Experimenteren met autisten

2

In het nieuwe examenprogramma voor economie zijn klaslokaalexperimenten opgenomen. Evelien Hoekman en Pauline Knol van het Etty Hillesum Lyceum in Deventer (locatie Het Vlier) geven in dit artikel praktische tips voor het omgaan met leerlingen met een ontwikkelingsstoornis in de gewone les én tijdens klaslokaalexperimenten. 

 

 

 

Klaslokaalexperimenten zijn voor alle leerlingen verplicht. De meeste economiedocenten hebben echter weinig ervaring op dit gebied. Het geven van individuele aandacht is daarom vaak lastig, terwijl leerlingen met een ontwikkelingsstoornis die speciale aanpak wél verdienen. Dit is in een gewone les vaak al een uitdaging, laat staan tijdens een klaslokaalexperiment. Moeten we leerlingen met een ontwikkelingsstoornis dan maar uitsluiten van deelname? Dat is een optie, maar het kan gelukkig ook anders.

 

5e uur economie, lokaal 120. “Vandaag hebben we een klaslokaalexperiment”, zegt de docent, “ je hebt je boek niet nodig.” Waarom hoef ik vandaag niet mijn boek te pakken? Wat gaan we doen? De docent geeft mij een kaartje. Ik heb een kaartje waarop staat:  “Mijn minimumprijs is € 2,00.” Ja, en nu dan? Is dit goed?  Iedereen begint opeens te lopen en door elkaar te roepen. Wat een herrie. Thomas komt naar mij toe om te vragen of ik zijn product wil kopen. Welk product? Hij heeft alleen maar een kaartje. En waarom zou ik dat product willen kopen? Maar voordat ik dat kan vragen is Thomas al weer weg. Nu beginnen Rick en Laura tegelijkertijd tegen mij te praten. Zullen zij wel wachten op mijn antwoord of lopen ze ook weer weg? Weet je wat, laat maar. Ik loop naar de hoek van het lokaal en ga op een stoel zitten. Nog 30 minuten totdat de bel gaat…

 

 

Klaslokaalexperimenten

Een gewone les is voor iemand met een stoornis al een uitdaging, een klaslokaalexperiment is een sprong in het diepe. Een aantal aspecten geeft problemen:

·       Nieuwe dingen 

·       Samenwerken

·       Het verklaren van gedrag

 

Het doen van nieuwe dingen en onverwachte reacties zorgen ervoor dat leerlingen met een stoornis zich onveilig voelen. Dit levert veel stress en onduidelijkheid op. Zie er bij leerlingen met NLD daarom op toe dat de verbale instructie duidelijk is overgekomen (laat deze eventueel herhalen) en geef duidelijk aan wat je van de leerling verwacht, met wie en wanneer hij hiermee aan de slag moet. Geef eventueel extra tijd. Voor leerlingen met PDD-NOS of het Syndroom van Asperger is het juist goed om de informatie op papier te geven, in duidelijke stappen verdeeld, het liefst in een schema of stapsgewijs.

 

Samenwerken, zoals wordt gedaan bij experimenten, is echt heel moeilijk voor deze leerlingen. Voor alle stoornissen geldt dat het handig is om de leerling aan één speciaal iemand (buddy) te koppelen. Het moet iemand zijn die goed met deze leerling kan samenwerken en ook bereid is om deze taak op zich te nemen. Het beste is om het hele jaar door bij alle experimenten deze samenwerking in stand te houden. Het geeft de leerling enige houvast in een onzekere situatie.

 

De nabespreking bij experimenten is voor alle leerlingen noodzakelijk. Het doel is natuurlijk om het leermoment te vergroten. Voor leerlingen met een (ontwikkelings)stoornis is deze nabespreking extra belangrijk, omdat oorzaak en gevolg veelal niet duidelijk is. Het verwerken van informatie duurt langer. Ze moeten vaak langer nadenken om tot een juist antwoord te komen, geef hen hier de tijd voor. Het verklaren van gedrag is voor leerlingen met ASS extra lastig. Ze kunnen zich slecht verplaatsen in andere mensen. Extra hulp op dit gebied is dus noodzakelijk om deze leerlingen op weg te helpen. De buddy kan hierbij ook een goede rol spelen.

 

Tips voor een geslaagd experiment

  • Sluit de leerling niet buiten maar laat hem (aangepast) meedoen met het experiment.
  • Bereid de leerling voor op het doen van experimenten. Dit kan heel goed de les ervoor, leg alvast uit wat het plan is voor de volgende les en wat je van de leerlingen verwacht. Doordat de leerling voorbereid is wordt de situatie minder onveilig.
  • Maak het experiment zo concreet mogelijk, bijvoorbeeld: daadwerkelijk een product verkopen in plaats van briefjes met een productbeschrijving. 
  • Zorg dat de leerling betrokken wordt bij het experiment door het specifiek noemen van de naam, het aangeven van de opdracht, etc.
  • Probeer gebruik te maken van de sterke kanten van de leerling met de ontwikkelingstoornis.
  • Zorg voor een goede, betrouwbare buddy.
  • Geef tijdens de nabespreking extra aandacht aan de leerling of doe dit na de les apart met de leerling en zijn buddy.
  • Soms is het goed om de leerling even naar een time-out-voorziening te sturen wanneer de leerling van slag of boos is. Hij heeft dan echt tijd nodig om te ‘herstellen’ en tot rust te komen voordat hij weer aan de slag kan gaan.

 

De reguliere scholen zullen in het kader van Passend Onderwijs leerlingen een vorm van onderwijs moeten aanbieden die het beste bij zijn of haar talenten en beperkingen past. Dit betekent voor vakdocenten dat zij hun onderwijs steeds meer moeten richten op de vraag van de individuele leerling. Ook leerlingen met een stoornis zullen meer en meer worden toegelaten op de verschillende reguliere scholen. Wij hopen dat dit artikel hieraan een positieve bijdrage kan leveren. Want van experimenteren kunnen leerlingen én docenten veel leren…

 

Paulien Knol (docent trajectklas)/Evelien Hoekman (docent economie)

 

Voor meer informatie en contact: www.citroengeel.nl

2 REACTIES

  1. Wat vind ik geweldig aan dit initiatief en wat stoort mij? Wat ik geweldig vind is dat er scholen zijn, die een oplossing proberen te vinden voor de kortsluiting die bestaat tussen autistische kinderen en “gewone” kinderen. Wat stoort mij echter? Een jaar geleden ben ik via HAVOPLUS toevallig bij zorgleerlingen betrokken geraakt. Het contact met de ouders, hun zorgen, daarop volgende bezoeken aan scholen, contact met ADHD en autistische leerlingen hebben bij mij geleidelijk de wenkbrauwen doen fronsen. Ik ben de literatuur ingedoken, heb zelf enkele artikelen geschreven over o.a. landbouwers en jagers (ADHD) en ben tot de conclusie gekomen dat woorden als “stoornis”, “gestoord” , “ontwikkeligsstoornis” onrecht doen aan deze leerlingen. Ik heb inmiddels kennis gemaakt met gewone, begaafde en hoogbegaafde ADHD-ers en autistische leerlingen. Die ons veel te bieden hebben, maar die de wereld om hen heen anders beleven dan wij, mainstream mensen. Wie is hier gestoord? Is het toeval dat rondom technische universiteiten meer kinderen voorkomen met autistische trekjes dan men gemiddeld mag verwachten? Zijn het misschien de kinderen van slimme (autistische) ouders die op deze universiteiten werken?
    Laten we deze leerlingen zien als “kansen” in plaats van als “gestoorden”. Laten we proberen de Steen van Rosetta te vinden die ons bij elkaar brengt.

  2. Dag Henk, En dan te bedenken dat voor omstreeks 1995 het onderwijs nog helemaal niets wist over ADHD en PDD nos! Als het niet lukte met een verder normaal functionerend kind op school werd er hoogstens MBD vastgesteld! Een kleine beschadiging in de hersenen, meestal veroorzaakt door zuurstofgebrek bij de geboorte, geloofde men destijds. Waarom waren deze kinderen voordien nauwelijks een probleem in het onderwijs en ging het na die tijd knellen? (Ik zeg hierbij niet dat er voordien niets was)
    En verder: Bekijk de betekenis van het woord PDD nos eens. Een pervasieve ontwikkelingsstoornis, die men niet verder kan omschrijven dan alleen maar dat men het niet verder kan omschrijven. Een zeer vage diagnose, waaruit blijkt dat “men” het eigenlijk niet zo goed weet! Nog vager wordt het bij de zeer veelvuldig gestelde diagnose “kenmerken van PDD nos en ADHD”. Zou dat niet op iedereen kunnen slaan bij tijd en wijle?
    Aanpassingen voor deze kinderen in de school, fantstisch, maar zouden deze aanpassingen niet van tijd tot tijd goed zijn voor iedereen? Borg alle aanpassingen voor en bep. doelgroep in je school en laat ze inzetbaar zijn voor iedereen die er iets aanheeft nu en in de toekomst! Dat is pas Passend Onderwijs! ”
    We moeten langzamerhand af van het “zorgmodel” in het onderwijs en gaan voor het “burgerschapsmodel”.
    Zie “Passend Onderwijs – pas op de plaats of stap vooruit?
    Artikel van H. Schuman (geplaatst in het tijdschrift van orthopedagogiek 46 / 2007, blz 267 t/m 280)” o.a te vinden onder deze link:
    http://www.havoplus.nl/cms/page.php?103

LAAT EEN REACTIE ACHTER