groeiende boom kan uiteindelijk de hoogste boom worden. Ons onderwijs moet alle bomen de kans bieden zo hoog mogelijk te worden. Daarmee doen we daadwerkelijk aan talentontwikkeling!'
Lex - @Margot Jansen. Je vraagt om een andere organisatie. Geen leeftijdsgroepen, maar niveau groepen. We kunnen ook gaan denken aan de inzet van jonge mensen die studeren voor een baan in het onderwijs. Ik heb het volgende citaat uit mijn aantekeningen: Naar een andere (betaalbare) organisatie van het onderwijs in de klas - We hebben al geconstateerd dat van een docent zoveel vaardigheden worden gevraagd, dat ze niet allemaal in één persoon verenigd kunnen zijn. Een docent is een specialist, een professional. Hij is hooggeschoold en wordt dan ook als zodanig betaald. En net zoals niemand van een specialist in een ziekenhuis verwacht dat hij/zij ook het werk van een verpleegkundige doet, mogen we dit ook niet van een docent verwachten. Hij zal werkzaamheden ook moeten laten uitvoeren, onder zijn verantwoordelijkheid. Wie komen voor deze werkzaamheden in aanmerking? 1. Studenten van pabo’s en lerarenopleidingen die zich willen oriënteren op een loopbaan in het onderwijs. Zij zullen tijdens hun opleiding tenminste één jaar stage moeten lopen in de klas, waar zij eerst stagiaire zijn, daarna assistent-leerkracht. 2. Studenten van universitaire opleidingen die zich willen oriënteren op het terrein van Mens en Maatschappij kunnen ook kiezen voor een maatschappelijke stage in het onderwijs. 3. Werkeloosheid komt niet vaak voor bij docenten. Maar als het voorkomt, kunnen zij ook aan dit rijtje worden toegevoegd. Volgens mij gaat het om politieke wil.
Margo Jansen - @Frans van Mameren. Ik was erg onder de indruk van je commentaar. Laatbloeien kan dus iets te maken hebben met myeline rond de axonen. Dat is nogal wat. Dat betekent dat veel kinderen die onderpresteren de dupe zijn van groeiprocessen, Zou het dan niet logischer zijn onderwijs te organiseren rond niveau in plaats van rond leeftijd? Want het is duidelijk dat het ene kind benadeeld is vergeleken met het andere kind. Alleen al door de myeline. Hoe denken andere lezers hierover?
Dr. Henk Witteman - @Wes Holleman en alle overige lezers. Wes heeft ons getrakteerd op een fraaie link waarin de bedoeling van het expeditiemodel werd geformuleerd dor Prof. A.D. de Groot. In het Handboek voor het expeditiemodel dat Malmberg in voorbereiding heeft staat het volgende: In een veldloopmodel is iedere loper verantwoordelijk voor zijn eigen prestaties. Het is ieder voor zich. De besten halen de eindstreep in de voorhoede, de middenmoot haalt op tijd de eindstreep en de rest haalt het doel niet. “Eigen schuld, dikke bult”. In een expeditiemodel worden deelnemers op goede gronden tot de expeditie toegelaten. Men belooft elkaar tijdens de expeditie te steunen en alle deelnemers beloven zich voor het gezamenlijk doel in te zetten. Voor een school betekent dit model dat: 1. leerlingen worden toegelaten op basis van voorafgaande prestaties, citoscore, examenresultaten, advies van het voorafgaande onderwijs, etc. 2. leerlingen beloven INZET te leveren. Deze inzet moet MEETBAAR zijn, zoals bijvoorbeeld 90% aanwezigheid tijdens de lessen, uitvoering van taken. De inzet en de omschrijving van de inzet kan contractueel met de leerlingen worden vastgelegd. 3. leerlingen komen contractueel met de school overeen dat zij hun medeleerlingen zullen helpen in een systeem van peer-to-peer support; 4. docenten geven bij onvoldoende resultaten de leerlingen kans hun fouten te herstellen door het zelfstandig MAKEN van een foutenanalyse.
Redactie - @Donald van Sante. Dank voor uw reactie. Er zijn nog enkele reacties over dit onderwerp via e-mail binnen gekomen. Het volgende artikel van Henk Witteman over het expeditiemodel gaat onder meer over leerstijlen bij brugklassers. Hij zal in dat artikel ingaan op de metaforen van de linker- en de rechterhersenhelft.
Dr. Henk Witteman - @Wes Holleman. Prachtig Wes. Nu weet ik ook weer waar il het woord "expeditiemodel" vandaan heb. Ergens was dit woord in mijn onbewuste opgeslagen door een inspirerende voordracht van Prof. de Groot waar ik lang geleden bij aanwezig mocht zijn. Als jonge docent was ik toen al gegrepen door zijn opvattingen over leren en leerlingen. Veel dank namens de lezers voor de link. Deze herhaal ik hier nog eens voor volgende lezers: :www.onderwijsethiek.nl/?p=3385
Wes Holleman - Ik heb nog even nagezocht waar de term 'expeditiemodel' vandaan komt: hij is geintroduceerd door A.D. de Groot (1972). Meer daarover: www.onderwijsethiek.nl/?p=3385
Donald van Sante - Geachte heer Witteman. Ik lees uw stukjes al jaren en heb nooit eerder gereageerd. Dit is niet omdat ik geen belangstelling heb. Maar ik zit in de schoolleiding en u weet als oud-schoolleider dat de dagelijkse beslommeringen op school veel van onze tijd kosten. Ik weet wel dat diverse docenten van mijn school in uw adressenbestand zitten. Wat is nu mijn probleem? In een eerder artikel schreef u over leerstijlen. Met name over het verschil tussen het inzetten van de linkerhersenhelft en de rechterhersenhelft. Nu hoor ik geluiden van breinwetenschappers dat deze theorie niet helemaal klopt. Ik citeer nu uit uw eigen artikel: "Dat de beide hersenhelften verschillende functies hebben, is waarschijnlijk wel bekend. Dit fenomeen kwam in de belangstelling na het onderzoek van neurospycholoog en neurobioloog Roger Sperry die hier in de jaren zeventig en tachtig onderzoek naar deed (en hiervoor de Nobelprijs kreeg). Hij kwam op dit idee na onderzoek bij epileptische patiënten waarbij de verbinding tussen de twee hersenhelften was doorgesneden om epileptische aanvallen te voorkomen. Sperry toonde aan dat de twee hersenhelften specifieke functies en daarmee ook een eigen bewustzijn hebben. In de linkerhemisfeer zijn door hem het spraakvermogen, logica en de ratio gelocaliseerd, terwijl de rechterhemisfeer zich richt op ruimtelijke analyse en gevoel. Je zou zo zeggen dat dit toch duidelijk moet zijn. Kunt u uitleggen hoe het kan dat moderne wetenschappers tot andere conclusies komen? Ik en erg benieuwd. Dank voor de moeite. Ik blijf lezen, vooral over uw expeditiemodel.
Dr. Henk Witteman - @Trudy van der Laan. Laat ik om te beginnen een link doorgeven: www.onderwijsvanmorgen.nl/de-biologie-van-de-agressie-pesten. Lees dit artikel en als het nodig is reageer dan opnieuw. Vr. Gr. Henk Witteman
Trudy an der Laan - Mijnheer Witteman. Mijn dochter Elske, 13 jaar, wordt op school gepest. Eerlijk gezegd, Elske wordt al jaren gepest. Het snijdt mijn man en mij door de ziel. Elske leest dit zelf niet, maar ze voelt zich erg onzeker omdat ze vindt dat ze dik is en een bril draagt. Wij vinden haar helemaal niet zo dik en die bril staat haar heus wel. Wat moet ik doen? ze voelt zich zo ongelukkig. Reageer alstublieft.
Frans van Mameren - @Dirk-Jan. Met deze vraag houd ik me ook al een tijdje bezig. Ik heb twee neefjes die allebei laatbloeiers zijn. Dat was hun vader trouwens ook. Hij heeft al zijn opleidingen 's avonds gedaan. Hun vader is mijn broer Jan. Ik zeg het er maar even bij, want hij reageert ook wel eens op artikelen op deze site. Ik heb me er wat in verdiept en vond het volgende in de National Geographics van de schrijver David Dobbs == De eerste volledige serie scans van het in ontwikkeling zijn adolescente brein – een project van het National Institute of Health geeft de resultaten van de ontwikkeling van meer dan honderd jonge mensen die opgroeiden in de jaren ’90. Deze toonden aan dat ons brein een geweldige reorganisatie ondergaat tussen ons 12e en 25e levensjaar, Eigenlijk neem het brein maar weinig in omvang toe tijdens deze periode. Het heeft immers al 90% van zijn omvang bereikt op 12-jarige leeftijd. Wat exra is, is eigenlijk het gevolg van de verdikking van de schedel. Maar tijdens de adolescentie wordt ons brein uitgebreid gemodelleerd, het wordt een steeds complexer en beter functionerend netwerk van verbindingen. De axonen, lange zenuwbanen die worden gebruikt door neuronen om signalen te sturen naar andere neuronen, worden steeds sterker geisoleerd door Myeline, een vettige substantie (witte stof). Deze substantie versnelt de overdrachtsnelheid met een factor die wel 60 kan worden. De snelheid kan l stijgen van 2/m per seconde naar 120/m per seconde. Dit betekent dus dat het mogelijk is dat myeline een van de oorzaken is van het verschil in intelligentie niveau tussen kinderen. Het verschijnsel laatbloeier zal hier ongetwijfeld mee te maken.Wel interessant, maar het geeft wel te denken. Als dit waar is, zijn we wel verplicht een expeditiemodel in te voeren, vindt u ook niet?
Dirk-Jan - @dr Witteman. Ik hoorde pas een verhaal van vrienden dat kinderen die voorlopen op school meer witte stof in hun hersenen hebben. Is dat waar? Is dat tijdelijk? Of is het een fabeltje?
Drs. Jan Delissen - @Finy Terhaar en anderen. Volgens mij kan dit expeditiemodel, mits goed ge-implementeerd een groot deel van de hoge kosten van Passend Onderwijs kunnen besparen. Wie ziet dat ook zo?
Dr. Henk Witteman - @Finy Terhaar. Over meisjes en wiskunde en nog veel meer kun je lezen in Louann Brizendine "DE VROUWELIJKE HERSENEN. Het ISBN nummer is 978 90 5831 530 4. Het is een Nederlandse vertaling en is heel toegankelijk. Geniet ervan!
Finy Terhaar - @dr. Witteman. Ik las iets heel opvallends in het artikel over het meisje op weg naar de brugklas. Daar las ik en ik citeer: Dat meisjes echter minder aanleg zouden hebben voor exacte vakken en techniek is een fabeltje. Als meisje op weg naar de brugklas heeft Jenell net zoveel talent in de door sommigen aangeduid als 'mannenvakken' als haar klasgenoot Rhandy. Maar de waarheid is dat Jenell de richting gaat zoeken waarin zij zich in de komende tientallen jaren als vrouw het gelukkigst kan voelen. En er bestaat grote kans dat de bewegwijzering zal worden aangelegd door haar vrouwelijke hormonen. Is dat echt waar? Waar kun je daar meer over lezen? Dank u voor deze optimistische kijk op de mogelijkheden van onze kinderen. Vooral ook omdat u ze in praktijk wilt brengen. En nu maar hopen dat de Tweede Kamer meekijkt. Hartelijke groet, Finy
Henriëtte Wagenaar - (voorzitter ouderraad) - Nooit eerder van gehoord. Expeditiemodel. Samen met kinderen doelen halen onder leiding van gemotiveerde leraren. Ze hoeven alleen maar hun best te doen. Als dit eens zou lukken, dan zou bij veel ouders een deel van de zorgen om hun kind worden weggenomen. Onze oudercommissie wenst u veel succes. Wij volgen u.
Margot - Wat slordig van me. Ik bedoel natuurlijk het volgende: Wat mij erg treft is de foutenanalyse. Zoals u deze beschrijft is het inderdaad geen herkansing, maar een beloning voor goed gedrag. Dat zal heel motiverend werken volgens mij. De leeromgeving zal hierdoor inderdaad als veilig worden beleefd door de meeste leerlingen.
Margot - Wat mijn erg treft is de foutenanalyse. Zoals u deze beschrijft is het inderdaad geen herkansing, maar een beloning voor goed gedrag. Dat zal heel motiverend werken volgens mij. De leeromgeving zal hierdoor inderdaad als veilig worden beleefd door de meeste leerlingen.